Een gênant ogenblik

Laatst maakte ik kennis met een nieuwe mevrouw op het Vollemaansfeest, Anna. Zij was daar voor het eerst. Wij raakten in een langdurig gesprek wat zij wel fijn vond, denk ik, omdat zij nog bijna niemand kende.  Zij vertelde en vertelde…af en toe knikte ik instemmend of maakte passende geluiden. Best leuk, hoor, want het was een aardige vrouw. Op een gegeven moment wilde ik op een onderwerp ingaan en begon ook wat te vertellen… “Ho Thérèse, wacht even, ik heb maar één oor…” riep zij. Ik verstomde verschrikt. Ik zat links van haar en ik keek, ja daar zat een oor. Dan moest aan de andere kant … ik staarde maar durfde niet op te staan om aan de andere kant te gaan kijken. Er viel een akelige stilte, tot bij Anna het kwartje viel. “Ach, ik bedoel natuurlijk dat in mijn andere oor geen gehoor zit, ik hoor daar niet mee” verduidelijkte zij, een tikkeltje bazig. Ja, wel een beetje dom van mij. Maar goed enfin, kan gebeuren.

agendakrabbel

Na een tijdje was ik weer eens mijn tas kwijt, waar ik mijn fototoestel in had gedaan. “Heeft iemand soms een zwarte tas gezien?” riep ik. “Deze? Of deze?  Nee, misschien deze??” Men stak een menigte zwarte tassen omhoog. Opeens zag ik de mijne. Hij stond gewoon midden op een grote tafel. Toch, wie zou nu gedacht hebben dat vrijwel alle vrouwen ook een zwarte tas bij zich hadden?  Midden in de zomer? Ach dom, ik had zelf ook een zwart geval. Hahaha, volgende keer kies ik een leuk kleurtje uit. Ik heb namelijk een zwak voor tassen, een donkergele, denk ik. Ik zal eens in de winkels gaan kijken…

Advertenties

Het vollemaansfeest 2018

Zaterdag om 6 uur zou het beginnen, het Vollemaansfeest bij onze gastheer Gerrit dat we om niet nader genoemde reden uitbundig zouden gaan vieren. Kwaster had de dag tevoren al een gedeelte van zijn inmiddels vermaarde vissalade klaargemaakt en in de koeling gezet. De volgende ochtend begon met een regentje, gevolgd door een stortbui. Heerlijk natuurlijk, maar wel vroegen wij ons af onder het voltooien van de  salade hoe het weer die avond zou zijn.

onze gastheer in djellabah

Ik zal het u zeggen: het was een heerlijk temperatuurtje, de zon scheen en veel later een prachtige maan, maar… het waaide keihard. Onze gastheer heeft bij het IJsselmeer een grote boom staan én ratelpopulieren aan de voorkant en beiden deden hun best om elkaar te overstemmen. Daarbij voegde zich het IJsselmeer met echte golven in zijn normaal gladde water.  

New-Foundländer

De musici die er waren om Gerrit  en ons allen te plezieren, konden er maar nauwelijks boven uit komen. We hebben toen de hele boel verplaatst naar een meer geluidsarme plaats. Daar klonk de muziek veel beter. Wij kregen lekkere wijn van Gerrit en iedereen had wat klaargemaakt. Bij elkaar was dit een tafel vol. Wij zagen veel oude kennissen en vrienden, wij aten een hap en namen een slok, wij zongen en praatten volop, kortom het was een heerlijke feestavond. Ik heb ontzettend genoten en Hans op zijn manier ook. Dank je wel, lieve Gerrit.

Waar blijft de tijd?

Er is een klimaatverandering op komst –dat weet iedereen- maar de laatste tijd vraag ik mij af of het mogelijk is dat er ook een tijdverandering  bezig is. Zo heb ik een logje geschreven over een fijn weekend, zo is het al bijna een week verder en nú, donderdag, is het al weer bijna zo ver. En in die tussentijd heb ik niks geschreven. Wát heb ik eigenlijk wél gedaan? Wat huishoudelijke dingessen, maar dat mag geen naam hebben. Gelezen, het boek Job van Josef Roth, heel mooi, een aanrader. Ik was met KwasterHans in Amsterdam om wat verfbenodigdheden te kopen. Ik heb wat getekend, maar ook al niet veel. Ik heb vaak gewandeld en foto’s gemaakt, dat neemt tijd,  bij mij dan.En verder? Ik zou het niet meer weten. Het komt erop neer, dat ik steeds minder doe op een dag en daarom denk ik zo maar dat de tijd harder gaat. O ja, een collega/vriendin Floor M. kwam een ets bij mij kopen voor haar zoon en natuurlijk hebben we meer etsen bekeken en nog gezellig gekletst. Maar…die middag was ook al zo voorbij. Zie je nu wel dat de tijd sneller gaat dan vroeger? Neem nu onze schilder die ons beloofd had de buitenboel af te komen schilderen in maart en volgens mij is het nu mei en nog steeds geen schilder.  Daarom belde ik hem maar eens. “Ja, er kwam wat tussen, weet u wat, even kijken m… mmm…, ja, ik kom de eerste of tweede week van juni”. “Echt waar?” vroeg ik ongelovig. “Dan ziet u mij verschijnen, mevrouw” beloofde hij. Dat kan dan wel wezen en ik moet hem wel geloven, hoewel… maar toen ik het gesprek beëindigd had, dacht ik: waar zijn dan die maanden gebleven???  Te weten maart, april én mei, die al bijna om is. Zien jullie nu dat de tijd vliegt? Die schilder weet ook vast niet meer wat hij allemaal uitgespookt heeft en zo zal het met de timmerman ook gegaan zijn, vermoed ik. Dat jullie nog aan bloggen toekomen en sommigen nog wel iedere dag, dat mag wel een wonder heten… Maar misschien gaat de tijd in Zeeland (Ria), Friesland (Wieneke) en Groningen (ReneSmurf) wel langzamer. Het is daar tenslotte ook rustiger en kalmer en minder stress enzo. Maar ja, ik blijf toch lekker in Noord Holland wonen, hoor. Tenslotte is het overal wát, nietwaar?

Een pracht van een hond (Leuven 2)

Het wonderlijkste wat ik in Leuven heb meegemaakt is dat ik B IJ N A de trotse beztster van een fraaie hond was geworden. Bijna dus hè? Als ik niet zo sterk van karakter was geweest, dan was ik zeker  teruggekomen met een zeer fraai exemplaar, nog tamelijk groot ook. Ik zal het u uitleggen. Ik heb namelijk de merkwaardige hobby om in ons dorp de honden die ik op mijn wandeling tegenkom te fotograferen. Vervolgens ga ik thuis wat tekeningen van ze maken. Het plan is om in de toekomst een expo te maken met als titel: ‘De honden van Bovenkarspel’. Ik vertelde dat aan mijn (reis)vriendin Martine en zij lette mee op en wees mij enthousiast op diverse honden.  Zo had ik al een aardige verzameling op mijn camera staan, toen wij op de Oude Markt kwamen en daar een prachtige hond zagen liggen. Met toestemming van baas en hond maakte ik een mooie foto en daar het een vriendelijk beest was, kwam hij blij kwispelend op mij af.

“Hij is mooi, hè?” zei zijn baas. “Och kijk, hij mag u graag. Wilt u er een van mij kopen?” Ik dacht dat hij een gezellig praatje wilde maken en zei: “Was dat maar waar…”  “Ik meen het” zei de man, “maar dan zijn zusje, ietsje kleiner maar zeker zo lief. Echt, daar zulde veel plezier van hebben…”  Ik lachte een beetje en zei: “Mijn man zal mij zien aankomen. O nee…” . “Uw man is toch zeker niet de baas, gij beslist, maar zijn zusje dan, hè? We kunnen een leuke prijs afspreken…”  Hij keek mij vragend aan. Hij meende het echt. Zouden ze dat in België echt doen, zo maar een hond verkopen? Of zag hij mijn verlangende blik? Mijn vriendin en ik hebben er in de auto nog lang over gepraat, hoe leuk het zou zijn geweest als je eens één keer iets onbezonnens deed, zomaar met een Leuvense   hond thuiskwam en hoe gezellig zijmet mij zou wandelen, hoe goed zij zou luisteren en in het algemeen hoe BRAAF zij zou zijn en dat echtgenoot zou zeggen hoe goed ik er wel niet aan gedaan had om die lieverd mee naar huis te nemenen zo was het eind goed, al goed. Maar nee, ik moest zo nodig weer gehoorzaam en verstandig zijn.

Gezellige praatjes

Laatst op een gezonde wandeling heb ik alweer kennis gemaakt met een hondje en zijn bazinnetje. Dat komt zo, voor zover u het nog niet weet, vaak als ik een hondje zie, dan vraag ik of ik even een paar foto’s mag maken. Meestal zie ik een mengeling op iemands gezicht van verbazing maar ook van trots. Het mag bijna altijd. Al doende vertel ik dat ik een tekencursus volg  (niet echt gelogen, vind ik) en meestal vertelt de bazin wat van haar hond en er komt (bijna) altijd een gezellig praatje van. De laatste mevrouw, die ik ontmoette, zei dat haar hondje een Tibetaanse spaniel was, dat het een heel oud ras was, die bij de monniken in Tibet daar iets met de gebedsmolens deden en de wacht hielden en zo raakten wij dus in gesprek. Zij vertelde dat zij ook wel eens tekende en zo liepen wij gezamenlijk op huis aan, want zij scheen vlakbij mij te wonen. Dit alles doet mij opeens aan mijn vader denken. De hond van mijn zusje kwam daar vaak logeren en mijn vader was verbaasd dat opeens allerlei mensen met hem in gesprek raakten, alleen maar omdat zij ook een hond uitlieten en elkaar dan vaak tegenkwamen . Als de hond weer thuis was, miste hij de lieverd erg maar ook de gezellige buurtpraatjes.

Wat heeft dat nu met mij te maken? Nou, ik loop zonder hond en toch heb ik vaak met deze of gene een aardig gesprek. “O deze hond heeft veel meegemaakt, hoor; is net op tijd gered…” ook zulke verhalen komen mij ter oren. En thuis begin ik te tekenen, de laatste was dus een Tibetaanse spaniel, die een klein beetje bang was voor hoge geluiden, die van mijn camera bijvoorbeeld. En omdat hij uit Noorwegen kwam, heette hij Knut. Een stoere naam hè voor zo’n klein hondje. Kijk, dit is hem. Misschien teken ik hem nog een keertje, want ik heb nog één  foto van hem, recht van voren, is wel moeilijk. We zullen wel zien. Deze is alvast klaar.

blog-005

Monoloog

blog 002Bij ons tweeën, bij Hans en mij dus, is het zo dat ik een langzame eter ben en Hans (Kwaster) juist een snelle. Terwijl ik a.h.w. hardop denk en zo indirect mijn maatje van alles op de hoogte breng, kan hij zo tevreden dooreten. Soms gebeurt het dat ik denk:  nu gaat hij wat zeggen, want hij doet zijn mond open … *spannend*…  maar nee, hij steekt een nieuwe hap in zijn mond. Maar hij luistert wel, hoor. En nu vanochtend aan het ontbijt of bijna al aan de lunch, moest ik zo lachen. Jawel om mijzelf. NOU HET REGENT TOCH WEER, ZEG! Ik vertelde hem dat ik opeens dacht (i.v.m. mijn arm):  je zult toch maar vioolspelen en zo’n ongeluk krijgen! Want je grijpt met je linkerhand de goede noten en de viool houd je op kinhoogte –PIJPENSTELEN GEWOON–  en zo hoog kan  ik nog lang niet. De mensen zouden raar kijken als ik mijn viool helemaal naar beneden hield.  Wat zeg ik nu allemaal? Hoe kom ik erop?  Ik héb niet eens een viool, laat staan dat ik er op zou kunnen spelen, ook zonder ongeluk. Hahahaha, als ik dat nu van de piano gedacht had, want dat kán ik,  maar dat heb ik trouwens al gedacht. Kwaster glimlacht en zegt: “Dat is dan een geluk bij een ongeluk”.  Daar moet ik helemaal om lachen. U ook? Of is het wat onduidelijk? Zal ik het nog eens opnieuw vertellen?

Nog wat tekeningen uit het wat grotere schetsblok, van alles wat.

blog 021blog 023blog 020blog 024

Een misverstand

blog 026 … zit Thé bij dokter de Haan. Zegt zij: “dan heb ik nog iets te vragen, dokter. Mag ik zoals ik nu ben helemaal van hier met de auto naar de Biesbos rijden? Voor een familiedag. Het betekent heel veel voor mij”.  Dokter buigt zijn hoofd om haar even goed in de ogen te kunnen kijken -doet hij wel vaker trouwens-  en vraagt: “Wat denk je er zelf van?”  Thé zegt: “ik zou denken van wel”. Dokter recht zijn rug en vraagt: “Zijn er andere mogelijkheden?” , waarop zij dan antwoordt: “de trein, maar… “ de dokter  spert zijn ogen wijd open en verklaart: “een mens mag auto rijden als hij 2 gezond werkende armen én 2 dito benen heeft…”

blog 025

En opeens gaat er bij T een lichtje op:  “Oooooooooooo  u denkt dat ik zelf rij,  néé, mijn man rijdt, hoor” en Kwaster beaamt dit natuurlijk.  Dokter kijkt ook verrast op en mompelt: “Mensen doen soms ráre dingen…”  “Nee nee, geen haar op mijn hoofd zou eraan denken…” zegt T en kijkt mistroostig naar haar slappe armpje en voegt eraan toe: “ik kán niet eens autorijden”.  Nu lacht dokter de Haan voluit en zegt: “Enfin, daar broedt de visarend, ja zeker, voor het eerst in Europa, dat is geweldig maar of je die te zien krijgt…” tjonge, denkt T, dat was nog eens een misverstand, stel je voor geen haar op mijn hoofd zeg…