De tweede zomergast

De tweede zomergast was Louis van Gaal. Hans verheugde zich er enorm op. Ik was wel benieuwd maar vreesde ook dat hij misschien de hele avond over voetbal zou praten. Dus vol verschillende verwachtingen zaten wij om kwart over acht klaar voor de buis. En? Wij hebben een héél boeiende avond beleefd. Misschien wel een van de meest boeiende in lange tijd. Beiden, zowel Jeanine als Louis, hadden zich goed voorbereid. Jeanine wist waarschijnlijk veel meer van voetbal dan zij ooit geweten heeft.

En Louis had zich in zijn hele leven verdiept, beginnend bij zijn jeugd tot aan de de dag van vandaag. Hij is een bedachtzaam spreker en hij laat zich niet onderbreken.  Hij zegt doodleuk maar beleefd dat hij iets niet kan uitleggen als zij hem niet laat uitpraten of hem telkens in de rede valt. Jeanine zegt dan dat zij op de klok moet letten. Waar is toch die tijd gebleven, dacht ik opeens, dat een mooi programma rustig kon uitlopen? Daarom ratelen ze allemaal zo, ging mij opeens een licht op, Eva en Mathijs en noem maar op.  Een verademing om naar deze man te luisteren. Hoe hij vertelde over zijn jeugd, de ziekte van zijn eerste vrouw, zijn kinderen, zijn voetballers, zijn tweede vrouw, Truus en het meest recent zijn stoppen met werken. Dit is heel kort samengevat. Enfin, als u het niet gezien heeft, het kan nog, dacht ik. Heeft u het wél gezien, dan ben ik benieuwd hoe u het ervaren heeft.

Advertenties

Une petite avonture

Aangezien wij hier te midden van huizen en winkels wonen en ik gelezen had dat je de horizon moest kunnen zien, reden Kwaster en ik naar de dijk aan het IJsselmeer. Het is een smalle dijk waar twee auto’s elkaar op sommige plekken maar kunnen passeren. Nou, wij waren niet de enigen. Er stonden heel veel auto’s en fietsen en langs de dijk zaten en stonden veel mensen in het gras. Spannend, dacht ik. “Ik zie nog helemaal niks, Hans” zei ik  “en nu moet hij op z’n mooist zijn”. Dat had ik gelezen. “Hij moet eerst boven de dijk uitkomen” stelde Kwaster mij gerust. “O ja” dacht ik, “dat is de horizon niet, maar de dijk”.

Goed, wij nestelden ons ook in het gras en gingen wachten. Achter ons kwamen steeds meer auto’s aanrijden en eentje stopte pal achter ons, midden op de dijk. Alle inzittenden stapten uit, haalden verrekijkers, statieven en grote camera’s te voorschijn. Zij leken voorlopig niet meer in te stappen. Kwaster en ik speurden intussen naar die rode maan; we keken door ons cameraatje, allerlei lichtjes in de verte maar geen maan nog te zien. Ik ging maar eens kijken bij mensen met een verrekijker bij zich. “Kijk, daar staat hij” zei een man en wees omhoog. “En daaronder Mars met de Marsmannetjes”. Ik vond de maan helemaal niet zo rood, maar Kwaster wel. Het valt mij altijd tegen, die dingen, maar het was hier ook niet zo helder.  “Zullen we dadelijk naar huis gaan, Kwaster?” vroeg ik. Kwaster keek mij aan en zei: “Hoe wil je dat doen? Kijk eens om je heen”.

 opgeleukt

Nee maar, een stilstaande file op de dijk. Door die ene auto had er niemand meer door gekund, niet de auto’s van links en ook niet die van rechts. De eerst aangekomen auto’s stonden keurig geparkeerd aan de kant, maar de anderen stonden midden op de weg, met de neuzen richting dorp en met de neuzen richting dorp af. Niemand kon voor of achteruit. “Nou, we zien jullie tegen de ochtend wel kommen” riep een opgewekte West-Fries. Ja, daar was ik ook bang voor. “Hans, er moet een regelaar komen” zei ik met een piepstem.

Maar Hans wachtte kalm af. In de verte zagen we nog meer auto’s erbij komen. Een dik uur later scheen het rustiger te worden. Wij ook konden erdoor. Hoe het zich heeft opgelost, ik zou het niet weten. “Het was toch een avontuur, Kwast” zei ik opgelucht, “une petite avonture”. Als ik gelukkig ben , praat ik wel eens Frans, haha.

De zomer nadert…

Gisteravond zat ik heerlijk wat te lezen.  Een boek van Tommy Wieringa: ‘Ga niet naar zee’.  Een prettig boek.  Ik had eerst wat in de krant gekeken maar dat is beter van niet, denk ik. Je wordt maar bang van de toestand in de wereld en ik wil nu juist genieten van de lente en de zomer. Het was nog een heerlijk temperatuurtje en er stonden nog twee ramen open.

Opeens vliegt er iets geels langs mij: een mot of een vlinder? Ik denk een verdwaalde vlinder. Is iemand hier onder de lezers een kenner? En zo ja, wat voor eentje is het, denkt u?  Ik werd er helemaal blij van: zo’n mooi geel fladderend beessie die zich door ons liet bewonderen. Ja, het is toch een stukje natuur in je huiskamer. Daarna kwamen er nog andere kleine vliegjes, van klein tot héél klein. Ik liet de ramen mooi openstaan, want ik was benieuwd wat er nog meer zou komen.

En ja… er kwam iets groters aan, iets vliesvleugeligs, zeg maar. Ik kon hem niet fotograferen, want hij (of zij) zoefde zo snel in het rond. Vanochtend vond ik hem, liggend op de grond, met zijn lange poten helemaal in de war. Het arme dier. Al die haast is nooit goed, dat heb ik laatst zelf ook ondervonden. Op dat bruggetje, weet u nog wel? Misschien heeft hij ook wel geschaafde knietjes… ik kan het niet zien. Maar hij bewoog niet meer, dus een pleister plakken zal niet meer nodig zijn.  Maar misschien heeft hij toch nog een jolig leven gehad, laten we het hopen.

Storm? Alweer?

Wat hoorde ik nu gisteren op de televisie bij het weerbericht? Er zou een fikse westerstorm aan komen, ’s nachts al. De weerman, Gerrit Hiemstra, vond het ook erg vervelend, want hij begon zelfs een beetje te stotteren en zei minstens tien keer:  … met hevige windstoten,  kracht zoveel en h h h hevige windstoten, past u alstublieft op voor de hhheel hevige w wwwindstoten, een zware storm uit het westen, vooral aan de kust en half Nederland krijgt er mee te maken, zie maar …en half Nederland werd plotseling oranje – en windstoten heel veel,  wel 140(?) km per uur. En ja hoor, het is weer zo ver. Overal liggen bomen omver, las ik op Face Book, in Amstelveen alle vuilnisbakken, zo’n prachtige Catalpaboom op de auto van een neef van mij, de treinen rijden nauwelijks en zowel in Amsterdam als in Den Haag de trams ook al niet meer, voorlopig dan, “op de Florasingel is ook al een boom omgewaaid” vertelde Kwaster die een zak kattenbrokjes was gaan halen, in Haarlem liet onze nicht A, haar honden uit en van de ene is heel haar kapsel verschrikkelijk in de knoop gewaaid*.  Zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar moet u eens horen. Hebben we nu nog geen storm genoeg gehad? Volgens mij al een heleboel en fikse, hoor. Het moet nu maar eens afgelopen zijn. Desnoods gaan wij dan maar de winter in en is het afgelopen met die w w ww wevige hindstoten, nietwaar Gerrit Hiemstra? Ook weermannen willen wel eens goed weer brengen, toch?

foto A. Hart

Kerstmis 2017

Ze slapen niet echt, hoor. De boeven, ze kunnen zo bij het toneel.

Zo, dat hebben we weer gehad. Hoewel het heel gezellig was uiteindelijk,  de hele familie compleet was, hadden wij in de aanloop naar het feest allerlei tegenslag. Ik noem maar wat dingen: wegens tijdgebrek besloten wij de kerstpost voor het eerst van ons leven met de mail te doen, in de veronderstelling dat wij van de hele familie én van onze vrienden alle mailadressen wel zouden hebben. Maar nee, dat was dus niet het geval. Het kwam er toen op neer, dat wij, in de zenuwen geschoten,  sommige mensen die wij áltijd stuurden vergaten nota bene. Inmiddels waren wij te laat voor Kerst en behoorlijk stressig geworden, terwijl wij net gedacht hadden dat het zoveel gemakkelijker zou zijn. Bovendien waren wij telkens wat kwijt, het laatst mijn nieuwe verse agenda, die ik juist tijdig gekocht had, Nou ja, nog vóór de Kerst stortten wij al bijna in en was ik geneigd om te gaan kijken of er voor ons nog plaats was ergens in een herberg in een of ander land.

Maar dapper besloten wij thuis te blijven en het Kerstfeest gewoon te vieren net als héél véél andere mensen, boodschappen te gaan doen, bedden te dekken, de ergste rommel te ruimen en menu’s voor vegetariërs door te kijken. Een boompje en mijn mooie kerststal stonden er al een tijdje. Nou ja, wij vergaten wat en Kwaster ging nóg maar eens naar de winkel. Maar ik geloof dat het toen wat rustiger werd in onze gemoederen. En toen werd het Kerstmis, wij lagen bij nacht in ons bed. Wij sliepen heerlijk en hoorden d’engelen nauwelijks zingen. Verder was er geen pech meer, iedereen vermaakte zich, er is niets aangebrand, noch eten, noch mens of kind en dat, lieve mensen, was het wel zo’n beetje. Hoe was uw Kerst, als ik  vragen mag?

Vooruit dan maar…

blog-002Ik zal braaf doen wat mij gevraagd werd, nog een gewone dag beschrijven. Ik ging NIET naar Artis, dus deze dag zal vast  overeenkomsten vertonen met die van gisteren. Ik stond vandaag wat te laat op, ik dronk koffie en tekende een 10 minuten-tekening.

blog-liesDaarna rommelde ik maar wat, maar wat precies? Ik weet het niet meer. Na de middagboterham maakte ik een portrettekening (naar een foto) van een lieve vriendin.

blog-014Daarna maakte ik een wandeling en fotografeerde wat dingen die op een komende herfst wezen. (zie facebook, als u daaraan doet). Ik deed de afwas en ruimde hier en daar wat op. Maar eigenlijk had ik daar helemaal geen zin in en dan schiet het ook niet op. ’s Avonds aten wij door Hans bereide vissticks, aardappelpuree, erwtjes uit de diepvries en lekkere sla met van alles erin. Ons toetje was Griekse yoghurt met honing. Boeli kreeg een klein eigen bakje maar zonder honing. Morgen wordt waarschijnlijk leuker want dat wordt Artis, als er niets tussenkomt tenminste.

blog-012O ja, ik zag ook een soort Hitlerkat met zo’n raar snorretje. Ik ben zo blij dat Boeli er veel beter uitziet, zo’n stomme snorremans moet ik niet, hoor.

klik op foto’s voor groter.

Ssssstt… niet verklappen

blog 015Het was vandaag een ideaal weertje om te wandelen. Dát deed ik dan ook.  En al wandelend zag ik nog veel moois, niet zo gek want het is per slot nog zomer. Wel de laatste dag van augustus, mensen; morgen is het al weer 1 september. Ik liep wat te dromen en te kijken of ik wat kon fotograferen en wat zag k daar opeens?

blog 018Twee meerkoeten met piepkleine jonkies, met zo’n klein rood koppetje, een stuk of 5. Hoe is het mogelijk, nu nog? Het hoeveelste nest zal dat wel niet zijn? Ik maakte wat foto’s en liep weer door. En even verderop… nee, dat zal toch niet? Twee futen met jonkies, ook al vers uit het ei. Ze bleven te ver weg om met mijn cameraatje goed te kunnen fotograferen. Ik was stomverbaasd, dat wel. Ik denk nu –ik kan mij lichtelijk vergissen- dat wij een langere zomer zullen krijgen, een verlenging net als in de voetbal, omdat wij te kort gedaan zijn op dit gebied. Ik geloof het stellig, niet hardop zeggen, hoor, gewoon stilletjes van genieten!

blog 026