Een nieuw prinsesje

“Wéér een? Daar wist ik niks van. Nee, ik ook niet. Bij wie? Bij onze kroonprins? Een met een A zeker? Prinses Azalea? Prinses Anaconda? Allora? Achmea? Apollonia? ”

Nee lieve mensen, u heeft het allemaal mis. Het is prinses Popje. Haar moeder heet Mare en is heel toevallig mijn kleindochter. En voor prinses Popje ben ik druk bezig geweest een echte prinsessenjurk te maken. Het was moeilijk, héél erg moeilijk. En ik had het weer eens zelf aangehaald. In een onbewaakt ogenblik –die ogenblikken heb ik wel vaker helaas- zei ik tegen Mare, die –ook al toevallig-  haar pop net bij zich had: “Zal ik eens een mooie prinsessenjurk voor het popje maken? Want ik heb een heel mooi paars lapje gekocht. Kan dat wel Mare, paars voor een prinses?” Nou, Mare knikte enthousiast  en zei: “Ja Oma!” En dus had ik het beloofd. Maar het was moeilijker dan ik dacht. Of mijn geduld schoot wat tekort, dat zou ook kunnen. Maar nu is het toch net op tijd klaar, zowaar. En ik heb er ook nog een kroontje bijgehaakt van gouddraad. Dat had ik nog van de drie Koningen van vorig jaar. Aan de achterkant heb ik er lintjes aan gezet, zodat het strakker aangetrokken kan worden als het te veel uitgerekt zou raken.  Slim hè? En nu? Vergeten is al dat uithalen en puzzelen, nu ben ik apetrots. Zo iets moois heb ik nog nooit gemaakt op haute couture gebied dan. Zo prachtig, zo prinsesselijk, zo koninklijk zelfs. Ik wist niet dat ik het in mij had. Ik had er dan ook een tijdje een hard hoofd in, dat het zou lukken. Maar wat doe je als je het beloofd hebt? Doorzetten, nietwaar. Ik ben zo benieuwd of Mare het ook zo mooi zal vinden. En de andere Oma zal vast erg jaloers zijn, denk ik stiekem. O nee, dat is maar een grapje, hoor. Wij kunnen het goed met elkaar vinden en zij kan alles veel beter dan ik. Alleen mijn fantasie is sterker, denk ik wel eens. Maar ook dat verzin ik misschien wel.  Nou ja… de japon is echt in ieder geval.

Advertenties

Een merkwaardige dag

Gisteren gingen Kwaster en ik naar Zandvoort om ons werk op te halen in de ‘zwembadgalerie’ aldaar. Wij zouden over Alkmaar gaan, want dat was het gemakkelijkste volgens echtgenoot. Het was droog, de lucht was hier en daar helderblauw en daar weer donker en dreigend. Voor Kwaster zijn zulke luchten het mooiste, zo echt Hollands. Ikzelf ben meer voor de zuidelijke, prachtig blauwe, met zo hier en daar een wit wolkje en een stralende zon er middenin. Het was toch ook voor mij een mooi ritje, met al wat herfstkleurige bomen en volop koeien nog in de wei. Altijd als men het erover heeft, dat de koeien naar buiten moeten mogen kunnen, denk ik: “…en wat zijn dat dan, toch duidelijk koeien? Of zouden dit ‘sierkoeien’ zijn? Het zijn wel echte, want ik zie ze bewegen…

Maar goed, in de buurt van Alkmaar gekomen, zagen wij een bord met WEGOMLEGGING en volg de borden met een A erop. Dat deden wij dus. En opeens waren wij op weg naar Schermerhorn of all places. Goed, een stukje toeristische route dan maar. Als we maar om 3 uur in Zandvoort zijn volgens afspraak. Wij tuffen door de polders, maar opeens staat daar een agent,  midden op de weg, met een motor, die  ons streng naar de weg terug wijst. Waarom wij niet door mogen rijden, geen idee. We moeten weer helemaal naar waar wij afgeslagen waren. Nou moe…!! Raar hoor. “Zo komen wij natuurlijk niet om 3 uur in Zandvoort aan…” moppert Kwaster. Maar enfin, het zat mee. Twee voor drie waren wij er. De galeriehouder had onze werken al keurig ingepakt en hielp ons inladen. Wij maakten nog een gezellig praatje en liepen ook nog even met hem rond om te kijken of er nog wat bij was voor onze kunstverzameling.

En ja, Juliana met dat leuke hondje, een basenji zag ik bij Google.  Die hondjes schijnen niet te kunnen blaffen, maar ze maken een soort jodelgeluid. Leuk hè? En nog een klein schilderijtje van een ander hondje.

Een heel mooi dingetje. Wij nemen afscheid, beloven contact te houden en rijden weer richting huis. De file viel mee en dus waren we redelijk snel weer thuis. Ik stapte uit, wilde mijn rugzakje pakken en voelde… NIKS. Rugzak in Zandvoort gebleven. Potverdepotver… Ik gauw het mobiele nummer bellen en ja: “Meissie, je tas heb ik gered, hoor. Ik zag hem meteen staan. Geen zorgen. Komt allemaal goed!”  Wat een dag, hè? We hadden het deze week al zo druk met van alles en nog wat. Nu dit weer. Een dag uit het leven van… kun je wel stellen. En dan moeten we nog naar een expositie in de kop van N.H. en een verjaardag gaan vieren in A’dam. “Zou dat allemaal wel goed gaan?”, vraag ik maar eens aan Juliana, die ik voorlopig even op een lage kast gestald heb. Mét haar hondje natuurlijk.

Wat een film !!

Ik heb gisteren een prachtige film gezien,  Intouchables getiteld. Op zijn Frans dan, hè! Eindelijk weer eens een Franse film. Wij hebben niet al die kanalen op de televisie en de goede zoals Arte bijvoorbeeld zijn er stuk voor stuk vanaf geknabbeld. Maar goed, in een bioscoop is het toch sowieso anders. Het was lang geleden dat ik buitenshuis een film zag. In Hoorn hebben we nu een prachtig filmhuis Cinéma Oostereiland met maar liefst drie zalen. Ik was er maar in één, dat begrijpt u? Maar… ik krijg nu wel danig de smaak te pakken. Wij (en alle anderen, de zaal was helemaal uitverkocht; goed dat we besproken hadden) kregen een speciale ontvangst. Een keurige meneer regelde eerst ‘het opschuiven’ en gelijk had hij, want als je gezellig met z’n tweetjes gaat of met z’n viertjes –ik zeg maar wat- wil je graag naast elkaar zitten en sommige mensen doen maar, laten één stoel open en anderen gaan op het uiteinde van de rij zitten en laten dan weer anderen moeilijk passeren, dom, dom, maar ja, wij wisten van die man, onze gastheer zal ik maar zeggen, dat het voor een uitverkochte zaal was, dus! Toen hij dát geregeld had en wij allemaal zaten, hield hij een kleine toespraak. Hij gebruikte een microfoon, maar moest steeds opzij kijken naar zijn tekst, zodat wij precies de helft verstonden, maar ik vond het wel een lief gebaar. En toen begon de film… ik zeg niks meer. Het is een geweldige film en voor Parijsliefhebbers, zoals Lien bijvoorbeeld en ik zelf, het speelt grotendeels in die prachtige stad en in de zgn. ‘banlieu’. Gaat allen kijken, zou ik zeggen.

Een echt voetbalviertal

Gisteren toen ik zo ijverig het dorp aan het fotograferen was, zag ik ook wat jongens vol overgave aan het voetballen. Dat leek mij ook wel leuk voor mijn reportage. “Mag het, jongens?”, riep ik en drukte af. Na een paar foto’s staakten ze hun spel en vroegen: “Waarom doet u dat?” “Gewoon voor de lol”, zei ik en toen ze vragend bleven kijken, voegde ik eraan toe: “Voor mijn dagboek. Wat plaatjes erbij is wel zo leuk, dacht ik”. Ze knikten begrijpend. Vervolgens voelde ik iets iets zachts aan mijn benen: een fraaie kat. Ik aaide hem tot zijn grote genoegen en de jongens kwamen er gezellig bij zitten. “Hij is niet bang van u. Hij hoort bij onze school, tenminste soms komt hij de klas binnenlopen…”vertelde er een. “Nou, dan wil hij zeker ook graag leren wat jullie allemaal moeten weten..”zei ik. De jongens lachten. Ze kwamen nu helemaal los en vertelden van alles. Over school en een juf en de televisie maar vooral over voetbal. Ze hadden grote plannen. Profs wilden ze worden en dan heel veel geld verdienen. Het was gezellig zo. “Zal ik dan een voetbalfoto maken? Met jullie vieren en de bal ervóór? Net zoals in de krant”, stelde ik voor. Ja, dat wilden ze wel. En ze stelden zich mooi op met de voetbal keurig ervoor. Ik knipte en zie hier. “Als jullie dan later beroemd zijn, heb ik in mijn dagboek een foto van jullie toen jullie nog jonger waren; dat is mooi!”stelde ik vast en dat vonden zij ook wel, ‘echt beroemd te zijn’ zag je ze denken. En ik ging maar weer eens verder. Hier zijn ze. Leuk, hè?

Ons dorp

Als ik nu eens één keer per week of per maand op mijn wandeling een serie foto’s maak van het dorp speciaal voor weblog… zou dat niet leuk zijn, zo dacht ik.  Ik fotografeer al heel wat, maar dan probeer ik een beetje te kijken met de ogen van een buitenstaander.

En zo gedacht, zo gedaan. Gisteren was het er prachtig weer voor. Ik maakte veel foto’s, hoe kan het ook anders, van slootjes, slootdoorkijkjes ,slootwaterplanten en slootbruggetjes.  Wij barsten hier namelijk van de sloten. En die zijn stuk voor stuk heel  schilderachtig.

Verder is het niet zo’n mooi dorp. Een echte oude kern is er niet meer, want het nieuwe centrum is verplaatst naar een winkelcentrum. Daar is ook het grote nieuwe rechttoe-rechtaan  gemeentehuis. Het oude stadhuisje staat hier vlakbij, maar daar zit nu een makelaar in. Het was vanouds  een lintdorp, dus alles reeg zich aaneen. Er stonden waarschijnlijk wel veel meer prachtige stolpboerderijen dan nu. En mooie maar onpraktische huisjes. Maar in de tijd van de ruilverkaveling en de nieuwbouw (eind 60er jaren) toen ook vele Amsterdammers naar hier trokken, is er veel moois verloren gegaan. Dat zal in vele dorpen en steden gebeurd zijn, maar jammer is het wel. We hebben dus niet een erg mooi dorp, maar echt lelijk is het nu ook weer niet. Het heeft alleen geen echt karakter. Voor dat soort dorpen moet u naar Twisk gaan of Opperdoes of Abbekerk of … er zijn er nog wel meer. Maar goed, we wonen hier toch met plezier. Over een tijdje ga ik andere dingen van het dorp fotograferen, als ik het niet vergeet tenminste.

Lofzang

Ik wilde bij deze graag even een lofzang brengen op … mijn wasmachine.  Ik zal voor alle duidelijkheid de situatie even uit de doeken doen. Het overkwam mij plotseling en wel gisteren. Ik had voor de zoveelste keer weer eens het apparaat gevuld met een ‘bonte’ was, op 60 graden, de bakjes met zeep gevuld en een beetje calgon erover gestrooid tegen kalkslijt –wij hebben hier zeer hard water-  deurtje dichtgedaan en op het knopje ‘doe maar’ gedrukt. En jawel hij tapte water, zodat ik wist dat hij het begreep en het volledige en gevraagde programma ging doen. Mooi! Of ik nu meteen naar de bank gegaan ben om mijn breiwerkje te vervolgen of eerst nog wat anders heb gedaan… ik weet het niet meer. Maar goed, al breiend hoorde ik hem stilletjes pruttelen, een keertje of wat met zijn trommel draaien, een beetje zachtjes centrifugeren en daarna een hele tijd doorgaan met zijn bezigheden. Ik breide, hij draaide (of hoe dat heet) en opeens dacht ik:  “Jeetje Thé, wat een vredig geluid eigenlijk”.   Want neem de stofzuiger*, een hels kabaal en hij doet het niet eens zelf, het zuigen, je moet hem steeds overal heen slepen met pijn in de rug tot gevolg; uit zichzelf kan hij niks. O ja toch, dingen opslurpen, die juist NIET opgezogen moesten worden. Maar goed, niets kan dat vredige geluid van mijn wasmachine evenaren. Ik zit dan ontspannen op de bank te denken en te breien en heb dan ook nog tegelijkertijd het gevoel dat ik zelf doende ben met huishoudelijke bezigheden.   Dus op de wasmasjien!!!   Hoplala!  

*sorry Aargh, laat P, het maar niet lezen.

Het bewijs

U kent toch wel het sprookje van De prinses op de erwt? Daar moest ik nu opeens aan denken. Wij aten gisteren namelijk o.a. aardappelpuree en het was net wat te veel voor de schrijvende Kwaster. Hij liet een restje dus staan en … al wachtend tot ik klaar was, maakte hij er met zijn vork een keurig werkje van. “Kijk dat is de beeldhouwer in hem, de ware beeldend kunstenaar … hee eigenlijk net als bij De Prinses op de erwt van wie de toekomstige schoonmoeder wilde weten of zij wel een echte prinses was en daarom een erwt onder honderden matrassen legde …”.  Ja, zo is Kwaster ook een ware beeldend kunstenaar. Van het bewijs heb ik deze foto gemaakt.