Hoofdstuk 3 De vreselijke brief

Portret gemaakt door een daar staande slimme fotograaf

En al die tijd waren Jozef en Maria gelukkig met elkaar en zij genoten van het groeien van het kindje. Jozef voelde het getrappel en hij kon er niet genoeg van krijgen. “Mag ik nog eens voelen, Maria?” vroeg hij en precies op dát moment viel die brief op de mat. Jozef snelde er meteen op af, want net als jullie, beste lezers, wilde hij nu eindelijk wel eens weten wat daar precies in stond. Hij scheurde hem ongeduldig open en…..hij werd witjes om zijn neus. Keizer Augustus, die in die tijd Het Beloofde Land bezette, had het idee gekregen om maar eens een volkstelling te houden. En dan moest men zich melden op de plaats waar de familie oorspronkelijk vandaan kwam. En Jozef, ja, die kwam eigenlijk uit Bethlehem, een heel eind verwijderd van Nazareth. Hij kon Maria niet alleen laten, want die was hoogzwanger en hij wilde niets riskeren*.  Zij gingen zich dus maar klaar maken voor de reis. Jozef mocht een ezel lenen* om het zijn vrouw wat gemakkelijker te maken. Maria deed haar warme zelfgebreide manteltje om en reikte Jozef een reisdeken aan, een soort slaapzak.  Die was eigenlijk voor de baby bedoeld, maar het zou hen ook te pas kunnen komen. Jozef, die natuurlijk moest lopen, trok zijn stevige bergschoenen aan en daar gingen zij, de verte tegemoet.

...langs bergen en langs da-halen ♫♪♪ ♫♪♪

Zij reisden en reisden nu eens door bergen, omhoog, steil  omlaag en  dan weer door eindeloze valleien en dapper bleven zij doorgaan. Ook het taaie ezeltje hield koppig vol. Maar op een dag –zij zagen Jeruzalem al in de verte liggen- kreeg Maria een pijnscheut. “Jozef”, sprak zij, “ik ben zóóó moe en ik denk dat de baby er aankomt” en zij begon te huilen. “Stil maar lief Mariaatje”, zei Jozef, “we gaan onderdak zoeken, dáár zie ik al een herberg” en hij droogde zorgzaam haar tranen.
 

Poe poe even uitrusten

En toen zij wat gerust hadden, klom Maria weer op de ezel en Jozef leidde hen naar de eerste de beste herberg die hij zag. “Nee, we zitten helemaal vol, het spijt mij, misschien verderop..” zei  de herbergier. Maar in de volgende en heel grote herberg hoorden zij een ongeduldige stem, die zei: “Nee, propvol, complet, no rooms, kein zimmer mit Frühstück, gar nix, de boot is vol, mensen…”  Daar was een groot gedrang, ook van lieden die uit een heel ander land kwamen. “O Jozef wat nu? Het kindje komt eraan, denk ik …….” zei Maria. Jozef, die ook wel wat moedeloos werd, liet niks merken en zei opgewekt: “We vinden heus wel wat, hoor! In het motel zal vast plaats zijn. Nog eventjes volhouden en af en toe *zuchten, dat weet je nog wel, hè Maria?” En zij gingen verder en verder. Maria zuchtte en hijgde bovendien……op Jozefs hoofd stonden kleine druppels klam zweet……Zouden zij wel snel wat vinden*……….?  Het werd nu echt de hoogste tijd…..

*1. Volgens de schrijfster had hij dat beter wél kunnen doen, maar haar werd niets gevraagd. *2. De ezel was te leen gegeven door het Griekse Ezel Transport Wezen het E.T.W (Gr.) ; een zeer vriendelijke geste van de Grieken, daar de bedoelde ezel nog niet gebreid is. *3. Maria was op zwangerschapgymnastiek geweest. * 5. Weer een spannend moment om te eindigen, een cliffhanger, speciaal voor Loes Z. Die houdt daar zo van.

Entr’acte deux (2)

Een oude herder en een ezel

Th: “Wie bent u?? En wat doet u hier? Ziet u niet dat we….” “Ik zoek de naaister. Mijn hoofdkap is nog niet klaar. Ze ging er zo vandoor met de naalden er nog in en…straks moet ik misschien ook ‘opkomen’… Th: “Welnee, beste man, nog lang niet. Maria en Jozef gaan straks pas op weg en wat in Jezusnaam doet u met die ezel? Het lijkt hier wel een gekkenhuis..”  “Die ezel die is Grieks…, het is het vervoermiddel, begrijp ik; hij ging er bijna vandoor...” Th: “Ja sorry en pardon, maar mijn geduld raakt op. ALLEMAAL OPROTTEN WEGWEZEN, zo kan ik niet regisseren, uit mijn ogen !”  Herder gaat weg en roept nog: “Kalimera mevrouw, rustig maar” Th: Hee, zou het een Griek zijn, dat is sterk. Hij is een eind uit de koers met die ezel. Enfin, de mouwen opgestroopt.” 

Ja, beste lezers, u begrijpt wel dat dit soort storingen het stuk niet ten goede komen en ik heb het al zo druk. De assistent breisters vallen mij ook steeds maar lastig met onnozelheden, zoals ‘wat voor snor, ‘wel of niet een baard, extra kleding voor Maria’  en ga zo maar door. Ik doe mijn best. *zucht eens heel diep* Waar ben ik nu weer aan begonnen? Waar was ik gebleven…..o ja, de brief…….(wordt vervolgd) “dat zullen we dan maar hopen, dat het vervolgd wordt….”

Entr’acte

Het verloren schaap

 “Heee…..psssssst, jij daar, wat doe jij hier? “Ik kom op, bèèèè, ik doe mee met een Kerstspel”.  “Weg jij, je bent nog helemaal niet aan de beurt!” “Bèèèèè, bè..”  “Ga naar je baas en vlug, weg van het toneel, kssssst, het ging net zo goed allemaal…kssst !!! ”

Dit was helemaal niet de bedoeling, trouwe lezers. Enfin, ik zal het maar als een ‘entr’acte’ beschouwen. Dat is een mooi toneelgebeuren namelijk. Het was dus ook geen hoofdstuk, niet echt. Het zit er wel aan te komen, maar nog eventjes geduld.

Hoofdstuk 2. De bruiloft

“Een blijde boodschap….” mompelde Maria . “Die Gabriel heeft  mooi praten. En wat nu? Hoe zeg ik het aan papa en mama? O….. óóóóó  -*snik snik* , oh ..en Jozef, hoe zal die reageren? Die wil vast niks meer met mij te maken hebben……. *huilt nu tranen met tuiten* Wat moet ik nou? Die r..engel ook.!”  Ja, dat is niet mooi gezegd van Maria, maar ik krijg nu al medelijden met haar……wel zielig, vinden jullie ook niet? Tenslotte kan zo iets de beste overkomen, toch?  En het gebeurt eigenlijk ook heel vaak, toen in d’ oude tijd en nu in de moderne nog steeds. En hóe en wat en wanneer dat dan komt, ja…. dát kunnen wij niet weten, hoor. Het zou ook best een vergissing kunnen zijn of zomaar een vreemde droom. Zo dachten de ouders van Maria er gelukkig ook over en wat nog belangrijker is, zelfs Jozef deed alsof er niets aan de hand was. Ja, hij zou daar gek zijn; hij was trouwens veel te dol op zijn mooi Mariaatje.  Zij gingen naar de synagoge en daar stond een rabbi al klaar om hen in de echt te verbinden en zo werden zij man en vrouw. **Er werd drie dagen muziek gespeeld en gezongen en gedanst zoals dat daar in die mediterrane  landen gebruikelijk is. Na het feest gingen zij samen in Jozefs huisje in Nazareth wonen. Zij sliepen drie nachten en soesden drie dagen, want zij waren behoorlijk afgepeigerd geraakt. Toen begon hun echte echtelijk  leven  samen. Maria kookte en bakte alles wat zij van haar moeder geleerd had, koosjer natuurlijk, zij hield alles schoon, in de keuken en in huis en Jozef timmerde er in zijn werkplaats lustig op los.  Als Maria sliep, werkte hij nog stiekem aan een mooi wiegje voor als er heel misschien een kindje zou komen. Maria dagdroomde wel eens over haar kleintje en dat zij zo leuk met hem zou kunnen spelen, want tenslotte was zij zelf nog bijna een kind.

Een droom van Maria: zij spelend met haar kindje

En zo waren zij dolgelukkig en tevreden samen, in het al eerder genoemde Nazareth, een snoezig pittoresk dorpje ergens in het beloofde Land, de al wat oudere Jozef, doch een timmerman van de bovenste plank en het jonge,handige en mooie Mariaatje. Totdat opeens zomaar op een gewone zonnige dag een akelige brief op de deurmat viel……..(wordt vervolgd)

**Enige vrijheid van de vertelster want er is weinig bekend over deze periode in het leven van het jonggehuwde paar

Het Kerstverhaal

Hoofdstuk 1.  De verschijning van een engel

Zoals beloofd, ga ik in mijn eigen woorden jullie het verhaal van Kerstmis vertellen. Er zijn van die verhalen, waarvan je nooit genoeg kunt krijgen en daarvan is het Kerstverhaal er een.  Bovendien kan je het maar één keer per jaar  horen of lezen. Ja, het zou wel heel gek zijn, als iemand zomaar in de zomer zei: “Zal ik jou het Kerstverhaal eens gaan vertellen?” Dan zou je hem of haar raar aankijken en met je wijsvinger op je voorhoofd tikken, maar ’s winters is het iets moois. Dat hoop ik dan maar. Welnu grote en kleine mensenkinderen, het begon héél héél  lang geleden en wel op 25 december 2012 jaar geleden min 9 maanden. Nou, rekent u zelf maar uit, want ik ben daar niet zo goed in. In een ver land, dat nu Israël heet, maar toen Het Beloofde Land, woonde een meisje, Maria geheten, bij haar vader en moeder. Zij was verloofd met Jozef, een brave timmerman, maar omdat verloofd nog niet getrouwd is, keek zij ook wel eens uit haar ooghoeken naar andere mannen. Er woonde vlakbij zo’n knappe jongen, Benjamin met mooie zwarte krullen en zo’n sensuele mond; zij kende ook een beetje rare jongen met stekeltjes haar en sproeten op zijn wangen. Met hem kon je lachen en dan vond ze hem opeens zo lief, dat ze er een kleur van kreeg en helemaal warm van binnen werd. Bijna vergat zij haar Josef dan, de brave timmerman, met wie zij zou trouwen. Dat had zij beloofd en beloofd  is beloofd zoals ook verloofd verloofd is. Dat is vandaag de dag nog steeds zo. Maria was een heel mooi meisje- dat was ik nog vergeten te vertellen- en eigenlijk wilden heel veel jongens en mannen wel graag met haar trouwen, maar haar vader en moeder hadden nu eenmaal Jozef voor haar gekozen, een man die werkelijk ALLES kon timmeren. Dat was toen belangrijk en nu nog steeds, want wie wil niet graag zo’n timmerman in zijn kennissenkring hebben? Maar ja Maria moest ermee trouwen en dát is heel wat anders natuurlijk.

De verschijning van een engel

Op een middag lag Maria op haar bed een beetje te rusten. Dat doen ze in warme landen; anders houden ze het niet uit. Maria lag dus wat te mijmeren, languit en opeens……..schrik schrik…..hoorde zij een stem en zij zag een gedaante in een wit kleed, met woeste zwarte haren  -het leek wel een popster, maar die bestonden toen nog helemaal niet- en die figuur begon te spreken met een vriendelijke stem: “Dag Maria. Ik ben de engel Gabriël en ik kom met een bijzonder blijde boodschap. Jij wordt moeder over precies 9 maanden en het zal een jongen zijn, hij moet Jezus heten en het zal een bijzonder kind zijn en dát zal hij zijn, een redder der mensheid…….” Gabriël zei nog meer, maar Maria hoorde het al niet meer.

Maria schrikt zich een hoedje

Zij was perplex, zij lag paf want zij was vreselijk geschrokken. “Nu al een kind Jezus! En geen gewoon kind….en Jozef kan de vader niet zijn, die zal wel denken dat….” Verder durfde Maria niet meer te gaan. “Wees maar niet bang”, zei de Engel. “Alles komt goed, met Kerstmis. Je zult het zien. En Jozef zal het begrijpen, heus”.  En weg was Gabriël.  

...alleen een lichtvlek was nog te zien

Tja, wat moeten wij hier van denken, beste weblezers? Zou het allemaal wel echt goed komen? De volgende keer hoort u er meer van, in het tweede hoofdstuk. (wordt vervolgd)

Update: Kijk, ik vertel wel het Kerstverhaal, maar ik laat het religieuze aspect gewoon weg. Voor mij is het een puur in- en inmenselijk verhaal.

Cadeautjes verzinnen o la la

Bijna een 'poezieplaatje' geworden, maar dan zonder die eeuwige glitter van tegenwoordig (foto TA)

Een luxeprobleem in onze samenleving , dat is het eigenlijk. ‘Iedereen heeft alles al of zou het bij God of de baard van de profeet ‘ niet weten, als je hen vraagt of ze nog verlangens hebben. Ik bedoel natuurlijk met verlangens, die dingen, die je in een winkel of zo kan kopen, dat begrijpt u wel.  Wij hebben in de familie én in de vriendenkring veel december- en januari -jarigen.  Ik zal u zeggen, dát is piekeren, hoor!  En ik ben niet iemand die met een envelopje aan kom zetten. Zo van: ‘nou, koop dan zelf maar wat…ben ik er af’. Nee, dan ga ik er tóch iets van maken, tóch  in winkels kijken, enfin, het geeft een hoop onrust en soesa. “Psssssssssssst, kom eens dichterbij”, even wat verklappen: mijn moeder is het ergste. Al jááááááren eigenlijk. Heel vroeger toen het bij ons nog een huishouden van Jan Steen was, hoewel wij allemaal al de deur uit waren, was het voor Kwaster en mij gemakkelijk. Niet leuk maar je wíst tenminste wát. Mijn moeder zei eens : “Ja, het is …uh ik vind het moeilijk om te zeggen en…uh ik schaam mij wel, maar van de kopjes die jullie mij vorig jaar gaven, is veel gebroken…en uh…” “Goed idee Mam, we kopen nieuwe, hoor! Gelukkig weten we dan wat…..” Geen probleem. Wij kochten nieuwe kopjes en zij was weer blij. Natuurlijk hadden wij er nog wel een leuk verrassinkje erbij, want alweer kopjes…..  Het jaar daarop was er weer veel gesneuveld, ook veel kopjes –ik zei u al een huishouden van Jan Steen- en ja gezellig wij kochten weer eens andere bakkies voor de koffie. De laatste keer  echter begingen wij een grote fout –een onherstelbare- wij kochten zonder het te weten ONBREEKBARE dingen. Het jaar daarop waren dus alle koppies nog heel , potverblomme. Nu wordt zij 94, ja echt waar en we gaan het zeker vieren. En wij piekeren ons weer een ongeluk. “Koop gewoon een mooie plant of een boeket” opperde zoon Martijn. Nee, dat kan ook niet, want water geven gaat niet zo goed meer en zij wil het de zusters niet steeds vragen. “Weet je Kwaster”, zei ik, “misschien heb je wel een leuk droog Kerstboeket of zo iets, dat je helemaal geen water hoeft te geven; je ziet soms best mooie….”.  Kwaster schudde glimlachend van nee. “Dan staat het er volgend jaar nog..” zei hij. En wij dachten allebei aan de onbreekbare kopjes en zo was de cirkel weer rond.

Hoe is het met de Kerststal?

U heeft er al lang niks meer van gehoord, maar hij vordert ook niet zo razend snel als ik wel gehoopt had. Dat ligt voornamelijk hieraan dat je het binnenwerk en daarmee bedoel ik de lijfjes, het hoofd, de armen en de benen ook al moet breien, van de mevrouw van het boekje. Ik dacht slim te zijn en er wat gemakkelijkers op te vinden. Dat kan wel, maar wordt lang niet zo echt. Dus nu zit ik met een bende kleertjes (allemaal al gebreid)  maar nog heel weinig ‘popjes’ of ‘figuren’.  

Maria, het Kindeke en de Engel Gabriël

Nou ja, het is niet anders. We zullen zien hoe ver we komen tot 6 januari, de dag der Drie Koningen.  Want in de Kerstvakantie kan ik ook nog doorgaan natuurlijk, als er maar een groepje tevoren klaar is, de hoofdrolspelers a.h.w. En……ik nader dat punt. Minstens één schaapje moet klaar zijn, vind ik. Staat zo gezellig, nietwaar? Gebreid heb ik er al vier, geloof ik..En Jozef die hoort er zeker bij .

Jozef in opbouw

 Zijn onderdelen zijn al helemaal klaar; nu de afwerking nog. Dat is ook nog best veel werk, onderschat u het niet. Binnenkort zal ik u in eigen woorden het Kerstverhaal vertellen. Of…. ik doe het in de vorm van een toneelstukje; lijkt mij ook wel leuk. Heeft u nog voorkeur eventueel? Misschien is er wel iemand, die denkt: “Dat Kerstverhaal, ja, dát ken ik nu onderhand wel….”. Dat kan dan wel wezen, maar dáár heb ik lak aan. Dan slaat u de Kersttijd maar over. Dat is geheel aan u. Nog even dit: dat boekje waar ik het over had, ligt te koop in de boekwinkels, voor het geval u er alsnog aan wilt beginnen of aan uw moeder of uw breitante To  wilt geven–ja, je weet maar nooit- . Zelf wijk ik nogal van de voorschriften af, maar dat mag, dat is de artistieke vrijheid.  Ik zeg het maar dat u niet denkt, dat ik alles zelf verzonnen heb –het hád gekund, maar is niet zo- en er tevens toch wat eigen fantasie in gegooid heb om er een wat  levendiger Kerstgebeuren van te maken. Het is tenslotte een feest.

Ach wat lief !

Er wordt niet iedere dag zo’n schaapje kindje geboren of vergis ik mij nu?  *krabt eens op haar hoofd*  nee, het was niet zomaar een baby, het was het Kindeke, Jezus genaamd.  Dus beste geïnteresseerden, binnenkort de repetities van het toneelstuk of gewoon het Kerstverhaal in gedeeltes of wat musicalachtige aspecten erbij…….dat weet ik nog niet helemaal.

P.S. De figuren moet u nog even vergeten, want alles moet nog beginnen, hè? Jezus is nog niet eens geboren. Alles was nog maagdelijk.

Vijf december, vijf december ♪♫♪ ♫

Omdat ik heel erg op Sinterklaas gesteld ben –wat minder op zijn uitsloverige Pieten, maar allà – zal ik hem zeker even memoreren vandaag, die lieve oude man.  Hoe zal ik dat nu eens doen? Ik ga hem een briefje schrijven. 

 Beste lieve Sinterklaas,  bij deze wilde ik u heel hartelijk feliciteren met alweer een verjaardag. De hoeveelste zou dat wel niet zijn? Weet u het zelf nog? Op die leeftijd ga je veel vergeten, heb ik gehoord van mensen die het weten kunnen. Je vergeet bijvoorbeeld wat er gisteren aan de hand was, maar er komt steeds meer boven wat er héél lang geleden in je jeugd gebeurd is. Komt u dat bekend voor Sinterklaas? Of hebben heiligen een reserve geheugen, een nieuwe voor als de oude op en versleten is? Of is dat niet zo en heeft u daarom steeds meer Pieten nodig? Dat is mij opgevallen namelijk. En het grote boek van u, dat zal dan ook steeds zwaarder en voller worden, omdat u steeds meer gaat vergeten. Ik vind dat wel zielig voor u, hoor Sinterklaas. Misschien bent u mij ook al lang vergeten, maar dat is niet erg.  Nu maar wel hopen dat er, toen u nog een kleine ondeugende Klazeman was, er ook veel leuke dingen gebeurd zijn. Aan de nare dingen willen wij toch liever niet herinnerd worden, wel? Die willen wij juist vergeten.  Dat zal bij u ook wel zo zijn.  En nu voor u mijn goede wensen. Ik hoop dat u, als u iedereen maar cadeautjes aan het geven bent, u uzelf ook wat zult geven. Bijvoorbeeld deze brief met daarin ook de gelukwensen van mijn man, Kwaster genoemd. U heeft hem gisteren in Kampen nog ontmoet. U weet dat al niet meer misschien. U staat op zijn blog http://noggenblog.wordpress.com en er staat ook een foto bij. Ik wens u een fijne dag en daarna heel veel rust in dat zonnige en ontspannen Spanje, dat u er weer een jaartje tegen  kunt. Wat zijn de mensen tegenwoordig toch hebberig, vind u niet? Laten ze zelf dan maar hun cadeautjes kopen, zeg in plaats van alles maar aan Sinterklaas te vragen. Ik zag u laatst in de optocht en het geld groeide u niet op de rug. Ik keek nog eens goed, maar nee…..Kwaster en ik maken er een heerlijk avondje van, we eten brood met pepernoten en zullen daarna op uw welzijn klinken en we nemen er ook een stukje marsepein bij mjam…..

Een boterhammetje pepernoot

Misschien krijgt u hieronder nog meer felicitaties van weblogvrienden, als ze toevallig mijn brief lezen dan. Sinterklaas, het beste hè en een goede terugreis gewenst met veel mensen in de zak, hoop ik. Namen noemen zal ik niet doen, maar zijn partij die geen partij is heet de PVV. Neemt u die allemaal mee? Graag. Dat is mijn enige wens. Bij voorbaat hartelijk dank.

Uw Thérèse.

Wonderlijke wezens, katten

De veilige haven van Koos

Nu dacht ik toch echt dat onze Koos na een dag of twee wel helemaal gewend was aan de nieuwe vloer. Maar nee, ik heb mij danig vergist. Hij vertoeft heel veel in de zijkamer, waar niks veranderd is, hooguit ‘even’ wat extra spulletjes zijn neergelegd, zoals die twee beren, waar hij kennelijk grote troost bij vindt. Af en toe komt hij met een uiterst verbaasde snoet de vernieuwde kamer binnen. Je ziet hem denken: “Hoe kan dat nu, een ándere kamer hiernaast…..hé wel staat hier mijn etensbakje en dáár….JAWEL mijn vrouwtje, gauw erheen, ja, ze is het echt, miauw, miauw, lik lik….” en deze scene herhaalt zich een paar keer per dag en blijft zich tot nu toe herhalen. Koos kan maar niet begrijpen dat dit toch echt zijn kamer is en gaat na een tijdje terug naar het veilige plekje waar de twee beren nog steeds zitten –ik haal ze maar niet weg voorlopig- en een kussentje en wat rommeltjes. Een plek dus die niet verandert.

Koos ligt k lekker, tussen de wol en de a.s.Kerststal.

O ja, Koos heeft nu nóg een fijn plekje herontdekt, mijn bankje met de knusse bolletjes wol, want dat is weer gewoon geworden.  Hij komt vaker dan normaal op mijn schoot zitten, heeft een houding gevonden, dat ik toch door kan breien –is wel iets lastiger maar dat deert Koos niet.  

Misschien zijn katten heel wat verstandiger dan mensen, want hoe blij wij met de vloer ook zijn, toch zitten wij nu te tobben hoe wij een nettere en toch comfortabele én gezellige huiskamer kunnen creëren . Enfin, het kan even duren, maar wij komen er ook wel uit.