“And now…

“And now…    something completely different”.  Laat ik eens een nieuwe rubriek aanmaken, o nee een categorie heet dat. En die zal gaan heten: MvG. Zo. En nu mag u door dit stukje te lezen proberen te ontdekken waar dit een afkorting voor is. Voorbeeldje: gister had ik één van de twee boeken uit, die ik aan het lezen was. De andere al bijna. Ik voelde mij dik tevreden, want straks kon ik toch maar mooi weer twee titels aan mijn leesschrift toevoegen. Daarin staan namelijk alle boeken genoteerd die ik gelezen heb in 2015, met titel en naam van de schrijver én in welke maand. Een ontzettend handig schrijft voor verstrooide mensen. Ik voelde mij even helemaal gelukkig. Niet dat het slechte boeken waren, nee helemaal niet. Eén was van Aaf Brandt Corstius en Aaf is leuk! Ik bedoel maar… Mijn ogen dwaalden naar de vensterbank, waar de Hoya staat. Jee, hij heeft nu al 5 trossen bloemen en mooi dat hij is, lieve help, wat een schoonheid. En alweer voelde ik een rillinkje van geluk door mij heen gaan. Kent u dat, beste lezers? Heeft u dat ook wel eens?? Zo niet, moet u er eens op gaan letten. Het overkomt mij natuurlijk niet alleen, dat kan niet. Denk eens na, ja…? Nee, toch niet?Ik heb geduld in deze, maar ik ben wel benieuwd.

weblog 019weblog 020

Advertenties

En al doende…

Terwijl ik druk aan het meedoen was met de vernissage, (zie vorig logje), zei echtgenoot dat hij even buiten ging zitten. Even een luchtje scheppen, zoals dat heet, dát leek mij ook wel wat. Er stonden daar twee bankjes onder de bladeren.  Naast Hans zat een voor ons onbekende dame. “Vroeger stond op deze plaats een Pesthuis” meldde hij mij. Ik wist dat bij hem door al die genealogie ‘vroeger’ zo in de 19e eeuw betekende, maar dat wist die mevrouw niet. “Een Pesthuis” zei zij, “dat is wel erg lang geleden”. Ik probeerde zo’n beetje uit te leggen waarom mijn man vaker in de 19e eeuw vertoefde, maar opeens herinnerde ik mij dat ik daar zelf gelegen had ná de geboorte van onze tweede zoon. Dat vertelde ik haar ook. “Ja, en vroeger mocht je nog 10 dagen blijven” zei de dame, “nu wordt je na één dag al naar huis gestuurd. Je had toen een kraamhulp die kookte en voor alles zorgde en je leerde hoe je een baby moest vasthouden, ik wist van niks…”. Er schoot mij ook van alles te binnen. “Ik wist ook van niks” zei ik, “de eerste keer dan en u zult het niet geloven maar toen mijn kleindochter geboren werd, ging ik helpen, maar ik was weer net zo onhandig. Er was namelijk een heel ander badje, een tubbyding of zo…”  “Je moest ze onder de armpjes pakken en het hoofdje moest tegen je arm rusten…” mijmerde mijn buurvrouw. “En je had toen nog geen pampers, dat kun je je niet voorstellen, wij moesten stoffen luiers in zo’n grijze ketel koken …getsie vies én een heel werk..” ging zij door. “Er waren er wel”, zei ik, “maar ze waren ontieglijk duur en wij zaten in de kunst –ik wees de kant uit waar de vernissage doorging-  dus dat was niet voor ons weggelegd”. “Wanneer had u dan baby’s?” vroeg zij. “In ‘71” antwoordde ik. “Ach ja, ik al in ‘61” zei zij. En zo spraken wij nog een tijdje gezellig door. Wonderlijk hoe ik tegenwoordig zomaar met een wildvreemde in gesprek raak, terwijl ik vroeger zo vreselijk verlegen was en ook nog heel lang gebleven ben ook.