Eindelijk hier weer een stukje

Dan kunt u  lezen hoe het momenteel met mij gaat. Ik zal u zeggen: “Het gáát… , dan een beetje beter, dan een beetje minder” Ik kan niet erg goed meer lopen, alleen kleine stukjes, want anders is het te vermoeiend. Gelukkig blijven er nog veel dingen over die ik wel kan. En ook uitgaan lukt met hulp van Hans en een rolstoel. We zijn dan ook al 2 keer naar Artis geweest, een keer naar het Rijksmuseum én naar het museum in Alkmaar. Die musea waren er tot dan toe niet van gekomen. 017
Tussendoor lees ik veel en teken en ets met plezier. U ziet dat ik mijn dagen wel doorkom. Bovendien krijg ik heel vaak visite, is wel druk, maar het doet mij ook heel goed. En KAARTEN, KAARTEN ook al in grote getale, kortom ik word zwaar in de watten gelegd, lieve mensen.
018  017
Soms heb ik het wel moeilijk, hoor, maar ja, het blijft moeilijk, nietwaar?

Advertenties

Het staartje van 2018

Hoe gaat u het oude jaar uit?  Ik heb dit jaar o.a. beëindigd met een bijzonder feest,beste mensen.  Een WINTERFEEST bij onze lieve vriend Gerrit (die van het IJsselmeer  en de volle maan, weet u nog?)  Alle genodigde paren worden verzocht wat lekkers voor 3 personen mee te nemen, in dit speciale geval winterkost en Gerrit trakteert dan op een voortreffelijke wijn. Hans (Kwaster)  had ‘draadjesvlees’ gemaakt en ‘Waalse raasdonders’.  Nee,doet u geen moeite,  het is in geen enkel kookboek te vinden.  Kent u het boek Otje van Annie Schmidt? Daarin staan Kaapse raasdonders en Hans zijn gerecht is een variatie erop, met allerlei bonen, meer weet ik ook niet. Het is een voortreffelijk recept. Wij waren ietwat verlaat en toen wij binnen kwamen, stond de grote tafel al bijna helemaal vol. Het leek op ‘water naar de zee dragen’. Je wist bijna niet waar je aan moest beginnen, zeg. Men zag mij met verbazing rondkijken, waarop iedereen probeerde zijn eigen kook- of baksel het meest aan te bevelen, haha. Dat maakte het er niet gemakkelijker op. Eerst dan maar een slokje wijn, proosten op onze gastheer en een toastje met eiersalade. En muziek? Ja hoor, die was er ook. Hoe die mensen toch aan zulke prachtige stemmen komen… en zo mooi op een concertina kunnen spelen, om maar één voorbeeld te noemen… geweldig hoor.

Na het feest kwam Kerst –dat heb ik al beschreven – en verder ach een beetje tekenen, een beetje dit en een beetje dat, ik weet het niet precies meer. Wel weet ik dat het vandaag Oudjaar is. We zijn maar met z’n drietjes, want morgen op 1 januari is er al weer een kleinzoon jarig en gaan wij naar Gorinchem. Welnu lieve mensen, een heel prettige avond gewenst en dit is mijn wens voor het nieuwe jaar.

Voor vrienden en familie,
Laten we allemaal zoals dit schaap, om 12 uur voorzichtig onder het hek doorkruipen, naar een nieuw jaar met groener gras, met wittere wolkjes, met geregeld ’s nachts een buitje regen en vooral veel dingen waar hartelijk om te lachen valt. Zo’n 2019 dus.

Een middagje uit

Gistermiddag kreeg ik opeens de kriebel, dat wil zeggen dat ik het dringende gevoel had, dat ik er even tussenuit moest. Voor de trein was het al aan de late kant, dus maar eens even Kwaster gepeild. “Zou jij het niet leuk vinden, Kwastertje, om even naar Alkmaar te rijden en die tentoonstelling in het Stedelijk Museum te gaan bekijken?” vroeg ik dus. Kwaster keek mij stomverbaasd aan. “Nu?” vroeg hij. Ja, hij kan weken tevreden thuis zitten, maar ik heb juist wat afwisseling nodig. Dan kom ik helemaal ‘opgeladen’ weer thuis. Ik doe dan van alles tot… de volgende uitgaansvlaag bezit van mij neemt. Het was dus weer zo ver, maar ’s ochtends had ik het nog niet zo gemerkt. Meestal voel ik het de avond tevoren al. Enfin, Kwaster vond het goed en vliegensvlug gingen wij op weg. Tenslotte hebben wij allebei een museumjaarkaart en dan moet je die gebruiken ook, maar dat tussen haakjes.

Er was een tentoonstelling van Piet van Wijngaerdt, de grondlegger van de Bergense School noemt men hem. Van wat ik begrepen heb, bleef hij eerst ‘klassiek’ schilderen in de trant van de Haagse school en wilde hij niets weten van dat moderne gedoe. Maar later sloeg hij om en experimenteerde erop los. Het legde hem geen windeieren want al spoedig was hij een van de beroemdste schilders van zijn tijd. Ik heb maar wat verschillende foto’s genomen, zodat u een indruk krijgt. Ik zelf vond het een mooie tentoonstelling.

De tweede zomergast

De tweede zomergast was Louis van Gaal. Hans verheugde zich er enorm op. Ik was wel benieuwd maar vreesde ook dat hij misschien de hele avond over voetbal zou praten. Dus vol verschillende verwachtingen zaten wij om kwart over acht klaar voor de buis. En? Wij hebben een héél boeiende avond beleefd. Misschien wel een van de meest boeiende in lange tijd. Beiden, zowel Jeanine als Louis, hadden zich goed voorbereid. Jeanine wist waarschijnlijk veel meer van voetbal dan zij ooit geweten heeft.

En Louis had zich in zijn hele leven verdiept, beginnend bij zijn jeugd tot aan de de dag van vandaag. Hij is een bedachtzaam spreker en hij laat zich niet onderbreken.  Hij zegt doodleuk maar beleefd dat hij iets niet kan uitleggen als zij hem niet laat uitpraten of hem telkens in de rede valt. Jeanine zegt dan dat zij op de klok moet letten. Waar is toch die tijd gebleven, dacht ik opeens, dat een mooi programma rustig kon uitlopen? Daarom ratelen ze allemaal zo, ging mij opeens een licht op, Eva en Mathijs en noem maar op.  Een verademing om naar deze man te luisteren. Hoe hij vertelde over zijn jeugd, de ziekte van zijn eerste vrouw, zijn kinderen, zijn voetballers, zijn tweede vrouw, Truus en het meest recent zijn stoppen met werken. Dit is heel kort samengevat. Enfin, als u het niet gezien heeft, het kan nog, dacht ik. Heeft u het wél gezien, dan ben ik benieuwd hoe u het ervaren heeft.

Une petite avonture

Aangezien wij hier te midden van huizen en winkels wonen en ik gelezen had dat je de horizon moest kunnen zien, reden Kwaster en ik naar de dijk aan het IJsselmeer. Het is een smalle dijk waar twee auto’s elkaar op sommige plekken maar kunnen passeren. Nou, wij waren niet de enigen. Er stonden heel veel auto’s en fietsen en langs de dijk zaten en stonden veel mensen in het gras. Spannend, dacht ik. “Ik zie nog helemaal niks, Hans” zei ik  “en nu moet hij op z’n mooist zijn”. Dat had ik gelezen. “Hij moet eerst boven de dijk uitkomen” stelde Kwaster mij gerust. “O ja” dacht ik, “dat is de horizon niet, maar de dijk”.

Goed, wij nestelden ons ook in het gras en gingen wachten. Achter ons kwamen steeds meer auto’s aanrijden en eentje stopte pal achter ons, midden op de dijk. Alle inzittenden stapten uit, haalden verrekijkers, statieven en grote camera’s te voorschijn. Zij leken voorlopig niet meer in te stappen. Kwaster en ik speurden intussen naar die rode maan; we keken door ons cameraatje, allerlei lichtjes in de verte maar geen maan nog te zien. Ik ging maar eens kijken bij mensen met een verrekijker bij zich. “Kijk, daar staat hij” zei een man en wees omhoog. “En daaronder Mars met de Marsmannetjes”. Ik vond de maan helemaal niet zo rood, maar Kwaster wel. Het valt mij altijd tegen, die dingen, maar het was hier ook niet zo helder.  “Zullen we dadelijk naar huis gaan, Kwaster?” vroeg ik. Kwaster keek mij aan en zei: “Hoe wil je dat doen? Kijk eens om je heen”.

 opgeleukt

Nee maar, een stilstaande file op de dijk. Door die ene auto had er niemand meer door gekund, niet de auto’s van links en ook niet die van rechts. De eerst aangekomen auto’s stonden keurig geparkeerd aan de kant, maar de anderen stonden midden op de weg, met de neuzen richting dorp en met de neuzen richting dorp af. Niemand kon voor of achteruit. “Nou, we zien jullie tegen de ochtend wel kommen” riep een opgewekte West-Fries. Ja, daar was ik ook bang voor. “Hans, er moet een regelaar komen” zei ik met een piepstem.

Maar Hans wachtte kalm af. In de verte zagen we nog meer auto’s erbij komen. Een dik uur later scheen het rustiger te worden. Wij ook konden erdoor. Hoe het zich heeft opgelost, ik zou het niet weten. “Het was toch een avontuur, Kwast” zei ik opgelucht, “une petite avonture”. Als ik gelukkig ben , praat ik wel eens Frans, haha.

De zomer nadert…

Gisteravond zat ik heerlijk wat te lezen.  Een boek van Tommy Wieringa: ‘Ga niet naar zee’.  Een prettig boek.  Ik had eerst wat in de krant gekeken maar dat is beter van niet, denk ik. Je wordt maar bang van de toestand in de wereld en ik wil nu juist genieten van de lente en de zomer. Het was nog een heerlijk temperatuurtje en er stonden nog twee ramen open.

Opeens vliegt er iets geels langs mij: een mot of een vlinder? Ik denk een verdwaalde vlinder. Is iemand hier onder de lezers een kenner? En zo ja, wat voor eentje is het, denkt u?  Ik werd er helemaal blij van: zo’n mooi geel fladderend beessie die zich door ons liet bewonderen. Ja, het is toch een stukje natuur in je huiskamer. Daarna kwamen er nog andere kleine vliegjes, van klein tot héél klein. Ik liet de ramen mooi openstaan, want ik was benieuwd wat er nog meer zou komen.

En ja… er kwam iets groters aan, iets vliesvleugeligs, zeg maar. Ik kon hem niet fotograferen, want hij (of zij) zoefde zo snel in het rond. Vanochtend vond ik hem, liggend op de grond, met zijn lange poten helemaal in de war. Het arme dier. Al die haast is nooit goed, dat heb ik laatst zelf ook ondervonden. Op dat bruggetje, weet u nog wel? Misschien heeft hij ook wel geschaafde knietjes… ik kan het niet zien. Maar hij bewoog niet meer, dus een pleister plakken zal niet meer nodig zijn.  Maar misschien heeft hij toch nog een jolig leven gehad, laten we het hopen.

Storm? Alweer?

Wat hoorde ik nu gisteren op de televisie bij het weerbericht? Er zou een fikse westerstorm aan komen, ’s nachts al. De weerman, Gerrit Hiemstra, vond het ook erg vervelend, want hij begon zelfs een beetje te stotteren en zei minstens tien keer:  … met hevige windstoten,  kracht zoveel en h h h hevige windstoten, past u alstublieft op voor de hhheel hevige w wwwindstoten, een zware storm uit het westen, vooral aan de kust en half Nederland krijgt er mee te maken, zie maar …en half Nederland werd plotseling oranje – en windstoten heel veel,  wel 140(?) km per uur. En ja hoor, het is weer zo ver. Overal liggen bomen omver, las ik op Face Book, in Amstelveen alle vuilnisbakken, zo’n prachtige Catalpaboom op de auto van een neef van mij, de treinen rijden nauwelijks en zowel in Amsterdam als in Den Haag de trams ook al niet meer, voorlopig dan, “op de Florasingel is ook al een boom omgewaaid” vertelde Kwaster die een zak kattenbrokjes was gaan halen, in Haarlem liet onze nicht A, haar honden uit en van de ene is heel haar kapsel verschrikkelijk in de knoop gewaaid*.  Zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar moet u eens horen. Hebben we nu nog geen storm genoeg gehad? Volgens mij al een heleboel en fikse, hoor. Het moet nu maar eens afgelopen zijn. Desnoods gaan wij dan maar de winter in en is het afgelopen met die w w ww wevige hindstoten, nietwaar Gerrit Hiemstra? Ook weermannen willen wel eens goed weer brengen, toch?

foto A. Hart