Waar blijft de tijd?

Er is een klimaatverandering op komst –dat weet iedereen- maar de laatste tijd vraag ik mij af of het mogelijk is dat er ook een tijdverandering  bezig is. Zo heb ik een logje geschreven over een fijn weekend, zo is het al bijna een week verder en nú, donderdag, is het al weer bijna zo ver. En in die tussentijd heb ik niks geschreven. Wát heb ik eigenlijk wél gedaan? Wat huishoudelijke dingessen, maar dat mag geen naam hebben. Gelezen, het boek Job van Josef Roth, heel mooi, een aanrader. Ik was met KwasterHans in Amsterdam om wat verfbenodigdheden te kopen. Ik heb wat getekend, maar ook al niet veel. Ik heb vaak gewandeld en foto’s gemaakt, dat neemt tijd,  bij mij dan.En verder? Ik zou het niet meer weten. Het komt erop neer, dat ik steeds minder doe op een dag en daarom denk ik zo maar dat de tijd harder gaat. O ja, een collega/vriendin Floor M. kwam een ets bij mij kopen voor haar zoon en natuurlijk hebben we meer etsen bekeken en nog gezellig gekletst. Maar…die middag was ook al zo voorbij. Zie je nu wel dat de tijd sneller gaat dan vroeger? Neem nu onze schilder die ons beloofd had de buitenboel af te komen schilderen in maart en volgens mij is het nu mei en nog steeds geen schilder.  Daarom belde ik hem maar eens. “Ja, er kwam wat tussen, weet u wat, even kijken m… mmm…, ja, ik kom de eerste of tweede week van juni”. “Echt waar?” vroeg ik ongelovig. “Dan ziet u mij verschijnen, mevrouw” beloofde hij. Dat kan dan wel wezen en ik moet hem wel geloven, hoewel… maar toen ik het gesprek beëindigd had, dacht ik: waar zijn dan die maanden gebleven???  Te weten maart, april én mei, die al bijna om is. Zien jullie nu dat de tijd vliegt? Die schilder weet ook vast niet meer wat hij allemaal uitgespookt heeft en zo zal het met de timmerman ook gegaan zijn, vermoed ik. Dat jullie nog aan bloggen toekomen en sommigen nog wel iedere dag, dat mag wel een wonder heten… Maar misschien gaat de tijd in Zeeland (Ria), Friesland (Wieneke) en Groningen (ReneSmurf) wel langzamer. Het is daar tenslotte ook rustiger en kalmer en minder stress enzo. Maar ja, ik blijf toch lekker in Noord Holland wonen, hoor. Tenslotte is het overal wát, nietwaar?

Advertenties

Een bijzonder weekend

Toevallig – nee, niet speciaal voor Moederdag- was dit weekend iedereen thuisgekomen. De kleinkinderen kwamen pas aan het eind van de zaterdagmiddag want er moest eerst nog gevoetbald worden en hun moeder moest ook nog tajsji lesgeven, maar rond half vijf waren ze er dan toch. “Oma” riepen zij in koor, “wij willen knutselen…” Dat was leuk, want ik had die week met opruimen juist een heleboel knutselspullen in een grote doos gedaan, dan konden ze maar kiezen, dacht ik. En dat was goed gedacht. “Oma, mama mag niet in de gang komen, hoor! Voor Moederdag, snap je wel?” Wij  knikten allemaal heel geheimzinnig en ze gingen meteen met iets aan de slag. En ik moet zeggen, dat ze allebei iets ontzettends leuks gemaakt hebben. Mare een varkentje in een hokje met stro  (getekend en met kralen geplakt) en Rein een afbeelding van zijn moeder met goudkleurig haar, een tasje en een bad met badschuim. Kijk, hier zijn de foto’s.

Ze hebben alles zelf verzonnen en binnen een uurtje gemaakt. Ik ben trots op ze en hun moeder natuurlijk ook de volgende dag. ’s Avonds kletsten wij wat en iemand zette even het songfestival op.  “Hè nee toch, niet dat stomme gedoe” en dat vond eigenlijk iedereen ook. Maar na een tijdje kijken, gebeurde er zo iets als een wonder. Onze beide zoons zagen de humor er van in en kregen de slappe lach. En bij ieder nieuw nummer moesten zij nog harder lachen en riepen: “Wij zijn helemaal omgeturnd….hahahahaha…wat een stom gedoe !”  Zij leverden samen commentaar wat wij niet verstonden maar het was zo’n aanstekelijk gelach, dat wij net zo moesten meelachen en bij iedereen liepen de tranen over de wangen. Ik denk niet dat dát de bedoeling was maar wij hadden ondanks dat songfestival een geweldige avond.

De zomer nadert…

Gisteravond zat ik heerlijk wat te lezen.  Een boek van Tommy Wieringa: ‘Ga niet naar zee’.  Een prettig boek.  Ik had eerst wat in de krant gekeken maar dat is beter van niet, denk ik. Je wordt maar bang van de toestand in de wereld en ik wil nu juist genieten van de lente en de zomer. Het was nog een heerlijk temperatuurtje en er stonden nog twee ramen open.

Opeens vliegt er iets geels langs mij: een mot of een vlinder? Ik denk een verdwaalde vlinder. Is iemand hier onder de lezers een kenner? En zo ja, wat voor eentje is het, denkt u?  Ik werd er helemaal blij van: zo’n mooi geel fladderend beessie die zich door ons liet bewonderen. Ja, het is toch een stukje natuur in je huiskamer. Daarna kwamen er nog andere kleine vliegjes, van klein tot héél klein. Ik liet de ramen mooi openstaan, want ik was benieuwd wat er nog meer zou komen.

En ja… er kwam iets groters aan, iets vliesvleugeligs, zeg maar. Ik kon hem niet fotograferen, want hij (of zij) zoefde zo snel in het rond. Vanochtend vond ik hem, liggend op de grond, met zijn lange poten helemaal in de war. Het arme dier. Al die haast is nooit goed, dat heb ik laatst zelf ook ondervonden. Op dat bruggetje, weet u nog wel? Misschien heeft hij ook wel geschaafde knietjes… ik kan het niet zien. Maar hij bewoog niet meer, dus een pleister plakken zal niet meer nodig zijn.  Maar misschien heeft hij toch nog een jolig leven gehad, laten we het hopen.

‘k Ben zelf een dom gansje…’

Ik heb lang zitten twijfelen of ik u dit wel zou gaan vertellen of niet. U zou misschien kunnen denken dat ik hier zou willen klagen, maar dat is het niet, hoor. Het IS wel zielig voor mij, maar u MAG er ook een beetje om lachen. Ja, niet te hartelijk natuurlijk, want zo lollig  is het nu ook weer niet.

Ik ga het u dus WEL vertellen. Ik was aan het wandelen, eergisteren; het was prachtig weer, de tulpen bloeiden dat het een aard had; de Keukenhof was er niks bij. Ik maakte flink wat foto’s en kwam al wandelend en genietend bij een bruggetje, dat leidt naar een tunneltje onder het spoor. Op dat bruggetje hebben ze links en rechts dunne latjes gemaakt om niet uit te glijden tijdens de afdaling bij nat weer. Maar ik moest juist naar boven, keek of er nog wat moois te fotograferen was en opeens voelde ik mij struikelen  en BOEM au au, daar lag ik. Niet op zo’n latje gelet. Daar zat ik op dat bruggetje en voelde al dat het moeilijk zou worden om omhoog te komen. Ik bleef maar even zitten dan en bekeek mijn knieën, jawel geschaafd, met bloed, net als onze jongens vroeger zo vaak. Ik deed weer een poging om omhoog te komen, maar het lukte niet. Maar toen –het leek wel een sprookje, mensen- kwam er een lieve mevrouw aan in een auto. Zij stopte en kwam naar mij toe rennen. Zij vroeg waar ik pijn had, hielp mij omhoog en bood aan mij naar de dokter te brengen. Het leek mij niet nodig, want ik voelde mij goed. Toen zei ze: “Ik breng u wél even naar huis, hoor. Is een kleine moeite”. Kordaat hees zij mij omhoog, keek bezorgd of ik goed kon lopen en bracht mij thuis. Wat ontzettend lief hè?

Maar waar ik nu meezit, is de vraag of ik op mijn leeftijd (73) het tijdperk der kwalen inga, dan weer hier over struikel dan daar weer dáár afdonder en dat ik dan heel voorzichtig moet worden, waar ik tot nu toe bijna nooit aan dacht. Dat zal nog een heel leerproces worden. Of is het nu voorlopig dan afgelopen met die pechvogelarij??  Tja…

Moeders de Gans

  

Dit keer fotografeerde ik op mijn wandeling geen poezen en geen honden, geen zwanen, meerkoeten of eenden, maar… een piepklein gansje. Twee meisjes waren druk met hem in de weer. Ze vertelden dat hij/zij alleen achtergebleven was en dat ze het beestje maar onder hun hoede hadden genomen. Zo leuk; ieder keer dat zij een stukje verder gingen, rende hij hard achter aan hen aan, wapperend met zijn kleine dikke vleugeltjes. Zij hadden zelf geen grasveld en lieten hem daarom op het grote veld  uit om wat gras enzo te knabbelen. Zij vertelden dat zij een babybadje voor hem gekocht hadden en een trapje gemaakt hadden en zeiden dat zij zich samen een soort Moeder de Gans voelden. Wat ontzettend leuk, hè?  Ik heb wat foto’s gemaakt, één van een meisje mét gans en één van het beestje alleen, al pikkend en scharrelend. Hij lette goed op zijn moedertjes en die pakten hem snel weer op als er honden aan kwamen. ‘want je weet het maar nooit, hè?”  Wat een bof voor dit domme gansje dat twee lieve meisjes hem onder hun hoede hebben genomen en dat het hem maar goed moge gaan als hij een grote gans zal zijn geworden.

(Ik heb ook een filmpje, maar het lukt mij niet om die op mijn weblog te zetten. Wel staat het op Facebook)

Grrr…gordelroos

We hebben nog veel meer meegemaakt in Leuven en we hebben het ontzettend gezellig gehad samen. Maar om daar nu nog over te schrijven, ja dát is er niet van gekomen.  Het is ook de schuld van die ellendige gordelroos, wat een rotkwaal is dat. Eigenlijk is die nog steeds niet over, eerst alsmaar pijn en dan weer verschrikkelijke jeuk… maar binnenkort zal het toch wel over zijn, mag ik hopen.

  

Dan maar iets anders, beste lezers. Ik heb veel  gelezen tijdens de weken van ‘het lijden aan…’, zoals ik het voor mijzelf noem.  Ik ga niet al die boeken opsommen, maar van één boek heb ik heel intens genoten. Een krankzinnig, hilarisch, geestig en spannend boek “De Spaanse kat” van Hans Dorrestijn. Het zijn ooit stukjes in het Parool geweest, toen kwam het in losse boekjes uit en mijn uitgave is een dik boek met alle avonturen erin. Alleen ik weet niet of het nog te koop is ergens, want het is al uit 1992. Maar dan moet u er maar een beetje moeite voor doen, -als u het wilt lezen- zou ik zeggen. Je kunt nu eenmaal niet alles zomaar kopen. Het is een aanrader, absoluut ! U zult er een gelukkiger mens door worden, zeker als u een griepje onder de leden hebt of een andere nare kwaal, maar ook als u kerngezond bent, dan helemaal natuurlijk. Nou, veel plezier ermee.

Een pracht van een hond (Leuven 2)

Het wonderlijkste wat ik in Leuven heb meegemaakt is dat ik B IJ N A de trotse beztster van een fraaie hond was geworden. Bijna dus hè? Als ik niet zo sterk van karakter was geweest, dan was ik zeker  teruggekomen met een zeer fraai exemplaar, nog tamelijk groot ook. Ik zal het u uitleggen. Ik heb namelijk de merkwaardige hobby om in ons dorp de honden die ik op mijn wandeling tegenkom te fotograferen. Vervolgens ga ik thuis wat tekeningen van ze maken. Het plan is om in de toekomst een expo te maken met als titel: ‘De honden van Bovenkarspel’. Ik vertelde dat aan mijn (reis)vriendin Martine en zij lette mee op en wees mij enthousiast op diverse honden.  Zo had ik al een aardige verzameling op mijn camera staan, toen wij op de Oude Markt kwamen en daar een prachtige hond zagen liggen. Met toestemming van baas en hond maakte ik een mooie foto en daar het een vriendelijk beest was, kwam hij blij kwispelend op mij af.

“Hij is mooi, hè?” zei zijn baas. “Och kijk, hij mag u graag. Wilt u er een van mij kopen?” Ik dacht dat hij een gezellig praatje wilde maken en zei: “Was dat maar waar…”  “Ik meen het” zei de man, “maar dan zijn zusje, ietsje kleiner maar zeker zo lief. Echt, daar zulde veel plezier van hebben…”  Ik lachte een beetje en zei: “Mijn man zal mij zien aankomen. O nee…” . “Uw man is toch zeker niet de baas, gij beslist, maar zijn zusje dan, hè? We kunnen een leuke prijs afspreken…”  Hij keek mij vragend aan. Hij meende het echt. Zouden ze dat in België echt doen, zo maar een hond verkopen? Of zag hij mijn verlangende blik? Mijn vriendin en ik hebben er in de auto nog lang over gepraat, hoe leuk het zou zijn geweest als je eens één keer iets onbezonnens deed, zomaar met een Leuvense   hond thuiskwam en hoe gezellig zijmet mij zou wandelen, hoe goed zij zou luisteren en in het algemeen hoe BRAAF zij zou zijn en dat echtgenoot zou zeggen hoe goed ik er wel niet aan gedaan had om die lieverd mee naar huis te nemenen zo was het eind goed, al goed. Maar nee, ik moest zo nodig weer gehoorzaam en verstandig zijn.