Dat was best lang geleden … (2)

In dit gedeelte van mijn bezoek laat ik u zomaar wat foto’s zien. Ik vertel er weinig over want u kunt zelf zien wat ze doen of laten. Ik zal alleen de namen noemen –niet Jan, Piet of Klaas- maar de soort, bedoel ik.

1 een van mijn lievelingen in de kinderboerderij: het zwarte rammetje

2.   twee Bentheimervarkens

3. Een rijtje pelikanen

4. Het verliefde paar olifanten, beginnend met een voorspel, een dansje. en de drie dames met die fraaie dikke konten

5. De helmparelhoenders

6. Twee slapende jonge zeeleeuwpuppies

7. Een mandril

8. De eetbare tuin.

Dit was het, beste lezers. U houdt van mij nog te goed aparte en grappige foto’s in Artis. Ach, lieve mensen, het is daar toch zo heerlijk.

 

 

Advertenties

Dat was best lang …

Dat was best lang geleden …  …dat ik in Artis was. Eerst zaten we in de hittegolf –en die duurde en duurde – waardoor ik geen zin had in een nóg warmer Amsterdam te vertoeven. Maar goed, gisteren was ik er dan toch weer. Het was een prachtige dag, met ideaal weer.

Eerst ging ik maar naar de leeuwen om de dames daar te condoleren met het verlies van Caesar. Het naarste kan je maar zo gauw mogelijk achter de rug hebben. En ja hoor, het zag er triest uit. De twee leeuwinnen lagen bijna onzichtbaar achter de struiken, waardoor het terras een lege indruk maakte. Er was een prikbord neergezet, waarop de kinderen tekeningen en briefjes konden plaatsen. Ja, die zijn ook gewend dat geweldige beest daar altijd te zien. Caesar is 20 jaar geworden, wat oud is voor een leeuw, zegt men.

Daarna ging ik naar de olifanten en daar ging alles goed. Olifant Dindee is zwaar verliefd op Nikolai en hij op haar, zo te zien. Ze draaien steeds met hun slurven om elkaar heen. Zij hebben in dat puntje van hun slurven meer gevoel dan wij in onze vingertoppen, las ik. Eigenlijk zijn wij maar onbeholpen snuiters, lijkt mij, maar dat terzijde. Ma Olifant houdt zich wat terzijde, een beetje van ‘aan mijn lijf geen polonaise, makker’.  Dat maakt de kleine Sanoek wat onzeker, want zij vindt die kanjer Nikolai ook erg leuk. Zij draaft dan ook van de een naar de ander en stoort iedere keer het verliefde paar. Maar olifanten zijn heel geduldig met kleintjes want de veiligheid van de kudde staat altijd voorop. Mooi, hè? Ze hebben mijn sympathie, die goeie lobbesen.

En…ik heb het kleine gorillaatje gezien, die door zijn moeder in Duitsland verstoten was, weet u wel? Nou, het gaat goed. Zij speelt en dolt volop met twee jonge mannelijke gorilla’s, die haar tevens ook wat bescherming bieden. Voor ‘de grote baas’ heeft zij het nodige respect en als zij het even vergeet, gaat één van de jongens beschermend vóór haar staan.

(Voor Bertie)

Wordt vervolgd…

Een abuis

Ik had al een tijdje zin om weer eens wat te haken en dan vooral iets waarmee je allerlei kleuren kunt gebruiken, die ik nog volop heb van mijn vorige handwerkperiode’s. Ik ben weliswaar nog steeds volijverig aan het schilderen, tekenen en etsen, maar iets erbij voor een saaie avond zou wel lekker zijn, dacht ik zo. Nu zag ik bij Hanscke op haar weblog een gehaakt fruitnet. Als je er met dun garen een paar maakt, kun je ze gebruiken in plaats van plastic zakken, dat stond er bij. Is nog goed voor het milieu ook. Ik kreeg van Hanscke het patroon toegestuurd.

“Ik neem gewoon katoen, dat zal ook niet zo dik zijn” dacht ik. Nodig was ook een dikke haaknaald, las ik. Mijn dikste pen was nummertje 10 en ik vond hem behoorlijk dik. Ik zocht wat leuke kleuren uit en begon opgewekt te haken. Toen ik zo een eindje  gedaan had, zag ik bij mij een heel ander net ontstaan dan die op de foto van Hanscke. Veel dikker én kleinere openingen. Maar dat net was te klein, schreef zij, want er kon maar krap een of twee appels in. “Veel meer steken meerderen” had zij er bij geschreven. Nou, dan maar een ander soort net, dacht ik en maakte er een hoop steken bij. Toen ik het wel genoeg vond, stopte ik met meerderen en haakte vrolijk verder aan mijn kleurige net. Maar … wat was dat? Het net bleef klein en werd zwaarder en zwaarder. Mismoedig bekeek ik het ding en begreep: er was dus veel dunner garen voor nodig geweest en dat had ik niet. Ik kon er natuurlijk wel een ander soort tasje van maken … of … nee, meer kon ik niet bedenken. Teleurgesteld zette ik het ding maar op mijn kop om Kwaster zijn aandacht te trekken. Kwaster keek en zei bewonderend: “Niks meer aan doen, is een fantastisch leuke muts!”  Ik ging in de spiegel kijken en ja, helemaal niet zo gek, hee. Ik denk dat ik dat maar doe, met een koordje erdoor of een elastiek en alle kleuren jassen staan er prima bij. Hoe vind u dat? Het is helemaal geen abuis maar een complete creatie, zeg maar. Toch is het een gek idee, hoor. Je begint aan een net en het wordt zomaar een muts, haha!

(Sorry Hanscke)

Rommel de bommel

“Wat is er Kwaster? Hoofdpijn, ach… Ga even lekker op het bedje lig… o nee, dat ligt helemaal vol”. Moet ik nodig weer eens opruimen. Maar ja, ik kan ook niet alles tegelijk. Ik ben al bezig met de boekenkasten, boven én beneden, schiet nog niet erg op, en zo tobde ik wat in mijzelve. Intussen was ik een soortement van boodschappennetje aan het haken van een patroon dat ik van Hanscke toegstuurd had gekregen. En omdat ik het verkeerde garen had –moest heel erg dun zijn – én een haaknaald had die nóg dikker moest zijn dan ik al had, was ik dus helemaal fout bezig. En van het een kwam het ander. Opeens zag ik de waarheid onder ogen. Hier komt hij: OVERAL WAAR IK ZIT, KOMEN ER STAPELTJES SPULLEN TE LIGGEN. Je kunt het spoor zo volgen. Op de bank en op de middentafel bollen katoen in allerlei kleuren e.a.d. (en andere dingen), op dat bewuste bedje tekenspullen, krijtjes, schetsblokjes, etui’s, aquareldingen e.a.d. én alsof het nog niet erg genoeg is, zet zoon Martijn er vaak nog wat bij, met name 4 plastic flamingo’s (3 zijn heel en 1 kapot) en een grote doos VOL met gedichten. Voor beiden heb ik nog geen plaatsje gevonden. Wel heb ik al  twee bundels gelezen, hoewel ik dat normaal zelden doe. Het stukje bank dat over is, daar ligt Boeli op, ontzettend slordig, al zeg ik het zelf. Maar ja, zo’n beest past zich aan, je kunt het hém niet kwalijk nemen. Het is toch wat hè mensen? Op deze manier krijg ik nooit van zijn leven een opgeruimd huis, want ik zelf blijf stapeltjes produceren, ongemerkt en nog veel vlugger dan ik kan (of wil?) opruimen. Gelukkig heb ik wél van nature een opgeruimd karakter en dat is ook wat waard, hoor.

Een gênant ogenblik

Laatst maakte ik kennis met een nieuwe mevrouw op het Vollemaansfeest, Anna. Zij was daar voor het eerst. Wij raakten in een langdurig gesprek wat zij wel fijn vond, denk ik, omdat zij nog bijna niemand kende.  Zij vertelde en vertelde…af en toe knikte ik instemmend of maakte passende geluiden. Best leuk, hoor, want het was een aardige vrouw. Op een gegeven moment wilde ik op een onderwerp ingaan en begon ook wat te vertellen… “Ho Thérèse, wacht even, ik heb maar één oor…” riep zij. Ik verstomde verschrikt. Ik zat links van haar en ik keek, ja daar zat een oor. Dan moest aan de andere kant … ik staarde maar durfde niet op te staan om aan de andere kant te gaan kijken. Er viel een akelige stilte, tot bij Anna het kwartje viel. “Ach, ik bedoel natuurlijk dat in mijn andere oor geen gehoor zit, ik hoor daar niet mee” verduidelijkte zij, een tikkeltje bazig. Ja, wel een beetje dom van mij. Maar goed enfin, kan gebeuren.

agendakrabbel

Na een tijdje was ik weer eens mijn tas kwijt, waar ik mijn fototoestel in had gedaan. “Heeft iemand soms een zwarte tas gezien?” riep ik. “Deze? Of deze?  Nee, misschien deze??” Men stak een menigte zwarte tassen omhoog. Opeens zag ik de mijne. Hij stond gewoon midden op een grote tafel. Toch, wie zou nu gedacht hebben dat vrijwel alle vrouwen ook een zwarte tas bij zich hadden?  Midden in de zomer? Ach dom, ik had zelf ook een zwart geval. Hahaha, volgende keer kies ik een leuk kleurtje uit. Ik heb namelijk een zwak voor tassen, een donkergele, denk ik. Ik zal eens in de winkels gaan kijken…

De tweede zomergast

De tweede zomergast was Louis van Gaal. Hans verheugde zich er enorm op. Ik was wel benieuwd maar vreesde ook dat hij misschien de hele avond over voetbal zou praten. Dus vol verschillende verwachtingen zaten wij om kwart over acht klaar voor de buis. En? Wij hebben een héél boeiende avond beleefd. Misschien wel een van de meest boeiende in lange tijd. Beiden, zowel Jeanine als Louis, hadden zich goed voorbereid. Jeanine wist waarschijnlijk veel meer van voetbal dan zij ooit geweten heeft.

En Louis had zich in zijn hele leven verdiept, beginnend bij zijn jeugd tot aan de de dag van vandaag. Hij is een bedachtzaam spreker en hij laat zich niet onderbreken.  Hij zegt doodleuk maar beleefd dat hij iets niet kan uitleggen als zij hem niet laat uitpraten of hem telkens in de rede valt. Jeanine zegt dan dat zij op de klok moet letten. Waar is toch die tijd gebleven, dacht ik opeens, dat een mooi programma rustig kon uitlopen? Daarom ratelen ze allemaal zo, ging mij opeens een licht op, Eva en Mathijs en noem maar op.  Een verademing om naar deze man te luisteren. Hoe hij vertelde over zijn jeugd, de ziekte van zijn eerste vrouw, zijn kinderen, zijn voetballers, zijn tweede vrouw, Truus en het meest recent zijn stoppen met werken. Dit is heel kort samengevat. Enfin, als u het niet gezien heeft, het kan nog, dacht ik. Heeft u het wél gezien, dan ben ik benieuwd hoe u het ervaren heeft.