Een geweldige vondst

Het afgelopen weekend kregen wij bezoek: uit Gorinchem zoon Aron en zijn vrouw Linda, de( klein)kinderen Mare en Rein en uit Hoorn zoon Martijn.  De boel was compleet dus. Het was tevens  in ons dorp de intocht van Sinterklaas en hoewel er geen gelovigen meer onder ons zijn, vond iedereen dat toch heel leuk. Temeer daar hij twee keer door de Hoofdstraat komt, één keer gaat hij naar rechts  en na een tijd komt hij weer terug. Bijzonder hè? Zaterdagavond zette men de schoenen klaar, wij zongen de bekende liederen, heel zuiver maar ook veelstemmig vals. Enfin, de Sint heeft het ons niet kwalijk genomen want ’s ochtends had iedereen wel muizen en ander snoepgoed in zijn of haar schoen.

En dan de optocht, alles gezellig ouderwets, alsof hier geen protesten zijn doorgedrongen. De Pieten pikzwarte gezichten. Het enige nieuwe –nou ja, van de laatste twee of drie jaar- is de vrouwelijke versie, Pieten met leuke jurkjes en lang haar. Er is ook geen wanklank gevallen of iets naars gebeurd, nee, vrolijkheid troef. Mare stond buiten met haar mooie blonde haren los en menige Piet zag ik kijken. Zij werd ook royaal bedeeld met pepernoten, hartjes en schuimpjes, tot haar grote plezier.

Maar wat is nu die schat, zult u denken? Wacht maar, ik leg het uit. Al heel lang waren wij een deel van de Lego en de Play Mobiel van vroeger kwijt. Tot afgelopen zondag dus. Op een verborgen hoekje van een van de zoldertjes in onze school vonden Rein en zijn papa een heleboel van dat spul terug. En niet alleen dat maar ook veel andere dingen van vroeger: prijzen en medailles voor het badminton, ladingen autootjes, een kasteel (ook Play .Mobiel.) zonder gebruiksaanwijzing, riddertjes en nog van alles wat. “Zullen we nóg een keer gaan, Oma?” vroeg Rein. Zo gezegd, zo gedaan. Binnen de kortste keren lag alles vol. Er was meer opwinding dan de Sint ons kon brengen, de tafels lagen vol met spullen uit een ver verleden. Het leek wel een beetje op de schat van de Graaf van Monte Christo of van Scharlaken Rackham. Ik was ook heel verrast, want ik had de moed om het nog terug te vinden al lang opgegeven. En dan opeens … haha, dat was nog eens een vondst, zeg!

 Dank je voor de bijdrage aan foto’s. Martijn.

Advertenties

Poëzie…

…of gedichten. Er staat sinds gisteren een hele doos met dichtbundels in onze huiskamer. Wij zijn in onze familie allemaal zo af en toe aan het opruimen, vooral boeken. Anders groeien onze respectieve huizen dicht. En waar gaan die boeken dan heen, vraagt u zich misschien af. Altijd naar ons, beste lezers, omdat wij tot nog toe het grootste huis hebben. Men meldt welke bewaard moeten worden en welke wij zelf mogen kiezen om te lezen of naar de Kringloop mee te nemen of om in zo’n leuk kastje te zetten.  Nieuwsgierig keek ik daarnet in de doos. O jee, ik heb ze bekeken…állemaal gedichten, duizenden. Tja, poe, ik lees zelden gedichten… soms eentje, maar zeker niet een hele bundel tegelijk zoals M. Ik heb daar wel bewondering voor, hoor. Dus pal na mijn schrik én teleurstelling maakte ik meteen een goed voornemen. Ik zal ook eens te zijner tijd  én te hooi en te gras wat poëzie gaan beleven. Feitelijk heb ik er net al 4 gehad, omdat Kwaster graag eventjes voorgelezen wilde worden. Het waren korte, maar moeilijke verzen. Het zal nog een hele kluif worden, maar ik zet mijn tanden erin. Wat U?

Groene vingers

Een tijd geleden kreeg ik van echtgenoot Hans een prachtige in bloei staande plant cadeau, de zogenaamde Stephanotis. “O wat mooi Hans, maar uh… hij is wel moeilijk, hè?” “Och” zei echtgenoot, “je moet het gewoon zien als een bloemetje; dat hou je ook niet maanden goed”. Ja, dat was zo. Ik genoot van de mooie witte bloemen maar al na een weekje hield hij het voor gezien. De bloempjes vielen af en toen was het een doodgewone groene plant. Ik gaf hem geregeld water, keek af en toe of er nog wat aan zat te komen en toen dat niet kwam, vergat ik hem min of meer. Hij kreeg wel samen met de andere planten water en soms mest, hoor. En op een dag –zag ik het goed?- kwamen er nu knopjes aan of gewoon nieuwe blaadjes?

Ik wachtte af. En ja, het werden bloemknopjes en niet eentje maar nog meer. Had ik dan toch een klein beetje groene vingers? Opeens moest ik denken aan mijn schoonmoeder, lang geleden. Ik ontmoette haar voor het eerst. Wij bekeken de tuin en daarna gingen we naar de serre. “Hans, de Franciscea bloeit weer”, zei ze. “Kom maar eens kijken, Thérèse”. Ik stelde mij een prachtplant voor, maar al wat ik zag, was een sprieterig geval met één paarse bloem. Mijn schoonmoeder en Hans keken allebei bewonderend naar het ding en Hans vertelde trots wat voor een prestatie dit was. “Mama is heel goed met planten” zei hij.

Nu had ik zelf ook aardig wat planten die het goed deden, maar deze was een moeilijke, begreep ik wel. Al die jaren heb ik gedacht dat ik helaas geen groene vingers had en ook heb ik nooit een Franciscea gekocht. En nu??  Hela hola falderaldera het is mij gelukt, een moeilijke plant opnieuw in bloei te krijgen. Hoera, hoera! Later zullen mijn kinderen vast zeggen: “Mama kreeg zelfs een Stephanotis weer in bloei, met heel veel bloemen. Mooi joh!”