Rommel de bommel

“Wat is er Kwaster? Hoofdpijn, ach… Ga even lekker op het bedje lig… o nee, dat ligt helemaal vol”. Moet ik nodig weer eens opruimen. Maar ja, ik kan ook niet alles tegelijk. Ik ben al bezig met de boekenkasten, boven én beneden, schiet nog niet erg op, en zo tobde ik wat in mijzelve. Intussen was ik een soortement van boodschappennetje aan het haken van een patroon dat ik van Hanscke toegstuurd had gekregen. En omdat ik het verkeerde garen had –moest heel erg dun zijn – én een haaknaald had die nóg dikker moest zijn dan ik al had, was ik dus helemaal fout bezig. En van het een kwam het ander. Opeens zag ik de waarheid onder ogen. Hier komt hij: OVERAL WAAR IK ZIT, KOMEN ER STAPELTJES SPULLEN TE LIGGEN. Je kunt het spoor zo volgen. Op de bank en op de middentafel bollen katoen in allerlei kleuren e.a.d. (en andere dingen), op dat bewuste bedje tekenspullen, krijtjes, schetsblokjes, etui’s, aquareldingen e.a.d. én alsof het nog niet erg genoeg is, zet zoon Martijn er vaak nog wat bij, met name 4 plastic flamingo’s (3 zijn heel en 1 kapot) en een grote doos VOL met gedichten. Voor beiden heb ik nog geen plaatsje gevonden. Wel heb ik al  twee bundels gelezen, hoewel ik dat normaal zelden doe. Het stukje bank dat over is, daar ligt Boeli op, ontzettend slordig, al zeg ik het zelf. Maar ja, zo’n beest past zich aan, je kunt het hém niet kwalijk nemen. Het is toch wat hè mensen? Op deze manier krijg ik nooit van zijn leven een opgeruimd huis, want ik zelf blijf stapeltjes produceren, ongemerkt en nog veel vlugger dan ik kan (of wil?) opruimen. Gelukkig heb ik wél van nature een opgeruimd karakter en dat is ook wat waard, hoor.

Advertenties

Een ongewone zomer

Ik kan mij best vergissen, hoor. Misschien waren wel meer recente zomers zo warm en droog. Ik onthoud dat allemaal niet. Ik vind het best fijn al ga ik niet zo vaak meer als vroeger zwemmen. Ik ben zelfs nog helemaal niet geweest, eerlijk gezegd maar dat komt nog wel. Ik zon ook niet meer zo veel, maar ik geniet wel van. Wij houden het hier in de kop van N.H.  waarschijnlijk gemakkelijker vol dan in het Zuiden bijvoorbeeld. Het is hier minder warm en meestal staat er wel een fris briesje.

Ik heb nog niets hier gehoord van extra zuinig zijn met water, dus de tuin en de bloembakken krijgen geregeld water. Ik gieter en Hans (Kwaster) sproeit. Gisteravond was hij er maar eens bij gaan zitten. Het zag er zo relaxt uit, dat ik wat foto’s maakte, ook van Boeli die het altijd gezellig vindt als wij buiten komen zitten.

Wij hebben trouwens best veel in de tuin gedaan, zodat die er weer leuk uitziet. Het meeste heeft zoon Martijn gedaan feitelijk. Daar zijn we heel blij mee, want het is toch een vermoeiend werkje zeker als je wat ouder wordt. (Bij deze bedankt Martijn als je het leest) Nou mensen, geniet ervan of niet als het té gek is; probeer dan af te koelen. Ik hoor het graag.  Vertel maar op!

Gróót verlof

Ik bén er weer, beste lezers. Ik weet niet wat mij mankeerde, maar ik had na de Kerstdagen, het Oude Jaar, het Nieuwe en tevens de verjaardag van kleinzoon Rein én na mijn eigen verjaardag nergens puf meer voor. Hoe ik mijn dagen doorgekomen ben, ik zou het niet meer weten. De goede bedoeling was er wel, hoor. Steeds dacht ik: “Morgen ga ik weer aan de slag…” maar nee, er kwam niets van. Ach, het zal wel ergens goed voor zijn.

Wél heb ik mijn weblog geprint en er een ringbandje omheen laten zetten. Ik heb zo al heel wat logboeken waarin ik kan herlezen, als ik dat wil, steeds een jaartje vol. Misschien vind u het leuk om er een paar te bekijken. Het zijn ze niet allemaal, hoor, maar dan krijgt u een indruk. Ik kies altijd met zorg een voorplaat uit en Kwaster maakt de letters erbij. Kijk, deze is van afgelopen jaar: Boeli speelt met een elektriciteitsdraad. Nee, is niet gevaarlijk.

 

Kringloopzaterdag

Dat doen wij nogal eens op zaterdag, kringloopsnuffelen, behalve Boeli dan, die liever thuis blijft. Wij hebben allemaal zo onze specialiteiten om te bekijken. Zoon M. zoekt vooral naar leuke dingen uit de jaren 70, Kwaster naar meesterschilderwerken uit de vorige eeuw of ouder en ik voornamelijk naar boeken en soms naar ‘antiek en brocante’.  Andere zoon A.-die minder vaak hier is-  kijkt naar speelgoed voor zijn kinderen en schoondochter L. ook en soms naar kinderkleren. Dat dus in het kort. Het kan namelijk ook heel goed gebeuren dat wie van ons ook met heel iets anders uit de winkel komt, een passend excuus reeds bij de hand.

En ik? Ik ben het ergste van allemaal. Zoon M. houdt mij daarom terdege in de gaten, vooral als ik een winkelmandje aan de arm heb.  Daar staat weer tegenover dat ze het jammer vinden als ik niet meega, want het is dan veel saaier. Want ik heb een nieuwe hobby: rariteiten, zeg maar. Ik heb ook een nieuwe tactiek, ik heb het mandje aan de arm, ik stop de gevonden kostbaarheid onder een paar boeken (à o.50 cent per stuk, alle boeken!!) en loop met mijn meest denkbare onschuldig gezicht richting kassa. M. heeft mij wel degelijk in de gaten, maar gauw vraag ik aan Kwaster hoe hij het vindt,  voor maar één euro… “O leuk” mompelt hij verstrooid. En de kogel is door de kerk, zeg maar. Intussen heb ik ook een zeer handige tafel gezien (met vier laden, dus met één grote veeg alles opgeruimd) én een antiekerige kast met geslepen glas erin, die mij heel passend leek voor op mijn atelier. Er kunnen namelijk heel wat kwasten en verven enzovoort achter dat glas. Mooi en vrolijk, leek mij dat. Maar zoon M. heeft mij weerhouden. Zo houden wij de spanning erin en te hoge kosten buiten. Verstandig.

 

De hoogste tijd

“Kwaster” zei ik, “kijk toch eens, ik zit hier nu al dagen in Brabant appeltaart te eten (zie vorig logje). Ik word zo rond als een tonnetje. Het wordt hoog tijd voor een nieuw logje, vind je niet?”  Ja, dat vond Kwaster ook.  En hier komt het dan.

Ik had gisteren een heel gezellige eerste Paasdag. Er zijn wel eens van die dagen dat alles rustig en gewoon is, maar toch zo zonder enige wanklank en met veel plezier dat het een bijna perfecte dag is. En dat was het gisteren. Wij (Kwaster, zoon M. en ik) deden waar we zin in hadden, wij lazen wat, de mannen keken naar de formule 1 race –er werd veel gebotst, ook door Max- en ik maakte een etsje.

Ik noem het nu wel rustig, maar in ons dorp is het ieder jaar met Pasen kermis. En geen gewone kermis, maar meer een drankfestijn. Schuin aan de overkant staat het Vereenigingsgebouw en daar is het vier dagen feest. Wat er binnen gebeurt kunnen wij niet zien, maar er komen heel veel jongelui op af en die staan –sommigen dan- al om negen uur buiten te gillen en te lallen en de doorzetters houden dit wel vol tot drie uur in de nacht. Daarnaast geven overdag mensen een ‘kermisborrel’. Je ziet ze al dagen tevoren sjouwen met kratten bier. Dus waarschijnlijk zijn de bezoekers aan het Vereenigingsgebouw al wel wat aangeschoten.

Er zijn jaren geweest dat wij ons rot ergerden, maar dit jaar deden wij alsof er niets aan de hand was. Alleen Boeli had er last van, want zelfs voor zijn kattenluik zaten mensen luid  te ‘feesten’. Hij ziet er zo stoer uit, maar diep in zijn kattenlijf is hij eigenlijk een bangerd. Kwaster heeft hem een paar keer naar buiten vergezeld en dat vond hij wel heel veilig. Twee dagen zijn wij al door; twee hebben wij er nog voor de boeg. Meestal loopt het bezoekersaantal dinsdag aardig terug, want ja, sommigen houden het niet vol.

En wij? Wij zijn dolblij als het afgelopen is en er niets noemenswaardigs vernield is. Goed, er liggen veel scherven van kapotte flesjes en glazen, maar het is te hopen dat het daarbij blijft. Intussen houden wij de moed erin, nog twee avonden maar en dan is het afgelopen met de pret.

Alweer…

Hoe is het toch mogelijk, vragen wij ons vaak af. Boeli is alwéér in de sloot gevallen. Dat vermoeden wij dan. Gisteravond kwam hij druipend binnen. Alleen zijn kop was nog droog. “Ach Boeli, wat ben jij nat, tjonge…” roepen wij. Dat stelt hem gerust. “Zij zijn niet kwaad, gelukkig. Ze vinden het zielig”, denkt Boeli. Ja, het is ook een treurig gezicht. En het voelt koud, hij bibbert wat en af en toe schudt hij een rillend pootje uit. Daarna gaat het grote likwerk beginnen. Wij willen hem wel helpen met een handdoek maar intussen weten wij dat de kans bestaat dat hij dan kwaad wordt. Een handdoekje voor hem op de bank leggen mag wel. Dat zit kennelijk lekker aan zijn natte kontje en dan maar poetsen hè almaar door en door. Zo veel water in de haren en maar zo’n klein roze tongetje om dat alles droog zien te krijgen. Ik zie niet veel resultaat en kan het niet laten om er nog een handdoek bij te halen. Heel voorzichtig en aan de kant waar hij het niet ziet, droog ik mee. Verstoord kijkt hij op. Ik doe snel de handdoek achter mijn rug. Beiden gaan wij door, maar dan weer allebei aan verschillende kanten.  Hij tolereert het een beetje, lijkt wel. Hij gaat eens onder de verwarming liggen maar dan weer bij ons op de bank, een beetje zielig zijn, is toch wel lekker, schijnt hij te denken. Tja, wij denken dat hij een TE fanatieke jager is en zo hard achter zijn prooi aanholt, dat hij niet merkt dat er een sloot was *PLONS*

blog-013blog-014

Niet alles tegelijk

blog-003Boeli, wat een model!

Hoe meer ik teken én ets, hoe minder ik schrijf. U heeft het vast wel gemerkt. Voordat jullie nu misschien gaan denken, dat er iets met mij is, zal ik proberen gauw een stukje te schrijven.

blog-002blog-020Het komt zo, lieve lezers, dat een mens nu eenmaal niet alles tegelijk kan. En áls ik met  iets bezig ben, werp ik mij er ook helemaal in. Dat zit nu eenmaal in mijn aard. Dat had ik als kind al, heb ik van mijn moeder gehoord. Een beetje rustig de boel aanpakken is er niet bij. Daarom kom ik nu bijna niet tot schrijven. Jammer misschien, maar het is nu eenmaal zo. Ik had ook wat foto’s gemaakt om Wieneke en Hanscke het etsprocédé uit te leggen, maar ik kan ze even niet meer vinden. De foto’s dan, hè? Nou ja, komt nog wel eens en anders is daar nog altijd die heerlijk handige Google.

blog-017blog-019Ik zal u mijn laatste etsen laten zien, ik lig helemaal op schema, (zelfs erboven) nl 1 of 2 per week. Ik zit nu op 23 stuks. Het aantal doet er helemaal niet toe, maar het is goed voor mij, heb ik gemerkt. Nu mensen, ik leef nog en ik heb tijd te kort. Hier wat gezellige plaatjes.