‘k Ben zelf een dom gansje…’

Ik heb lang zitten twijfelen of ik u dit wel zou gaan vertellen of niet. U zou misschien kunnen denken dat ik hier zou willen klagen, maar dat is het niet, hoor. Het IS wel zielig voor mij, maar u MAG er ook een beetje om lachen. Ja, niet te hartelijk natuurlijk, want zo lollig  is het nu ook weer niet.

Ik ga het u dus WEL vertellen. Ik was aan het wandelen, eergisteren; het was prachtig weer, de tulpen bloeiden dat het een aard had; de Keukenhof was er niks bij. Ik maakte flink wat foto’s en kwam al wandelend en genietend bij een bruggetje, dat leidt naar een tunneltje onder het spoor. Op dat bruggetje hebben ze links en rechts dunne latjes gemaakt om niet uit te glijden tijdens de afdaling bij nat weer. Maar ik moest juist naar boven, keek of er nog wat moois te fotograferen was en opeens voelde ik mij struikelen  en BOEM au au, daar lag ik. Niet op zo’n latje gelet. Daar zat ik op dat bruggetje en voelde al dat het moeilijk zou worden om omhoog te komen. Ik bleef maar even zitten dan en bekeek mijn knieën, jawel geschaafd, met bloed, net als onze jongens vroeger zo vaak. Ik deed weer een poging om omhoog te komen, maar het lukte niet. Maar toen –het leek wel een sprookje, mensen- kwam er een lieve mevrouw aan in een auto. Zij stopte en kwam naar mij toe rennen. Zij vroeg waar ik pijn had, hielp mij omhoog en bood aan mij naar de dokter te brengen. Het leek mij niet nodig, want ik voelde mij goed. Toen zei ze: “Ik breng u wél even naar huis, hoor. Is een kleine moeite”. Kordaat hees zij mij omhoog, keek bezorgd of ik goed kon lopen en bracht mij thuis. Wat ontzettend lief hè?

Maar waar ik nu meezit, is de vraag of ik op mijn leeftijd (73) het tijdperk der kwalen inga, dan weer hier over struikel dan daar weer dáár afdonder en dat ik dan heel voorzichtig moet worden, waar ik tot nu toe bijna nooit aan dacht. Dat zal nog een heel leerproces worden. Of is het nu voorlopig dan afgelopen met die pechvogelarij??  Tja…

Advertenties

Gordelroos

Zo was ik kerngezond, zo bleek ik gordelroos te hebben. Het is een heel vervelende ziekte: erg besmettelijk en ook nog zeer pijnlijk.  Voorzien van een pak pillen en pijnstillers ben ik naar huis gestuurd en nu moet ik genezen. Ik hoop dat het niet zo lang gaat duren, maar er is geen pijl op te trekken, is mij verteld. Dus mocht u even niets van mij horen, dan weet u waar het aan ligt. Ik word in de watten gelegd en men verwent mij, voor zover dat dan mogelijk is. Potdorie.

Wat een dag

Het begon dus zo mooi, zoals ik al schreef. Ik stond op het station te wachten op de trein naar Amsterdam en keek naar die velden waar zo’n sprookjesachtige nevel boven hing. Ik maakte een foto en voelde mij helemaal happy. Ik zou naar Artis gaan en had er zin ‘an’. Maar waar bleef die trein nou toch? En dat zei ik ook hardop. “Hij gaat om 13 over” zei iemand. Hee, dat was dus veranderd. Dan had ik toch nog een trein eerder kunnen halen, nou ja, dat was ook niet zo belangrijk. Daar was hij al en wij stapten in. Ik las wat en keek naar buiten en zo was ik snel in Amsterdam. Ik vergat NIET uit te checken en liep naar tramlijn 9. Er kwam een man aan, die ieder van ons een vervangende route ging wijzen. “En u?” vroeg hij. “Naar Artis” zei ik. “De metro, twee haltes” zei hij. Ik moest onder de grond, terwijl ik dat in Amsterdam nog nooit gedaan had. Ik liep een heleboel trappen af, zag geen aanwijzingen staan, iedereen liep allerlei kanten op en daar stond ik. Toch –op de een of andere manier- heb ik het gevonden. Vól die metro, ajakkes wat ongezellig.

 

Ik stapte uit op het Waterlooplein (want 2e halte) en moest dus nog een aardig eind lopen. Gewoon de tramlijn volgen, dacht ik, maar de weg kwam mij steeds minder bekend voor. Bovendien zag ik ook geen tramlijn daar. Nou ja, daar stond een groepje mensen te pauzeren (want roken) en die zouden het wel weten. En ja, ik zat helemaal fout. Maar er was een man bij, die het mij haarfijn uit kon leggen. “Recht naar die slagbomen, tegen die huizen aanlopen en dan naar rechts en meteen naar links. Komt u zo bij de ingang van Artis”. En ja, dat deed ik goed, daar was die mooie poort met die gouden adelaars, hiep hoi.

Ja, een eendenpuzzel a.h.w.

Ik ging naar binnen en daar begon dan eindelijk het grote genieten. Hoewel…ik toch een beetje zat te tobben hoe het nu zou moeten op de terugweg. Zou ik een metrostation kunnen vinden of het hele stuk moeten lopen naar het Centraal? Nou ja, het was er mooi. Er stonden volop krokussen, vooral witte en narcissen, ook vooral witte met een oranje toetertje en sneeuwklokjes en hier en daar al tulpjes, nee geen witte, maar rode. Ik genoot van de dieren, van de kinderen en maakte foto’s.  Afijn, het leek mij verstandig om niet te laat op de terugweg te gaan, vanwege die geheimzinnige lijn 9. Maar BOF BOF hij reed weer gewoon. (wordt dadelijk vervolgd)

Verder   “ Nou hee, is dat nu alles?” zult u zeggen.  Nee, beste lezers, het ergste moet nog komen. Ik reed dus met lijn 9 naar Centraal en stapte uit. Ik liep naar de betreffende gang en dacht: Zo, mij kan niks meer gebeuren. Even wachten en daar kwam mijn trein. Het was druk in de trein maar ik had nog fijn een zitplaats. Enfin ik lees weer wat, ik kijk wat rond en daar wordt wat omgeroepen. “De volgende stopplaats is Heilo”. Wat? Heilo?  “HEILO??”   riep ik. “Gaat deze trein niet naar Enkhuizen???”  Mijn coupé begon zich er meteen mee bezig te houden, “in Alkmaar dadelijk uitstappen, ik zoek het perron even op, ja spoor 3, 13 over 6 en dan naar Enkhuizen”. Beteuterd zat ik daar. O wat erg en o wat vreselijk stom. Nee hoor, kan iedereen overkomen, zei mijn coupé. En “hier moet u eruit en goede reis” zeiden ze met z’n allen. Daar stond ik dan, op een bijna leeg perron. Er was daar wel een lekker warm hokje en daar ging ik dan maar zitten. Ik belde Hans om mij te melden en Ik raakte nog in gesprek met een meisje, omdat ik nu zo onzeker raakte of ik wel de goede trein zou pakken. En ja, bijna gebeurde het…. toen ik in Hoorn uit de trein stapte, stond daar een trein klaar, maar ik stapte er NIET in en gelukkig maar, want hij ging naar Heerlen nota bene. Ik zag het al voor mij en hoorde mij zeggen: “Hans, ik ben nu op weg naar Heerlen… “  Straks mag ik niet meer alleen reizen.  Nou, dat was het dan. Zo iets overkomt alleen mij, jullie gebeurt dat niet zeker, hè??

Dé Plek

Dé  Plek    Boem, dáár stonden wij stil, midden in de Achterhoek, om precies te zijn ergens tussen Aalten en Varsseveld, op een small weggetje. Was het nu de Veenweg of de Entinkweg? Dat wilde de Wegenwacht graag weten om ons te kunnen vinden in dat weidse land. Nergens een naamplaatje te zien. Maar goed, ze kwamen eraan maar het kon wel een uurtje duren. Over een uurtje hadden wij in het crematorium moeten zijn bj de uitvaart van een lieve (bijna) 95 jarige zwager. Maar ja, overmacht hè? Het was ons ook gebeurd toen wij onlangs op een 80-jarige verjaardag van een schoonzusje uitgenodigd waren. Stonden wij ook al met autopech. Het is het Noodlot, denk ik.

Het verschil is dat we nu daar nog aangekomen zijn, de verjaardag hebben wij destijds helemaal niet bereikt. Behalve de dienst dan hebben wij alles nog meegemaakt. Men was blij ons alsnog te zien opdagen. Wij waren ook blij natuurlijk om de weduwe te kunnen condoleren en onze daar aanwezige andere familieleden. Dit keer hadden wij alles zo goed voorbereid: de auto had pas een grote beurt gehad, ik had mijn mobieltje opgeladen, we vertrokken vroeg en waren in feite een uur te vroeg daar en toch, lieve mensen…  Enfin, het was een mooie dienst, wij hebben alsnog de teksten en voordrachten gekregen per mail  (lief Aart en Astrid, dank jullie wel) En onze zwager zal heel tevreden zijn, denk ik wel.

Een rommelige tijd

Het is de tijd van de timmermannen waarin we nu zitten en die is rommelig. Het ligt niet echt aan hun, want timmeren, zagen en boren gaat nu eenmaal niet rustig. Het is meer dat ze al zo vroeg komen, áls ze al komen, want soms komen zij een dagje niet vanwege een andere klus tussendoor of een paar dagen verzuimen zij helemaal omdat ze in de werkplaats onze nieuwe ramen maken. Zij zeggen het steeds keurig van te voren, hoor. Maar zo snel je aan de stilte went, zo gauw schrik je weer van een hele dag lawaai. Bovendien doe ik een soort catering, om ongeveer half 10 willen zij graag twee koppen koffie, de een met suiker, de ander met koffiemelk. Om 1 uur ’s middags eten zij wéér brood en willen dan graag de een twee koffie en de ander nu twee thee. Bovendien gebeurt er van alles waar we niet op gerekend hadden. Het Internet lag er plotseling uit en dan heeft er niemand in de school Wifi. Een lichte paniek breekt uit. De router is stuk, denkt men en Hans (Kwaster) gaat een nieuwe kopen. Als hij ermee thuis komt en het ding wil aansluiten boven, komt hij tot de ontdekking dat juist op die plaats de mannen een raam eruit gesloopt hebben en druk met een nieuw bezig zijn. Dat wordt wachten dus. “O ja Hans”, zegt Tanja, die een atelier beneden heeft, “even nu ik je toch zie,. de wc blijft doorlopen, hij trekt wel door maar je hoort steeds water lopen…”  Oké, ik bel de loodgieter en zowaar, na een uurtje staat hij al voor mijn neus. Een heel knappe donkere man moet ik zeggen, een allochtoon waarschijnlijk  – ja, het viel mij nu eenmaal op- zowel uiterlijk als dat hij zo’n ouderwetse trek-wc nog kan maken. Dat kan niet iedereen. Wij hebben daar ervaring mee. Menige heerlijk ouderwetse spoelbak is al in zijn geheel vervangen door zo’n waardeloos geval waar je op moet drukken. Die trek-wc’s spoelen namelijk heel hard en met veel geraas zelfs de zwaarste drol met gemak door (pardon). Dat kan je van onze vervangende toiletten nu echt niet zeggen. Vandaag hebben wij weer een dagje stil, want op vrijdag schijnt tegenwoordig bijna niemand meer te werken. Ook hopen wij op een beetje rustig weekend, kunnen onze zenuwen wat tot bedarent komen. Ik wens u allen ook een prettig weekend, een druk of een kalm, net naar gelang u verkiest.

 

Nog pas …

Nog pas schreef ik over de natuur en liet daarbij wat van mijn foto’s zien en die gingen allemaal over de zomer. En nu is het opeens herfstig en dat terwijl het nog lang geen 21 september is. Waar is het vijfde seizoen, een mooie nazomer, waarin een mens zich zóóóó gelukkig voelt? Gisteren regende het de hele dag en hard ook nog. Vanmorgen idem dito. Nu schijnt hier even de zon, maar dat zal niet lang duren. Eergisteren vond ik mijn eerste kastanje, er liggen al heel wat bladeren op de grond, het ruikt herfstig en de mensen hebben een chagrijnig najaarsgezicht, tenminste hier, maar dat zal elders ook wel zo zijn. Het barst van de spinnen (sorry Hermieneke) die met een vergenoegd gezicht hun webben aan het weven zijn. Oké oké, het is nu eenmaal hún seizoen en dat gun ik ze best.  Dat ze vooral veel muggen mogen opeten, die loeders. De muggen, bedoel ik. Enfin, u merkt wel dat ik ook niet mijn vrolijke zelf ben, als totaal onverwacht dit soort dingen mij zo sneaky overvallen.

En dan lees ik maar eens een gedicht van Kloos nog wel en wat staat daar: …”ik ween om bloemen in de knop gebroken, en vóór den uchtend van haar bloei vergaan… enzovoort; u kent het wel en dan denk ik ‘O wat droef, wat vreselijk treurig. Nou ja, let u maar niet op mij, zou ik zeggen. Ik heb wat last van het wisselen der seizoenen; kan ik niks aan doen.

 

Denken

Ik lees momenteel  (o.a.dan*)  ‘Voor een echt succesvol leven’ van Bas Haring, een filosoof. Ik kende hem niet, maar zoon M. raadde mij dit boek sterk aan toen wij in een Kringloopwinkel waren en dus kocht ik het, voor 50 cent mét handtekening en een persoonlijk schrijven.

blog-010‘Gewoon een handtekening?  GEWOON? DAT IS heel bijzonder’. Bas Haring’. 

Ik schrijf het er even bij omdat wij wat moeite hadden met de man zijn geleerde handschrift.  Service van de zaak, zeg maar. Het duurde een tijdje tot ik eraan toe kwam, maar ik ben er nu in bezig. Ik las en las en intussen dacht ik: “Jeeminee, wat een gezwam, ik word er helemaal gek van…”. Maar ik ben een doorzetster tegenwoordig en zette dus door. In een minder straf tempo en wel iedere dag vóór ‘Meneer Foppe gaat over de rooie’ één nieuw hoofdstuk. En nu zit ik er goed in, kan je wel zeggen. Het is zelfs zo dat ik dankzij  Bas tot het schrijven van dit stukje gekomen ben. Ik nam de tijd om te denken over het almaar niet-schrijven van mij. ‘Gaat er dan NIETS door mij heen? Ben ik een leeghoofd geworden?’. Zo ongeveer en meer ging er door mij heen. Ik voel mij niet schuldig, hoor. Ik verbaas mij alleen. Een paar jaar terug schudde ik iedere dag een stukje uit mijn mouw. Bij wijze van spreken dan. Maar goed, er staat nu wat en misschien word ik nog eens een filosofisch vrouwtje en komt het schrijven weer wat op gang.

*Ik las o.a. Oorlog en Terpentijn, een IsabelleAllendetje, van Hella de Jonge: ‘Los van de wereld’, van John Boyne ‘Het winterpaleis’ en een Wim de Bie’s meneer foppe (zei ik al). Allen aanraders, de een meer dan de ander, maar dat is logisch.

dsc09811P.S. De sneeuw smelt hier ook al aardig. Dag sneeuwman, dáááág!