Symboliek

Het is weer voorbij, die kermis, beste lezers. We hebben het weer overleefd. Er is weinig gesneuveld, voor zover ik weet. Wij kunnen weer opgelucht ademhalen. De jongens en meisjes zitten weer op school, waarschijnlijk uitgeput en met een knots van een kater. Nou ja, dat gaat snel weer over. Zaterdag staan ze waarschijnlijk weer vrolijk te dansen in de disco. Vroeger –heb ik gehoord- was de kermis het enige feest in ieder west-fries dorp, waarvoor het hele jaar gespaard werd. En misschien vindt men dat nog steeds. Met mooi weer zie je het hele dorp buiten zitten met stapels  kratten bier naast zich en de mensen gaan bij elkaar ‘een kermisborrel’ halen. Wij zijn geen echte West-Friezen en kunnen er maar niet aan wennen, hoewel ik toch een Brabantse ben en het Carnaval vaak gevierd heb, vroeger dan. Ik stond vanochtend  even voor het raam wat te dromen, toen er plotseling een grote oranje vrachtwagen langs reed van de firma Boels met erop twee gehuurde oranje Wc’s, die terug gingen. De buurman had zijn feest groots aangepakt en met al dat bier, u begrijpt wel… Ik was net te laat met fotograferen helaas, want ik vond het een pracht van een symboliek. Ziet u het toch voor u? En vandaag neem ik eens een dagje vakantie. Ik maak er een luie dag van en ga alleen dingen doen waarin ik zin heb. Ik ben er zelf benieuwd naar.

De hoogste tijd

“Kwaster” zei ik, “kijk toch eens, ik zit hier nu al dagen in Brabant appeltaart te eten (zie vorig logje). Ik word zo rond als een tonnetje. Het wordt hoog tijd voor een nieuw logje, vind je niet?”  Ja, dat vond Kwaster ook.  En hier komt het dan.

Ik had gisteren een heel gezellige eerste Paasdag. Er zijn wel eens van die dagen dat alles rustig en gewoon is, maar toch zo zonder enige wanklank en met veel plezier dat het een bijna perfecte dag is. En dat was het gisteren. Wij (Kwaster, zoon M. en ik) deden waar we zin in hadden, wij lazen wat, de mannen keken naar de formule 1 race –er werd veel gebotst, ook door Max- en ik maakte een etsje.

Ik noem het nu wel rustig, maar in ons dorp is het ieder jaar met Pasen kermis. En geen gewone kermis, maar meer een drankfestijn. Schuin aan de overkant staat het Vereenigingsgebouw en daar is het vier dagen feest. Wat er binnen gebeurt kunnen wij niet zien, maar er komen heel veel jongelui op af en die staan –sommigen dan- al om negen uur buiten te gillen en te lallen en de doorzetters houden dit wel vol tot drie uur in de nacht. Daarnaast geven overdag mensen een ‘kermisborrel’. Je ziet ze al dagen tevoren sjouwen met kratten bier. Dus waarschijnlijk zijn de bezoekers aan het Vereenigingsgebouw al wel wat aangeschoten.

Er zijn jaren geweest dat wij ons rot ergerden, maar dit jaar deden wij alsof er niets aan de hand was. Alleen Boeli had er last van, want zelfs voor zijn kattenluik zaten mensen luid  te ‘feesten’. Hij ziet er zo stoer uit, maar diep in zijn kattenlijf is hij eigenlijk een bangerd. Kwaster heeft hem een paar keer naar buiten vergezeld en dat vond hij wel heel veilig. Twee dagen zijn wij al door; twee hebben wij er nog voor de boeg. Meestal loopt het bezoekersaantal dinsdag aardig terug, want ja, sommigen houden het niet vol.

En wij? Wij zijn dolblij als het afgelopen is en er niets noemenswaardigs vernield is. Goed, er liggen veel scherven van kapotte flesjes en glazen, maar het is te hopen dat het daarbij blijft. Intussen houden wij de moed erin, nog twee avonden maar en dan is het afgelopen met de pret.

Beetje bijpraten

Ik zal u een beetje bijpraten, want ik had een soort van kerstreces. Ik was dat helemaal niet van plan, maar het overkwam mij. Ik doe reuze mijn best om Kerstmis een leuk feest te vinden en ik kan die sfeer ook erg goed toneelspelen, maar echt diep van binnen voelen, nee!  Ik heb wat jaartjes geleden een hele kerststal gebreid en bijpassende verhalen geschreven –de oude garde weet dat- en daarna breide ik kerstballen, kerstpegels, engelen, sneeuwmannen en sterren om de boom leuk mee vol te hangen. Nu was ik al een tijdje in een breiverslaving geschoten, dus al die dingen vlógen bijna mijn handen uit. Maar dat ik nu zo van Kerstmis hou, nou neuh… ik doe alsof, begrijpt u wel? Maar goed,   -bon- het is achter de rug.  Jezuuke zij dank. Eén januari was kleinzoon Rein jarig en we hebben hem verwend, want hij verheugde er zich ontieglijk op, het arme ventje. Hij weet al wel dat sommige mensen dat een lastige datum vinden maar als echte optimist verheugt hij er zich mateloos op. Op tweede kerstdag en derde was hij hier en toen gingen wij samen al aan het rekenen hoeveel nachtjes er nog te slapen viel, hoewel ook rekenen lang geen sterke kant van mij is, die ik ook zo veel mogelijk vermijd, al sinds mijn schooltijd en het is er sindsdien niet veel beter op geworden. En toen kwam mijn verjaardag, o lieve hemel. De laatste paar jaar ga ik altijd met Kwaster gezellig ergens heen (op 4 januari). Niemand heeft meer zin in visite –daar komt het op neer- en ik zelf ook niet. Het is dus maar het beste niet thuis te zijn. MAAR… ik had een wondje aan mijn voet en ik mocht niet zo veel lopen. Wel verd…  dat moet niet zo doorgaan, want af en toe moet ik er op uit, vooral naar Amsterdam, want anders word ik knettergek. Heb ik dan een lekkere uitdag achter de rug, dan houd ik het weer wel een tijdje uit binnenshuis en in het dorp. Ik heb mij (alweer) zo goed mogelijk gedragen, ben verwend geworden (alweer) met een grote doos met heel veel kleuren krijtjes van zoon M. en van Kwaster een pracht van een tekening van de koe Bartje, gemaakt door de kunstenaar Ruud Spil, een ware specialist op dit gebied. Ik ben er enorm blij mee. Dat wel.

blog-007

Tja…?

blog-dsc08551Tja, wat is er allemaal gebeurd sinds mijn laatste logje van 7 november? Kennelijk voor mij niet de moeite om er over te gaan schrijven. O ja toch, ik schrok mij wezenloos woensdag ochtend toen ik op FB zag dat die Trump toch gekozen was.  Hoe is het mogelijk?  Maar goed, daar hebben al veel mensen het nodige over geschreven.

blog-001De vorige week ben ik begonnen mijn atelier weer eens goed op te ruimen; het was er een bende. Ik begon maar ergens, ik zal het u vertellen. Eerst had ik mijn etspers al ontdaan van doosjes, schilderijen en allerlei spullen. Dat was een logisch begin natuurlijk, want anders had ik geheel geen etsen kunnen drukken. Toen ruimde ik een baan vrij naar de etspers, zodat ik er gemakkelijker bij kon komen.

blog-004En zo ging ik verder, de hele week, mensen. Het is nog lang niet klaar, maar het vordert. Ik heb bijvoorbeeld een grote werktafel uitgegraven en schoongemaakt. Hij ligt er nu stralend en vol verwachting bij. Zondag zijn wij, zoon M. en ik, even naar de aankomst van Sint gaan kijken. We hadden ook gewoon thuis kunnen blijven, want hij rijdt voorbij ons huis, één keer heen én één keer terug (wat een luxe, niet?)  maar je hebt dan weer eens andere foto’s, dachten wij.  En dat was goed gedacht. Verder ga ik stug door met etsen, veel van de dieren van Artis.  Ach, had u gehoord dat er een girafje was geboren en dat hij heel gauw al dood was?  Zo jammer is dat. Tot slot zal ik u mijn nieuwste etsen laten zien en neem mij voor de zoveelste keer voor wat vaker iets te schrijven, maar ja???  We zullen zien.

Gezellige praatjes

Laatst op een gezonde wandeling heb ik alweer kennis gemaakt met een hondje en zijn bazinnetje. Dat komt zo, voor zover u het nog niet weet, vaak als ik een hondje zie, dan vraag ik of ik even een paar foto’s mag maken. Meestal zie ik een mengeling op iemands gezicht van verbazing maar ook van trots. Het mag bijna altijd. Al doende vertel ik dat ik een tekencursus volg  (niet echt gelogen, vind ik) en meestal vertelt de bazin wat van haar hond en er komt (bijna) altijd een gezellig praatje van. De laatste mevrouw, die ik ontmoette, zei dat haar hondje een Tibetaanse spaniel was, dat het een heel oud ras was, die bij de monniken in Tibet daar iets met de gebedsmolens deden en de wacht hielden en zo raakten wij dus in gesprek. Zij vertelde dat zij ook wel eens tekende en zo liepen wij gezamenlijk op huis aan, want zij scheen vlakbij mij te wonen. Dit alles doet mij opeens aan mijn vader denken. De hond van mijn zusje kwam daar vaak logeren en mijn vader was verbaasd dat opeens allerlei mensen met hem in gesprek raakten, alleen maar omdat zij ook een hond uitlieten en elkaar dan vaak tegenkwamen . Als de hond weer thuis was, miste hij de lieverd erg maar ook de gezellige buurtpraatjes.

Wat heeft dat nu met mij te maken? Nou, ik loop zonder hond en toch heb ik vaak met deze of gene een aardig gesprek. “O deze hond heeft veel meegemaakt, hoor; is net op tijd gered…” ook zulke verhalen komen mij ter oren. En thuis begin ik te tekenen, de laatste was dus een Tibetaanse spaniel, die een klein beetje bang was voor hoge geluiden, die van mijn camera bijvoorbeeld. En omdat hij uit Noorwegen kwam, heette hij Knut. Een stoere naam hè voor zo’n klein hondje. Kijk, dit is hem. Misschien teken ik hem nog een keertje, want ik heb nog één  foto van hem, recht van voren, is wel moeilijk. We zullen wel zien. Deze is alvast klaar.

blog-005

De kippetjes van Kees

blog 003Kees is de buurman aan de overkant. Hij heeft zijn kippen in een hok met een ren, maar geregeld mogen zij wat los scharrelen. Er is ook een prachtige haan bij. Ik weet wel zeker dat zij het goed hebben daar, want Kees heeft een flinke lap grond, zeker in kippenmaatstaven gemeten. Ik heb een tekeningetje van ze gemaakt. Met deze is hij begonnen Inmiddels heeft hij er nog 2 gewone witte bij, één zwarte en één wit zijdekipje met een pluimpje op de kop. Die laatste is nog wat schichtig maar over een tijdje kan ik die ook nog wel een tekenen.