Wij ook   

Jippie, wij hebben er ook een. Een fraai blauw pas geschilderd kastje, want je kunt de verf nog ruiken, vol met diverse soorten boeken.  Zo’n boekenruilkastje, bedoel ik, waarover diverse mensen hier al verteld hebben. Als je een boek erin ziet staan wat je graag wilt lezen, neem je een al gelezen boek van jezelf mee, zet dat in het kastje en neem je dat andere boek mee om thuis te lezen. En wie weet, wat voor boeken er allemaal in komen te staan. Ik vind het zo’n leuk initiatief. En nu is ons dorp ook met haar tijd meegegaan.  Nog een bof: het staat schuin aan de overkant, niet zo ver lopen. Ik lees nu onverwacht het tweede boek van Paulien Cornelisse en ik vind het erg leuk.

Een huis/tuin en keukenlogje

Ik leid tegenwoordig zo’n saai leven  – wat mij eigenaardig genoeg veel genoegen schenkt – dat ik bijna de deur niet uitkom. Ik teken, ik ruim op, ik maak etsen, ik was af als ik het tenminste niet vergeet, ik doe op tijd de was, ik teken maar weer eens en ik WANDELl soms. Dan ben ik even de deur uit. Soms TUINIER  ik ook wat en ook dat is buiten natuurlijk.

Nu kreeg ik laatst van iemand een boekenbon en opeens kreeg ik zo’n zin om maar eens te gaan kijken wat voor boeken in de winkel liggen. Ik kwam dus gisteren voor het eerst in lange tijd in ons winkelcentrum en mensen, wat heb ik genoten! Er lagen nieuwe boeken, ik zag leuke kleren, allemaal dingen die ik nog niet gezien had. Ook nieuwe wol, maar daar staat even een stop op. Het langst vertoefde ik in de boekenwinkel, want ik zag veel interessants. Tenslotte maakte ik mijn keus: Pogingen iets van het leven te maken. Er onder staat nog: Het geheime dagboek van Hendrik Groen, 83 ¼ jaar.  De meeste lezers zullen dit boek al kennen, misschien zelfs ook al het tweede deel, maar ik nog niet en ik ben er blij mee. Ik had net met veel moeite een behoorlijk vervelend boek uit: De thuiskomst , geschreven door Bernhard Schlink. Kent iemand die misschien? De man is hoogleraar, rechter en hij heeft nogal wat boeken op zijn naam staan die in allerlei talen vertaald zijn, dus… dan verwacht je een goed boek. Maar nee…niet voor mij kennelijk.

Verder heb ik een leuk hemdje gekocht –nee, niet in de boekhandel, nee- maar er tegenover. Al mijn hempen zijn vaal gewassen en verbleekt zag ik laatst. Voor Boeli kocht ik een babydekentje omdat er altijd zoveel zand en klei uit zijn lijf op de bank komt. Voor mijzelf drie paar sokken met stippels, twee kussenslopen omdat ik die vaak kwijt ben en twee sierlijke vaatdoekjes. Ik geloof dat ik er ben. Ik had helemaal niet op mijn horloge gekeken en ik kwam nogal laat thuis. Maar het was een leuke middag, gewoon in ons eigen trutterig winkelcentrum.

Buitengaats

Net aan de andere kant van het muurtje rond de tuin heeft zich een stokroos uitgezaaid. De meeste mensen zullen zo iets wel weghalen, denk ik, want het is buiten de tuin, op de grond van de gemeente. Wat het is, weet ik niet, maar ik heb soms zin in een beetje ondeugende dingen en daarom liet ik hem staan, expres. Ik goot er soms wat water bij en hij werd hoger en hoger. De bladeren werden steeds groter en … het belangrijkste: er kwamen een heleboel knoppen aan. Nu heb ik wel meer stokrozen staan –gaat het ook goed mee- maar deze is ‘verboden’ haha, lekker puh.

Tot gisterochtend ging alles goed. Toen hoorden wij een brommend geluid en Hans zei onmiddellijk: “Daar gaat je bloem, Theresia!”  Ik keek, ik begreep en holde naar buiten. Ik was net op tijd, want de man met het apparaat was al bij ons muurtje. Ik tikte op zijn mouw, hij deed zijn oordoppen uit en keek mij verbaasd aan. “Ziet u die bloem, meneer?” vroeg ik heel vriendelijk. De meneer knikte. “Hij is zo mooi, hij staat op het punt van bloeien, kijk toch eens hoe prachtig!  Zou u hem voor één keertje willen sparen?”, vroeg ik en keek hem bijna smekend aan.  De man dacht en zei toen: “Nou vooruit dan. Ik laat hem staan, maar … als er morgen iemand van de gemeente komt, dan is hij weg. Dan heb ik het niet gedaan, ik láát hem staan”.  Ik meldde dit blij aan Kwaster (Hans) die mij ook al zei niet teleurgesteld te zijn als toch … u begrijpt het. Vanochtend dacht ik er niet meteen aan, ging afwassen en koffiezetten en allerlei andere dingen. Pas vanmiddag dacht ik eraan, ik keek en ja hoor, hij stond er nog. De kleur is lichtrood; dat zagen we gisteren nog niet. Ha, een kleine overwinning voor mij én een staaltje van burgerlijke ongehoorzaamheid. Ik ben dik tevreden over mijzelf.

Symboliek

Het is weer voorbij, die kermis, beste lezers. We hebben het weer overleefd. Er is weinig gesneuveld, voor zover ik weet. Wij kunnen weer opgelucht ademhalen. De jongens en meisjes zitten weer op school, waarschijnlijk uitgeput en met een knots van een kater. Nou ja, dat gaat snel weer over. Zaterdag staan ze waarschijnlijk weer vrolijk te dansen in de disco. Vroeger –heb ik gehoord- was de kermis het enige feest in ieder west-fries dorp, waarvoor het hele jaar gespaard werd. En misschien vindt men dat nog steeds. Met mooi weer zie je het hele dorp buiten zitten met stapels  kratten bier naast zich en de mensen gaan bij elkaar ‘een kermisborrel’ halen. Wij zijn geen echte West-Friezen en kunnen er maar niet aan wennen, hoewel ik toch een Brabantse ben en het Carnaval vaak gevierd heb, vroeger dan. Ik stond vanochtend  even voor het raam wat te dromen, toen er plotseling een grote oranje vrachtwagen langs reed van de firma Boels met erop twee gehuurde oranje Wc’s, die terug gingen. De buurman had zijn feest groots aangepakt en met al dat bier, u begrijpt wel… Ik was net te laat met fotograferen helaas, want ik vond het een pracht van een symboliek. Ziet u het toch voor u? En vandaag neem ik eens een dagje vakantie. Ik maak er een luie dag van en ga alleen dingen doen waarin ik zin heb. Ik ben er zelf benieuwd naar.

De hoogste tijd

“Kwaster” zei ik, “kijk toch eens, ik zit hier nu al dagen in Brabant appeltaart te eten (zie vorig logje). Ik word zo rond als een tonnetje. Het wordt hoog tijd voor een nieuw logje, vind je niet?”  Ja, dat vond Kwaster ook.  En hier komt het dan.

Ik had gisteren een heel gezellige eerste Paasdag. Er zijn wel eens van die dagen dat alles rustig en gewoon is, maar toch zo zonder enige wanklank en met veel plezier dat het een bijna perfecte dag is. En dat was het gisteren. Wij (Kwaster, zoon M. en ik) deden waar we zin in hadden, wij lazen wat, de mannen keken naar de formule 1 race –er werd veel gebotst, ook door Max- en ik maakte een etsje.

Ik noem het nu wel rustig, maar in ons dorp is het ieder jaar met Pasen kermis. En geen gewone kermis, maar meer een drankfestijn. Schuin aan de overkant staat het Vereenigingsgebouw en daar is het vier dagen feest. Wat er binnen gebeurt kunnen wij niet zien, maar er komen heel veel jongelui op af en die staan –sommigen dan- al om negen uur buiten te gillen en te lallen en de doorzetters houden dit wel vol tot drie uur in de nacht. Daarnaast geven overdag mensen een ‘kermisborrel’. Je ziet ze al dagen tevoren sjouwen met kratten bier. Dus waarschijnlijk zijn de bezoekers aan het Vereenigingsgebouw al wel wat aangeschoten.

Er zijn jaren geweest dat wij ons rot ergerden, maar dit jaar deden wij alsof er niets aan de hand was. Alleen Boeli had er last van, want zelfs voor zijn kattenluik zaten mensen luid  te ‘feesten’. Hij ziet er zo stoer uit, maar diep in zijn kattenlijf is hij eigenlijk een bangerd. Kwaster heeft hem een paar keer naar buiten vergezeld en dat vond hij wel heel veilig. Twee dagen zijn wij al door; twee hebben wij er nog voor de boeg. Meestal loopt het bezoekersaantal dinsdag aardig terug, want ja, sommigen houden het niet vol.

En wij? Wij zijn dolblij als het afgelopen is en er niets noemenswaardigs vernield is. Goed, er liggen veel scherven van kapotte flesjes en glazen, maar het is te hopen dat het daarbij blijft. Intussen houden wij de moed erin, nog twee avonden maar en dan is het afgelopen met de pret.

Beetje bijpraten

Ik zal u een beetje bijpraten, want ik had een soort van kerstreces. Ik was dat helemaal niet van plan, maar het overkwam mij. Ik doe reuze mijn best om Kerstmis een leuk feest te vinden en ik kan die sfeer ook erg goed toneelspelen, maar echt diep van binnen voelen, nee!  Ik heb wat jaartjes geleden een hele kerststal gebreid en bijpassende verhalen geschreven –de oude garde weet dat- en daarna breide ik kerstballen, kerstpegels, engelen, sneeuwmannen en sterren om de boom leuk mee vol te hangen. Nu was ik al een tijdje in een breiverslaving geschoten, dus al die dingen vlógen bijna mijn handen uit. Maar dat ik nu zo van Kerstmis hou, nou neuh… ik doe alsof, begrijpt u wel? Maar goed,   -bon- het is achter de rug.  Jezuuke zij dank. Eén januari was kleinzoon Rein jarig en we hebben hem verwend, want hij verheugde er zich ontieglijk op, het arme ventje. Hij weet al wel dat sommige mensen dat een lastige datum vinden maar als echte optimist verheugt hij er zich mateloos op. Op tweede kerstdag en derde was hij hier en toen gingen wij samen al aan het rekenen hoeveel nachtjes er nog te slapen viel, hoewel ook rekenen lang geen sterke kant van mij is, die ik ook zo veel mogelijk vermijd, al sinds mijn schooltijd en het is er sindsdien niet veel beter op geworden. En toen kwam mijn verjaardag, o lieve hemel. De laatste paar jaar ga ik altijd met Kwaster gezellig ergens heen (op 4 januari). Niemand heeft meer zin in visite –daar komt het op neer- en ik zelf ook niet. Het is dus maar het beste niet thuis te zijn. MAAR… ik had een wondje aan mijn voet en ik mocht niet zo veel lopen. Wel verd…  dat moet niet zo doorgaan, want af en toe moet ik er op uit, vooral naar Amsterdam, want anders word ik knettergek. Heb ik dan een lekkere uitdag achter de rug, dan houd ik het weer wel een tijdje uit binnenshuis en in het dorp. Ik heb mij (alweer) zo goed mogelijk gedragen, ben verwend geworden (alweer) met een grote doos met heel veel kleuren krijtjes van zoon M. en van Kwaster een pracht van een tekening van de koe Bartje, gemaakt door de kunstenaar Ruud Spil, een ware specialist op dit gebied. Ik ben er enorm blij mee. Dat wel.

blog-007

Tja…?

blog-dsc08551Tja, wat is er allemaal gebeurd sinds mijn laatste logje van 7 november? Kennelijk voor mij niet de moeite om er over te gaan schrijven. O ja toch, ik schrok mij wezenloos woensdag ochtend toen ik op FB zag dat die Trump toch gekozen was.  Hoe is het mogelijk?  Maar goed, daar hebben al veel mensen het nodige over geschreven.

blog-001De vorige week ben ik begonnen mijn atelier weer eens goed op te ruimen; het was er een bende. Ik begon maar ergens, ik zal het u vertellen. Eerst had ik mijn etspers al ontdaan van doosjes, schilderijen en allerlei spullen. Dat was een logisch begin natuurlijk, want anders had ik geheel geen etsen kunnen drukken. Toen ruimde ik een baan vrij naar de etspers, zodat ik er gemakkelijker bij kon komen.

blog-004En zo ging ik verder, de hele week, mensen. Het is nog lang niet klaar, maar het vordert. Ik heb bijvoorbeeld een grote werktafel uitgegraven en schoongemaakt. Hij ligt er nu stralend en vol verwachting bij. Zondag zijn wij, zoon M. en ik, even naar de aankomst van Sint gaan kijken. We hadden ook gewoon thuis kunnen blijven, want hij rijdt voorbij ons huis, één keer heen én één keer terug (wat een luxe, niet?)  maar je hebt dan weer eens andere foto’s, dachten wij.  En dat was goed gedacht. Verder ga ik stug door met etsen, veel van de dieren van Artis.  Ach, had u gehoord dat er een girafje was geboren en dat hij heel gauw al dood was?  Zo jammer is dat. Tot slot zal ik u mijn nieuwste etsen laten zien en neem mij voor de zoveelste keer voor wat vaker iets te schrijven, maar ja???  We zullen zien.