Een leuke verjaardag

Zaterdag reisden wij zuidwaarts om de verjaardag van de oudste zoon te vieren, tot grote vreugde van kleindochter Mare en kleinzoon Rein. Kinderen zijn altijd IN voor een feestje, wat je van de ‘grote mensen’ niet kan zeggen, als je het mij vraagt. Maar het werd gezellig. Wij dronken thee, aten gebak, zongen de jarige toe en de stemming kwam erin. Daarna deden we zakdoekje leggen, niemand zeggen en Rein verzekerde mij: “Je doet het heel goed, Oma”, toen ik even niet meer wist wat ik precies met het zakdoekje moest doen. Ook stelde hij vast, dat wij dezelfde taart hadden uitgekozen (kersenvlaai). Rein zal een goede gastheer worden, uh…. dat is hij al. Mare demonstreerde dat zij al een beetje kon touwtjespringen. Daarna gingen zij aan de grote Duplo Lego en dat werkte zo aanstekelijk dat de een na de ander begon mee te doen. Ons streven was om helemaal tot aan het plafond te komen en dat lukte….op een klein stukje na dan. Pas de tweede keer eerlijk gezegd, want de eerste toren was te dun en stortte tot groot plezier van de kinderen in vele stukjes uiteen. Maar de aanhouder wint.

Mare en Rein hebben nog een verkleedtoneelspel geïmproviseerd, waarbij ze zelf ook erg moesten lachen. En toen kwam er een einde aan het feest en gingen wij tevreden weer op huis aan. “Het was een leuke verjaardag”, zeiden wij.

Twee ezels in één klap

Nog even over mijn marktdag.  Misschien bent u wel nieuwsgierig wat ik daar zoal gekocht heb. Plantjes en planten vielen af, want ik moest alles met de trein mee naar huis zien te krijgen en zo ook 3 dozen aardbeien voor …?..want dat zou aardbeienmoes zijn geworden. Maar ik kocht een heel leuk zonnehoedje met Fryslân erop, omdat het zo’n leuke meid was, die dezelfde ochtend nog over de Afsluitdijk gereisd was, zoals zij vertelde. Bovendien zitten er maar liefst 2 zakjes erop met 2 ritsluitinkjes, altijd handig. Ik kocht (op de gok) een charmant zomerjurkje bij een heel aardige meneer en thuisgekomen paste hij zowaar en staat mij goed. Vervolgens bezweek ik voor een heel aantrekkelijk kleurig tasje, klein, maar niet té klein, want er kan nog best veel in en tassen ja, dat is een zwak punt van mij. Ik was ook een beetje overmoedig geworden door een werkelijk grandioze aankoop. Ik zag een schildersezel liggen, een veldezel, voor maar 5 €. En eigenlijk, dacht ik, héb ik niet eens een veldezel en dat voor maar 5 euro… “ De man demonstreerde hem voor mij. Een handig ding, geheel uitneembaar en ook weer geheel opvouwbaar in een groen stevig etui met draagband. Nou?? “Bent u misschien geïnteresseerd?”, vroeg de man. “Ja zeker”, zei ik. “Ik ben schilder, ziet u? Een extra ezel is altijd handig…” “Nou, dan krijgt u van mij, want ik moet er toch af… én omdat u geïnteresseerd bent, twee ezels voor de prijs van één”.  Nou, u begrijpt vast wel, hoe blij ik was. Het was wel even sjouwen naar het station, maar zo’n koop had ik mijn hele leven nog niet gehad. En ze zijn prima, hoor. Kwaster heeft ze beiden voor de proef in elkaar gezet. Ze staan ook heel stevig; echt niks op aan te merken. Ik denk dat ik binnenkort dan maar weer eens ‘ouderwets’ buiten moet gaan schilderen…

Daar zat ik dan

(En nu maar hopen dat T. en A. geen webloglezertjes zijn…) Gisteren was ik feestelijk aanwezig op de Voorjaarsmarkt in Hoorn. Ik las het toevallig in de krant en dacht: “Kom Thé, dat kon wel eens een leuk uitje voor jou zijn…” En dat werd het ook. Voor sommige mensen zal dit soort dingen een gruwel zijn, maar ik houd er van. Al die kramen en al die mensen, al of niet vergezeld van honden of kinderen…; kortom er is héél veel te zien. Ik was zo ongeveer op de helft, toen ik zin kreeg in koffie. En jawel, ik stond net voor een supergezellig terrasje, waar je tegelijkertijd ook nog die mensen aan je  voorbij zag trekken. Ja echt, ik vind dat leuk. Ik liet mij in een gerieflijk stoeltje zakken, bestelde een cappuccino, keek even wat voor foto’s ik al gemaakt had en besloot na het arriveren van de koffie ook nog een klein filmpje te maken, vanaf dat terras. En daar zat ik dan, 100% tevreden en wat gebeurt? Ik zie plots twee kunstcollega’s lopen…hè daar had ik nu net geen trek in en ik zet razendsnel mijn blik dromerig op oneindig. “Hee, moet je haar nou zien zitten dromen, kijk daar zit Thérèse, joehoe  wakker worden…” hoor ik luid en duidelijk zeggen. Tja, het is gebeurd met mijn euforische stemming. Nu kan ik niet meer doen alsof. Enfin, ze kwamen er ‘gezellig’ bijzitten. We praatten dus over koetjes en kalfjes en over andere kunstenaars en zo meer. Ik besloot eens verder te gaan en zei dat ook. “Ach, dan loop ik toch gezellig met je mee…”, zei T. “Ik ga die kant uit en jij?” “Die kant heb ik al gehad, ik ga de andere kant op” zei ik en dat was waar, hoor. Ha, ik was weer ‘alleen’, heerlijk.  Helemaal alleen op een drukke voorjaarsmarkt.

Tulpen, overal tulpen

Vroeger vond ik het maar stijve gevallen, die tulpen. En ik zag er ook meteen klompen bij en molens en kaasmeisjes en de hele toeristische mikmak. Als puber schaamde je je dan voor zo’n stom land. Maar “het kan verkeren”, zei iemand eens, Brederoo dacht ik en wat hij daarmee bedoelde, begreep ik toen niet. Maar nu wel, hoor. En in ieder geval, dát wil ik maar zeggen, ben ik inderdaad van mening en smaak veranderd. Ik vind ze MOOI. En VROLIJK.  Ik maakte gisteren een wandeling door ons dorp, de zon scheen weer na een fikse regenbui en opeens zag ik overal tulpen, in allerlei kleuren lachten ze vrolijk naar mij en riepen: “Wij willen op de foto; heeft u niet toevallig uw toestelletje bij u?” En laat ik dat nu heel toevallig bij mij hebben.  En hier dan een klein stukje van al die bloemenpracht.  

.

Neem eens een goed boek ter hand

Dat was een bekend gezegde van mijn vader.  Als een van zijn kinderen zich hardop afvroeg, wat hij of zij nu weer eens zou gaan doen, keek hij op en zei fijntjes: “Neem eens een goed boek ter hand”. Tegen mij hoefde hij dat niet te zeggen, want ik las altijd al veel. Nu had ik het geluk dat ik de afgelopen tijd zelfs twee goede boeken ter hand had genomen, nee niet tegelijk, maar ik heb van beiden erg genoten. Daarom wil ik het maar even meedelen. Het eerste heet ‘De haas met de amberkleurige ogen’. Een sleutelrol is weggelegd voor een verzameling ‘netsukes’, knap bewerkte Japanse knoopjes van ivoor, hout en steen*). Het is het boeiende verhaal van een rijke kunstminnende Joods Russische familie van graanhandelaren, die later zaken hebben in Wenen, Parijs, Londen en Tokio. Verder verklap ik niks. U zult er geen spijt van krijgen als u het zelf gaat lezen. Het tweede boek is Vaslav van Arthur Japin, het levensverhaal van de wereldberoemde danser Vaslav Nijinsky en tevens beschrijft hij de tijd van de Ballets Russes van Diaghilev en al die vooruitstrevende kunstenaars van die tijd, zoals Strawinsky, Jean Cocteau, Picasso en vele anderen. Misschien moet je wel een beetje van ballet houden om dit boek op zijn waarde te schatten, maar echt nodig zal dit niet zijn. Ik heb intussen nog wel andere boeken gelezen, maar deze sprongen er uit.

*)Toevallig zag ik er laatst twee, van ivoor, toen ik toevallig terecht kwam bij de Looier in Amsterdam.

Het rode boek

Kijk, dit is het boek, wat ik cadeau kreeg van mijn oudste zoon (zie foto).  Het is de bedoeling dat je de vragen invult, zodat het kroost van de zoon of dochter ook nog van alles van jou te weten kan komen. Vanmiddag was ik bezig op blz. 44. (Nog een hele klus, hoor) Het ging over de lagere school.  “Haalde je wel eens kattenkwaad uit en wat deed je dan?”  (Wat een vraag, niet?)  Ik schreef een tikje balorig: “Nee, nooit !” en vroeg onmiddellijk aan Kwaster, wat hij dacht dat ik geschreven had. “Nee, nooit !”, antwoordde hij meteen. Nou, beste lezers, wat zegt u daar nu van??

Volgens hem ben ik een open boek en dat zal dan wel zo zijn, maar dan is het toch niet nodig dat ik dat hele boek invul. Dan weet mijn zoon dat ook wel en zal hij het vast aan zijn kinderen vertellen. Nog even en zelfs dat hoeft dan niet meer, want ook Mare en Rein weten dan allang hoe ik in elkaar zit. Maar goed, ik doe het. Sinds eergisteren zit er schot in de zaak. Ik schrijf iedere dag een half uur en ben nu op blz. 46. Nog ongeveer 100 te gaan. (Ik was blijven steken op blz. 24, vorig jaar in de vakantie.)  Er zitten ook echt lastige vragen bij, zo van: wat is een van de mooiste herinneringen aan je vader/moeder? Hallo hee, dat zijn er zo veel, ga daar maar eens aan staan. Geef mij die exacte vragen maar, zoals hoe heette jouw lagere school? Ik somde gelijk op: de Margaretha Maria school met allemaal nonnen. Die verschrikking had ik wel onthouden, zeg! En dan zijn er ook werkelijk impertinente vragen, waarop je zou willen antwoorden: “Niks mee te maken, mannetje”, maar ja, ik kan ze ook leeg laten natuurlijk of er een foto overheen plakken. Enfin, ik heb nu al 3 dagen erin geschreven en als ik zo doorga, komt het geheid binnen …?  dagen wel af. Dat zal zoon meevallen, want ik heb eerst gezegd: “Rustig aan; voor mijn 90ste komt het vast wel af, ongeveer dan!”  En ‘ssssst geheim, lezers:  ik heb dat boek al meer dan 5 jaar’. Later vertel ik dat nog wel eens. Ik schaam mij wel, heel erg diep. Het boek heet: ‘Mam, vertel ‘s. Omdat je bijzonder bent’. Ja en 75.000 andere (ook bijzondere?) moeders zijn mij al voorgegaan, 5 jaar geleden dan. En nog steeds ligt het in de winkels, dus wie weet hoeveel kordate vrouwen al eeuwen ermee klaar zijn. Tot ieders volle tevredenheid. Toch om moedeloos van te worden? Maar het mijne komt er ook aan, is in volle wording.  Komt goed, hoor! IK doe mijn best.

Een spreekwoord voor de zondag

De kabouters van Rien Poortvliet, ik ben er dol op, ik heb er een zwak voor. Ik heb (bijna?) alle boeken, een groot Kabouterboek, eentje over een kabouter die niet met vakantie wilde (doet mij sterk aan iemand denken, haha) en daarnet had ik opeens  het Spreekwoordenboek in mijn hand. Jawel, kabouters kennen die ook.  Rien heeft ze genoteerd en er tevens mooie plaatjes bij getekend. Ik zal u er eentje geven voor de zondag. U mag er zelf de strekking bij bedenken of zelfs een moraal, als u er zo eentje bent.

Blij? Ja én nee

Iemand vroeg mij: “En…was Mare blij met de kleertjes en het ‘popje van het popje’?” Nou…ja én nee. Zij keek met grote verbaasde ogen naar alles wat ik gemaakt had, begon met enige moeite de legging aan te krijgen –  ja, zo’n ding moet strak zitten –  en daar zij altijd alles vlug wil doen en het liefst zonder hulp, ging dat een beetje moeilijk. Zij vond het wel mooi, hoor. Vervolgens ging zij een tas uitpakken. Voor Rein had zij zorgzaam een aantal autootjes ingepakt en voor zichzelf haar nieuwste aanwinsten. Drie van die akelig dunne  prinsessen of elfjes, weet ik veel, familie van de Barbiepoppen zal ik maar zeggen en de oude Ken, die nog van haar moeder was geweest en de nodige prinsessenjurken. Ik begrijp het best, hoor. Haar vriendinnen op school zullen die ook wel hebben. Maar wat een wanproducten als je het eens goed bekijkt. Uit louter balorigheid probeerde ik de spiernaakte, doch immer breed lachende Ken, een zoetige strookjesjurk aan te trekken. Maar nee. “Dat zijn de jurkjes voor de meisjes, Oma”. Nadenkend ging zij verder: “Misschien kan jij iets voor hem maken?” Ken kan de pot op, dacht ik in stilte, maar tegen Mare zei ik: “Dat is wel moeilijk, hoor. Ik denk niet dat ik dat kan….” Mare vond dat niet erg, want de meisjes waren sowieso veel leuker én belangrijker in haar ogen. Enfin, ik zat er niet mee, hoor, want ik was al lang blij dat tot nog toe die dunne decadente griezels nog niet ten tonele waren verschenen, maar nu was het dan zo ver. Enfin, buiten brak de zon een beetje door en wij besloten op verzoek van Rein met z’n allen naar de speeltuin te gaan. Mare vroeg of het popje ook mee mocht. (Hiep hoi). En dat mocht. Zij kreeg een mutsje op en een das, want een beetje koud was het nog wel. Kijk, die Oma begint het nu een beetje te snappen. Die prinsessenbende dient als toneelfiguren en zo’n gezellig, smaakvol popje als iets gezelligs, troostrijks, net als een knuffel. Het hele kleine popje, waar Mare lang over na moest denken overigens, is namelijk ook een ‘knuffeltje, Oma, geen kindje van de pop”. Voor haar is kennelijk het popje ook een knuffel; van een moederkindverhouding is voor Mare vooralsnog geen sprake dus. Zij is niet, zoals ik vroeger, een waar poppenmoedertje. Ik vind het prima, hoor. We zijn allemaal verschillend.  Maar over haar broertje kan zij echt moederen en kom niet aan hem, want dan krijg je met Mare te doen.

Mare en Rein maken een huis voor Koos

Dat lijkt gemakkelijk gezegd, een huisje voor Koosje maken. Maar het is toch wél: een zware sprei naar boven sjouwen en zes kussens, een stoeltje zoeken, zijn bakjes klaar zetten en dat alles als je nog maar zes vijf en drie jaar bent. Maar het lukte. Nu nog Koos naar boven lokken. Wij roepen en ja hoor, daar kwam hij. Helaas, halverweg bleef hij zitten en zijn kopje gaan wassen. Wij weer roepen en…ja hoor, daar kwam hij. Dit gaat aan het filmpje vooraf, dat u het maar even weet. En dan kan het beginnen. Kijkt u maar.

http://youtu.be/GPW50JPD_CI

 

Gezellige Paasdagen !

Dat is wat ik jullie allen wil wensen. Ik kreeg eens een tijd geleden een mooi plantenbakje van weblogsters die bij mij op bezoek kwamen. . En dat stond er nog steeds fraai bij. Ja, zo af en toe schijn ik toch groene vingers te hebben, nee niet door de verf. Eén plantje zag er wat minder uit, hij had zijn beste tijd gehad, denk ik. Ik heb ‘m vervangen door een nieuwe met witte bloempjes. En toen heb ik alle Paasversierselen die ik bewaard had, – met smaak, hoor – er in geprikt et voilà, zie daar, eccola, sehe doch mal, echt Pasen, vindt u niet? Veel plezier dus!