Hoe een trend ontstaat…

Kent u die mode nog van een vaas of pot in de vensterbank te zetten en daar horizontaal boven op: een achteloos bosje hout? Het zal wel, hè, want je ziet het nog steeds wel. Je hebt de gekste trends tegenwoordig, maar ik ben er nu achter. Het heeft even geduurd, maar ik heb het nu dan ook danig door. Het komt door de traagheid van de dienstverleningen of beter gezegd door die van de niet-dienstverleningen.  Kijk, ik zal een voorbeeldje geven uit het bloedeigenste dagelijks leven.  Onze Catalpa’s zijn laatst gesnoeid geworden en daar komt een grote bos takken van af. De eerste keer was onze groene bak al tamelijk vol mede dankzij de konijnenpoep van de buurman (ja, echt!) zodat wij nog maar een klein beetje tak erbij konden tjoepen. De volgende keer de rest, dacht Kwaster. Wij knipten en braken  en al spoedig was de bak helemaal vol, maar er lag me nog een stapel op de stoep. Een andere buurman, een heel lieve buurman, raadde ons aan de takken bij de groene emmer te leggen. Kwaster belde de dienstverlening nog extra even op, of dat goed zou zijn.  “Nee meneer, daar moet een vergunning op zitten. En die afdeling is nu dicht. De volgende keer bij de groene emmer? Nee, dat zal ook niet gaan; u zult 4 weken moeten wachten. Dag meneer”.  Kijk en nu komt het:  4 weken een grote bos op je terras. Creatieve mensen gaan er dan iets mee doen. Bijvoorbeeld zo’n bos maken, er hartjes en andere troep aan hangen en dat als sierlijk geheel voor het raam. Expres klunzige manden er van maken, want dat oogt zo lekker, een bodem erin van gaas en plastic, een paar viooltjes, liefst grootblommig erin en hup, weer iets artistieks in de tuin.  Of een krans, gewoon van dunne takken met helemaal niks erin. Op dát moment komt de Trendsetter eraan en ziet zijn kans schoon. Hij huurt wat vakantiehulpjes in of een paar Koreaantjes of zo en zet die aan het vlechten en buigen en binden en frommelen. En die kransen kan je dan kopen in een Tuincentrum of in een Woonwinkel  – nee, daar kan je NIET wonen, maar ze laten zien hoe het wél moet – en die kransen kosten dan € 7.95 of meer, kaal dan hè, versierd met herfst-/Kerst-/Paas- of voorjaarsspullen een stukje prijziger natuurlijk. En hoe komt die Trendsetter aan zijn spullen? Het ligt gewoon bij mensen in de tuin om de reden, die ik net genoemd heb. “Zal ik het voor u meenemen? Dan bent u er vanaf?” biedt de setter in de goedheid zijns harten aan. Die mensen blij, dat snappu, en zo worden de gekste trends geset, want er moet natuurlijk steeds wat anders verzonnen worden, wil men blijven kopen. En als dan alle goede ideeën uitgeput zijn, komen er héél rare op. “Dat verkoopt toch helemaal niet?” vraagt iemand zich af. “Wedden?”, zegt een ander. “Als er maar iemand mee begint, loopt het als een trein…zal je zien !”  Het is nog waar ook. En nu zit ik dus vier (4) weken met een bos hout op het terras.  BAH ! Misschien komt er een setter langs….

Update:

De bezem er eens door

Na ik weet niet hoe lang tobben op mijn atelier  –wel wat werken, een tijd niet werken, van onderwerp veranderen, nee toch maar doorgaan en vooral totaal geen zin meer te hebben – gooi ik het eens over een andere boeg. Ik ga maar eens degelijk opruimen en schoonmaken. Nu was dat sowieso nodig, want het is daar een grote bende. Normaal, dat wil zeggen andere jaren, deden wij zo af en toe Open Ateliers met z’n allen en dat was ook meteen een mooie aanleiding om de boel eens te ordenen en tegelijk wat schoon te maken. Het publiek vond dat vaak wel jammer, want om de een of andere reden zagen zij graag de troep, de bende en de zwoegende en zwetende kunstenaars. Nu had opeens bijna niemand van de Meisjesschool meer zin in die toestanden, wel in gezellig samen eten, maar Open Ateliers, nee… lastig volkje, hoor, maar goed.Ik ben afgelopen vrijdag met mijn plannen begonnen en heb al een flink stuk onder handen genomen. Ik begon met het bolletjesplastic (verpakkingsmateriaal) netjes op te vouwen en op te stapelen. Zo viel er weer wat gemakkelijker door het lokaal te lopen. Daarna pakte ik de symbolische bezem,  de stofzuiger dus en begon te zuigen. Het voelde goed, ik dééd daar tenminste wat en dacht zo af en toe, kijkend naar iets op het prikbord of aan een muur: “Ach, nog niet eens zo gek” en al doende hoop ik er weer een beetje zin in te krijgen, wat zeg ik, een béétje zin, nee gedreven en gemotiveerd met iets belangrijks bezig te zijn.  Tja, iets belangrijks? Voor mijn gevoel wel, hoewel tegenwoordig bijna niemand dat meer vindt, in de regering al helemaal niet. Het is ook goed te merken, hoor. Kunstuitlenen gaan dicht, galerieën sluiten en/of bezuinigen, de BTW is van 6 naar 19% gegaan en er wordt duidelijk minder gekocht. Ik spreek ook meer kunstenaarsvrienden, die tot weinig komen. Ik ben zeker de enige niet.  Maar , laten we optimistisch worden, we zullen doorgaan. Dat is het plan dus achter mijn schoonmaakactie. Mocht u mij met de stofzuiger toevallig bezig zien, weet dan dat er meer achter zit.

 

…….en de Bijenkorf tot slot

Het was weer droog buiten en ik wandelde op mijn gemakje naar een tramhalte. Het werd toch echt tijd om weer eens naar huis te gaan. Ik voelde het aan mijn voeten. Daar was de Dam al in het zicht en de Bijenkorf natuurlijk alsook de Nieuwe Dijk en ik stapte uit, tot mijn eigen verbazing. Heel even de Bijenkorf nog in en ook de etalages bekijken.  Ik had opeens nog een restje energie bewaard kennelijk. Ik was even bij de boeken op de bovenste etage en moest toen helemaal naar beneden lopen, want de roltrap deed het niet en de lift kwam mij niet snel genoeg. Beneden aangekomen keek ik nog even bij de tassen. “Hee, dat lijkt wel van echt slangenleer”, dacht ik. En ik vermoed dat het ook zo is, want er hing een prijskaartje aan van € 895,–  ….tjonge, stel dat ik dat zomaar kocht, hé; wat voor gezicht zou Kwaster wel niet zetten?  Enfin, de etalages nog even bekijken. En ja hoor, wéér heel bijzonder. Ik heb er een paar gefotografeerd. En toen…hopla richting station. Een mens kan wel bezig blijven tenslotte. Amsterdam loopt niet weg. Ik ga gewoon binnenkort nog een keertje. Wat let mij tenslotte?

Café De Chaos

In gedachten ben ik nog steeds in Amsterdam. Ik was er maar één middag, maar wat heb ik veel meegemaakt. Ik ga dus gewoon door en hoop maar dat iemand het leuk vindt. Na mijn prachtige aankoop bij de Looier kreeg ik toch ontzettende trek in een kop koffie, maar het regende nu dat het goot, zag ik. Wat nu?  Binnen had ik wel een soort koffietentje gezien, maar ik was bang voor de zoveelste keer te verdwalen. Dan toch maar naar buiten met de capuchon op. Mijn geluk liet mij weer eens niet in de steek, want drie huizen verderop was een café met de veelbelovende naam café De Chaos. Nou, als dat geen toeval is; kom ik van de ene chaos in de andere. Ik ga naar binnen en kijk om mij heen. Wat gezellig! 

Een grandioze verzameling engelen kijkt vanaf het plafond op mij neer. Er zijn niet veel gasten, maar er wordt gelachen. Op de tafeltjes liggen een heleboel verschillende bierviltjes en er staat een bakje nog te pellen pinda’s. Pas later zie ik dat de gehele vloer bezaaid is met pindadoppen. Het zal bij de chaos horen, denk ik. Ik bestel een cappuccino, waar ik wel aan toe was.  Ik zit daar heerlijk, want eigenlijk heb ik al heel wat gelopen. Ik maak wat foto’s louter om jullie te plezieren. Een vrouw lacht mij vriendelijk toe, doet haar hoofd even opzij, als ik een foto maak en…steekt een sigaret op. Uh wa’s da nou? Dat mag toch helemaal niet? Of hier wel? Onder een straatnaambordje zag ik ‘Republiek Amsterdam’ staan, dus misschien hebben die zo hun eigen regels? Het zou mij niks verbazen. Niemand zegt er wat van. Nou, ik maak mij ook niet druk; ik vind het allemaal wel best zo. Je zit in café De Chaos of niet, nietwaar? En buiten wordt het ook al lichter…mooi zo.

Bij de Looier

Aldus liep ik wat te dwalen door de twee straatjes. Aangezien ik de andere zeven niet meer kon vinden, wandelde ik maar waar het mij leuk leek. Zo liep ik de Lijnbaansgracht op, die Kwaster nog eens geschilderd heeft. Dat wil zeggen dat hij het  ‘Uitzicht op de Lijnbaansgracht’ weergaf, het punt waarop wij uitkeken, toen wij jaren her  in het allerlaatste huis van de Brouwersgracht (bij de Marnixstraat) een verdiepinkje bewoonden.  Zo liep ik langs een antiquair en keek eens in zijn etalage en mijn hart sloeg over. Ik zag twee beeldjes, twee schattige musjes én ik zag ook een poes op een voetstukje. Dáár ging ik natuurlijk wel even naar binnen, alleen maar om te kijken, even te voelen en naar de prijs te vragen. Een vriendelijke man gaf mij ook een tak in handen, waarop drie musjes zaten, hij liet mij de poes van dichtbij zien én de twee losse vogeltjes en noemde de prijzen. Niet goedkoop, maar ook niet echt duur. Ik zag dat ernaast nog meer antiek te zien was en besloot even daar te gaan kijken om er eens rustig over te denken. Het ene winkeltje na het andere kwam en veel vitrines, barstensvol met mooie, ouwe dingen. Plots ging mij een licht op: “Ik ben, geloof ik, in de Looier beland”. Ik denk dat ik het van verbazing hardop zei, want een meneer beaamde dat. Voor wie het niet weet, daar zitten allemaal antiquiteitenzaakjes dicht opeen, overdekt. De hoofdingang zit op de  Looiersgracht, vandaar de naam de Looier. Ik was er wel eens geweest, maar lang geleden. Dat was smullen daar. Zo veel prachtige dingen, veel te duur voor mij, maar evengoed kan ik daar wel van genieten. Ik zag o.a. twee prachtige ‘netsukes’,kleine  Japanse beeldjes, eigenlijk een soort knopen, die een grote rol spelen in het boek wat ik nu lees. Zeer erotische netsukes, prachtig gemaakt, van ivoor en wel € 500 of meer; dat weet ik niet meer. Ik besloot, denk ik op dát moment, de vogeltjes te kopen of de poes en wilde dus teruggaan naar de winkel waar ik binnengekomen was.

Ik liep en zag steeds weer nieuwe dingen; daar was ik dus nog niet geweest. Twee keer heb ik het moeten vragen, maar het is ook een doolhof, iedereen verdwaalt er…’ werd mij verzekerd. En dat zal best goed voor de handel zijn, denk ik zo.  Ik liep volgens de aanwijzingen en jawel op een gegeven moment was ik weer bij het bewuste winkeltje, ‘het meubelmannetje’ zoals iemand hem aanduidde. Het was een moeilijke keus, hoor maar het werden toch die twee losse (bronzen?) musjes. Ik laat u twee foto’s ervan zien. De ene staat vol rommel en daartussen de mussen (ik had die dag niet opgeruimd) en op de andere staan ze keurig en artistiek, in hun volle lieflijkheid. Nou?? Ik ben er zó blij mee.

 

Boekenweekgeschenk

Het LieverdjeU weet wel, hè, dat je met het Boekenweekgeschenk op zondag, gisteren dus, gratis met de trein mag reizen, waar je maar heen wilt. Sinds een paar jaar maak ik daar ook gebruik van.  Het heeft iets feestelijks al die mensen met hun boekje. Volgens mij zijn ze ook vrolijker dan normaal.  Voor niks, gratis is mooi meegenomen maar vooral is bijzonder dat je nergens heen moet, dat je zomaar wat kunt reizen.  Ergens uitstappen en later weer doorreizen, dat mag allemaal van de NS. Voor de vorm ging ik ook even nadenken, maar diep in mijn hart wist ik dat het toch weer Amsterdam zou worden.  Ik voel mij daar lekker, dus waarom zou ik ergens anders heen gaan? En het ís ook weer een reuze leuke middag geworden. Ik ging in mijn eentje en dat vind ik soms een waar genoegen.  Je bent dan helemaal je eigen baas en niemand wordt ongeduldig als ik ergens uitgebreid wil kijken of plots van gedachten verander en als ik verdwaal, wat mij regelmatig gebeurt, is dat ook helemaal míjn eigen schuld. Thuis had ik wel even op de plattegrond gekeken waar ik precies heen zou gaan. Dat werden ‘de 9 straatjes’, ergens in de Jordaan met aparte  winkeltjes en leuke straatjes, ja, dat ligt mij wel.  Ik stapte in de goede tram om naar het Spui te gaan, maar…vergissing nr.1: ik reed door tot het Leidse Plein. Nou ja, zo erg is dat niet. Loop ik toch gezellig even terug. Ik liep dus wederom over de Singel, de Prinsengracht, maar waar was nu het Spui ook weer? Ik had mijn plattegrond meegenomen én mijn bril, maar ik kwam er niet uit. Eventjes vragen dan maar. Oké even later stond ik op het Spui. O ja, daar is de Atheneum Boekhandel en de het American Bookcentre; het is tenslotte Boekenweek, dus even kijken dan maar.  

Jee, wat een boeken, zeg, vooral in de laatste. Een heerlijk gezicht, een hoge trap met helemaal naar boven boeken, boeken en nog eens boeken. Ik heb er een paar foto’s van gemaakt. Ook van het Lieverdje, daar is toen in de flowerpowertijd heel wat gebeurd. Ik droom even weg, terug naar lang geleden…en ben weer in het heden: ”waar ging ik ook weer heen? O ja, naar de 9 straatjes”…ze werden op mijn kaart helemaal niet genoemd, dus maar weer even gevraagd. Ik zal u zeggen, van die 9 heb ik er maar twee gevonden, de Runstraat en de Huidenstraat. Maar goed, het was er leuk, al waren er enkele niet open. Eenmanszaakjes waarschijnlijk en geef ze eens ongelijk. Een mens wil niet altijd werken.

Ik ga nog wel eens terug, al is het maar om die andere zeven straatjes ook te vinden.  Zo, beste lezers, ik ga nu even stoppen, maar mijn verdere avonturen hoort u nog wel. (Wordt vervolgd dus)