Uitje met zoon Martijn

Uitje met zoon Martijn     En waarheen gingen wij? Naar de dierentuin, naar Artis. Dat hadden wij al een tijdje geleden afgesproken, maar het was er tot dusver niet van gekomen. Gisteren was het zover. En ik moet u zeggen, dat wij allebei zeer genoten hebben. Martijn was er al 6 jaar niet meer geweest en hij had dus allerlei veranderingen nog niet gezien, zoals het verblijf van de jaguars en de grote vlakte mét water voor de olifanten.

 

Bovendien is een volwassen bul (mannetje)erbij gekomen, Nikolai. Die had ik zelf ook nog niet gezien, alleen op filmpjes. Ze waren nu met zijn allen bij elkaar, ma, Yindee, de kleine Sanoek en Nikolai. Het schijnt ontzettend goed te gaan, Yindee loopt voortdurend verliefd te doen, hun beider slurven kronkelen zich om elkaar heen. Sanoek vind hem aardig, zo te zien en hij is ook heel lief voor haar. Het is wat, hoor, zo’n groot dier en nog zo’n klein olifantje. Ma vindt het best, maar houdt afstand. Zij wil even haar rust. Ik interpreteer maar een end weg natuurlijk op wat ik zie, want echt verstand van olifanten heb ik niet.

We hebben ook lang staan kijken naar de drie jonge zeeleeuwen (de pups noemen ze die). Dat is ook zo leuk om te zien, hoe ze met z’n drieën spelen en proberen te zwemmen. De jongste is duidelijk nog wat kleiner, voorzchtiger en eerder moe.  Het mannetje zwemt in het rond, geregeld luid blaffend. Het lijkt op waaks zijn voor zijn jongen en/of trots op zijn vaderschap. Tenslotte kwam hij nog niet zo lang geleden naar Artis en zorgde bij zijn drie dames voor nageslacht.

Verder zagen wij nog heel veel dieren, exotische bloemen en planten en Martijn roemde de hele aanplant van Artis. Martijn is een bioloog en zijn roem telt dus echt mee. Leuk is het om samen met je zoon op stap te gaan, dat komt er niet vaak van. Dat is toch heel anders dan in een grote groep te zijn. Ik hoop dat het er weer eens van komt. We vonden het allebei een heel fijne dag.

Advertenties

Bijzonder droevig bericht

De jonge goudwanggibbon is dood. Eerst was hij vermist. Massaal ging men zoeken, op hun eiland, tussen de bosjes en in het water. En toen werd hij gevonden, dood. De verzorgers zijn zwaar aangedaan en de dokter zoekt nog naar de doodsoorzaak. Ik kreeg een schok toen ik het las. Ik heb hem zien opgroeien, met zijn moeder door de takken zien zwieren, gesteund door haar achterpoot en de laatste tijd (kort geleden zag ik hem nog) zwierde hij op eigen kracht en zag er zo gezond uit als maar kan. (Zie vorig logje) Zo verdrietig is het en ook voor de moeder.  En hoe kan zo iets gebeuren of beter gezegd: wat is er gebeurd? Ik heb nog nooit gehoord van een gibbon die zomaar gevallen is…    ik moet u eerlijk zeggen dat ik er wel wat traantjes om gelaten heb. En ik zal de enige niet zijn van de vaste bezoekers…

 

 

Weer in Artis

Eindelijk was ik weer eens in Artis, afgelopen vrijdag. Ik was die ochtend naar de trein gesneld toen ik zag hoe het zonnetje scheen. Het was prachtig mooi weer, niet té warm en het blééf de hele dag zeer aangenaam.  Het was er dan ook best druk, maar dat kan mij niet schelen. Ik heb immers de hele dag de tijd, nietwaar?

Ik heb de lepelaarskuikens gezien, hoog in het nest. Er was iets aan het gebeuren bij de olifanten, want die stonden in hun oude behuizing zeer tegen de zin van Ma, die boos stond te stampen bij het hek. Vandaag zag ik dat het was voor de olifantenbul die inmiddels is aangekomen. Voorlopig blijft hij nog apart staan, las ik in de Nieuwsbrief van Artis. Ik had het geluk de twee jonge zeeleeuwen te zien. Zo leuk dat onbeholpen gedoe. Ze kunnen namelijk niet meteen zwemmen, maar waren wel bezig samen aan de kant wat te proberen. Pa zwom luid blaffend rond en echt: het klonk zo trots. De kleine gibbon kan al geweldig slingeren door de bomen en heeft nog maar af en toe hulp van zijn moeder nodig. De tuin staat weer vol met eetbare gewassen, die aan de plantenetende dieren gevoerd worden, dus verser kan het niet. Ik zag het zwarte rammetje in de kinderboerderij. Het is een beetje mijn lievelingsbeestje. Hij loopt er zo bescheiden rond in tegenstelling tot die brutale geiten. Nou ja, die zijn ook wel leuk, hoor, maar ze moeten niet aan mijn tas knagen. Kortom, ik heb genoten en massa’s foto’s gemaakt.

Het filmpje van de zeeleeuwen zet ik op Facebook, want ik krijg het niet op mijn weblog geplaatst. (Ik zal het later nog wel eens proberen, voorlopig kunnen de meesten dáár kijken)  Tevreden en wel met vermoeide voeten ging ik weer naar het station. Bijna stapte ik dit keer in de trein naar Den Helder, maar zag het gelukkig op tijd. Verwarrend is dat als hij aan een andere kant stopt dan je gewend bent, maar… er was wederom een behulpzaam persoon met een smartphone, die mij vertelde aan welke kant mijn volgende trein kwam. De vorige had ik al gemist omdat die ook weer aan de ‘verkeerde kant’ stond. Gek word je ervan en onzeker ook. Er rijden daar met weinig tussentijd zo veel treinen. Nou ja, ik leer het nog wel eens. Zelfs een eenvoudig reisje naar huis is een spannende aangelegenheid geworden, maar daar was ik weer, met de goede trein en op het eigen station zowaar.

Wat een dag

Het begon dus zo mooi, zoals ik al schreef. Ik stond op het station te wachten op de trein naar Amsterdam en keek naar die velden waar zo’n sprookjesachtige nevel boven hing. Ik maakte een foto en voelde mij helemaal happy. Ik zou naar Artis gaan en had er zin ‘an’. Maar waar bleef die trein nou toch? En dat zei ik ook hardop. “Hij gaat om 13 over” zei iemand. Hee, dat was dus veranderd. Dan had ik toch nog een trein eerder kunnen halen, nou ja, dat was ook niet zo belangrijk. Daar was hij al en wij stapten in. Ik las wat en keek naar buiten en zo was ik snel in Amsterdam. Ik vergat NIET uit te checken en liep naar tramlijn 9. Er kwam een man aan, die ieder van ons een vervangende route ging wijzen. “En u?” vroeg hij. “Naar Artis” zei ik. “De metro, twee haltes” zei hij. Ik moest onder de grond, terwijl ik dat in Amsterdam nog nooit gedaan had. Ik liep een heleboel trappen af, zag geen aanwijzingen staan, iedereen liep allerlei kanten op en daar stond ik. Toch –op de een of andere manier- heb ik het gevonden. Vól die metro, ajakkes wat ongezellig.

 

Ik stapte uit op het Waterlooplein (want 2e halte) en moest dus nog een aardig eind lopen. Gewoon de tramlijn volgen, dacht ik, maar de weg kwam mij steeds minder bekend voor. Bovendien zag ik ook geen tramlijn daar. Nou ja, daar stond een groepje mensen te pauzeren (want roken) en die zouden het wel weten. En ja, ik zat helemaal fout. Maar er was een man bij, die het mij haarfijn uit kon leggen. “Recht naar die slagbomen, tegen die huizen aanlopen en dan naar rechts en meteen naar links. Komt u zo bij de ingang van Artis”. En ja, dat deed ik goed, daar was die mooie poort met die gouden adelaars, hiep hoi.

Ja, een eendenpuzzel a.h.w.

Ik ging naar binnen en daar begon dan eindelijk het grote genieten. Hoewel…ik toch een beetje zat te tobben hoe het nu zou moeten op de terugweg. Zou ik een metrostation kunnen vinden of het hele stuk moeten lopen naar het Centraal? Nou ja, het was er mooi. Er stonden volop krokussen, vooral witte en narcissen, ook vooral witte met een oranje toetertje en sneeuwklokjes en hier en daar al tulpjes, nee geen witte, maar rode. Ik genoot van de dieren, van de kinderen en maakte foto’s.  Afijn, het leek mij verstandig om niet te laat op de terugweg te gaan, vanwege die geheimzinnige lijn 9. Maar BOF BOF hij reed weer gewoon. (wordt dadelijk vervolgd)

Verder   “ Nou hee, is dat nu alles?” zult u zeggen.  Nee, beste lezers, het ergste moet nog komen. Ik reed dus met lijn 9 naar Centraal en stapte uit. Ik liep naar de betreffende gang en dacht: Zo, mij kan niks meer gebeuren. Even wachten en daar kwam mijn trein. Het was druk in de trein maar ik had nog fijn een zitplaats. Enfin ik lees weer wat, ik kijk wat rond en daar wordt wat omgeroepen. “De volgende stopplaats is Heilo”. Wat? Heilo?  “HEILO??”   riep ik. “Gaat deze trein niet naar Enkhuizen???”  Mijn coupé begon zich er meteen mee bezig te houden, “in Alkmaar dadelijk uitstappen, ik zoek het perron even op, ja spoor 3, 13 over 6 en dan naar Enkhuizen”. Beteuterd zat ik daar. O wat erg en o wat vreselijk stom. Nee hoor, kan iedereen overkomen, zei mijn coupé. En “hier moet u eruit en goede reis” zeiden ze met z’n allen. Daar stond ik dan, op een bijna leeg perron. Er was daar wel een lekker warm hokje en daar ging ik dan maar zitten. Ik belde Hans om mij te melden en Ik raakte nog in gesprek met een meisje, omdat ik nu zo onzeker raakte of ik wel de goede trein zou pakken. En ja, bijna gebeurde het…. toen ik in Hoorn uit de trein stapte, stond daar een trein klaar, maar ik stapte er NIET in en gelukkig maar, want hij ging naar Heerlen nota bene. Ik zag het al voor mij en hoorde mij zeggen: “Hans, ik ben nu op weg naar Heerlen… “  Straks mag ik niet meer alleen reizen.  Nou, dat was het dan. Zo iets overkomt alleen mij, jullie gebeurt dat niet zeker, hè??

Een nieuwe directeur

‘Als ik de gibbons hoor, ben ik intens gelukkig’


Rembrandt Sutorius is per 1 november begonnen als de nieuwe ARTIS-directeur. In dit interview vertelt hij over hoe hij directeur werd, zijn eerste dagen en over zijn toekomstplannen. ‘Stadskinderen in contact brengen met de natuur is zó belangrijk.’ …..enz.
Dit is een stukje van de brief die wij, leden van Artis, in onze mailbox kregen. Ach, wat leuk dat hij zo gelukkig is bij de gibbons, dacht ik. Zal ik hem een briefje terugschrijven? Ja, dat vindt hij misschien wel leuk, was mijn volgende gedachte. En ik begon zomaar spontaan aan een welkomstberichtje. Ik laat het u lezen, hier komt het.

Welkom in Artis, beste directeur. Ik ben al drie jaar lid van Artis, hoewel ik uit Bovenkarspel moet komen (vlakbij Enkhuizen). Ik doe dit met veel plezier, met de trein. Ik voel mij er ook ontzettend gelukkig. Ik teken en fotografeer de dieren en de planten en bomen voor mijn vak, beeldend kunstenaar.

Ik wens u een fijne werkkring.

Therese Aarts.

Welnu, ik hoop maar dat hij het leuk vindt. Een echte Rembrandt hebben wij. Goed hè?

 

Herfstig in Artis

Afgelopen vrijdag was ik weer eens in Artis. Het zou goed weer worden, maar… nee, het regende een beetje.

Misschien daarom zag het er wat herfstig uit en was het rustiger dan bij mooi weer. Ik had een heel fijne dag, moet ik u zeggen.

Ik heb heel mooie foto’s gemaakt, meerdere  leuke filmpjes, de bomen kleurden fraai en er bloeiden toch nog heel wat. Ook daarvan heb ik foto’s gemaakt. Ik maak er maar een fotoblogje van. De zwarte kuifmakaken zaten met z’n vijfjes gezellig in een lieflijk kluitje bij elkaar, de olifanten stonden achter een hek te wachten op hun portie groente uit de eetbare tuin, de beverratten genoten en knaagden druk op hun wortels en andijvie. Kortom iedereen was tevreden en genoot op zijn of haar manier.

Hoera…honderd !

Het is toch niet te geloven, mensen, maar het is mij gelukt en nog wel binnen de plande tijdspanne. Honderd etsen heb ik dit jaar gemaakt, winkelende mensen, spelende kinderen, honden en poezen en heel veel van wat ik allemaal in Artis zag. Niet alleen de dieren, maar ook allerlei toeschouwers, leuke kinderen, opa’s en oma’s  met kleinkinderen, heel oude mensen, tieners, Artis medewerkers al of niet in een soort van treintje, nou ja, dat soort dingen ook. Zelfs de dieren die er eigenlijk niet horen, heb ik geëtst zoals daar zijn de reigers en de aalscholvers, duiven en musjes.

Ik heb nog lang niet alles vastgelegd, de bloemen in het voorjaar bijvoorbeeld, maar die moeten in kleur. Die ga ik misschien schilderen; ik heb met dat doel veel foto’s gemaakt. En ‘de eetbare tuin’, groenten en eetbare bloemen door elkaar heen voor de dieren, daar moet ik ook nog veel aan doen.

Maar goed, een mens kan beter te veel dan te weinig plannen hebben. Mijn laatste etsen zet ik vooraan: het Kerbert terras met drie leeuwen en de bulldog Kay (een lieverd) van de buren aan de overkant.