Het vlinderplaneetje (2)

november 2012a 185

 “Ja, wat deden die vier vlinders de hele dag, vóór twaalven en ná enen? Ik weet het niet. Eigenlijk heb ik er ook nooit over nagedacht wat de gewone vlinders, de onze hier, de godganselijke dag uitspoken. Nooit bij stilgestaan, ja gek, hè? Jullie wel? Nee zeker…? Dacht ik al. Op school hoor je daar ook niks van. Maar goed. Wat ik wél weet, is dat er daar op dat kleine planeetje op een dag iets bijzonders gebeurde. De vier vlinders hadden eerst niets in de gaten, ze zaten bij elkaar wat te kletsen en te mopperen, toen er opeens een knalrood hoofd verscheen. “Goedendag” sprak het hoofd met een lage stem. De vlinders vielen bijna van hun tak van schrik. Het hoofd kwam nu met een lijf eraan vast de hoek om.november 2012a 190 Het was ook een vlinder maar dan wel een met een heel gekke kleur. Vuur- en vuurrood. “Schande, ’t doet gewoon pijn aan je ogen, ’t is niet gepast”, zeiden de dames tegen elkaar. “U schrikt van mijn kleur?”, vroeg de rode vlinder. “In mijn land hebben we allemaal mooie kleuren, donkerblauw en felgeel en bruin, vele met vlekken, spikkels en streepjes… eigenlijk dames, als ik het mag zeggen, vind ik u alle vier wel wat bleekscheterig, uh… pardon, ik wilde u niet voor het vlinderhoofd stoten, is er misschien iets misgegaan met ontpoppen?” Nu keken alle dames -ja het waren dames, vergat ik te zeggen, denk ik- héél erg boos. De lichtgroene als zijnde de grootste nam het woord en zei: “Wij zijn niet óntpopt, meneer, we zijn vérpopt en dank u voor uw belangstelling, alles is prima verlopen en wij zijn bijzonder blij met onze kleuren, o zo! Maar … apro…uh a pro póóó wat komt u hier doen? Wij hebben u niet nodig hier, een man nee, daar zijn wij niet van gediend, wel dames?” Zij keek en wachtte op bijval, maar haar vriendinnen bloosden, mompelden wat, vouwden hun vleugels open en dicht, trilden met hun voelsprieten en keken met hun meest verleidelijke blik naar de rode vlinder. Misschien bloosde hij ook wel, lieve kinderen, maar dat kon je niet zien bij hem. In ieder geval maakte hij een keurig buiginkje en nog een extra naar de groene dame. Ja en wat moest die nu doen? Zij voelde zich ook al een beetje warm worden en dat in de kou, want het was al bijna vier uur in de middag. “Ik kom u ook wat warmte brengen, lieve dames, want eenmaal verliefd,heeft men het nog maar zelden koud, dat is bekend. Welnu, zal ik hier blijven?” en o wat had hij mooie ogen en vurige vleugels. De dames zeiden een tikje preuts: “Goed, laten we  het eens proberen, maar… “ De rode vlinder zei snel: “Daar zult u geen spijt van hebben, lieve dames, ik zal voor u zorgen, u in de watten leggen, u liefhebben met heel mijn vlinderhart” en hij legde zijn hand op zijn borst en boog nog eens.

november 2012a 188november 2012a 187En vanaf toen, lieve kinders, werd het veel gezelliger op het planeetje, de hele dag zag je ze al vliegend dartelen en duikelen, dan weer de blauwe, dan de roze, maar altijd was de vuurrooie, zeg maar, van de partij. Zo kwam alles toch weer op de pootjes terecht en als je naar de lucht tuurt en je ziet wat op en neer gaan (ahum) dan zijn het deze vijf dolgelukkige vlinders en misschien… komen er ook nog wel kleintjes bij, maar dat kost tijd, je weet wel, eitjes, rupsen, dan cocons enz.enzovoort.   

Hè, wat een fijn einde is dit toch geworden.

Het vlinderplaneetje(1)

Voor kinderen en jeugdige mensen, een soort sprookje

“Jullie weten wel hè dat wij, mensen, op een grote planeet wonen, die de Aarde heet. Die is zo groot, dat je kan lopen wat je wilt en er toch niet afvalt. Ook wonen er verschrikkelijk veel mensen op, maar ook reusachtige dieren, bijvoorbeeld olifanten en giraffen en tegelijk heel kleine kriebelbeestjes  zoals fruitvliegjes, miertjes en piertjes. Ook heb je er planten, struiken en bomen, ook al in het klein en in het groot. Maar ja, het meeste weten jullie al, nietwaar? Of willen jullie nog wat van de aarde vertellen?  (publiek: …ja.. joe ..neuh… ik… ik, hij juf, hij weet heel veel… u mag ook, hoor, beste lezers…) 

Maar ik wilde jullie nu wat vertellen over een heel klein planeetje, eentje zo groot als… uh… ja, ik heb het, als een middelgrote Kerstbal. Weet je, kinderen, ik kan zelf planeetjes breien, maar alleen als ze niet zo groot zijn. Op deze ben ik toevallig heel trots. Kijk maar eens goed. Er leven maar vier (4) vlinders op en er groeien alleen wat witte bloemen, omdat het er zo koud is, lieve schatten. De vlinders zijn ook licht van kleur, lichtgroen, idem blauw, violet en zachtroze. Zij hebben zich op die manier aangepast aan dat kille br… planeetje. Er is wel een mooi diepblauwe sterrenhemel, zien jullie wel? Nee? Dan moet ik er met gouddraad nog wat bij borduren. Ze leefden daar met z’n viertjes heel gezellig. Er kwam genoeg honing uit de witte bloemen voor vier man uh… vlinders, bedoel ik, maar ze moesten er wel snel bij zijn, want de zon scheen daar maar krap één uur per dag, precies om twaalf (12) uur ’s middags. Daarna werd de honing veel te hard. En wat deden zij dan de rest van de dag, zullen wat slimmeriken onder jullie denken. Nou…daar moet ik eens over nadenken, want ik weet het niet. Laten we zo afspreken, dat er een vervolg komt (morgen of overmorgen) en dat jullie én mijn lezers, hoop ik,  mij wat op weg helpen met de rest van het verhaal. Oké?????  (wordt vervolgd)

(Pssst er komt een vuurrode vlinder bij en weten jullie iets erbij te verzinnen? Ik ben even helemaal vastgelopen, zodoende.)

Ziehier, de ballen

Het schiet al lekker op, het Kerstballenproject. Ik heb er al elf klaar. Ik vind het geweldig om te doen. Zo heb ik er één klaar, zo staat de volgende op de vijf pennen. Ja, ik brei met vijf pennen, knap hè? De laatste, dat is een waar klapstuk. Acht blauwe hyacinten met blaadjes in een pot, was geweldig moeilijk, maar het is gelukt. Als je dan nagaat dat ik ongeveer een half jaar geleden alleen met twee pennen rechttoe rechtaan kon breien en meer niet, heb ik mijzelf heel wat bijgeleerd. En dan nog iets: op de lagere school kreeg ik hooguit een 6 min voor Nuttige Handwerken. ZO nonnen, zusterdames, jullie lessen waren gewoon helemaal niet leuk! Dat was het probleem. Een bleek roze washandje moest ik breien nota bene. Een steekje fout en hup, daar ging bijna een halve washand. Zit er eens een foutje in mijn bal, dan verzin ik daar gewoon iets slims op. Hier komen dan de nieuwe foto’s. Vind u vast leuk om die even te bekijken. Sommigen heb ik van een patroon en anderen heb ik zelf verzonnen.  

Mijn Koos jaloers?

Zou het kloppen dat katten ook jaloers kunnen zijn? Eigenlijk, zegt men, staan ze in de rangorde al ver bovenaan. Eerst komt de Kat, dan een tijd niks en daarna hun personeel, de huisgenoten, die op hun beurt strijden om de gunst van de Kat. Heel toevallig hoef ik dat niet te doen, daar mijn Koos toen hij nog een kitten was opeens in mij zijn moeder zag. Verheugd sloeg hij zijn pootjes om mijn hals, keek mij diep in de ogen en ja, hij wist het zeker. En dat is zo gebleven. Als ik wel eens met vakantie was met een vriendin en ik weer thuis kwam, zeiden man en zoons: “Had je niet een weekje langer weg kunnen blijven? Koos kwam net bij ons op schoot zitten…” Maar ik dwaal wat af. Gisteren gebeurde iets wat mij verbaasde. Ik was bezig de planten water te geven en zo ook het plantje dat op de lage tafel staat en wie komt daar aanrennen, rechtstreeks van de wastafel waar hij al volop gedronken had? Koos. Terwijl ik dus dat plantje begiet, gaat hij op zijn achterste poten staan (misschien ook wel figuurlijk?) en begint als een gek uit de gieter te drinken. “Ik eerst, ik eerst…” schijnt hij te denken. U gelooft het misschien niet? Nou, ik riep onmiddellijk Kwaster en die heeft een foto gemaakt. Mijn brave Koos jaloers, afgunstig op een stel planten, dat zal toch niet? Weet iemand van u daar wat van?

Herfstkijken

Er zijn mensen die veel van de herfst houden, die het najaar zelfs hun lievelingsseizoen noemen. Ik behoor daar helaas niet toe, ik ben meer een lente- en zomermens. Ik bewonder natuurlijk wel de kleuren van het najaar maar verder … die wind, die mist, die stormen, die regens en die algehele treurigheid, zo van: het gaat aflopen, mensen, alles wordt kaal en daarna wordt het helemaal akelig, naarder kan het bijna niet en het duurt ook heel lang, misschien zelfs wel voor altijd en eeuwig. Dat is voor mij de winter. Tikje overdreven, maar dat moet kunnen. Nu ben ik er al lang achter dat je verzetten geen zin heeft en dat je net zo goed of zelfs veel beter kunt proberen de boel positief te benaderen. Met dat oogmerk ging ik met mijn camera op stap, eens een flinke wandeling maken. Het was redelijk weer en nog droog ook. En toen, lieve lezers, begon ik mij te verbazen over wat er nu allemaal nog staat te bloeien. Goed, één flink nachtvorstje en het zal wel over zijn, maar toch … Hier vriest het niet zo snel gelukkig, omdat wij tussen de Noordzee en de ex-Zuiderzee wonen, dat schijnt te helpen. Ik zag nog knaloranje… kom, hoe heten ze ook weer … o ja goudsbloemen en roze ooievaarsbekken en hortensia’s, een beetje aan hun eind, maar toch… tjonge, ik begin toch een beetje op de herfst gesteld te raken, een heel klein pietseltje dan, hè?  ( O jee, er is een vieze kabouter tussen mijn foto’s geslopen. Ik krijg hem niet weg. )

En in mijn eigen tuin staat ook nog het een en ander. Mooi hoor!

.

Michiel, de geschiedenis van een mug

Het schijnt een klassieker geweest te zijn vroeger, maar op de een of andere manier had ik het nooit gelezen. Maar nu wel. Het is een jeugdboek, geschreven door Henriëtte van Eyk. Mijn zoon Martijn, die het zelf al menig keer gelezen heeft,  had zijn exemplaar voor mij meegebracht. Om het ook eens te lezen dan. Het was al zijn tweede poging eigenlijk. Vorig jaar begon ik er al in, maar het boeide mij niet zo of ik was er niet voor in de stemming. Ik denk het laatste, want ik heb het met genoegen gelezen. Het is echt een boek voor nu, de donkere dagen met al die feesten. Het is een ouderwets knus boek, nee geen ouderwets boek, maar ouderwets knus. Alles zit erin, een braaf gezin mug, een knorrige oude dame, een knecht, een dienstmeisje, een boef, ja echt waar, twee sterke vliegen, een muggenkoning, een Franse dame mot en kopjes thee met lekkers en ‘gezellig schemeren’ maar ook –het kan niet op-  Sint en Piet, de Kerstman en Vadertje Tijd. Meer verklap ik niet. Heeft u kleine kinderen of kleinkinderen of word u zelf nieuwsgierig… zo af en toe eens een kinderboek is best leuk, ook als je al (lang) volwassen bent.

sorry voor de glim: ik moest even flitsen.

Gauw gauw… een stukje

Waarom gauw? Omdat u anders misschien denkt dat ik nog steeds in de lappenmand zit en dat was maar eventjes, in ieder geval niet zo echt lang. Welnee, ik zit vrolijk Kerstballen te breien. Ik ben al aan nummertje negen. Na het voltooien van mijn 8e vroeg Kwaster (echtgenoot) opeens: “Ben je nu klaar?” Ik keek hem stomverbaasd aan en zei: “Klaar? Ik ben net begonnen”. Ja, hij moet toch onderhand weten dat als ik ergens de smaak van te pakken heb, ik niet meer te remmen ben. Dat zit in de genen. Mijn moeder heeft dat ook. Zij kreeg achterkleinkinderen en er kwam een stoet van beren uit haar handen, beertjes, hondjes, poppen en je kunt niet zo gek bedenken of zij maakte het. Onze fantasie slaat als het ware op hol. Maak je zo’n soort hondje, komt er al een heel ander hondje in je brein op. Bij mij is dat nu bij de Kerstballen. In mijn hoofd zitten er ook al een boel en er zullen nog meer fantasieballen volgen, zeker weten. En waarom vraagt Kwaster dat nu? “Gewoon”, zegt hij “ik wilde weten of je klaar was”. Nou ja zeg. En hij heeft er alleen maar baat bij. Hij kan alle dagen voetbal kijken, zappen zoveel hij wil, nou ja, hij is daar helemaal vrij in. Is toch geweldig voor een man, als zijn vrouw alles goed vindt? En straks kan hij meegenieten van een boom vol met prachtballen, al die kleine frutsels laat ik weg en zo is het weer eens wat anders. Zóu je denken… mannen, wonderlijke wezens, vind ik zo maar.