Over Boeli

weblogfoto 019Toen Boeli vanuit het asiel bij ons kwam, moest hij de eerste 4 weken binnen blijven. Ik geloof niet dat hij dat erg vond, want hij had al heel veel meer ruimte dan hij daar had. Niet dat hij toen in een klein hokje zat, nee hoor. Maar in onze woonruimte (in een oude school, weet u wel?) viel er veel te bekijken en vooral te besnuffelen. Eerst hielden wij hem in onze huiskamer en keuken. De slaapkamer had hij ook al gezien door eenvoudigweg met Hans mee naar bed te gaan, alsof hij dat altijd al gedaan had, de slimmerd.

Na verloop van tijd was hij er klaar voor de rest van de school te verkennen. Spannend vond hij het wel. Er blééf nieuwe voor hem onbekende ruimte komen. En alles rook ook overal weer anders en soms waren daar opeens ook onbekende mensen. Dat was wat minder maar goed, het zou wel wennen. Na vier weken kwam dan eindelijk de dag dat hij weer naar buiten mocht, voor hem geweldig leuk, voor ons akelig spannend. Hij galoppeerde er enthousiast vandoor zonder dat wij hem konden inhalen of wat ook. “Zou hij dat relatief kleine gaatje wat een kattenluikje is, wel terug kunnen vinden?” zei ik verschrikt.

Afijn, het is tenslotte allemaal goed gekomen. Hij liep in en uit. Het leek wel alsof hij zich even meldde, zo van: “Geen zorgen, ik ben er nog, zie je wel? Nu ga ik weer..jippie!”.  Nóg later bleef hij soms  bijna een hele nacht weg, wat mij ook weer zorgen baarde. Nu ben ik daaraan gewend, min of meer dan. “Het is nu eenmaal een vrijbuiter”, zeg ik dan maar tegen mijzelf.

weblog011weblogfoto 015weblogfoto 018weblogfoto 025Heeft hij nu alle verrassingen gehad?? Nee. Dit weekend ontdekte hij het terras en de tuin bij de voordeur. Hij had die vast wel eens gezien maar wist niet dat dát ook bij zijn territorium hoorde, denk ik. Het ging zo. Wij (Hans, zoon Martijn en ik) zaten heerlijk buiten onder de parasol en hadden de tussendeur open laten staan en de voordeur. Boeli zag dat, sloop door het halletje en stak nieuwsgierig zijn kop naar buiten. Ik zweer het: nog nooit zag ik zo’n verbaasde kattenkop. “Jullie hier??” scheen hij te zeggen. “Kom maar Boeli” riepen wij en plaatsten hem op de tafel. Eerst sprong hij er verschrikt af, maar later kwam hij zelf triomfantelijk in ons midden zitten. Hij genóóóóót. Hij voelde zich veilig als er een onbekende langs kwam lopen. En wat werd het boeiend aan de overkant, toen buurman zijn kipjes liet scharrelen. O wat een geweldige avond vond hij het en wij? Wij genoten met hem mee.

O ja, klik op foto’s voor groter én  de leukste foto’s zijn gemaakt door Martijn.

Hollen of stilstaan

001Hollen of stilstaan, that’s the question. Dat is lastig bij webloggen namelijk. Doe ik niks – alleen de gewone dingen dan, waar je niet over schrijft-  dan valt er ook niks te melden op het log. Voor mij dan. Doe ik daarentegen wél wat door de hele dag weg te gaan – ik geef maar een voorbeeld – dan heb ik plots helemaal niet de tijd voor bloggen. “Vanavond…” denk ik, maar dan gebeurt er zo’n hels ongeluk. Ik zat wezenloos naar die ellende te kijken en hoewel ik steeds bijna dezelfde woorden hoorde, bleef ik het ‘nieuws’ verbijsterd volgen.  Echtgenoot ook trouwens. Alsof er héél misschien toch nog de bevrijdende woorden zouden kunnen komen, dat het niet echt was. Dat de hoofdredacteur totaal overspannen zo iets raars de ether in heeft gezonden, maar dat nu gebleken is, dat er helemaal niemand dood is, echt helemaal niemand. Dat de ‘nabestaanden’ opgelucht naar huis mogen. Hun geliefden zijn gewoon in Kuala Lumpur gearriveerd en gaan door naar Bali of naar Australië. Ze gaan normaal zaken doen, nee niet over wapens natuurlijk.  Of ze gaan genieten van een lang gewenste vakantie op Bali. De hoofdredacteur is in een dwangbuis afgevoerd en vanzelfsprekend hierbij onze welgemeende excuses. Er is een noodnummer ingesteld voor mensen die toch in een soort van trauma zijn gekomen, omdat hun vermeende dode té geliefd was. Zij konden een leven zonder hem (of haar) niet voorstellen en nu kunnen zij het tegendeel niet meer verwerken of geloven. Maar helaas, zo gaat dat niet. Wij leven niet in een sprookjeswereld waarin op het eind meestal alles tóch weer goed komt. En zij ‘nog lang en gelukkig leefden…’

Het Vollemaanfeest

weblogfoto 2weblogfoto 1weblogfoto 3weblogfoto 4Wat hadden wij weer een heerlijke avond aan het IJsselmeer, dankzij onze gastheer Gerrit. Nou ja, de maan speelde natuurlijk ook een belangrijke rol . Dat is, zou ik haast zeggen, de énige die zich niets aantrekt van Gerrit zijn plannen. Het mag op de kalender staan: 12 juni Volle maan, maar toch blijft het spannend. Hij ís er dan wel, maar zal hij zich laten zien? Dit jaar zagen wij hem, maar … slechts twee of drie keer, hoewel wij allen hem met gejuich begroetten. “Hij lijkt wel op Boeli ’s avonds”, zei ik, ‘even zijn gezicht laten zien en hopsakee, weer er vandoor!” Daarentegen hadden wij de hele avond mooi droog weer en konden tot laat buiten zitten. En ik heb heerlijk gezwommen en gedobberd in het water én ben weer uitgenodigd deze zomer vaker gebruik te maken van dit heerlijke ’ bad’ van Gerrit. Alles gasten hadden wat lekkers meegenomen en Gerrit trakteerde op de beste wijn. Er waren dit jaar nog meer musici dan vorig jaar en dat geeft een hoop gezelligheid. Mooie oude muziek en leuke liederen en dat alles aan het water, mensenkinderen, wat wil je nog meer?

weblogfoto 5weblogfoto 9weblogfoto7weblogfoto 6weblogfoto8

ps  Klik op foto’s voor groter.
ps2 Link naar mijn filmpje op Facebook: Klik hier

Stoplichten in het dorp

weblogfoto Er wordt gewerkt aan het kruispunt, waar wij aan de Hoofdstraat op uitkijken. Er staan twee stoplichten: bij groen licht mag de ene wachtende rij er door, wordt het rood de andere rij. Met er tussen door de fietsers en brommers. Sommigen wachten keurig, anderen schieten de stoep op en weer anderen zigzaggen tussen de auto’s door. Aangezien wij, als wij zitten te eten, dit allemaal in de gaten kunnen houden, is het weer eens iets anders. ’s Avonds en ’s nachts gaan de lichten ook door: rood groen rood groen. Moet u ook aan Herman Finkers denken? Maar volgens Kwaster rijden dan de auto’s gewoon door en gelijk hebben ze natuurlijk. Wie gaat er nu voor joker staan wachten? “Kwaster”, zei ik laatst, “ik ga het gewoon jammer vinden als die stoplichten weer weg zijn. Zo’n wachtend rijtje is veel leuker dan één voor één, het is spannend!” U ziet wel dat ik niks gewend ben, hè? “Ik zal aan de burgemeester vragen of ze niet kunnen blijven” antwoordde Kwaster (mijn man) behulpzaam. Die stoplichten staan namelijk op een verhoginkje met wieltjes en zijn verrijdbaar en dús maar tijdelijk. Zo jammer. Ik geloof dat vandaag de laatste dag is, theoretisch dan. Ik ga nog maar even extra genieten en/of een filmpje maken om deze opwindende gebeurtenis vast te leggen, ja, ga ik nu doen! Goed idee Thé.

Hè hè gelukkig

weblogfoto Eerst maar het goede nieuws. Ik kan weer op (of in?) mijn computer én alle bestanden zijn er nog. Ik was n.l. nogal bang veel van mijn fotobestand voorgoed kwijt te zijn. Het slechte bericht is dat ik nog geen internet heb. Er was iets met een kaartje dat weg was of niet meer paste –ik snap er niks van- en dat is nu in bestelling. Hoe lang dat weer duurt, dat weet onze computerman niet. Nu zou ik het hele computerspul naar boven kunnen sjouwen en daar rechtstreeks kunnen internetten, maar dat is een heel gedoe. Ik wacht het nog maar even af en bljjf voorlopig af en toe iets op Hans zijn laptop doen. U zult dus nog een tijdje minder van mij horen. Sorry! En verder? Nog wat gebeurd? Zeker, maar veel is al weer lang achter de rug. Wel vierde mijn zusje haar 65e verjaardag zondag j.l. Reuze gezellig, hoor! Wij kenden al heel wat vrienden en kennissen van een vorige verjaardag, dus dat scheelt al meteen in de conversatie. Later aten wij daar nog met een klein gezelschap, zodat we nu weer helemaal ‘bij’ zijn en blij bovendien. Dat is mooi, hè?

Op de markt

weblogfoto…en zo ging ik laatst naar de markt, want ik had een speciale kleur wol nodig. Ik hoorde nog net de ‘wolman’ tegen een klant zeggen dat hij zijn vakantie wat uitgesteld had omdat hij zijn hond had moeten laten inslapen. Ik ken zijn hond. Het was een braaf beessie. “Goh wat erg”, zei ik, toen ik aan de beurt was. “Dat zijn trieste dingen”. “Ja, dat is het”, zei de wolman. “Hij was nog niet eens zo oud, tien, dat valt toch nog best mee? We tobden al langer, hoor. Er is een scan gemaakt en we kregen medicijnen mee, maar niks hielp, hij werd steeds zieker. Nee, er was niks meer aan te doen, behalve hem een spuitje geven dan”. De man zuchtte eens diep. “We hebben onze vakantie er voor uitgesteld en nu heb ik mijn vrouw naar haar zuster gestuurd. Daar is ze wel aan toe. Om de twee uur liet ze hem uit… de hond dan, niet haar zuster, op het laatst zei ze dat ze het niet meer trok en daarom heb ik haar naar haar zuster gestuurd. Kan ze wat bijkomen en die zus heeft ook heel veel dieren, dat is genieten voor haar. Het is nu toch een rustige tijd. Ik kan het wel even alleen af. (Hij verzendt n.l. ook wol enzo, begrijpt u?) ’s Winters, weet u, dát is de drukke tijd. Dan maken we al gauw 70 tot 80 uur in de week…” “Tjonge, dat is hard werken”, zeg ik. “ “Zeker”, beaamt hij, “even wat opladen, dat heb je dan wel nodig. Doe je dat niet, dan krijg je er last van. De boog kan niet altijd gespannen zijn, toch? Maar ja, door de ziekte van mijn hond was het budget ook danig geslonken én de vriezer was stuk gegaan, zal je net zien, maar gelukkig kwam er nog een mazzeltje en nu kunnen we wel gerust op vakantie gaan”. Dit was zo ongeveer ons gesprek, beste lezers, een tikkie ingekort dan. Ik had de man nog nooit zó veel horen zeggen.

De tuinweek en ander gedoe

weblogfotoWat gebeurde er zoal deze week? Het hoogtepunt was al meteen op maandag: het bezoek aan het Joods Historisch Museum met Margriet v. E. We gaan sowieso weer eens met z’n tweeën ergens heen, want we vonden het allebei een groot succes.
Op woensdag ging ik voor het laatst –voorlopig dan- naar de hoorspecialist met mijn ‘audiodingen’. Ik heb daar nog niks over verteld, maar het is vreselijk wennen, zal ik u zeggen. Je hoort te veel eigenlijk. Maar een andere keer meer daarover. Het wordt behelpen naarmate men ouder wordt. Dat is nu eenmaal zo. Maar goed, het is niet anders.
Verder ben ik wat dagen na elkaar in de tuin bezig geweest. Zoon M. had pas een stuk onder handen genomen en dat gaf mij weer moed om verder te gaan. Ik zal u zeggen: het knapt er wel van op. Het begint al een tikkeltje op een verzorgde border te lijken. Afijn, ik krijg misschien nu definitief de smaak te pakken. Ik betrapte mij erop dat ik zo af en toe gedachteloos een onkruidje uit de stoep trok.
Tussendoor kwamen leerlingen van de middelbare school een ‘workshoppie’ doen bij twee collega’s, die bij ons in de school zitten. Dat gaat altijd met vreselijke herrie en kabaal gepaard. Men gaat de trap op en af, gillend en met deuren slaand, hoewel er duidelijk gezegd is dat hier ook andere mensen wonen en werken. Maar dat is kennelijk geen reden om daar rekening mee te houden. Ik probeer mij niet te ergeren, maar ben wel blij als dat gedoe weer even voorbij is, als die lieverdjes opgehoepeld zijn. Negatief? Ja, misschien wel. Nou sorry dan.
En verder? Wij gingen naar een Opening in de Boterhal. Iemand was zo attent geweest ons uit te nodigen. Het was gezellig om diverse vrienden weer eens te spreken en wat te lachen met elkaar. Dus al met al geen saaie week in ieder geval. Dat dan weer wel om maar eens een cliché te gebruiken.
En dan vanavond weer Nederland aan de voetbal, hè? Ja, ik weet het wel, hoor.” Hup Holland hup, laat de leeuw niet in zijn hempie staan…”