Hoofdstuk 5 Achter het toneel

Als nieuw, het dappere beest

Tot ieders blijdschap is de os er helemaal klaar voor. Wat kijkt hij fris uit zijn ogen en wat staat hij al fiks te oefenen met blazen. Hij lijkt wel een föhn op de warmste stand. Wie had dat gedacht, zeg? De co-assistent niet in elk geval, maar ja, hij is ook nog niet afgestudeerd. Van dit project zal hij heel wat geleerd hebben. Maar wie hoor ik daar zuchten? Het is Maria. “Ja, mevrouw Thérèse, uh…ik zucht en ik steun, maar jullie schijnen die os veel belangrijker te vinden dan de hoofdpersoon. Wie moet er nu eigenlijk bevallen, ik, Mariaatje of die os? En wanneer gebeurt dat nu eens? En…….ik wil er ook een dokter bij, een echte dan, hè?” En ze kijkt even naar de co.

Ach, die arme Maria...

O jee, lezers, waar halen we nu zo snel een dokter vandaan? Ach, kijk die arme Maria nu eens zitten, helemaal weggezakt en leunend tegen de herder. Huh? Ik hoor weer een stem, dit keer een zware. “Mevrouw Theresa, ik ben wel een herder der schapen, maar vroeger in mijn land was ik een dokter en een goede, hoor! Ik kan wel helpen bij de geboorte als mevrouw Maria het er mee eens is…? ”  “O ja, lieve herder nee dokter, heel graag, want dit regieteam, ja ik weet het niet, het schiet niet erg op, hè? Iedere keer is er wat….., hè Jozef? Kom, we gaan ervoor”, zegt Maria kordaat. Geen zorgen, lezers, het kan beginnen. Nog maar heel even geduld.

P.S. Een speciale foto voor Aargh:

Zwanger of...wat?

 

Advertenties

Hoofdstukje 4b De os komt bij zijn positieven

Het aanzetten van de rechterachterpoot midden in de nacht

Ofwel een medisch bulletin.  Nog wat dizzy, behoorlijk suf en wat wankel op de poten staat de os nu bij te komen. In overleg met de veterinaire coassistent laten wij hem zoveel mogelijk met rust. We zeggen alleen af en toe iets vriendelijks tegen hem of geven hem een zacht klopje.  “wat aandacht doet meer dan….duizend…” oh wat was het nu ook weer, wat de co-kerel zei?  Nou ja, het doet hem goed. We gaan verder. Zijn toefje op de kop moet nog wat aangroeien –was kaal geschoren voor de operatie- en hij moet nog wat geborsteld worden. Maar…en dát is het belangrijkste, hij zal op tijd zijn taak kunnen verrichten, het warm blazen van het Kindeke en en passant ook alle anderen.  Wel kom ik tot de genante gedachte dat ik vóór loop op het schema. Pas de 25e is het Kerstmis, het feest van de geboorte. Het is nu pas de 18e. We kunnen Maria toch niet al die tijd….u weet wel? Ik denk dat het maar het beste zal zijn het hele toneelstuk gewoon door te laten gaan, hoe het komt. Jullie kunnen  dan op de echte tijd en thuis het eigen Kerstfeest vieren.  Behalve dan de komst van de drie koningen, die komt later pas. Dit om buitengewoon praktische reden: de heren moeten nog gebreid worden. Het zij zo; het is niet anders. Verder everybody happy? Zijn er nog vragen of suggesties? Ga rustig uw gang.  Een ‘runderkundige’ die zich vanmorgen vrijwiliig aangemeld heeft, zal u uiterst vriendelijk te woord staan.  Dit keer eens een goed bericht, beste lezers. Het gaat puik met heer Os én wij liggen vóór op schema. De  geboorte komt er aan, hoor.  

Oh, daar staat hij dan weer !

Hoofdstuk 4 Verzorging van de os

Intussen, terwijl Jozef druk op zoek is naar onderdak en Maria lijdt, och arme, zijn wij (het team en ik)  op zoek  naar de os. Wij van de regie weten immers al dat die hard nodig zal zijn om als een soort kachel te dienen. Met zijn warme adem en zijn enorme lichaam zal hij nog veel beter functioneren dan de duurste modernste terrashaard.  Maar dan moeten we hem wel te pakken zien te krijgen, want hij is in geen velden of wegen te bespeuren. Hoewel….wat is dat daar?

Ach, die arme os

Het lijkt er wel op dat dát hem is, maar wat mankeert hij?  Is er een ongeluk gebeurd, met een klap op de harde bevroren grond gesmakt? O jee, de dierenarts zal er snel bij moeten komen om de zaak en het dier weer op poten te zetten. Ah, daar is hij al. Was toch heel slim van mij om met al die beesten een veterinaire stageloper erbij te halen.  “En wat is de diagnose, dokter? Kan hij snel opgelapt worden? Het is voor het Kerststuk weet u? De zaak dringt, Maria is in barensnood en…er zitten veel mensen ongeduldig te wachten, ze willen waar voor hun geld en niet zo veel oponthoud…” De dierendokter haalde zijn schouders op. Om mensen gaf hij kennelijk niet veel. “Het dier staat voorop. Natuurlijk ga ik hem zo snel mogelijk uit zijn lijden verlossen…..” Wij en de hele cast schrokken ons zowat  een apenflauwte. “Dokter, wij hebben maar één os, denkt u toch aan de kleine Jezus, die kan niet tegen de kou….”  schreeuwde iemand. De arts overlegde bij zichzelf, keek nog eens naar die poten en beloofde dat hij het zou proberen, al was het maar voor die mooie mevrouw daar. (Maria kennelijk, want er was tot nu toe maar één vrouw aanwezig.) Wij haalden gauw het boekje met het voorbeeld en de beschrijving erbij en hij pakte zijn tas, haalde er naald en draad uit, een grote spuit voor de verdoving van dat machtige beest en ging aan de gang. Hierbij zullen wij geduld moeten hebben, want als alles goed gaat, duurt het ook altijd nog even voordat de verdoving uitgewerkt is. Een waggelende os is levensgevaarlijk; stel dat hij boven op iemand valt, zeg! 

Er wordt aan hem gewerkt

Dus ik stel voor om u even  te gaan vertreden, een kopje koffie te drinken en een sprits te nuttigen –die krijgt u van de directie als een soort genoegdoening, van echte roomboter- en verder rustig en stil af te wachten. Sssssst ….Wij hopen maar dat het allemaal goed zal komen…….als er nieuws is, laat ik het jullie terstond weten”.

Hoofdstuk 3 De vreselijke brief

Portret gemaakt door een daar staande slimme fotograaf

En al die tijd waren Jozef en Maria gelukkig met elkaar en zij genoten van het groeien van het kindje. Jozef voelde het getrappel en hij kon er niet genoeg van krijgen. “Mag ik nog eens voelen, Maria?” vroeg hij en precies op dát moment viel die brief op de mat. Jozef snelde er meteen op af, want net als jullie, beste lezers, wilde hij nu eindelijk wel eens weten wat daar precies in stond. Hij scheurde hem ongeduldig open en…..hij werd witjes om zijn neus. Keizer Augustus, die in die tijd Het Beloofde Land bezette, had het idee gekregen om maar eens een volkstelling te houden. En dan moest men zich melden op de plaats waar de familie oorspronkelijk vandaan kwam. En Jozef, ja, die kwam eigenlijk uit Bethlehem, een heel eind verwijderd van Nazareth. Hij kon Maria niet alleen laten, want die was hoogzwanger en hij wilde niets riskeren*.  Zij gingen zich dus maar klaar maken voor de reis. Jozef mocht een ezel lenen* om het zijn vrouw wat gemakkelijker te maken. Maria deed haar warme zelfgebreide manteltje om en reikte Jozef een reisdeken aan, een soort slaapzak.  Die was eigenlijk voor de baby bedoeld, maar het zou hen ook te pas kunnen komen. Jozef, die natuurlijk moest lopen, trok zijn stevige bergschoenen aan en daar gingen zij, de verte tegemoet.

...langs bergen en langs da-halen ♫♪♪ ♫♪♪

Zij reisden en reisden nu eens door bergen, omhoog, steil  omlaag en  dan weer door eindeloze valleien en dapper bleven zij doorgaan. Ook het taaie ezeltje hield koppig vol. Maar op een dag –zij zagen Jeruzalem al in de verte liggen- kreeg Maria een pijnscheut. “Jozef”, sprak zij, “ik ben zóóó moe en ik denk dat de baby er aankomt” en zij begon te huilen. “Stil maar lief Mariaatje”, zei Jozef, “we gaan onderdak zoeken, dáár zie ik al een herberg” en hij droogde zorgzaam haar tranen.
 

Poe poe even uitrusten

En toen zij wat gerust hadden, klom Maria weer op de ezel en Jozef leidde hen naar de eerste de beste herberg die hij zag. “Nee, we zitten helemaal vol, het spijt mij, misschien verderop..” zei  de herbergier. Maar in de volgende en heel grote herberg hoorden zij een ongeduldige stem, die zei: “Nee, propvol, complet, no rooms, kein zimmer mit Frühstück, gar nix, de boot is vol, mensen…”  Daar was een groot gedrang, ook van lieden die uit een heel ander land kwamen. “O Jozef wat nu? Het kindje komt eraan, denk ik …….” zei Maria. Jozef, die ook wel wat moedeloos werd, liet niks merken en zei opgewekt: “We vinden heus wel wat, hoor! In het motel zal vast plaats zijn. Nog eventjes volhouden en af en toe *zuchten, dat weet je nog wel, hè Maria?” En zij gingen verder en verder. Maria zuchtte en hijgde bovendien……op Jozefs hoofd stonden kleine druppels klam zweet……Zouden zij wel snel wat vinden*……….?  Het werd nu echt de hoogste tijd…..

*1. Volgens de schrijfster had hij dat beter wél kunnen doen, maar haar werd niets gevraagd. *2. De ezel was te leen gegeven door het Griekse Ezel Transport Wezen het E.T.W (Gr.) ; een zeer vriendelijke geste van de Grieken, daar de bedoelde ezel nog niet gebreid is. *3. Maria was op zwangerschapgymnastiek geweest. * 5. Weer een spannend moment om te eindigen, een cliffhanger, speciaal voor Loes Z. Die houdt daar zo van.

Entr’acte deux (2)

Een oude herder en een ezel

Th: “Wie bent u?? En wat doet u hier? Ziet u niet dat we….” “Ik zoek de naaister. Mijn hoofdkap is nog niet klaar. Ze ging er zo vandoor met de naalden er nog in en…straks moet ik misschien ook ‘opkomen’… Th: “Welnee, beste man, nog lang niet. Maria en Jozef gaan straks pas op weg en wat in Jezusnaam doet u met die ezel? Het lijkt hier wel een gekkenhuis..”  “Die ezel die is Grieks…, het is het vervoermiddel, begrijp ik; hij ging er bijna vandoor...” Th: “Ja sorry en pardon, maar mijn geduld raakt op. ALLEMAAL OPROTTEN WEGWEZEN, zo kan ik niet regisseren, uit mijn ogen !”  Herder gaat weg en roept nog: “Kalimera mevrouw, rustig maar” Th: Hee, zou het een Griek zijn, dat is sterk. Hij is een eind uit de koers met die ezel. Enfin, de mouwen opgestroopt.” 

Ja, beste lezers, u begrijpt wel dat dit soort storingen het stuk niet ten goede komen en ik heb het al zo druk. De assistent breisters vallen mij ook steeds maar lastig met onnozelheden, zoals ‘wat voor snor, ‘wel of niet een baard, extra kleding voor Maria’  en ga zo maar door. Ik doe mijn best. *zucht eens heel diep* Waar ben ik nu weer aan begonnen? Waar was ik gebleven…..o ja, de brief…….(wordt vervolgd) “dat zullen we dan maar hopen, dat het vervolgd wordt….”

Entr’acte

Het verloren schaap

 “Heee…..psssssst, jij daar, wat doe jij hier? “Ik kom op, bèèèè, ik doe mee met een Kerstspel”.  “Weg jij, je bent nog helemaal niet aan de beurt!” “Bèèèèè, bè..”  “Ga naar je baas en vlug, weg van het toneel, kssssst, het ging net zo goed allemaal…kssst !!! ”

Dit was helemaal niet de bedoeling, trouwe lezers. Enfin, ik zal het maar als een ‘entr’acte’ beschouwen. Dat is een mooi toneelgebeuren namelijk. Het was dus ook geen hoofdstuk, niet echt. Het zit er wel aan te komen, maar nog eventjes geduld.

Hoofdstuk 2. De bruiloft

“Een blijde boodschap….” mompelde Maria . “Die Gabriel heeft  mooi praten. En wat nu? Hoe zeg ik het aan papa en mama? O….. óóóóó  -*snik snik* , oh ..en Jozef, hoe zal die reageren? Die wil vast niks meer met mij te maken hebben……. *huilt nu tranen met tuiten* Wat moet ik nou? Die r..engel ook.!”  Ja, dat is niet mooi gezegd van Maria, maar ik krijg nu al medelijden met haar……wel zielig, vinden jullie ook niet? Tenslotte kan zo iets de beste overkomen, toch?  En het gebeurt eigenlijk ook heel vaak, toen in d’ oude tijd en nu in de moderne nog steeds. En hóe en wat en wanneer dat dan komt, ja…. dát kunnen wij niet weten, hoor. Het zou ook best een vergissing kunnen zijn of zomaar een vreemde droom. Zo dachten de ouders van Maria er gelukkig ook over en wat nog belangrijker is, zelfs Jozef deed alsof er niets aan de hand was. Ja, hij zou daar gek zijn; hij was trouwens veel te dol op zijn mooi Mariaatje.  Zij gingen naar de synagoge en daar stond een rabbi al klaar om hen in de echt te verbinden en zo werden zij man en vrouw. **Er werd drie dagen muziek gespeeld en gezongen en gedanst zoals dat daar in die mediterrane  landen gebruikelijk is. Na het feest gingen zij samen in Jozefs huisje in Nazareth wonen. Zij sliepen drie nachten en soesden drie dagen, want zij waren behoorlijk afgepeigerd geraakt. Toen begon hun echte echtelijk  leven  samen. Maria kookte en bakte alles wat zij van haar moeder geleerd had, koosjer natuurlijk, zij hield alles schoon, in de keuken en in huis en Jozef timmerde er in zijn werkplaats lustig op los.  Als Maria sliep, werkte hij nog stiekem aan een mooi wiegje voor als er heel misschien een kindje zou komen. Maria dagdroomde wel eens over haar kleintje en dat zij zo leuk met hem zou kunnen spelen, want tenslotte was zij zelf nog bijna een kind.

Een droom van Maria: zij spelend met haar kindje

En zo waren zij dolgelukkig en tevreden samen, in het al eerder genoemde Nazareth, een snoezig pittoresk dorpje ergens in het beloofde Land, de al wat oudere Jozef, doch een timmerman van de bovenste plank en het jonge,handige en mooie Mariaatje. Totdat opeens zomaar op een gewone zonnige dag een akelige brief op de deurmat viel……..(wordt vervolgd)

**Enige vrijheid van de vertelster want er is weinig bekend over deze periode in het leven van het jonggehuwde paar