Heerlijk lawaai

Daar zijn ze dan, de timmerlui. Boem boem, zaag zaag, BRRRRRRRR gaat de boor, raam eruit, kou erin, stof overal, kortom er wordt hard gewerkt. Na anderhalf jaar wachten kregen wij er een hard hoofd in. Wij informeerden geregeld en dan kwamen er beloftes, maar die gingen weer niet door, omdat er iets tussenkwam. Maar nu eindelijk: hiep hiep hiep! Boeli schrikt wel iedere ochtend op en vlucht naar een ander lokaal, totdat hij ook daar gestoord wordt. Maar tegen vieren keert de rust weer. Totdat de volgende ochtend al om half acht het lawaai weer met volle kracht losbarst. Wij kunnen ons niet goed ergens op concentreren en verheugen ons op volgende week. Dan gaan ze in de werkplaats de nieuwe ramen maken en hebben wij een weekje rust. Maar wij blijven blij, túúúúrlijk!  Wij kennen nu de tijden waarop zij graag koffie hebben, zowel ’s ochtends als ’s middags. Zij hoeven maar te kikken en wij doen het verlangde. Er zijn namelijk te weinig timmermannen, hebben wij van welingelichte bronnen vernomen. En wij hebben er nu zelfs twee en daar moet je zuinig op zijn en dat zijn we.

Ze hebben mij zelfs een plezier gedaan door gewillig op de foto te gaan. U kunt wel zien wie de rust zelve is en wie de geinponem van de twee, denk ik.  We houden goede moed en hopen dat de boel nog klaarkomt voor de winter invalt, want de schilder moet de nieuw getimmerde stukken en de verse ramen nog schilderen.

Advertenties

Ter geruststelling

Omdat vrijwel  iedereen zich ongerust maakte over ons mogelijke slaaptekort door die enorme feestverlichting aan de overkant, zal ik even wat nadere toelichting geven. Wij hebben in onze slaapkamer een soort luxaflex en tot onze opluchting houdt die genoeg licht tegen om te kunnen slapen. Wel zitten wij –en daar moest ik toch zo om lachen en nóg eigenlijk – tot het einde van het jaar in een huiskamer, die overdadig geïllumineerd is, terwijl Sinterklaas nog niet eens gearriveerd is. Ik heb speciaal een foto gemaakt om u een indruk te geven.
Is er hier verder nog wat gebeurd? O ja, volop. Men is dagen aan het graven geweest; niemand wist waarom of waarnaar maar nu onlangs bleek dat het iets met de waterleiding was. Dat concludeerde Kwaster (Hans) toen hij een kraan opendraaide en er behalve wat stoterig water ook “plof plof plofplof” uitkwam. Vreemd hè dat niemand je daarvan op de hoogte houdt? De boel is nu weer dicht: de mensen en apparaten zijn verdwenen. Er staan alleen nog wat paaltjes e.d. Dus er zal nog iets op het programma staan.
Verder, vandaag met name, stond de timmerman, weer tot onze stomme verbazing maar ook blijde verrassing voor de deur. Hij heeft wat platen neergelegd en komt morgen het een en ander echt doen. U begrijpt misschien niet waarom wij zo verbaasd zijn, maar dat komt omdat hij eigenlijk vorig jaar zomer zou komen, gelijk mét of direct na de schilder. Dus ja, wat zal ik u zeggen?  Na maanden van wanhoop komt er’ licht’ (hihihi) in  timmermans duisternis.  O wat zijn wij heden blij, trala la lala…*Th. neuriet verheugd verder*

 

Goeie hemel…

Gisterochtend werden we al vroeg wakker van een geheimzinnig gepiep.  “Hans” zei ik, altijd in de veronderstelling dat echtgenoot het wel zal weten, “wat piept daar toch zo akelig?” En… hij wist het inderdaad, want hij was al gaan kijken buiten. “Dat is zo’n ding wat omhoog en omlaag gaat en ze brengen een kerstverlichting aan…”  Ik zuchtte eens en sliep weer door. “Wat vroeg” mompelde ik nog, het in het midden latend of het vroeg in het jaar was of vroeg voor deze ochtend. Nu hebben we ieder jaar kerstverlichting in de etalage aan de overkant, dus ik verbaasde mij nergens over.

Wat later stond ik op en keek naar buiten. “Huh, wat krijgen we nu??” vroeg ik mij vol verbazing af. Ze waren bezig de hele gevel vol te hangen met lichtjes; het begon zelfs een beetje op de Bijenkorf te lijken, hier in ons eigen dorp. Vol verbazing ging ik naar beneden en daar kon ik het nog beter zien. Het begon zelfs al een beetje op die film te lijken, de Christmas Vacation van de Griswolds, die kent u wel hè? Wij keken vroeger altijd.  “Hans, ik moet toch wel een beetje lachen, hoor. Wat een feestverlichting! Geweldig! Daar mogen wij twee maanden van genieten.  Wat leuk! We hoeven zelf niks meer aan versiering te doen,uh … alleen de Kerststal plaatsen, datheb ik aan Rie beloofd, dus dat doe ik.”.  Ik maakte een foto en verder wachtten wij het donker af voor een betere .

“O o wat een verlichting, “prachtig, schitterend, wat een uitzicht. Hoe vind je dat, Hans?”  zei ik. “Nou lieverd, als die lampjes vanavond niet uitgaan, kunnen wij onze lol wel op, met die bovenramen van ons” antwoordde Hans.  “Nee, tegen twaalven gaan ze uit natuurlijk” zei ik opgewekt en ik lachte nog maar eens in mij zelf. “O wat mooi, zo iets heb ik nog nooit meegemaakt”.  Het werd avond en later en later. “Dadelijk gaan ze heus wel uit, hoor; ze kunnen toch zeker niet de hele nacht branden…” mompelde ik, al een beetje minder zeker van mijzelf. Het werd twaalf uur, iets over twaalf, half één  –Hans was inmiddels naar bed gegaan- en de duizenden lampjes bleven branden. Hans had natuurlijk helemaal gelijk. Zouden de verlichte rendieren met slee,  de sneeuwmannen, de Kerstbomen en sterren en wat ‘dies meer zij’ dan állemaal ALTIJD maar blijven branden? Als wij naar bed zijn dus ook?  Ik wist het niet. Ik had nooit tegenover een buitenslee met rendieren gewoond. Ik dacht dat men de boel netjes uitdeed voor het naar bed gaan. Ik ben er helemaal confuus van, mensen. Wat zou dat wel niet kosten en hoe moet het met het milieu?? Als heel veel mensen dat zomaar doen dan, hè? Goeie hemel…”

Hoera…honderd !

Het is toch niet te geloven, mensen, maar het is mij gelukt en nog wel binnen de plande tijdspanne. Honderd etsen heb ik dit jaar gemaakt, winkelende mensen, spelende kinderen, honden en poezen en heel veel van wat ik allemaal in Artis zag. Niet alleen de dieren, maar ook allerlei toeschouwers, leuke kinderen, opa’s en oma’s  met kleinkinderen, heel oude mensen, tieners, Artis medewerkers al of niet in een soort van treintje, nou ja, dat soort dingen ook. Zelfs de dieren die er eigenlijk niet horen, heb ik geëtst zoals daar zijn de reigers en de aalscholvers, duiven en musjes.

Ik heb nog lang niet alles vastgelegd, de bloemen in het voorjaar bijvoorbeeld, maar die moeten in kleur. Die ga ik misschien schilderen; ik heb met dat doel veel foto’s gemaakt. En ‘de eetbare tuin’, groenten en eetbare bloemen door elkaar heen voor de dieren, daar moet ik ook nog veel aan doen.

Maar goed, een mens kan beter te veel dan te weinig plannen hebben. Mijn laatste etsen zet ik vooraan: het Kerbert terras met drie leeuwen en de bulldog Kay (een lieverd) van de buren aan de overkant.

Wij ook   

Jippie, wij hebben er ook een. Een fraai blauw pas geschilderd kastje, want je kunt de verf nog ruiken, vol met diverse soorten boeken.  Zo’n boekenruilkastje, bedoel ik, waarover diverse mensen hier al verteld hebben. Als je een boek erin ziet staan wat je graag wilt lezen, neem je een al gelezen boek van jezelf mee, zet dat in het kastje en neem je dat andere boek mee om thuis te lezen. En wie weet, wat voor boeken er allemaal in komen te staan. Ik vind het zo’n leuk initiatief. En nu is ons dorp ook met haar tijd meegegaan.  Nog een bof: het staat schuin aan de overkant, niet zo ver lopen. Ik lees nu onverwacht het tweede boek van Paulien Cornelisse en ik vind het erg leuk.

Een huis/tuin en keukenlogje

Ik leid tegenwoordig zo’n saai leven  – wat mij eigenaardig genoeg veel genoegen schenkt – dat ik bijna de deur niet uitkom. Ik teken, ik ruim op, ik maak etsen, ik was af als ik het tenminste niet vergeet, ik doe op tijd de was, ik teken maar weer eens en ik WANDELl soms. Dan ben ik even de deur uit. Soms TUINIER  ik ook wat en ook dat is buiten natuurlijk.

Nu kreeg ik laatst van iemand een boekenbon en opeens kreeg ik zo’n zin om maar eens te gaan kijken wat voor boeken in de winkel liggen. Ik kwam dus gisteren voor het eerst in lange tijd in ons winkelcentrum en mensen, wat heb ik genoten! Er lagen nieuwe boeken, ik zag leuke kleren, allemaal dingen die ik nog niet gezien had. Ook nieuwe wol, maar daar staat even een stop op. Het langst vertoefde ik in de boekenwinkel, want ik zag veel interessants. Tenslotte maakte ik mijn keus: Pogingen iets van het leven te maken. Er onder staat nog: Het geheime dagboek van Hendrik Groen, 83 ¼ jaar.  De meeste lezers zullen dit boek al kennen, misschien zelfs ook al het tweede deel, maar ik nog niet en ik ben er blij mee. Ik had net met veel moeite een behoorlijk vervelend boek uit: De thuiskomst , geschreven door Bernhard Schlink. Kent iemand die misschien? De man is hoogleraar, rechter en hij heeft nogal wat boeken op zijn naam staan die in allerlei talen vertaald zijn, dus… dan verwacht je een goed boek. Maar nee…niet voor mij kennelijk.

Verder heb ik een leuk hemdje gekocht –nee, niet in de boekhandel, nee- maar er tegenover. Al mijn hempen zijn vaal gewassen en verbleekt zag ik laatst. Voor Boeli kocht ik een babydekentje omdat er altijd zoveel zand en klei uit zijn lijf op de bank komt. Voor mijzelf drie paar sokken met stippels, twee kussenslopen omdat ik die vaak kwijt ben en twee sierlijke vaatdoekjes. Ik geloof dat ik er ben. Ik had helemaal niet op mijn horloge gekeken en ik kwam nogal laat thuis. Maar het was een leuke middag, gewoon in ons eigen trutterig winkelcentrum.

Buitengaats

Net aan de andere kant van het muurtje rond de tuin heeft zich een stokroos uitgezaaid. De meeste mensen zullen zo iets wel weghalen, denk ik, want het is buiten de tuin, op de grond van de gemeente. Wat het is, weet ik niet, maar ik heb soms zin in een beetje ondeugende dingen en daarom liet ik hem staan, expres. Ik goot er soms wat water bij en hij werd hoger en hoger. De bladeren werden steeds groter en … het belangrijkste: er kwamen een heleboel knoppen aan. Nu heb ik wel meer stokrozen staan –gaat het ook goed mee- maar deze is ‘verboden’ haha, lekker puh.

Tot gisterochtend ging alles goed. Toen hoorden wij een brommend geluid en Hans zei onmiddellijk: “Daar gaat je bloem, Theresia!”  Ik keek, ik begreep en holde naar buiten. Ik was net op tijd, want de man met het apparaat was al bij ons muurtje. Ik tikte op zijn mouw, hij deed zijn oordoppen uit en keek mij verbaasd aan. “Ziet u die bloem, meneer?” vroeg ik heel vriendelijk. De meneer knikte. “Hij is zo mooi, hij staat op het punt van bloeien, kijk toch eens hoe prachtig!  Zou u hem voor één keertje willen sparen?”, vroeg ik en keek hem bijna smekend aan.  De man dacht en zei toen: “Nou vooruit dan. Ik laat hem staan, maar … als er morgen iemand van de gemeente komt, dan is hij weg. Dan heb ik het niet gedaan, ik láát hem staan”.  Ik meldde dit blij aan Kwaster (Hans) die mij ook al zei niet teleurgesteld te zijn als toch … u begrijpt het. Vanochtend dacht ik er niet meteen aan, ging afwassen en koffiezetten en allerlei andere dingen. Pas vanmiddag dacht ik eraan, ik keek en ja hoor, hij stond er nog. De kleur is lichtrood; dat zagen we gisteren nog niet. Ha, een kleine overwinning voor mij én een staaltje van burgerlijke ongehoorzaamheid. Ik ben dik tevreden over mijzelf.