Een klein filosoofje

Ik heb altijd zo’n bewondering voor grote filosofen, echte denkers, weet u wel? Er zijn er van heel lang geleden, Socrates bijvoorbeeld, ook moderne, in mijn jeugd dan, Sartre, Jean Paul. Wij lazen hem stiekem omdat wij dachten dat hij verboden was door de kerk. Nu is hij, geloof  ik, al weer zowat vergeten. En pas, gister namelijk,  is een jonge vriendin, gepromoveerd, cum laude nog wel, in de filosofie.  Zij was al drs, maar nu is zij dr. Wat knap, nog zo jong en nu al doctor. En zij denkt én schrijft over de rechten van dieren.

En opeens dacht ik: zij heeft iets belangrijks gemeen met een schrijver die ik graag lees: Toon Tellegen. Pas las ik nog van hem: ‘Bijna iedereen kon omvallen’. Deze schrijver filosofeert er op zijn manier op los én het gaat over dieren. Over de eekhoorn en de mier, die dikke vrienden zijn, over de olifant, over de reiger, die NIET kon omvallen, over de walvis en over de leeuw. Ik noem maar wat voorbeelden. Ik vind het geweldig geschreven en al lezende voel ik mij een piepklein filosoofje, nee geen drs. En zeker geen dr. Maar toch… er staan heel wijze maar ook geestige waarheden in zijn boeken. Ik citeer hier een klein stukje:: …(gaat over de eekhoorn en de olifant, die aan de lamp van de eekhoorn zwaaide )…  ‘Daarna aten zij zoete boomschors en spraken over de oceaan of over dieren die vaak jarig waren en anderen die dat nooit waren…’. Voelt u een beetje de vergelijking.  Dus wilt u ook een mini-filosoofje worden én tegelijk glimlachend heel gelukkig zijn, lees dan zijn boeken, vooral de dieren verhalen is mijn advies. Het is ook heel leerzaam voor kinderen; men kan niet vroeg genoeg wat filosofie naar binnen krijgen.

Advertenties

Nog pas …

Nog pas schreef ik over de natuur en liet daarbij wat van mijn foto’s zien en die gingen allemaal over de zomer. En nu is het opeens herfstig en dat terwijl het nog lang geen 21 september is. Waar is het vijfde seizoen, een mooie nazomer, waarin een mens zich zóóóó gelukkig voelt? Gisteren regende het de hele dag en hard ook nog. Vanmorgen idem dito. Nu schijnt hier even de zon, maar dat zal niet lang duren. Eergisteren vond ik mijn eerste kastanje, er liggen al heel wat bladeren op de grond, het ruikt herfstig en de mensen hebben een chagrijnig najaarsgezicht, tenminste hier, maar dat zal elders ook wel zo zijn. Het barst van de spinnen (sorry Hermieneke) die met een vergenoegd gezicht hun webben aan het weven zijn. Oké oké, het is nu eenmaal hún seizoen en dat gun ik ze best.  Dat ze vooral veel muggen mogen opeten, die loeders. De muggen, bedoel ik. Enfin, u merkt wel dat ik ook niet mijn vrolijke zelf ben, als totaal onverwacht dit soort dingen mij zo sneaky overvallen.

En dan lees ik maar eens een gedicht van Kloos nog wel en wat staat daar: …”ik ween om bloemen in de knop gebroken, en vóór den uchtend van haar bloei vergaan… enzovoort; u kent het wel en dan denk ik ‘O wat droef, wat vreselijk treurig. Nou ja, let u maar niet op mij, zou ik zeggen. Ik heb wat last van het wisselen der seizoenen; kan ik niks aan doen.

 

Denken

Ik lees momenteel  (o.a.dan*)  ‘Voor een echt succesvol leven’ van Bas Haring, een filosoof. Ik kende hem niet, maar zoon M. raadde mij dit boek sterk aan toen wij in een Kringloopwinkel waren en dus kocht ik het, voor 50 cent mét handtekening en een persoonlijk schrijven.

blog-010‘Gewoon een handtekening?  GEWOON? DAT IS heel bijzonder’. Bas Haring’. 

Ik schrijf het er even bij omdat wij wat moeite hadden met de man zijn geleerde handschrift.  Service van de zaak, zeg maar. Het duurde een tijdje tot ik eraan toe kwam, maar ik ben er nu in bezig. Ik las en las en intussen dacht ik: “Jeeminee, wat een gezwam, ik word er helemaal gek van…”. Maar ik ben een doorzetster tegenwoordig en zette dus door. In een minder straf tempo en wel iedere dag vóór ‘Meneer Foppe gaat over de rooie’ één nieuw hoofdstuk. En nu zit ik er goed in, kan je wel zeggen. Het is zelfs zo dat ik dankzij  Bas tot het schrijven van dit stukje gekomen ben. Ik nam de tijd om te denken over het almaar niet-schrijven van mij. ‘Gaat er dan NIETS door mij heen? Ben ik een leeghoofd geworden?’. Zo ongeveer en meer ging er door mij heen. Ik voel mij niet schuldig, hoor. Ik verbaas mij alleen. Een paar jaar terug schudde ik iedere dag een stukje uit mijn mouw. Bij wijze van spreken dan. Maar goed, er staat nu wat en misschien word ik nog eens een filosofisch vrouwtje en komt het schrijven weer wat op gang.

*Ik las o.a. Oorlog en Terpentijn, een IsabelleAllendetje, van Hella de Jonge: ‘Los van de wereld’, van John Boyne ‘Het winterpaleis’ en een Wim de Bie’s meneer foppe (zei ik al). Allen aanraders, de een meer dan de ander, maar dat is logisch.

dsc09811P.S. De sneeuw smelt hier ook al aardig. Dag sneeuwman, dáááág!

Wijsheid

blog-021Ik heb een piepklein boekenkastje, dat Kwaster voor mij gemaakt heeft. Dat kwam omdat mijn verzameling kleine boekjes groeide en groeide… Eentje bijvoorbeeld heb ik in Frankrijk gekocht en die is echt ook helemaal in het Frans. Onlangs kocht ik een klein Kerstboekje: kinderen over Kerstmis. Het is vast uit het Amerikaans want bijna alles gaat over cadeautjes. Maar ik heb een leuke voor u uitgezocht.

025blog-022

Monoloog

blog 002Bij ons tweeën, bij Hans en mij dus, is het zo dat ik een langzame eter ben en Hans (Kwaster) juist een snelle. Terwijl ik a.h.w. hardop denk en zo indirect mijn maatje van alles op de hoogte breng, kan hij zo tevreden dooreten. Soms gebeurt het dat ik denk:  nu gaat hij wat zeggen, want hij doet zijn mond open … *spannend*…  maar nee, hij steekt een nieuwe hap in zijn mond. Maar hij luistert wel, hoor. En nu vanochtend aan het ontbijt of bijna al aan de lunch, moest ik zo lachen. Jawel om mijzelf. NOU HET REGENT TOCH WEER, ZEG! Ik vertelde hem dat ik opeens dacht (i.v.m. mijn arm):  je zult toch maar vioolspelen en zo’n ongeluk krijgen! Want je grijpt met je linkerhand de goede noten en de viool houd je op kinhoogte –PIJPENSTELEN GEWOON–  en zo hoog kan  ik nog lang niet. De mensen zouden raar kijken als ik mijn viool helemaal naar beneden hield.  Wat zeg ik nu allemaal? Hoe kom ik erop?  Ik héb niet eens een viool, laat staan dat ik er op zou kunnen spelen, ook zonder ongeluk. Hahahaha, als ik dat nu van de piano gedacht had, want dat kán ik,  maar dat heb ik trouwens al gedacht. Kwaster glimlacht en zegt: “Dat is dan een geluk bij een ongeluk”.  Daar moet ik helemaal om lachen. U ook? Of is het wat onduidelijk? Zal ik het nog eens opnieuw vertellen?

Nog wat tekeningen uit het wat grotere schetsblok, van alles wat.

blog 021blog 023blog 020blog 024

Plan 2

blog 041Nu plan 1 voortijdig is afgerond, 366 tekeningen zijn zelfs ver binnen het jaar klaar, wordt het tijd om over plan 2 na te denken. Ik denk dat ik eruit ben, lieve mensen. Tot 21 september teken ik nog gewoon verder , ja waarom niet, ik vind het veel te leuk. Tegelijkertijd houd ik ook wat vakantie, doe ik leuke dingen en geniet ik nog wat van de zomer, als dat mogelijk is dan. Maar na 21 september of op 1 oktober ga ik etsen. Het liefst zou ik kunnen zeggen dat ik iedere dag een ets ga maken, maar er komt veel meer ambacht bij, het zink schuren en poetsen en randjes en kantjes vijlen, voor er een plaatje klaar is om te bewerken.  Je kunt ze ook kant en klaar kopen maar dat zou te duur worden. Tegenwoordig doet men het ook op plastic, maar ik heb dat nog nooit gedaan. Vóór 21 september ga ik wel alvast  wat dingen uitproberen. Het wordt dus niet zo’n strak plan als het eerste, want tussendoor blijf ik tekenen en/of schilderen, maar het etsen is dan discipline nummer 1.. Zoiets had ik gedacht dus.

En al wandelend kwam ik langs het atelier van een collega. Er hingen schilderijen van haar en alsof de duvel ermee speelde, een rijtje etsen met knijpers aan een koord. Ik had ze al eerder bekeken maar nu lette ik meer op de techniek. Opeens kwam zij naar voren gelopen, deed de deur open en riep enthousiast: “Thérèse, kom binnen…”  Ik bekeek binnen haar werk, zij liet mij haar echte atelier zien achter de zaak –haar man is lijstenmaker- wij kletsten, veelal over het vak en ik vertelde van mijn etsplannen. Zij werd meteen enthousiast en bood mij hulp aan als dat nodig was en … om mij aan te moedigen, mocht ik een ets van haar uitzoeken als een cadeautje. Wat lief hè? Als dit geen goed begin is voor het nieuwe plan, dan weet ik het ook niet. Ik koos deze: een fluitspeelster, juist ja, omdat kleindochter Mare dat ook zo mooi kan. U begrijpt dat mijn dag  helemaal goed was. Wat kan een mens soms toch blij zijn, heerlijk!