Een rommelige tijd

Het is de tijd van de timmermannen waarin we nu zitten en die is rommelig. Het ligt niet echt aan hun, want timmeren, zagen en boren gaat nu eenmaal niet rustig. Het is meer dat ze al zo vroeg komen, áls ze al komen, want soms komen zij een dagje niet vanwege een andere klus tussendoor of een paar dagen verzuimen zij helemaal omdat ze in de werkplaats onze nieuwe ramen maken. Zij zeggen het steeds keurig van te voren, hoor. Maar zo snel je aan de stilte went, zo gauw schrik je weer van een hele dag lawaai. Bovendien doe ik een soort catering, om ongeveer half 10 willen zij graag twee koppen koffie, de een met suiker, de ander met koffiemelk. Om 1 uur ’s middags eten zij wéér brood en willen dan graag de een twee koffie en de ander nu twee thee. Bovendien gebeurt er van alles waar we niet op gerekend hadden. Het Internet lag er plotseling uit en dan heeft er niemand in de school Wifi. Een lichte paniek breekt uit. De router is stuk, denkt men en Hans (Kwaster) gaat een nieuwe kopen. Als hij ermee thuis komt en het ding wil aansluiten boven, komt hij tot de ontdekking dat juist op die plaats de mannen een raam eruit gesloopt hebben en druk met een nieuw bezig zijn. Dat wordt wachten dus. “O ja Hans”, zegt Tanja, die een atelier beneden heeft, “even nu ik je toch zie,. de wc blijft doorlopen, hij trekt wel door maar je hoort steeds water lopen…”  Oké, ik bel de loodgieter en zowaar, na een uurtje staat hij al voor mijn neus. Een heel knappe donkere man moet ik zeggen, een allochtoon waarschijnlijk  – ja, het viel mij nu eenmaal op- zowel uiterlijk als dat hij zo’n ouderwetse trek-wc nog kan maken. Dat kan niet iedereen. Wij hebben daar ervaring mee. Menige heerlijk ouderwetse spoelbak is al in zijn geheel vervangen door zo’n waardeloos geval waar je op moet drukken. Die trek-wc’s spoelen namelijk heel hard en met veel geraas zelfs de zwaarste drol met gemak door (pardon). Dat kan je van onze vervangende toiletten nu echt niet zeggen. Vandaag hebben wij weer een dagje stil, want op vrijdag schijnt tegenwoordig bijna niemand meer te werken. Ook hopen wij op een beetje rustig weekend, kunnen onze zenuwen wat tot bedarent komen. Ik wens u allen ook een prettig weekend, een druk of een kalm, net naar gelang u verkiest.

 

Advertenties

Nog pas …

Nog pas schreef ik over de natuur en liet daarbij wat van mijn foto’s zien en die gingen allemaal over de zomer. En nu is het opeens herfstig en dat terwijl het nog lang geen 21 september is. Waar is het vijfde seizoen, een mooie nazomer, waarin een mens zich zóóóó gelukkig voelt? Gisteren regende het de hele dag en hard ook nog. Vanmorgen idem dito. Nu schijnt hier even de zon, maar dat zal niet lang duren. Eergisteren vond ik mijn eerste kastanje, er liggen al heel wat bladeren op de grond, het ruikt herfstig en de mensen hebben een chagrijnig najaarsgezicht, tenminste hier, maar dat zal elders ook wel zo zijn. Het barst van de spinnen (sorry Hermieneke) die met een vergenoegd gezicht hun webben aan het weven zijn. Oké oké, het is nu eenmaal hún seizoen en dat gun ik ze best.  Dat ze vooral veel muggen mogen opeten, die loeders. De muggen, bedoel ik. Enfin, u merkt wel dat ik ook niet mijn vrolijke zelf ben, als totaal onverwacht dit soort dingen mij zo sneaky overvallen.

En dan lees ik maar eens een gedicht van Kloos nog wel en wat staat daar: …”ik ween om bloemen in de knop gebroken, en vóór den uchtend van haar bloei vergaan… enzovoort; u kent het wel en dan denk ik ‘O wat droef, wat vreselijk treurig. Nou ja, let u maar niet op mij, zou ik zeggen. Ik heb wat last van het wisselen der seizoenen; kan ik niks aan doen.

 

Denken

Ik lees momenteel  (o.a.dan*)  ‘Voor een echt succesvol leven’ van Bas Haring, een filosoof. Ik kende hem niet, maar zoon M. raadde mij dit boek sterk aan toen wij in een Kringloopwinkel waren en dus kocht ik het, voor 50 cent mét handtekening en een persoonlijk schrijven.

blog-010‘Gewoon een handtekening?  GEWOON? DAT IS heel bijzonder’. Bas Haring’. 

Ik schrijf het er even bij omdat wij wat moeite hadden met de man zijn geleerde handschrift.  Service van de zaak, zeg maar. Het duurde een tijdje tot ik eraan toe kwam, maar ik ben er nu in bezig. Ik las en las en intussen dacht ik: “Jeeminee, wat een gezwam, ik word er helemaal gek van…”. Maar ik ben een doorzetster tegenwoordig en zette dus door. In een minder straf tempo en wel iedere dag vóór ‘Meneer Foppe gaat over de rooie’ één nieuw hoofdstuk. En nu zit ik er goed in, kan je wel zeggen. Het is zelfs zo dat ik dankzij  Bas tot het schrijven van dit stukje gekomen ben. Ik nam de tijd om te denken over het almaar niet-schrijven van mij. ‘Gaat er dan NIETS door mij heen? Ben ik een leeghoofd geworden?’. Zo ongeveer en meer ging er door mij heen. Ik voel mij niet schuldig, hoor. Ik verbaas mij alleen. Een paar jaar terug schudde ik iedere dag een stukje uit mijn mouw. Bij wijze van spreken dan. Maar goed, er staat nu wat en misschien word ik nog eens een filosofisch vrouwtje en komt het schrijven weer wat op gang.

*Ik las o.a. Oorlog en Terpentijn, een IsabelleAllendetje, van Hella de Jonge: ‘Los van de wereld’, van John Boyne ‘Het winterpaleis’ en een Wim de Bie’s meneer foppe (zei ik al). Allen aanraders, de een meer dan de ander, maar dat is logisch.

dsc09811P.S. De sneeuw smelt hier ook al aardig. Dag sneeuwman, dáááág!

Boos

Hebben wij eindelijk  de schilder mét hulpkrachten die de school komen opknappen, gebeurt er het volgende. Ik laat u wat foto’s zien, want ik ben te boos voor woorden.

blog 010Na mijn wandeling zag ik de ravage. De ‘verdachte’ stond hoog boven mijn hoofd gewoon te schilderen alsof hij van niks wist of dat het heel normaal was één mooi boompje  (van de twee, die bij elkaar horen) half omver te rijen met een hoogwerker, doormidden te knakken en het niet eens te komen zeggen, laat staan spijt te betuigen. Kijk nou toch hoe het eruit ziet. *snik*

Juist

“Kwastertje” zei ik, “ik moet weer eens een logje schrijven, weet jij wat?  Ik weet niks. De vorige keer heb ik al Boeli’s gedachten gebruikt, dat kan ik toch niet weer doen?  Maar mijn hoofd lijkt wel een zeef te zijn, zo vliegt er een gedachte doorheen, zo boem is hij ook weer weg.  Sommige mensen gaan juist iets doen om hun hoofd leeg te krijgen, bijvoorbeeld wandelen of …nou ja, weet ik veel, ‘daar word je hoofd zo lekker leeg van’ zeggen ze dan.  Maar ik heb altijd juist graag een vol hoofd en meestal is dat ook zo, maar nu ik zo veel teken en kleur, krijt en schilder, zie ik in gedachten vol blijdschap trouwens allemaal nog te maken tekeningen, schilderijen en … boekjes ook al. Ideeën zijn er dus wel, maar niet op schrijfgebied.

En dan … de huisschilder die de school zou komen schilderen, komt maar niet, wij wachten al sinds vorig jaar. De lingeriekoopman op de markt heeft mij vorige week de verkeerde maat BH’s meegegeven, waardoor ik deze week (altijd op donderdag) alweer naar diezelfde markt moest en dat is nu niet direct mijn hobby.. Bovendien regent het vaak in het dorp op donderdag of is het juist bloedheet zoals vandaag. En willen wij eigenlijk wel in de school blijven wonen? Dat is een heel groot probleem. Te groot om er over na te denken voorlopig. En moet Boeli een belletje aan, al of niet?  En wanneer zou ik weer een beetje kunnen zwemmen met deze arm? Ik oefen ijverig, maar die arm helemaal strekken gaat nog lang niet. En die snoepjes die voor mijn neus lagen, zijn veuls te lekker en zijn al bijna op, misschien nu al, want Kwaster zit er vlak naast.

blog 027

‘Ik mag niet klagen…’

Laatst sprak ik door de telefoon met mijn liefste nicht P. en al pratend vroeg zij mij: “Wanneer had jij mij gebeld?”, waarop ik zei: “O, dat weet ik niet meer, kan 3 dagen geleden zijn of korter of langer, geen idee, alle dagen zijn zo hetzelfde, weet je…”  Opeens realiseerde ik mij dat dat niet gewoon voor mij was. Vóór mijn val trok ik er regelmatig op uit, naar Enkhuizen of naar Hoorn en ook nogal eens naar Amsterdam, naar een museum of héél graag naar Artis. Niet dat ik mij zielig  voel , het gaat best goed met mij en mijn arm, ik mag niet klagen dus, maar in de tram stappen, dát durf ik nog niet zo goed. Ik ben namelijk als de dood nóg een keertje te vallen. En omdat ik niet naar Amsterdam kan, vind ik iets anders ook minder leuk. Eigenlijk gaat het verder wel goed, geloof ik en ik amuseer mij prima, hoor. Ik teken volop en misschien kom ik met gemak de 21e september aan 365 + 1 tekeningen, iets wat ik met mijzelf afgesproken heb en in geval van nood voeg ik er wat dagen bij, want tenslotte is een gebroken arm niet voorzien, toch?  Nee, wie had dat nou gedacht? Ik zelf in ieder geval niet. Nou ja, moed houden maar, er zit niks anders op. En zwengelen met die arm, goed opletten buiten op eventuele oneffenheden, niet mopperen enzovoort, het is toch wat!!

blog 043o ja, ik ga een leuk boekje maken, een Boeli-boekje, allemaal wapenfeiten van hem in zijn plaats noteren, dat wordt vast leuk. één tekening staat er al in.

Douchen enzo.

blog 002Alles éénhandig doen of éénarmig, dat is echt onmogelijk. .Ja,  in theorie misschien wel, maar je haar en lijf lekker wassen, nee dat is onmogelijk. En niemand heeft er aan gedacht ons te zeggen dat we voor thuiszorg in aanmerking zouden kunnen komen. En nu ben ik al stukken verder, zodat we maar doorgaan samen. Het is wel een beetje van de lamme helpt de blinde, maar echtgenoot zorgt reuze goed voor mij, hoewel hij zelf ook allerlei pijnen heeft door zijn reuma. Het ergste van het douchen is dat ik van te voren steeds bang ben, zo bang ben om te vallen, het is verschrikkelijk. Bang voor mijn evenwicht –je staat niet zo stabiel met maar één gezonde arm- en bang om uit te glijen. Wat is het fijnste van douchen: er mee klaar te zijn. Helemaal opgelucht te zijn en lekker schoon.

Het aankleden gaat nu ook al wat beter. Ik kan het meeste nu zelf, maar wat hulp erbij blijft fijn. Ik ben er ook blij mee, want het valt echt niet mee om plots vleugellam te zijn en erge pijn te hebben –nu al flink wat minder, hoor. Laatst moesten wij toch wel lachen eigenlijk. Met zijn tweeën in een krap bemeten douchecelletje, ploeterend en soppend, schoot ik in de lach. Ik zag het tafereel voor mij. Vergeleken met heel lang geleden waren wij niet meer zo slank als toen, dus was er minder plaats en het leek wel een warm benauwd zwembad, waar ik UIT wilde…hahaha… hoe zouden thuiszorgers dat nu doen, zij zullen toch niet met iedere patiënt zelf onder de douche gaan? Toch eens aan mijn lieve vriendin Lies vragen…