Een fantastisch plan

maart 2013 049Zoals u misschien wel (of niet?)  weet, doe ik ook aan facebook*. Daarvoor maakte ik laatst wat foto’s in een nog winterse tuin, nadat ik daar wat geknipt en gedaan had en er oude blaadjes te voorschijn kwamen en andere fotografisch interessante dingen. Die foto’s deed ik in een zgn. album en zo ontstond het idee om het tuingebeuren eens wat anders vast te leggen. Meestal zie je van alles in bloei staan, maar op zijn winters is hij ook erg boeiend, merkte ik. Vervolgens kwam het idee om ook eens hier wat over de tuin te vertellen. Wij hebben namelijk een merkwaardige verhouding, de tuin en ik.

maart 2013 059maart 2013a 011maart 2013a 016

Een haat –liefde-verhouding is het geworden. Ik zal  proberen het uit te leggen. Wij kwamen op het idee om van het schoolplein een tuin te maken, wel met een groot terras. En omdat dat graven een zwaar werk was, besloten wij het eens te laten doen. Kwaster (en waarschijnlijk ik ook) vroegen om een gemakkelijk te onderhouden tuin. En dat gebeurde. In het begin zag het er heel mooi uit. Bloeiende planten, leuke struiken en struikjes, bodembedekkers en aan weerszijden een catalpa op stam. Wij moesten vooral het onkruid eruit halen en dan zou weldra de grond mooi bedekt zijn. Dat deden wij. En weldra was de grond mooi bedekt, zodat er verder weinig werk meer te doen zou zijn.  

maart 2013Maar… en nu komt het geniepige van ‘dat spul’. Zonder dat wij het meteen in de gaten hadden, verdwenen er planten en nog meer en soms een struikje. Ik begon de geraniums (de echte) wat te ontwarren van dat woekerspul en ik maakte eens een plek vrij voor nieuwe planten. Maar lette je bijvoorbeeld een weekje niet op, omdat het regende of omdat je wat anders aan ’t hoofd had, groeide die plek gauw weer dicht. En wat gebeurde? Geruisloos werd bijna al het moois vermóórd door dat rotspul. Kwaster daarentegen vond het mooi, echt waar. Maar ik legde mij er NIET bij neer. Ik bleef trekken, rukken, met de riek graven en van deze en gene kreeg ik stekjes en plantte die dan weer. Maar nu in dit voorjaar zei iemand wat positiefs over de tuin en plotseling hoorde ik mijzelf zeggen:  “Ik vind er niks meer aan. De lol is er af voor mij. Ik geef het op. Laat dat onkruid van … (naam tuincentrum) maar groeien. Een paar planten en struiken hebben de strijd min of meer overleefd, maar het is droevig met de tuin gesteld”.

maart 2013 060Nu begon ik laatst wat siergras weg te knippen, de lavendel in te korten en dat soort dingen, die wel moeten gebeuren  en ik maakte er maar eens foto’s van. Die zien er tot mijn verbazing best mooi uit. Misschien heb ik er dan zo toch weer een béétje plezier in. Het vervloekte spul eruit halen, is geen optie. Dan schiet het vast en zeker in mijn rug en kan ik weken helemaal niks meer. Zo, nu weet u een heel klein beetje van de historie van de tuin.  

*Wilt u meer foto’s zien, kijk even op mijn facebook (album De tuin), gewoon onder mijn eigen naam, wie dat nog niet weet dan.

Update: De bodembedekker heet (net opgezocht) Pachysandra terminalis. Het is ook knap stom van die tuinlui, want eigenlijk hoort hij in de schaduw of halfschaduw. Onze voortuin ligt pal op het zuiden nota bene. maart 2013a 025 (niet die middelste plant, maar dat groen rondom)

Advertenties

Een dame wordt onwel

maart 2013 100“Pffffffffffffff…. Wat krijgen we nou? Ik word zo vreselijk onwel. Ik bennie lekker, hoor. Ik zak helemaal door mijn benen. Dáár gaan ik, mensen!  Effe gaan leggen. Hoe lang moet er nog aan mijn lijf gebreid worden? Oei oei … * duidelijk kreunende en steunende geluiden te horen*  En zie je die broer van mij lachen? Kennie wel? Aan zijn lijf geen polonaise meer. Steeds dat gepik en gepook met die breinaalden van dat mens. Een pop heb het lang nie makkelijk, hoor. Nou hoop ik maar dat zij, dat breimens, die ogen goed doet, want een beetje kenne zien wat er allemaal met je gebeurt, zou wel schelen.  Hè hè, ik kom weer wat bij, geloof ik. Me broer heb me  net op tijd opgevangen,toch wel lief van ‘m.  Get, ik dacht echt dat ik het loodje lei en dat terwijl ik nog niet eens kepleet was. Het is toch wat, als pop zijnde…” maart 2013 099

Internationale Vrouwendag

maart 2013 085Laat ik ook eens een keertje wat actueels brengen, dacht ik net. Deze prachtige afwasborstel kreeg ik (van mijzelf) ter gelegenheid van deze feestelijke dag. Wij, Kwaster en ik,  leven nog een beetje in het Stenen Tijdperk, want wij hebben geen afwasmaschien , nooit bezeten ook, weshalve ik het dus geheel en al met de eigen handen moet fiksen.  Mét een afwasborstel, een washing up brush, een Spülbürste , een brosse à vaiselle of ook een leuk woord een zgn. spazzolino per i piatti. Italiaans is toch zo’n leuke taal. Ik heb eens een korte cursus gedaan bij Teleac. En deze zin kon ik al meteen vloeiend zeggen: “Dove la mia valigia piccola? La mia valigia non cést piu.” (Waar is mijn kleine koffertje? Mijn kleine koffertje is niet meer) Ja, in het Nederlands heeft het iets diep treurigs, maar in het Italiaans lijkt het wel of je midden in een opera zit. Il mio spazzolino per i piatti, dat wordt het voortaan voor mij. Het staat er in nog veel meer talen op, maar die interesseren mij minder. Enfin, onthoudt u die woorden goed; het kan van pas komen. Nog iets raars: in Brabant zeggen ze: “Even den OMwas doen”, hier in N.Holland heeft men het over Afwassen en in Engeland kennelijk over opwassen, washing UP, gek hè?  Maar goed allen een fijne vrouwendag gewenst, ook de mannen, hoor, jullie mogen ook best meedoen, ja, waarom niet zeg?

Heel ijverig

Ik ben al twee dagen heel trots op mijzelf, want ik doe vreselijk veel nuttige dingen. De voeten zijn verbaasd, want zij moeten soms extra ver lopen. “Is goed voor de gezondheid, zeker met dit mooie weer..”, zeg ik tegen ze. Mijn vaat kijkt mij stomverbaasd aan, want hup, telkens krijgen zij een lekker sopje. De tuin heb ik ook al uit zijn winterslaap gehaald, want dat werd knippen en snoeien. Maar het aller-verbaasd zijn de dingen in mijn atelier. Het gonst van de kleine stemmetjes: “Zij is er weer. Wat komt zij doen? Zij pakt allerlei verf en kwasten en wat doekjes ook nog. Zou zij… nee, dat kan niet waar zijn. Jawel hoor, zij doet het. Het is haar ernst, denk ik. Hè, dat wordt weer gezellig.  Een muziekje erbij. Af en toe een vloek. Zij is weer terug, echt waar….”  Ik doe net of ik niks hoor, want ik schaam mij. Ik heb de laatste tijd erg weinig geschilderd. Zo heel af en toe wel wat, maar een regelmaar laat staan een strak plan, zat er NIET in. Ik geef het hier eerlijk toe.  Bovendien heb ik mijzelf streng toegesproken. Zo ongeveer aldus: “Jij luilak, en NU ga je beginnen. Gewoon wat proberen en dan komt er vast wat uit. Je hebt potverdikkeme niet voor niks zo’n mooi atelier. Aan de slag, Thé…nee, geen smoesjes, het heeft nu lang genoeg geduurd”.  En zo ben ik dus maar begonnen, lieve lezers. Nu weet u hoe het zit. Ik ga dus weer naar mijn werk eigenlijk en daar ben ik nog het meeste trots op. Nu nog zien vol te houden en als ik weinig schrijf of reageer, weet u meteen hoe dat komt.maart 2013 064