Dát had ik nu net nodig …

003Omdat bij mij ‘de kaboutertjes’ nooit iets uitvoeren, die luie donders, kwam ik op het idee wat anders te proberen. Daar het huishouden helemaal niet mijn ding is en ik tenslotte tot mijn grote ergernis almaar ouder en stijver word, heb ik tenslotte toch wat assistentie nodig. “Weet je wat?” dacht ik, “ik handwerk ze gewoon zelf, die hulpjes. Daar ben ik tenslotte tamelijk goed in en dat vind ik leuk om te doen…” Ik begon een tuinman te haken, een stoere beer met het nodige gereedschap en wat dacht u wat? Juist, helemaal niks. Hij stond zijn schort te bewonderen, hij inspecteerde zijn schepje, maar verder: helemaal niks. Ik heb hem toen maar aan Rein gegeven, mijn kleinzoon. Ik breide wat popjes, jongens én meisjes in de hoop dat ze het werk naar genoegen konden verdelen, maar wat gebeurde? Er ontstonden grote ruzies wie wat zou doen en het kwam er uiteindelijk op neer dat iedereen het allerliefste helemaal niets zou doen. Of lekker in het zonnetje thee drinken, want ‘alle poppen zijn dol op thee drinken’ hadden zij in dat boek zien staan. Dus weg met die poppen, naar de kleinkinderen dan maar. Toen kwam ik op het idee om Paashazen te breien, want dat zijn nijvere beestjes, dacht ik. Klopt, beste lezers. Zij begonnen onmiddellijk al onze in huis aanwezige eieren bont en blauw te schilderen. Ik zal u zeggen dat Kwaster en ik niet echt blij waren. Nou, toen ging ik muizen uitproberen, helemaal ten einde raad en ik breide vijf jongetjesmuizen. Ze zagen er alle vijf ijverig uit, maar schijn bedriegt soms. Ze hingen wat rond, kletsten wat maar de muizenhandjes eens goed uit de mouwen steken, ho maar! Tussendoor haakte ik wat apen maar dat was puur voor mijn eigen lol. Daar had ik totaal geen verwachtingen van en dat was terecht, bleek later. Zelfs de zeerover was te lui om de zee te gaan roven.

003weblog005weblog 004Zonder nog enige hoop, maar uit macht der gewoonte breide ik moedeloos nog een muis. En voor de broodnodige variatie breide ik er een jurkje bij. De eerste vrouwtjesmuis was het eigenlijk. En wat gebeurde vanochtend? Ik kwam beneden en ik zie het muisje tevreden op een keurig gevouwen stapel handdoeken zitten. Zij wilde zich nog snel verstoppen en liet zich naar beneden zakken, maar ik had haar al op de kiek staan. Och wat ben ik blij. Ik heb haar uitbundig geprezen en wat lekkere hapjes gegeven en nu maar afwachten … o wat spannend. Toch nog succes gehad, ten langen leste. O wat is dit goed nieuws.

Naar de Tropen

Van diverse kanten had ik te horen gekregen, dat het Tropenmuseum zo mooi is geworden. Dus –wat dacht u?-  kreeg ik ontzettende zin om op mijn vrije dag daar eens heen te gaan. Ik vroeg Kwaster of hij ook niet meewilde, want tenslotte liggen daar diverse roots van hem. Maar nee, na lang denken ging hij toch liever thuis door met zijn bezigheden. “Kwaster, dan ga ik alleen naar de Tropen! Goed?” riep ik opgewekt. Want tenslotte bewaren ze daar heel zorgvuldig die mooie warme streken, de Gordel van Smaragd, waar het nooit winter is, waar allerlei prachtige planten en bloemen weelderig groeien. Dus hop met de trein naar Amsterdam, daarna tramlijn 9 en uitstappen  de eerste halte na Artis. Daar aangekomen is het even omlopen want de ingang zit nu aan de achterkant om de een of andere reden. Maar goed, ik heb het gevonden en mocht er gratis in met mijn Museumjaarkaart. Ik besloot eerst naar de vaste tentoonstelling ‘Nederlands Indië’ te gaan. Ik heb in de loop der tijd diverse boeken gelezen, die speelden in ‘ons Indië’ en daar wilde ik graag een stukje van meeproeven.

006007Hoewel … ik schrok eerst wel, hoor. Er stonden of zaten diverse(wassen) figuren in glazen hokjes met een tropisch decor, een schooljuffrouw, een officier in een wit pak, een Indische ‘toean’ Anwar geheten,die het ver geschopt had, een kunstenaar op een motorfiets, een vrouw van een dominee,  en nog andere, waar ik even niet op kan komen. Ik noem ze wassen figuren, maar ze leken griezelig echt. De schooljuffrouw zag een tikje pips, met sproeten en een huid waar je even aan wilde voelen, zo echt zag zij er uit. En dat gold ook voor de anderen. Heel knap gedaan.

weblog 008009En zo zat je al meteen in die sfeer van vroeger. Ja voor de oorspronkelijke bewoners was het minder leuk, dat weet ik ook wel. Die blanda’s voelden zich ver boven hen staan en als je dan ziet wat voor mooie beelden, tempels en sieraden e.d.  die zogenaamde inlanders hadden, dan begrijp je gewoon niet waar dat superioriteitsgevoel vandaan komt. Maar ja, andere tijden hè … dat moet het geweest zijn. Ik heb nog veel meer interessants gezien, maar daarover misschien een andere keer.

Gepruts

weblog 007In plaats dat ik eens GROTE schilderijen ga schilderen of normale dingen maak zoals truien of sokken, zit ik maar PIEPKLEINE dingetjes te prutsen. En ik vind het hartstikke leuk ook nog. O zo! Heb ik niets beters te doen? Jawel, ik ben ook zo af en toe onze nieuwe logeerkamer aan het witten. Ik ruim de spullen op die daar allemaal vandaan zijn gekomen. Maar neem ik even een pauze, ja hoor, daar gaat die weer.

weblog 009Dit wordt … rarara? Ik zal het maar zeggen: een feestjurkje met bijpassend hoedje, geheel ontworpen door ‘moi’. Is het voor een muis? Nee, het is voor een nieuwgehaakt beertje. Misschien krijgt zij ook nog een colliertje en een handtasje. Dient het ergens voor? Nee, het is zelfs geen cadeautje voor kleindochter want ik houd het zelf. Of zij moet het héél graag … nee, het is voor mij. En omdat ik het druk heb, plaats ik een piepklein logje. Dan weet u dat ik er nog ben en lol heb in het leven.

Nog even dit

Mijn vriendin en ik liepen dus gezellig langs de Amsterdamse grachten en door zijstraatjes, toen wij plotseling uit een winkel of zo iets, een rode loper zagen liggen helemaal tot de rijweg aan toe. En wat lag daarop? Een forse Golden Retriever, niet zo’n bleekscheet maar met zo’n prachtige donkerder kleur. Die zie je tegenwoordig niet zo veel meer. En nu moet u weten dat wij vroeger ook zo’n hond hadden. Eigenlijk was zij van mij  -ik had er heel lang om gezeurd, voor mijn verjaardag, voor Sinterklaas- maar weldra was zij van het hele gezin, u weet hoe dat gaat. Mijn vriendin kende haar ook van vroeger en bijna tegelijkertijd zeiden wij: “Kijk, het lijkt wel Candy”. Ik raakte helemaal ontroerd en kon het niet laten de hond over zijn mooie kop te aaien. Hij keek mij aan –het was vast een hij– kwam een beetje moeizaam overeind en keek mij lief aan met zijn mooie bruine hondenogen. “Ach lieverd, ga toch gauw weer liggen” zei ik beschaamd. Toch beste lezers, was het net of ik onze schat van een Candy weer eens tegengekomen was. Het gaf mij zo’n wonderlijk gelukkig gevoel. Ja, u zult mij misschien wel sentimenteel vinden en dat ben ik ook soms, maar het was iets heel moois. Vraag het maar aan mijn vriendin …

maart 2014 059En dan nog iets. Een hele tijd later toen ik thuis kwam, werd ik begroet door Kwaster (Hans) en door Boeli. Normaal ? Nou nee, Boeli blééf opgewonden miauwen. “Hij heeft mij gemist…”zei ik verbaasd tegen Kwaster. En ja, toen ik eenmaal zat, sprong hij op de bank, kroop zachtjes op mijn schoot en legde zijn koppie tegen mij aan. Dat heeft hij nog nooit gedaan. Hij was blij en ik daarom ook natuurlijk.

Alweer in Mokum

weblog 028We hadden een afspraak daar, mijn jeugdvriendin Els en ik. Dat doen wij min of meer regelmatig. Zulke oude vriendschappen –sinds de 5e klas Lagere School- moeten onderhouden worden. Het is ontzettend leuk om bijvoorbeeld nog eens over je toen nog jeugdige moeder te kunnen praten  en over wat wij allemaal uithaalden, hoe veel wij gelachen hebben samen. Maar evengoed praten wij over het heden, over vakanties, over onze kinderen en nu ook over onze kleinkinderen. Het is echt bijzonder om nog steeds contact met een vriendin te hebben die je al bijna je hele leven kent. Dat vindt zij ook, denk ik wel, want toen wij afscheid namen in het Centraal Station riep zij me op de roltrap achterna: “We doen het gauw weer, hè?”   En wat hadden wij er schitterend zonnig weer op. In onderling overleg besloten wij eerst het van Loon museum te gaan bekijken en daarna heerlijk over de grachten te dwalen en zo af en toe een winkel te bekijken. Het was veel te mooi weer om erg lang binnen te vertoeven. Wij zaten een klein stukje in de tram en daarna deden wij alles te voet.

weblog 012weblog 010weblog 018weblog 013weblog 020weblog 014019

Het van Loon museum* was erg mooi. Een prachtig deftig grachtenhuis met heel veel schilderijen, voornamelijk portretten van de ‘van Loontjes’, een zus kamer en een zo kamer, statige trappen, zeer fraaie behangen, o.a. met aapjes, paradijsvogels, struisvogels, bloemen en veel bomen en struiken. Verder was er een deftige symmetrische tuin met buxushaagjes, u weet wel, en een groot Koetshuis.

022Na onze portie cultuur snelden wij de grachten op om lukraak zo maar wat te gaan doen. We zijn nog net niet overreden, we dronken een glaasje versgeperste sinaasappelsap, we wandelden weer genoeglijk verder, dronken nog een kopje koffie en toen moesten wij onze diverse treinen nog halen. Ik moest er nog een spurt inzetten, maar ik haalde het en stapte keurig in Bovenkarspel uit. Ziezo dat was een mooie dag, in alle opzichten.

* Keizersgracht 672. Te bereiken met tram 16 of 24.

Eerst was er een huis …

Op mijn wandelingen door het dorp kwam ik er vaak langs. Een huis, duidelijk leegstaand, ondanks een vaasje voor de ramen met gordijntjes. De voordeur groeide langzaam dicht met braamstruiken, er kwamen barsten in de ruiten en geleidelijk werden diverse ramen met underlayment-platen dichtgetimmerd. Toch bleef het huis met schuren almaar staan. Waarom weet ik niet. Ik heb er nog bramen geplukt en opgegeten en wat oranje bloemen geplukt –hoe heten die ook weer?- maar afgebroken werd er niets, hoewel er steeds meer op instorten ging staan. Maar op een dag, jawel, zag ik opeens dat de beuk erin werd gezet. Het is heel toevallig dat ik dat zag, want ik ging er lang niet iedere week langs. Na korte tijd was het een grote lege, zwarte vlakte zo midden in die woonstraat met allemaal keurige huizen. Jammer genoeg heb ik hier geen foto’s van, maar als het goed is, ziet u het zo voor u.  En opeens zag je ook heel veel achterkanten van de huizen een straat verder. “Zal ik dit toch fotograferen?”, dacht ik. “Nou nee, zo’n lege vlakte is niet zo mooi en die huizen aan de achterkant ook eigenlijk niet …” en zo liet ik het wéér voor wat het was. Maar vandaag, weet u, kwam ik er toevallig langs. De lege vlakte was prachtig begroeid, met een mengsel tussen wilde bloemen en wat er ooit in die tuin had gestaan. En opeens met die hele geschiedenis in mijn hoofd van dat huis en dat verval en die geheimzinnigheid vond ik het wél de moeite om vast te leggen. Het zal wel gauw dichtgebouwd worden, maar dan zijn er mijn foto’s, hiep hoi. Ik ga misschien toch eens informeren wat er aan de hand was of niet? Ach, misschien is het zo wel beter.

weblog 009weblog 011weblog 012weblog 014weblog 015weblog017klikken voor vergroten