Hoofdstuk 1. Onze bewondering gaat uit naar Jozef

Verteller (Thé):  “En wederom was het Kerstmis.  Alles gebeurde zoals ieder jaar. De engel kwam met de blijde boodschap, Maria trouwde snel met Jozef, die zich alwéér moest melden in Bethlehem voor een volkstelling, men ging per ezel, dit keer met een eigen dier omdat Jozef daarvoor flink gespaard had, het was opnieuw  een zeer zware tocht, langs bergen en langs dalen – weet u nog?- , tot men in Bethlehem arriveerde en Jozef nergens meer vroeg of er misschien nog plaats was, maar regelrecht en doelbewust de ezel ergens heen stuurde.  “Jozef, we hebben geluk, het is toch dezelfde stal als vorig jaar? Wat een bof…” riep Maria enthousiast. “Nee Maria, het is geen geluk, daarvoor deed ik nu die cursus; ik kan mailen en heb zo tijdig ‘onze’ stal besproken”, en hij keek supertrots naar zijn vrouw. Maria wilde net vragen hoe dat dan ging, toen zij weer een forse wee kreeg. Arme Maria hè?

december 2012a 091

Enfin, Jozef ging aan de gang, maakte een lekker bedje van stro met het dekentje erop voor Maria klaar, zuchtte ook maar een beetje mee, zette de (ook al besproken)  os in de goede blaasrichting, fluisterde het dier bemoedigend toe, bekwaam ossenfluisteraar als hij nu ook was, en meer kon hij niet doen als man, zeg maar. Jozef gaat vooruit, hè? Hij is lang niet zo’n onhandige sukkelaar meer als vorig jaar, nietwaar? Hij bond de ezel vast aan de andere kant en toen was het grote wachten begonnen. ………………………………………………………………………………………december 2012a 093……………………………………………………  Zovast enige regieaanwijzingen voor het volgende hoofdstuk waarin de herders komen.  “Staat iedereen klaar? De schapen? Ook het zwar…   waaristie?  O daar. Jij klaarstaan hee!  En alle herders, doen jullie zovast je nette kleren aan? Baarden borstelen en snorren, de doek netjes vastmaken, nee kleine Johannes, jij hebt nog geen baard, dat weet ik, ik heb trouwens een verrassing voor je, lieverd, nee, ik zeg niks, je zult het straks wel zien, als het kindje Jezus er is. Dat zal nu niet zo lang meer duren…  Nee Johannes, het is géén hond, ja het hád gekund. Nou, allemaal jullie best doen. Ik kom straks.”  En daar ging de regisseuse, tevens vertelster, fotografe en costumière. “Dat heb je met die low-budgetproducties , nietwaar? Maar ja, men moet zo nodig weer op kunst bezuinigen … Wie Johannes is? Die lieve herdersjongen, dat is toch duidelijk…”  *gaat heen, al mopperend* december 2012a 095

Advertenties

8 gedachten over “Hoofdstuk 1. Onze bewondering gaat uit naar Jozef

  1. En toen kwam een verre voorvader van Fred Teeven langs en die zei “Ja en nu allemaal opflikkeren uit dit land, stelletje illegalen! En 3900 – eh – as (of zoiets) betalen of anders de kerkers in!”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s