Over Paashazen gesproken

januari 2014 468Zeg Kwaster, zeg eens, wat voor kleur vind je leuk voor Paashazen? Ik ga er eentje maken voor Mare en eentje voor Rein. Mét een heel klein truitje erbij … Kijk en ik heb nog meer kleuren…”  Kwaster kijkt en zegt: “In mijn beleving zijn Paashazen altijd donkerbruin…”  Ik kijk hem aan of hij het meent en zeg: “Aha je moet denken aan chocolade eieren of aan een paashaas als je het gekleurde papiertje eraf gehaald hebt? “  Kwaster denkt en zegt dan: “Nee, zo stonden ze vroeger in de boeken…” Ik zucht eens en zeg: “Ja, daar heb ik niks mee te maken, joh. Die Zweedse jongens (Arne en Carlos) maken ze in het roze, in het wit, grijs, beige, roodachtig bruin o ja en ook chocolade bruin. Mare zal wel roze willen… maar ik kan toch een roze truitje erbij maken… “ “Doe maar grijs dan”, zegt Kwaster. Ik kijk eens goed en zeg: “Grijs hè? Een beetje saai misschien wel? Wat vind je van dit lichtbruin?” en schiet in de lach. Ik herinner mij opeens een ander gesprek over kleurkeuzes, Toen zei Kwaster: “Ik weet niet waarom je het eigenlijk aan mij vraagt. Ik zeg dan bijvoorbeeld ‘blauw’ en wat doe jij? Je neemt dan rood, zeg maar”.  En ja, dit was weer zo’n gesprek… hij heeft gelijk. En toch heb ik het nodig, werkoverleg zeg maar.

Moppermoppermopper (2)

januari 2014 415Na een bezoek aan de PC Hooftstraat, waarover misschien een andere keer, kregen wij trek. Wij dachten even een hapje te gaan eten bij het nieuwe restaurant van het Stedelijk Museum. Eerst eten en dan de Kunst, dachten wij. Na een beetje moeilijk gedoe met een ‘aanwijsmevrouw’, want het was er stomdruk, mochten wij plaatsnemen. Ja, zelf zou ik een andere tent uitgezocht hebben, maar ik volgde braaf mijn vriendin. Zo’n type ben ik nu eenmaal. Goed, na de lunch dachten wij dus eens een kijkje te gaan nemen in het betreffende museum. Maar nee, er stond een héél lange rij mensen en ook degenen met een museumjaarkaart moesten gewoon wachten. “Ja hee zeg, dat schiet niet op, hoor Els. Gaan we toch naar een ander museum…”

En zo kwamen we bij het van Gogh. Eerst dachten wij dat het gesloten was, want er stond bijna niemand. Maar nee hoor, we mochten er gewoon in. HIEP HOI! Het geluk begon ons eindelijk weer toe te lachen. We genoten dan ook. Er waren schilderijen en tekeningen van van Gogh, die ik nog nooit gezien had en mooi werk van tijdgenoten. We hebben daar een behoorlijke tijd rond gelopen. Toen wij moe gekeken waren, besloten wij met de tram terug te keren. Daar op het Centraal dronken wij samen nog een beker chocolademelk en gingen zo langzamerhand onze perrons opzoeken.

Om 17.39 ging mijn trein van spoor 11 a.  Wij namen innig afscheid, nog nietsvermoedend roltrapte ik naar boven en keek waar 11 a was. Nergens. Alleen 11 b. De trein naar Zwolle stond daar. “Die zal wel gauw vertrekken en dan komt de mijne naar Enkhuizen” dacht ik. Wat bleek bij navraag? Ik had héél ver door moeten lopen naar 11 a, waar inmiddels die trein al vertrokken was natuurlijk. Een half uurtje wachten dus. Nou ja, kan gebeuren, nietwaar?  Ik bel Kwaster om mijn vertrektijd te melden. Maar nu beste mensen –als u nog leest tenminste- komt het allerstomste. En dat is niet de schuld van A’dam en ook niet van de NS, maar zuiver door mijn persoonlijke ezelachtigheid.

januari 2014 436Ik kom bij ons station, ik druk op de juiste knop, de deur gaat niet open, ik druk nog een keer, zie te laat in het donker dat ik aan de verkeerde kant sta te drukken en … de trein rijdt verder met mij naar Enkhuizen. Ik raak niet in paniek, want het is mij –ook in het donker- al één keer eerder gebeurd. Ik bel weer het thuisfront m.n. Hans (Kwaster) en wacht kalm tot de trein weer terugrijdt. Ik hang met mijn snoet voor het raam om het perron van B. te zien en zowaar, de deur gaat open en ik sta weer op mijn bloedeigen station.

januari 2014 433Het is intussen wel wat later geworden… vindt u het gek dat ik een beetje moet mopperen? Nu, wat dagen later kan ik er wel om lachen, hoor. “Je ziet het perron toch?” vroeg Kwaster nog eens verbaasd. “Nee, niet in het donker, niet snel genoeg”, zei ik verontwaardigd. Nou ja, zelfs een ezel stoot zich …”, u kent het spreekwoord, maar ik…?? Jawel, rustig. O Thérèse toch, wie doet nu zo iets? Hahahahahahaha…

Moppermoppermopper …

Altijd als ik eens een dagje in Amsterdam kom, begin ik zomaar enigszins te zweven van geluk. Ik let niet op de rommel bij het Centraal, maar zie een leuke schutting ervoor staan. Ik hoor en zie allerlei trams op het plein staan en rijden met hun tringende belletjes en ik denk: “Ha Amsterdam!” Het is reuze druk maar ik voel mij happy bij een groen voetgangerslicht met dat geluid erbij “tik tik tik tik” (kent u dat? Is voor blinden, geloof ik). Dat alles belooft een leuke dag te worden. En dat is het tot nu toe ook altijd geweest. Tot vrijdag jongstleden.

Ik had met mijn jeugdvriendin E. afgesproken, Els heet zij, wat zal ik nu ook moeilijk doen? Er heten tenslotte zoveel mensen Els, nietwaar? Het zou mij niks verbazen als u zelf ook een Els kent, ja toch? Wij kennen elkaar al van de 6e klas lagere school, maar dat tussen haakjes. Enfin, wij drinken eerst een kopje koffie en besluiten te voet naar het Museumplein te gaan. “Wat is het hier altijd druk!” merkt mijn vriendin op. En ja, volgens mij is het vandaag (een vrijdag) zelfs extra druk, té druk eigenlijk. We lopen verder en komen op de Dam. “Getver en het stinkt hier ook al”, zeg ik. We lopen verder over het Rokin in de hoop dat het daar wat rustiger is dan in de Kalverstraat. Iets rustiger wel, maar lawaai, lawaai! We kunnen elkaar bijna niet verstaan, verdorie. We komen bij de Munt, slaan de Vijzelstraat in om op de Keizersgracht museum van Loon te zoeken, maar … helaas ik ben het nummer vergeten en die grachten zijn heel lang, hoor! En niemand heeft van dat museum gehoord. Nou dan maar naar het Stedelijk of het Rijks. We zullen wel zien dus. Maar in die Vijzelstraat, lieve mensen, daar is het een leven als een oordeel! Zijn ze bezig alle voegen van alle huizen daar uit te schrapen of wat… ???

januari 2014 413………………………………………….. Morgen vertel ik verder, als u dat nog wilt horen tenminste.

“Arm Amsterdam, wat hebben ze met je gedaan? Een drukte, een lawaai en nog stinken ook; wat is dat nou? Waar is trouwens mijn zwevende geluksgevoel gebleven?”

Fotograferen is leuk

Jullie weten wel hoe véél en vaak ik fotografeer, hè? Om 12 uur, op een wandeling, ik maak foto’s van kater Koos, van de kleinkinderen, van rare stillevens, van achtergebleven voorwerpen, nou ja, van een heleboel. En nu maakte ik gisteravond wat foto’s van een rood haakseltje, een gek raadseltje voor facebook, dacht ik zo, maar tegelijkertijd kwamen er merkwaardige dingen in beeld. Wat het nu precies was, wist ik zelf niet eens. Maar ik drukte op het knopje en ziedaar. Zomaar wat geheimzinnige foto’s.

januari 2014 371januari 2014 375januari 2014 372

Wat wij dachten

januari 2014 355“…hoewel… ook wel lekker rustig weer”, dat waren mijn gedachten in mijn laatste logje. Hoe anders zou alles lopen, ha ha!  Wij gingen zaterdagochtend naar mijn zus en zwager in het zuiden om de allerlaatste dingen na de dood van ons moeder te regelen en te bespreken en daar ook gezellig te lunchen  met zwagers eigengebakken broodsoorten. Daarna zou een rustige avond en zondag volgen. Dachten wij. ’s Avonds ging de telefoon. “Wij komen morgen gezellig naar jullie toe. Het is al zo lang geleden dat wij bij jullie waren … ja, overdag zijn jullie weg, wij vinden het wel, ja de bedden… doen wij wel, hoor. Maak je maar geen zorgen, tot morgenavond!” klonk het uit Gorkum. En ach, het was eigenlijk beestachtig gezellig. Zondags bijvoorbeeld was iedereen wat aan het doen, de kinderen speelden druk en luidruchtig, erbovenuit probeerde zoon M. Joop Visser te beluisteren, zoon A. deed wat werk op zijn laptop,L. bestudeerde iets psychologisch, ikzelf zat op de bank wat te prutsen en Hans kookte wat eitjes voor bij het ontbijt. Een uiterst lawaaierige maar toch vredige sfeer heerste er. Op dat moment voelde ik mij volmaakt gelukkig, lieve lezers.

januari 2014 312januari 2014 338januari 2014 349januari 2014 350januari 2014 279januari 2014 329  voorbereidingen voor Mare’s feestje

Oma vertelt …

Nog even over Mare haar verjaardag. Op haar school hebben ze de traditie dat ieder kind soms een logeetje mee naar huis krijgt. Als alles goed gaat, maakt de logé (een of andere knuffel) alles mee, wat er zo al in het gezin gedaan wordt. Tevens is de bedoeling dat je, als papa of mama, er een foto van maakt. Ik vind dat een goed idee. Beter dan een kringgesprek ‘an sich’, want de foto verduidelijkt al veel. Zo hoeft zo’n arm schaap niet zo veel te vertellen en uitleggen.  Mare had een logé, die wij al kenden van een vorige logeerpartij, toen er geschaatst werd afgelopen winter. Flip heet hij, Dat wist ik niet meer. Een bijzonder fotogeniek kereltje, vonden wij kennelijk, want er waren aardig wat foto’s van hem gemaakt. Kijk, dit is hij. Eenmaal met een Tirolerhoedje (van Rein), vervolgens met de derde (?) medaille van Mare, Flip in een innige omhelzing en last but not least op de schouders van Mare haar vader, ook al gecharmeerd van die lieverd.

januari 2014 184januari 2014 185januari 2014 188januari 2014 186

Ja, ik grijp maar even terug, want het is een beetje saaie tijd, vindt u ook niet? Hoewel… ook wel lekker rustig weer.

Vreemd

Weet u, ik kijk niet erg veel televisie. Kwaster (Hans) schakelt meestal en ik luister zo’n beetje mee. Maar nu viel mij laatst zomaar opeens wat op. “Hee”, dacht ik, “Ik hoor bij de E.O.  bijna nooit meer iemand het nog over ‘de Here Jezus’ hebben. Dat is vreemd…”