Afscheid

Thérèse zal hier niet meer schrijven.
Op mij rust de taak om hier wat te schrijven.
Vanochtend hebben we afscheid genomen van haar lichaam.
Haar persoonlijkheid leeft voort. Voor sommigen zal zij een vage herinnering blijven. Voor mij blijft zij mijn wederhelft.
De ongelooflijk vele reactie op internet en de tientallen brieven en kaarten die wij hebben ontvangen blijven misschien nog enige tijd onbeantwoord. Maar laat ik alle schrijvers verzekeren dat het haar heel goed heeft gedaan en mij nog steeds troost.

Ik houd deze pagina nog zo lang mogelijk “in de lucht” zodat ook nieuwe bezoekers kunnen genieten van haar bijzondere kijk op het leven en de wereld waarin zij geleefd heeft.
therese de vries 2
Hans Christiaan de Vries

Een plasje

Jullie denken nu wel dat het tekenen mij gemakkelijk afgaat, maar dat is helemaal niet zo. Ten eerste teken ik tegenwoordig vaak naar een zelfgemaakte foto, ten tweede kan ik nog altijd hulp van Hans (Kwaster) krijgen want die kan pas tekenen, mensen!  Ik werd vandaag weer eens met mijn neus op de feiten gedrukt. Ik had laatst wat foto’s gemaakt van een losrennende superenthousiaste hond en de eerste tekening lukte aardig. Het vervolg was dat hij –want het was een HIJ- een plas moest doen. Iedereen kent dat wel, even ruiken, pootje omhoog en plassen maar. En dat gaat wel even door, want hij moet overal zijn geur achterlaten. Dat er later weer een ander overheen gaat, weet hij niet, denk ik. Ik wil maar zeggen: “Hoe vaak hebben jij en ik zoiets niet gezien?”  Bovendien had ik ook nog een foto van het gebeuren. Het was wel een harige hond en hij stond gedeeltelijk achter een buxushaagje..

Maar beste lezers, het lukte mij niet echt. Ik keek en keek: soms leek hij wel vijf poten te hebben, dan weer twee, ik kreeg er een punthoofd van. Maar ja, die hond moest toch plassen, nietwaar? Ik heb toen maar wat gerommeld, hem een tweede achterpoot gegeven, het haagje omgedraaid, dan kon je de plas duidelijker zien. Maar of het nu wat lijkt? Ik vrees van niet. Ik zou bijna zeggen: “Wie wil het ook eens proberen?” Het hoeft niet mooi te worden, maar duidelijk. Wie o wie?

De hoogste tijd

“Kwaster” zei ik, “kijk toch eens, ik zit hier nu al dagen in Brabant appeltaart te eten (zie vorig logje). Ik word zo rond als een tonnetje. Het wordt hoog tijd voor een nieuw logje, vind je niet?”  Ja, dat vond Kwaster ook.  En hier komt het dan.

Ik had gisteren een heel gezellige eerste Paasdag. Er zijn wel eens van die dagen dat alles rustig en gewoon is, maar toch zo zonder enige wanklank en met veel plezier dat het een bijna perfecte dag is. En dat was het gisteren. Wij (Kwaster, zoon M. en ik) deden waar we zin in hadden, wij lazen wat, de mannen keken naar de formule 1 race –er werd veel gebotst, ook door Max- en ik maakte een etsje.

Ik noem het nu wel rustig, maar in ons dorp is het ieder jaar met Pasen kermis. En geen gewone kermis, maar meer een drankfestijn. Schuin aan de overkant staat het Vereenigingsgebouw en daar is het vier dagen feest. Wat er binnen gebeurt kunnen wij niet zien, maar er komen heel veel jongelui op af en die staan –sommigen dan- al om negen uur buiten te gillen en te lallen en de doorzetters houden dit wel vol tot drie uur in de nacht. Daarnaast geven overdag mensen een ‘kermisborrel’. Je ziet ze al dagen tevoren sjouwen met kratten bier. Dus waarschijnlijk zijn de bezoekers aan het Vereenigingsgebouw al wel wat aangeschoten.

Er zijn jaren geweest dat wij ons rot ergerden, maar dit jaar deden wij alsof er niets aan de hand was. Alleen Boeli had er last van, want zelfs voor zijn kattenluik zaten mensen luid  te ‘feesten’. Hij ziet er zo stoer uit, maar diep in zijn kattenlijf is hij eigenlijk een bangerd. Kwaster heeft hem een paar keer naar buiten vergezeld en dat vond hij wel heel veilig. Twee dagen zijn wij al door; twee hebben wij er nog voor de boeg. Meestal loopt het bezoekersaantal dinsdag aardig terug, want ja, sommigen houden het niet vol.

En wij? Wij zijn dolblij als het afgelopen is en er niets noemenswaardigs vernield is. Goed, er liggen veel scherven van kapotte flesjes en glazen, maar het is te hopen dat het daarbij blijft. Intussen houden wij de moed erin, nog twee avonden maar en dan is het afgelopen met de pret.

Boos

Hebben wij eindelijk  de schilder mét hulpkrachten die de school komen opknappen, gebeurt er het volgende. Ik laat u wat foto’s zien, want ik ben te boos voor woorden.

blog 010Na mijn wandeling zag ik de ravage. De ‘verdachte’ stond hoog boven mijn hoofd gewoon te schilderen alsof hij van niks wist of dat het heel normaal was één mooi boompje  (van de twee, die bij elkaar horen) half omver te rijen met een hoogwerker, doormidden te knakken en het niet eens te komen zeggen, laat staan spijt te betuigen. Kijk nou toch hoe het eruit ziet. *snik*

‘Ik mag niet klagen…’

Laatst sprak ik door de telefoon met mijn liefste nicht P. en al pratend vroeg zij mij: “Wanneer had jij mij gebeld?”, waarop ik zei: “O, dat weet ik niet meer, kan 3 dagen geleden zijn of korter of langer, geen idee, alle dagen zijn zo hetzelfde, weet je…”  Opeens realiseerde ik mij dat dat niet gewoon voor mij was. Vóór mijn val trok ik er regelmatig op uit, naar Enkhuizen of naar Hoorn en ook nogal eens naar Amsterdam, naar een museum of héél graag naar Artis. Niet dat ik mij zielig  voel , het gaat best goed met mij en mijn arm, ik mag niet klagen dus, maar in de tram stappen, dát durf ik nog niet zo goed. Ik ben namelijk als de dood nóg een keertje te vallen. En omdat ik niet naar Amsterdam kan, vind ik iets anders ook minder leuk. Eigenlijk gaat het verder wel goed, geloof ik en ik amuseer mij prima, hoor. Ik teken volop en misschien kom ik met gemak de 21e september aan 365 + 1 tekeningen, iets wat ik met mijzelf afgesproken heb en in geval van nood voeg ik er wat dagen bij, want tenslotte is een gebroken arm niet voorzien, toch?  Nee, wie had dat nou gedacht? Ik zelf in ieder geval niet. Nou ja, moed houden maar, er zit niks anders op. En zwengelen met die arm, goed opletten buiten op eventuele oneffenheden, niet mopperen enzovoort, het is toch wat!!

blog 043o ja, ik ga een leuk boekje maken, een Boeli-boekje, allemaal wapenfeiten van hem in zijn plaats noteren, dat wordt vast leuk. één tekening staat er al in.

Een dokter in het Noorden

blog 001Al járen heb ik een zeer eigenaardige huisarts.  Nee, ik ga niet roddelen, maar er moet mij nu even iets van ’t hart. Nou ja, ik zou graag een voorbeeldje geven.  Ik was kortgeleden nog bij hem met die arme zielige gebroken arm van mij, om precies te zijn op 17 mei j.l. Dat is toch echt niet zo lang geleden dat hij kan denken: waar ken ik die mevrouw toch van? Bovendien zit ik  –nu voor een andere makke- in zijn wachtkamer duidelijk met een sling om, ook een mooi ezelsbruggetje zou je denken. ZOU je denken, maar nee.  Ik kom binnen, hij geeft mij een hand, luistert naar wat ik mankeer, schrijft een recept voor en legt mij uit wat te doen en dat is het. Terwijl hij schrijft nee typt, geef ik hem nog een hint, -over het genezingsproces van de arm, tenslotte hoort die ook bij mij én bij zijn patiënte indirect – tevergeefs natuurlijk en dan is het klaar. En iedere keer al jaren en jaren ben ik gebelgd, dat wel. Voor hem bestaan wij kennelijk uit onderdelen en dit keer kom ik voor een huidprobleempje,  NIET voor de arm en waarom zouden we dan even informeren, nietwaar? Nou, ik vind dat EIGENAARDIG o zo Koos!

Ons paard is weg

Vlakbij bij ons is al jaren een leeg veld, waarop ooit het huisje van de padvinders stond. Er is  heel veel geharrewar geweest en het bouwen erop werd uitgesteld en allerlei plannen werden verworpen.

blog 009Plotseling, een week of zo geleden, stond er tot mijn verrassing een paard. Het stond daar innig tevreden te grazen en niemand tot last te wezen. De zwanen en de eenden hadden een gezellig en schilderachtig plekje op een hoekje bij de sloot. Enfin, ik had al wat foto’s van het paard gemaakt en ik was begonnen het te portretteren. Het paard kreeg met die koude dagen een paardenjasje aan en ik bezocht hem dagelijks. Nu gingen er wel schriftelijke verhalen rond dat er gebouwd ging worden, wij omwonenden kregen zelfs een uitnodiging om ons zegje te mogen doen (en meer ook niet, vermoed ik zo) en wij hoopten toch dat het lang ging duren en wij van ‘ons paard’ konden blijven genieten. Ik vatte zelfs het dwaze plan op om naar de bouwgigant te stappen met een papier met handtekeningen en hem te vragen of hij niet eens over zijn rijke hart kon strijken en het weitje met paard (en zwanen en eenden en koeten en waterhoenen) maar zo te laten als een klein mooi stukje groen in het dorp. Inmiddels na al die huizen gebouwd te hebben, kon hij toch wel eens zo’n stukje land ongemoeid laten.

blog 011Gisteren ging ik –het zonnetje scheen- een wandeling maken en zag toen ik het weitje naderde, dat het mis was. Er stond een bulldozer grond te scheppen en … ONS PAARD WAS WEG. Verdrietig wandelde ik door en dacht: “Zelfs schoonheid kan men afbreken…” , ik kwam bij het Gezinspaviljoen en zag daar een donkere lucht aankomen, het begon lichtjes te regenen en geleidelijk  volop. Ik werd nat, maar voelde mij enigszins getroost doordat de natuur er ook om huilde. Dag lief paard! Weet je: er komen grondgebonden? woningen, zoveel en zoveel stuks met voldoende parkeervoorzieningen en die zijn oneindig veel belangrijk dan jij op je weitje. Zonde, hoor!

Vliegend gespuis

Ik heb een akelig probleempje. Het kwam zo: Kwaster had een tros druiven gekocht en helaas waren die niet lekker, tenminste dat vonden wij. Fruitvliegjes wel kennelijk, hoe rotter hoe lekkerder is hun smaak. Ze hadden het al van verre geroken, denk ik en waren zonder dat wij het merkten bij bosjes op de achtergebleven tros afgekomen. Het was dus een waar fruitvliegjesfestijn, totdat zij iets nog veel lekkerders roken. WIJN. Wijn van druiven, dat is tenslotte helemaal een zalige drank en je wordt er zo lollig van, zeker die kleine beestjes want die kunnen niet veel hebben om dronken te worden.

blog 001

En toen kwam die mevrouw en schonk zich nietsvermoedend een glas rode wijn in. “Joepie a jee, toedeledokie! “ riep dat gespuis en stortte zich met hun ladderzatte koppetjes in het glas van die mevrouw. En net wilde die een smakelijke slok nemen… toevallig keek zij even in het glas en wat zag zij daar? Heel veel piepkleine lijkjes –akelig hè? – en een stel die nog probeerden naar de kant te zwemmen. De mevrouw dacht diep na, pakte een schoon glas, schonk zich een nieuwe wijn in en deed razendsnel een bordje op haar glas. Slim van die dame, nietwaar? Maar het bleef lastig, want om een slok te nemen, moest het boek neergelegd, want zij was aan het lezen, ‘t schoteltje opgetild, snel een ferme slok genomen en dan weer gauw-gauw de zaak toegedekt. En intussen … omdat die dame haar glas meenam van de ene ruimte naar de andere zijn er nu OVERAL fruitvliegjes. Wat doen we daar nu mee? Heeft misschien iemand een goed idee? Weet iemand daar een truc op? Ja, die druiven heb ik al lang weggegooid, maar zu zijn ze alleen op zoek naar die wijn, verdulleme! Denken jullie mee?

Goede voornemens en plannen

Even hardop denken. Heeft u ook zo vaak van die geweldige plannen en enorm goede voornemens? En dat er al na ongeveer één of twee dagen de klad in komt? En dat je dan zwaar de pest in hebt en denkt : “Nou dan doe ik toch helemaal niet meer aan de lijn; dan word ik maar moddervet. En regelmatig schilderen, nou, ik geef het op. In het begin lukte het nog wel ,ik voelde mij aardig voldaan, maar nu zijn er weer heel wat dagen voorbij, waarin ik geen verf of kwast  heb aangeraakt. Kunnen die laatsten ook niet hard worden; liggen lekker schoon in de vensterbank. Ik ben ook eigenlijk geen mens voor strakke roosters, ik houd meer van … vrijheid, verrast worden wat de dag brengt, pluk de dag en dat soort dingen. Dáár voel ik mij het prettigst bij, toch?”  Zo dacht ik in mijzelve. Maar gisteren maakte ik alweer zo’n strak plan, namelijk het volgende: 4 dagen in de week werken, d.w. op mijn atelier DRUK bezig zijn, één dag is een uitgaansdag, omdat ik eigenlijk met pensioen ben en in het weekend VEEL huishouden en maar kijken wat te doen. Maar nu denk ik al: “Nee Thé, je kunt beter niks plannen, dan valt het eerder mee wat je toch nog doet”. Zo zit ik af en toe flink te piekeren. Ik verwacht ook helemaal geen goede raad van u, -mag wel, hoor  – ik schrijf het alleen even van mij af. Ja, weet u wat het is? Sommige kunstenaars hier in het pand zijn altijd stug aan het werk en ik wou dat ik ook zo was. Ja, dat u geen verkeerd beeld van kunstenaars hebt, dat u misschien gaat zeggen: “Och meid, dat is des kunstenaars eigen…” want dat is niet zo, hoor.weblostilleven a“Eens een stilleven, voor de variatie” dacht ik.Staat nu al 2 welen onaf op de ezel…..

Briefjes schrijven

Het is al even geleden dat dit gebeurde, maar ik vind het leuk u dit alsnog te laten zien.  Het ging over een boete die wij opgelegd kregen van Post.nl. die volgens Kwaster (Hans) niet terecht was. Nu kan je dit soort kleine ergernissen over je kant laten gaan, maar niet Kwaster. “Ga je een brief schrijven?” vroeg ik verheugd, want ik zag het aan zijn gezicht. Hij kan dat namelijk zo fijntjes. Hier komt het.

Beste medewerker, Vandaag vond ik in mijn brievenbus een kaart van Postnl met een te betalen bedrag van € 1,92 voor verschuldigde portokosten. Het bleek om een poststuk te gaan dat de dag ervoor bij mij was bezorgd: een kerst- en nieuwjaarswens van een bevriende collega. Het kaartje in gesloten enveloppe is gefrankeerd met een decemberzegel en afgestempeld op 6 januari 2015. Volgens de informatie op het velletje zegels “t/m 6 januari” was dat dus voldoende gefrankeerd. Waarom zou ik dan nog”€ 1,92 moeten betalen. Ik weet dat het bedrijf het moeilijk heeft, maar het moet niet zo zijn dat er vrijwillige bijdragen worden gevraagd aan willekeurige klanten. Het betreft het poststuk met de codeD03.150106.003973. In afwachting van uw antwoord verblijf ik hoogachtend, H.C.de Vries Hoofdstraat 201 …..

Het is allemaal goed gekomen. Het is in ‘der minne’ geschikt. Maar ik ben zo benieuwd of die iemand die op de klachtenafdeling werkt, niet bij het lezen een glimlach op zijn gezicht kreeg.  Ja, ik zie zo maar een meneer voor mij, maar het kan natuurlijk even goed een vrouw zijn.