Poëzie…

…of gedichten. Er staat sinds gisteren een hele doos met dichtbundels in onze huiskamer. Wij zijn in onze familie allemaal zo af en toe aan het opruimen, vooral boeken. Anders groeien onze respectieve huizen dicht. En waar gaan die boeken dan heen, vraagt u zich misschien af. Altijd naar ons, beste lezers, omdat wij tot nog toe het grootste huis hebben. Men meldt welke bewaard moeten worden en welke wij zelf mogen kiezen om te lezen of naar de Kringloop mee te nemen of om in zo’n leuk kastje te zetten.  Nieuwsgierig keek ik daarnet in de doos. O jee, ik heb ze bekeken…állemaal gedichten, duizenden. Tja, poe, ik lees zelden gedichten… soms eentje, maar zeker niet een hele bundel tegelijk zoals M. Ik heb daar wel bewondering voor, hoor. Dus pal na mijn schrik én teleurstelling maakte ik meteen een goed voornemen. Ik zal ook eens te zijner tijd  én te hooi en te gras wat poëzie gaan beleven. Feitelijk heb ik er net al 4 gehad, omdat Kwaster graag eventjes voorgelezen wilde worden. Het waren korte, maar moeilijke verzen. Het zal nog een hele kluif worden, maar ik zet mijn tanden erin. Wat U?

Advertenties

Groene vingers

Een tijd geleden kreeg ik van echtgenoot Hans een prachtige in bloei staande plant cadeau, de zogenaamde Stephanotis. “O wat mooi Hans, maar uh… hij is wel moeilijk, hè?” “Och” zei echtgenoot, “je moet het gewoon zien als een bloemetje; dat hou je ook niet maanden goed”. Ja, dat was zo. Ik genoot van de mooie witte bloemen maar al na een weekje hield hij het voor gezien. De bloempjes vielen af en toen was het een doodgewone groene plant. Ik gaf hem geregeld water, keek af en toe of er nog wat aan zat te komen en toen dat niet kwam, vergat ik hem min of meer. Hij kreeg wel samen met de andere planten water en soms mest, hoor. En op een dag –zag ik het goed?- kwamen er nu knopjes aan of gewoon nieuwe blaadjes?

Ik wachtte af. En ja, het werden bloemknopjes en niet eentje maar nog meer. Had ik dan toch een klein beetje groene vingers? Opeens moest ik denken aan mijn schoonmoeder, lang geleden. Ik ontmoette haar voor het eerst. Wij bekeken de tuin en daarna gingen we naar de serre. “Hans, de Franciscea bloeit weer”, zei ze. “Kom maar eens kijken, Thérèse”. Ik stelde mij een prachtplant voor, maar al wat ik zag, was een sprieterig geval met één paarse bloem. Mijn schoonmoeder en Hans keken allebei bewonderend naar het ding en Hans vertelde trots wat voor een prestatie dit was. “Mama is heel goed met planten” zei hij.

Nu had ik zelf ook aardig wat planten die het goed deden, maar deze was een moeilijke, begreep ik wel. Al die jaren heb ik gedacht dat ik helaas geen groene vingers had en ook heb ik nooit een Franciscea gekocht. En nu??  Hela hola falderaldera het is mij gelukt, een moeilijke plant opnieuw in bloei te krijgen. Hoera, hoera! Later zullen mijn kinderen vast zeggen: “Mama kreeg zelfs een Stephanotis weer in bloei, met heel veel bloemen. Mooi joh!”