Een verhaaltje voor het slapen gaan.

026

Er waren eens twee leuke vogeltjes. Ze waren allebei precies hetzelfde. Nou ja, bijna dan, zal ik maar voor de zekerheid zeggen. Want ik zie het verschil namelijk niet. Jullie wel? Maar goed, ze zaten laatst weer eens dicht tegen elkaar  te bibberen en te rillen, want het regende, het was kil en het woei ook nog eens heel hard. Het stormde eigenlijk al dagen en ook nachten.  Af en toe als er een harde windvlaag kwam, werden ze zomaar een eind weggeblazen, als een veertje. Het was nog goed dat ze steeds gauw de pootjes ineen geslagen hadden, want anders waren ze elkaar al lang kwijt geraakt. “Pietje”, zei het vrouwtje, “ik kán niet meer. Ik word er zo moe van… en ik heb me al overal gestoten, aan bomen en takken en …  “Ach Mientje meisje, ik ook, zelfs aan een grote lantaarnpaal. En niets gaat voor ons opzij. Straks waaien we nog tegen een kat aan, dan zijn we er geweest, zeg maar”.

Mientje keek zorgelijk en ging als ze weer even stil zaten, zwaar zitten denken. Na een tijdje  kreeg zij plotseling een idee. Zij stootte met haar vleugel tegen die van Pietje aan en zei: “Pietje, kunnen wij ook geen trekvogels worden? Met wind mee hard vliegen en maar zien waar we uitkomen. Erger dan hier kan het niet worden. En hoog in de lucht komen we ook geen katten tegen”. Tjonge, daar zat Pietje van te kijken. Hij wist niet dat hij zo’n slim Mientje had. “Ja ja-ha, daar zeg je wat. Dat is helemaal zo’n slecht idee nog niet. Weet je wat, dat doen we!”  Zo gezegd, zo gedaan. Eerst probeerden ze nog gauw wat te eten en daarna bij de eerste windstoot vlogen ze op en lieten zich meevoeren. “Oe-hoe-hoeps” deed de wind. En daar gingen ze, hoger en nóg hoger en toen zo hoog dat niemand ze meer kon zien.  Maar welke kant gingen ze nu toch uit? Ze hadden geen flauw idee. Ze lieten zich gewoon maar gaan. “Zoals de wind waait, waait mijn rokje” zei Mientje geruststellend. Pietje lachte om haar grapje.

Verder en verder vlogen en woeien zij, tot … de wind wat warmer werd, ja hoor, ze voelden het allebei. Ze keken naar beneden en wat zagen zij daar? Palmbomen in alle soorten en geel zand en kleurige bloemen en … heel veel andere vogels.  “Kijk Mientje, dáár moeten we zijn”, zei Pietje die nu gerust de leiding weer durfde te nemen. “Doe je landingsgestel uit, we strijken neer, recht naar die gele handdoek daar…”  Zij buitelden samen naar beneden, dolblij maar ook erg moe. En wat was dat nou? Er lag niet alleen een handdoekje voor ze klaar maar er stond ook een fleurig parasolletje. Zij namen er blij plaats en keken om zich heen. Allemaal tevreden vogels waar je ook keek. Flamingo’s, ooievaars, toekans, pelikranen, maar ook zwaluwen, merels en heel veel mussen.  Maar er was voor iedereen plaats genoeg omdat er grote tuinen waren, echte niet met stenen en volop eten, namelijk wormpjes en zaadjes en besjes. Overal kon je met gemak een nestje maken en eitjes leggen en dan gaan broeden en broeden… maar eerst gaan wij lekker slapen want wij zijn … zo… zo moe.

3 gedachten over “Een verhaaltje voor het slapen gaan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s