Het toeval is een wonderlijk iets

En… ik kan er niets aan doen: nog  iets over olifanten, maar dan houdt het op, echt waar. Hier komt het dan, al zult u mij voor gek verslijten. Ik lees een boek; dat doe ik wel vaker, dus nog niks aan de hand. Aargh heeft mij dit boek aangeraden (De honderdjarige man die uit het raam klom en verdween)  en ik lees het met veel plezier. Er gebeurt van alles maar ook … de hoofdpersoon en twee vrienden ontmoeten een roodharige schoonheid –al wat op leeftijd-  die geweldig kan vloeken en in haar schuur een olifant heeft. Nou, is dat toevallig of niet? De olifant is ontsnapt uit een circus, heeft per ongeluk een groot meer overgezwommen in plaats van terug naar de kant te gaan en is aldus bij de Schoonheid aangekomen, die op een afgelegen boerderij woont en van wie hij mag blijven. Nou ja, u begrijpt dat ik het een prachtboek vind. Ik heb het nog niet uit, maar het is genieten iedere keer. Ook wordt verteld van… nee, dat zal ik niet verklappen, want stel dat u het gaat lezen, nietwaar? Zou er één ding waar ik om moest schateren al bij u bekend zijn! Ik ben wel benieuwd of niet alleen de 100-jarige maar ook de olifant Sonja nog meer spannende maar ook leuke dingen meemaakt. Een boek waar je eens lekker mee kunt lachen, beste lezers, ook als u niet zo dol op die slurfdieren bent. O ja, de schrijver is Jonas Jonasson.

Over olifanten gesproken…

Nu ik zo via via aan olifanten liep te denken, kwam er plots een heel verre vreemde herinnering bij mij boven. Het was in de (kunst)academietijd. Tussen Kwaster en mij was het pas ‘aan’ en daarom durfde ik hem zo iets toe te vertrouwen. Een rare en geheime wens. “Ik zou zo graag” vertelde ik hem, “een klein olifantje hebben. Zo’n onbeholpen beestje met zo’n klein slurfje, maar hij moet wel klein blijven, wat niet kan natuurlijk –dat weet ik ook wel- maar toch, dat lijkt mij zo iets moois. Dan zou ik iedere dag naar hem (of haar) kunnen kijken, hem aaien, lekker een beetje op zijn rug krabbelen en met hem praten…”  Ik weet niet meer hoe Kwaster reageerde. Hij keek er in ieder geval niet van op. Ook trad er geen merkbare verkoeling in onze verhouding op. Misschien is het heel normaal zulke dingen in een verliefdheidfase.

Wat denken jullie over verliefdheid of over olifanten of allebei? Daarover iets te zeggen, zou mij een bijzonder groot plezier doen.

Nee hoor, een zwembroek

Oei oei, ik schaam mij een beetje. Het was maar een geintje, beste lezers. Daarentegen is het misschien ook wel een leuke uitvinding. Maar de bedoeling was een broekje te breien voor een negerpop, een jongetje, die ook al uit mijn handen is gekomen.  Uit een boek dan, hè? Van die twee jongens Arne en Carlos. Zij geven de breipatronen en wat voorbeelden en verder kan je er rustig los op fantaseren. Nou, u begrijpt wel, dat dit voor mij gesneden koek is, spekje voor mijn bekje enzo. Even samengevat: ik begon met zo’n twintig kleurige (gelukbrengende) Russische hamsters, daarna een gevulde Kerststal en nu de poppen. Ik ben nu al aan mijn vierde bezig en ook heb ik een stapel kleertjes gebreid, sommige af en aan andere moet ik nog wat doen. Het gaat er bij mij rommelig aan toe, maar dat kan mij mooi niks schelen.  Binnenkort zal ik wel eens wat foto’s maken van de toestand tot nog toe. Maar nu het broekje dus. Ik deed de donkere jongenspop zijn broekje aan, zette hem naast een roodharige meisjespop en probeerde een foto te maken.

Nou zeg, het werd onmiddellijk ruzie. De roodharige wurmde zich naar voren om er toch vooral duidelijk op te staan. “Ga opzij jij met je hand; zo kan niemand goed mijn broekje zien…”, hoorde ik. En het was zo. De negerjongen legde zijn hand voor de roodharige en ja hoor, duidelijk is nu zijn broek te zien en zijn knappe kop. Hij moet overigens nog wat geknipt en gekroesd worden, zijn haar dan. Nou moe, zo klein en toch al ruzie maken. Binnenkort hoort en ziet u meer van ze.

Geintje

Kijk eens wat ik nu weer gebreid heb: een dubbeleierwarmer, één warmer om twee eieren warm te houden. Ik heb hem ook versierd met de zgn. maassteek. Moeilijk hoor, maar het gaat nu al stukken beter. Er zijn van die mensen namelijk die altijd twee eieren bij hun zondags ontbijtje willen… Kwaster bijvoorbeeld hè, vaste prik, iedere zondagochtend. O wat zal hij blij  zijn met dit breiseltje van mijn hand.

 

Een stuk opgeknapt

Ik ben weer beter, hoor! Nog wel wat hoesten en kuchen, maar dat moet slijten, zegt men. Het is natuurlijk niet leuk om ziek te zijn, maar als je het aan de grote klok hangt zoals ik deed, geeft dat wel iets extra’s. Daar lag ik in mijn bedje en de kaarten en goede wensen stroomden binnen. Ik keek eens in mijn reuze fruitmand die ik van Bertie kreeg (dank je wel, Bertie) en besloot voorzichtig te beginnen met een druifje en een mandarijntje voor de vitamientjes.

Ria raadde mij aan vooral véél thee te drinken en dat deed ik dus. Liters en liters gingen erdoor heen. Goed advies, Ria, dank je. Wieneke raadde juist veel vruchtensap aan en Hans (Kwaster), die overigens gezond en wel gewoon op de been bleef, haalde onmiddellijk vers geperste sinaasappelsap bij de winkel. Ook dat dronk ik tot heil en zegen. Aargh vroeg zich af wat ik zo al kon lezen, ziek zijnde en zij raadde een boek aan n.l. ‘De honderdjarige man die uit het raam klom en verdween’. Iemand moest het maar gauw voor mij gaan kopen en dat deed Hans, nadat ik hem tactisch op de reactie van Aargh gewezen had. En… en dat heeft mij heel veel goed gedaan: Hanscke kwam langs in eigen persoon om mijn kussen op te schudden, de spullen op mijn nachtkastje te sorteren en zorgzaam bezig te zijn.

En gisteren…ik schaam mij wel een beetje…kwam zij nog een keertje en deed het nogmaals. Ontzettend lief, hoor Hanscke, dank je wel. Van Margareta kreeg ik een aai over de bol en vandaag nog eentje én een boeket bloemen.  U kent haar niet, want zij facebookt alleen, zij webt geen log helaas. Tja, nu moest ik mij toch wel beter melden, nietwaar?? Ik lag daar eerlijk gezegd best lekker en was aan het grote genieten begonnen en aan het zalige ‘dolce far niente’ maar –en dat is ook goed om te horen- men miste mij en mijn schrijfsels. Echt waar. Ik heb fans! Dan heeft een ster haar verplichtingen, nietwaar? Dus bij deze meld ik mij weer en nogmaals IEDEREEN erg bedankt voor het medeleven.

Ziek…

Als jullie misschien denken: wij horen maar niks van Thé, dan komt het omdat ook mij de GRIEP te pakken heeft. Laat de bloemen, de beterschapskaarten en de evt. kindertekeningen maar doorkomen, hoor…

Niezen

Ik had zojuist een aardig gesprekje met zoon Martijn, die hier het weekend komt doorbrengen. Wij zijn allebei snipverkouden en dus lotgenoten. “Ha ha…ha tsjie!” klonk het een paar keer. Ik was meer aan het snotteren. “Hé, dat is raar. Dat deed ik vroeger nooit. Twee keer niezen..”, zei M. Ik: “Jawel toch, wel 10 keer soms?”   M: Nee, ik bedoel “ha…tsjie..tjsie, Begrijp je wel?” Ik: “O ja… dat is knap. Misschien kan je het ook wel drie keer in één nies dan, hè?”  M: Nee, ik denk niet dat dat gaat. Je hebt geen adem genoeg ervoor”. Ik: “Jawel, heel vlug , zo van ha…tsjie.tsjietsjie”. M. kijkt bedenkelijk. “Nee..”, zegt hij. “Heb jij dat wel eens, pap?”  Nee, zijn pap had dat ook niet of hij had er nooit opgelet net als ik trouwens. Wij houden het vanaf heden scherp in de gaten. Een dubbele nies is niet niets. Laat staan een eventuele driedubbele.  

Gesprekjes met Rein

Rein, mijn kleinzoon, die ook het weekend hier was, is meer het bedachtzame en observerende type.  Hij ziet mij een raar ding breien en na een tijdje kijken, vraagt hij: “Oma, wat maak jij?” Ik zeg: “Ik brei, Rein. Ik brei een been, kijk dit is het been en dit de voet. Voor een pop”. Na een tijdje vraagt hij opnieuw: “Oma, wat brei jij?” Ik zeg: “Een poppenbeen, Rein. Een been voor een pop”. Hij kijkt mij wat twijfelend aan en gelijk heeft hij natuurlijk. Dan maar eens opnieuw proberen. “Oma, wat brei jij?” Ik kijk hem ook eens aan en zeg: “Dat weet je nu toch wel, Rein?” Rein knikt en zegt: “Een been voor een pop?”  Ik knik goedkeurend. “Maar Oma, Mare heeft toch al een pop?” “Deze pop wordt voor mijzelf, Oma’s willen ook wel eens een pop…”, leg ik uit. Rein knikt. Hij kan er in komen, zeg maar. Na een tijdje hoor ik hem tegen iedereen die het maar horen wil, zeggen: “Oma breit een been voor een pop, voor zichzelf”. Zo dat is helemaal duidelijk. 

Rein en ik staan samen in onze keuken. Ik ben pas net beneden en Rein is al lang wakker. “Hoe gaat het met jou, Oma?”, vraagt Rein belangstellend. “Heel goed, Rein. Het gaat met mij heel goed”, zeg ik blij. “En met jou Rein?”, vraag ik op mijn beurt. “Ook heel goed”, zegt Rein tevreden. Hij vind zo iets wel leuk kennelijk, want hij gaat door. Daar staat Opa. “Opa, hoe gaat het met jou?”, vraagt Rein. Nu, u begrijpt het al natuurlijk. Met Opa ging het ook goed en met Oom Martijn en gelukkig met iedereen.

“Hou jij van doughnuts, Oma?”, vraagt Rein. Ik hou er van. “Er is er nog één en die is voor jou”, deelt Rein mij mee. Even later gaan wij een 2e ontbijt nuttigen.  “Mag ik die doughnut?”vraagt Mare. “Neem maar Mare”, zeg ik. Stom natuurlijk, stom. Want Rein gaat ervan huilen. “Die was voor Oma”, snikt hij. “Ik had het beloofd. En nu is hij al bijna op”. Ik leg het hem snel uit en hij klaart een beetje op. Wat een lieverd is het toch, hè?