Dat was best lang …

Dat was best lang geleden …  …dat ik in Artis was. Eerst zaten we in de hittegolf –en die duurde en duurde – waardoor ik geen zin had in een nóg warmer Amsterdam te vertoeven. Maar goed, gisteren was ik er dan toch weer. Het was een prachtige dag, met ideaal weer.

Eerst ging ik maar naar de leeuwen om de dames daar te condoleren met het verlies van Caesar. Het naarste kan je maar zo gauw mogelijk achter de rug hebben. En ja hoor, het zag er triest uit. De twee leeuwinnen lagen bijna onzichtbaar achter de struiken, waardoor het terras een lege indruk maakte. Er was een prikbord neergezet, waarop de kinderen tekeningen en briefjes konden plaatsen. Ja, die zijn ook gewend dat geweldige beest daar altijd te zien. Caesar is 20 jaar geworden, wat oud is voor een leeuw, zegt men.

Daarna ging ik naar de olifanten en daar ging alles goed. Olifant Dindee is zwaar verliefd op Nikolai en hij op haar, zo te zien. Ze draaien steeds met hun slurven om elkaar heen. Zij hebben in dat puntje van hun slurven meer gevoel dan wij in onze vingertoppen, las ik. Eigenlijk zijn wij maar onbeholpen snuiters, lijkt mij, maar dat terzijde. Ma Olifant houdt zich wat terzijde, een beetje van ‘aan mijn lijf geen polonaise, makker’.  Dat maakt de kleine Sanoek wat onzeker, want zij vindt die kanjer Nikolai ook erg leuk. Zij draaft dan ook van de een naar de ander en stoort iedere keer het verliefde paar. Maar olifanten zijn heel geduldig met kleintjes want de veiligheid van de kudde staat altijd voorop. Mooi, hè? Ze hebben mijn sympathie, die goeie lobbesen.

En…ik heb het kleine gorillaatje gezien, die door zijn moeder in Duitsland verstoten was, weet u wel? Nou, het gaat goed. Zij speelt en dolt volop met twee jonge mannelijke gorilla’s, die haar tevens ook wat bescherming bieden. Voor ‘de grote baas’ heeft zij het nodige respect en als zij het even vergeet, gaat één van de jongens beschermend vóór haar staan.

(Voor Bertie)

Wordt vervolgd…

Advertenties

Weer in Artis

Eindelijk was ik weer eens in Artis, afgelopen vrijdag. Ik was die ochtend naar de trein gesneld toen ik zag hoe het zonnetje scheen. Het was prachtig mooi weer, niet té warm en het blééf de hele dag zeer aangenaam.  Het was er dan ook best druk, maar dat kan mij niet schelen. Ik heb immers de hele dag de tijd, nietwaar?

Ik heb de lepelaarskuikens gezien, hoog in het nest. Er was iets aan het gebeuren bij de olifanten, want die stonden in hun oude behuizing zeer tegen de zin van Ma, die boos stond te stampen bij het hek. Vandaag zag ik dat het was voor de olifantenbul die inmiddels is aangekomen. Voorlopig blijft hij nog apart staan, las ik in de Nieuwsbrief van Artis. Ik had het geluk de twee jonge zeeleeuwen te zien. Zo leuk dat onbeholpen gedoe. Ze kunnen namelijk niet meteen zwemmen, maar waren wel bezig samen aan de kant wat te proberen. Pa zwom luid blaffend rond en echt: het klonk zo trots. De kleine gibbon kan al geweldig slingeren door de bomen en heeft nog maar af en toe hulp van zijn moeder nodig. De tuin staat weer vol met eetbare gewassen, die aan de plantenetende dieren gevoerd worden, dus verser kan het niet. Ik zag het zwarte rammetje in de kinderboerderij. Het is een beetje mijn lievelingsbeestje. Hij loopt er zo bescheiden rond in tegenstelling tot die brutale geiten. Nou ja, die zijn ook wel leuk, hoor, maar ze moeten niet aan mijn tas knagen. Kortom, ik heb genoten en massa’s foto’s gemaakt.

Het filmpje van de zeeleeuwen zet ik op Facebook, want ik krijg het niet op mijn weblog geplaatst. (Ik zal het later nog wel eens proberen, voorlopig kunnen de meesten dáár kijken)  Tevreden en wel met vermoeide voeten ging ik weer naar het station. Bijna stapte ik dit keer in de trein naar Den Helder, maar zag het gelukkig op tijd. Verwarrend is dat als hij aan een andere kant stopt dan je gewend bent, maar… er was wederom een behulpzaam persoon met een smartphone, die mij vertelde aan welke kant mijn volgende trein kwam. De vorige had ik al gemist omdat die ook weer aan de ‘verkeerde kant’ stond. Gek word je ervan en onzeker ook. Er rijden daar met weinig tussentijd zo veel treinen. Nou ja, ik leer het nog wel eens. Zelfs een eenvoudig reisje naar huis is een spannende aangelegenheid geworden, maar daar was ik weer, met de goede trein en op het eigen station zowaar.

Moeders de Gans

  

Dit keer fotografeerde ik op mijn wandeling geen poezen en geen honden, geen zwanen, meerkoeten of eenden, maar… een piepklein gansje. Twee meisjes waren druk met hem in de weer. Ze vertelden dat hij/zij alleen achtergebleven was en dat ze het beestje maar onder hun hoede hadden genomen. Zo leuk; ieder keer dat zij een stukje verder gingen, rende hij hard achter aan hen aan, wapperend met zijn kleine dikke vleugeltjes. Zij hadden zelf geen grasveld en lieten hem daarom op het grote veld  uit om wat gras enzo te knabbelen. Zij vertelden dat zij een babybadje voor hem gekocht hadden en een trapje gemaakt hadden en zeiden dat zij zich samen een soort Moeder de Gans voelden. Wat ontzettend leuk, hè?  Ik heb wat foto’s gemaakt, één van een meisje mét gans en één van het beestje alleen, al pikkend en scharrelend. Hij lette goed op zijn moedertjes en die pakten hem snel weer op als er honden aan kwamen. ‘want je weet het maar nooit, hè?”  Wat een bof voor dit domme gansje dat twee lieve meisjes hem onder hun hoede hebben genomen en dat het hem maar goed moge gaan als hij een grote gans zal zijn geworden.

(Ik heb ook een filmpje, maar het lukt mij niet om die op mijn weblog te zetten. Wel staat het op Facebook)

Een pracht van een hond (Leuven 2)

Het wonderlijkste wat ik in Leuven heb meegemaakt is dat ik B IJ N A de trotse beztster van een fraaie hond was geworden. Bijna dus hè? Als ik niet zo sterk van karakter was geweest, dan was ik zeker  teruggekomen met een zeer fraai exemplaar, nog tamelijk groot ook. Ik zal het u uitleggen. Ik heb namelijk de merkwaardige hobby om in ons dorp de honden die ik op mijn wandeling tegenkom te fotograferen. Vervolgens ga ik thuis wat tekeningen van ze maken. Het plan is om in de toekomst een expo te maken met als titel: ‘De honden van Bovenkarspel’. Ik vertelde dat aan mijn (reis)vriendin Martine en zij lette mee op en wees mij enthousiast op diverse honden.  Zo had ik al een aardige verzameling op mijn camera staan, toen wij op de Oude Markt kwamen en daar een prachtige hond zagen liggen. Met toestemming van baas en hond maakte ik een mooie foto en daar het een vriendelijk beest was, kwam hij blij kwispelend op mij af.

“Hij is mooi, hè?” zei zijn baas. “Och kijk, hij mag u graag. Wilt u er een van mij kopen?” Ik dacht dat hij een gezellig praatje wilde maken en zei: “Was dat maar waar…”  “Ik meen het” zei de man, “maar dan zijn zusje, ietsje kleiner maar zeker zo lief. Echt, daar zulde veel plezier van hebben…”  Ik lachte een beetje en zei: “Mijn man zal mij zien aankomen. O nee…” . “Uw man is toch zeker niet de baas, gij beslist, maar zijn zusje dan, hè? We kunnen een leuke prijs afspreken…”  Hij keek mij vragend aan. Hij meende het echt. Zouden ze dat in België echt doen, zo maar een hond verkopen? Of zag hij mijn verlangende blik? Mijn vriendin en ik hebben er in de auto nog lang over gepraat, hoe leuk het zou zijn geweest als je eens één keer iets onbezonnens deed, zomaar met een Leuvense   hond thuiskwam en hoe gezellig zijmet mij zou wandelen, hoe goed zij zou luisteren en in het algemeen hoe BRAAF zij zou zijn en dat echtgenoot zou zeggen hoe goed ik er wel niet aan gedaan had om die lieverd mee naar huis te nemenen zo was het eind goed, al goed. Maar nee, ik moest zo nodig weer gehoorzaam en verstandig zijn.

De paarden er vandoor

Weet u nog dat ik vaak op mijn wandelingen langs een weitje kom waarin een paartje paarden staat?  Ik heb er wel eens over geschreven. Ze stonden gezellig met z’n tweetjes.  Ik heb ze al vaker eens gefotografeerd en was ook al begonnen tekeningen van ze te maken. Nu stak ik een paar dagen geleden de Hoofdstraat over om even naar de brievenbus te gaan en ik was al aan de overkant toen ik twee paarden aan zag komen, een witte en een bruine. Jawel, dat waren ze. In een drafje gingen ze over het fietspad, de grote voorop en het bruine dikkerdje er achteraan. Misschien ontsnapt over het ijs? Overal werden auto’s aan de kant gezet, want het is natuurlijk reuze gevaarlijk. En ik? Ik wist hun weitje wel, maar geen telefoonnummer van de eigenaar. Bovendien zou ik niet weten hoe ze te vangen. Lasso werpen, nee, dat heb ik nooit geleerd. Intussen draafden zij genoeglijk verder, eens een dagje erop uit saampjes, ja gezellig!

.

Nou ja, niemand wist wat te doen eigenlijk en zij verdwenen uit zicht. De volgende dag speurde ik in de krant, maar ik zag niks staan over een ongeluk of over paarden ver van huis. Maar het hield mij toch bezig en ik besloot eens langs hun weitje te wandelen om te kijken of ze al weer thuis waren. Maar tot mijn schrik waren ze er niet, geen van beiden. Weg, mijn leuke paardenmodellen!  Gelukkig heb ik de foto’s nog. Ik kan nog wel even vooruit dus, maar toch vraag ik mij ongerust af waar ze nu zijn. Zouden ze al in België zijn aangeland of misschien al in Frankrijk?? Of zouden ze naar het Noorden zijn gegaan, naar de Noorse fjorden misschien?  Ik ben benieuwd of ik nog wat hoor …

Bergen aan Zee

Wij hadden de vorige week de kleinkinderen te logeren vanwege de voorjaarsvakantie. Dan is het altijd een aanleiding om ‘iets leuks te gaan doen’  in Rein zijn woorden en dan bedoelt hij ook echt iets bijzonders, niet zomaar naar een kinderboerderij of naar een bos nee naar Artis of naar het Wassenbeeldenmuseum  (“heb ik van gedroomd, Oma”) of naar Indonesië of naar Australië…

Ons leek het leuk om nog even te wachten met Artis, tot de bollen in bloei staan en nu naar het Zeeaquarium in Bergen te gaan. Wij zelf waren daar ook nooit geweest trouwens. Ze vonden het prachtig en de grootste attractie was de vijver met roggen, die je mocht aaien.

Het is ook een prachtig gezicht: ze liggen plat in het zand, dan zwemmen ze een rondje en dan gaan ze bijna rechtop staan en laten zich aanraken.  Ik heb het geprobeerd te fotograferen. (De eerste is liggend, de tweede staat hij rechtop en zie je de onderkant). Ik had er nog best een tijdje willen blijven, maar zij hadden alles ‘al wel vijf keer’ gezien.

 

Naar buiten dus, het strand op. Het was wel berekoud, maar je moet toch bij de zee geweest zijn, nietwaar? Rein holde achter zijn zus aan, zo het koude water in, tot aan zijn knieën was hij kletsnat. Mare was nog droog, hoor. Rein had in zijn enthousiasme gewoon niet goed uitgekeken. Enfin, we kregen trek en gingen een tosti  eten en er wat bij drinken. Ondanks de ijzige kou was het een feestelijke dag, waar we allemaal op onze eigen manier van genoten hebben.