Even over december…

Sinterklaas hebben we gelukkig achter de rug. De kop is eraf, zeg maar, van die zogenaamde feestmaand. Vroeger dacht ik nog wel eens:  “Ja hela hola, ik doe er niet aan mee, ze kunnen mij wat”. Maar ja, dan krijg je kinderen en die willen een boom met opeetbare kerstkransjes en eigenlijk ook wel een cadeautje eronder. En nu zijn er kleinkinderen, die vonden onze kunstboom al helemaal niks en aan mijn zelf gebreide prachtige figuren in de kerststal vonden zij ook niet zo veel aan, omdat ze er van mij niet mee mochten spelen. Nou ja, ik hou er niet van,van al die drukte. En hoe kom ik nu de kerstdagen door? Dit jaar dacht ik weer eens heel positief, zo van: “ik pak het groots aan, ik koop weer een echte boom –de kunstboom heeft het trouwens begeven- ik heb mijn profielfoto op Face Book met sterretjes versierd, ik zet de kerststallen op, ook die van Hans en plaats alle kerstversierselen die ik in de loop der jaren verzameld heb door de hele school”.  Ik doe dus de hele tijd alsof het dolle pret is en er vrede in mijn hartje is gedaald. Zo gaf ik de orgelman vandaag nog 50 cent bij wijze van een echte kerstgedachte. Dit alles hoop ik vol te houden tot en met Rein zijn verjaardag op 1 januari en dan ga ik misschien met echtgenoot op mijn verjaardag  (4 jan.) er even tussen uit. Zo had ik het ongeveer gedacht. Het kan zijn dat ik toch een keertje in huilen uitbarst; zeer waarschijnlijk zelfs, maar ook dat is niet erg, MITS men mij dan heel lief komt troosten. Enfin, samengevat de boom staat in de gang; die gaan wij morgen opzetten en versieren. De rest kan ik  wel alleen, lijkt mij. Misschien sla ik het zelf maken ener kerstkaart wel over dit jaar. Anders wordt het mij nu al te veel. Hoe doen jullie dat met de feestdagen? Vertel het mij maar rustig.

Advertenties

Tip numéro 1

Groeien uw kamerplanten ook hun pot uit? Dat is natuurlijk heel fijn, máár bij sommigen wordt het moeilijk water geven of nog erger: het lukt helemaal niet meer omdat heel veel bladeren de aarde bedekken en als ik dan met de gieter komt, loopt alles via die bladeren naar beneden. “Kwaster” vroeg ik, “weet jij daar niks op?” . Ik sla de tussenliggende discussie even over, want hij is altijd voor SNOEIEN en ik voor VERPOTTEN EN STEKKEN. Maar deze prachtige plant, de Hoya oftewel wasbloem, had  ik nog nooit gestekt en dat is dan riskant, vond ik. Dus nee, niet snoeien. “Heb je helemaal geen idee??  Hij moet echt water hebben én hij zo zwaar, dus een badje lukt ook niet…”

En toen kwam echtgenoot met een geniaal idee. “Ik weet wel wat” bromde hij “met een trechter”  en hij keek alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. “JA, dat is het, je bent een genie!” riep ik enthousiast. En dat deed ik. Ik duwde het ding wat de aarde in en goot voorzichtig en nog eens en nog eens. Fán-tás-tisch.  En dan later ga ik proberen te stekken en als dat dan lukt, wordt hij (misschien) gesnoeid. WE zijn eruit. HOERA.

Nieuws, nou ja nieuws, tja…

Het wordt de hoogste tijd voor een nieuw logje. Al is het maar om achteraf te weten wat ik toen (= nu) allemaal deed. Ten eerste ben ik al een paar weken met de looptherapie bezig. Twee keer in de week bij de fysiotherapeute op een loopband, die zij iedere keer óf in snelheid omhoog zet óf qua helling. Nou, ik voelde het vanochtend wel wat in mijn kuiten. En dan zo mogelijk iedere dag nu 35 minuten zonder halt te houden lopen. Ik heb minder pijn dan in het begin maar een lolletje is het niet, hoor. Het lijkt niet op mijn plezierige wandelingen van vroeger met nu eens hier kijken dan daar weer wat foto’s maken, honden fotograferen en een praatje maken met de hondenbaas of bazin. Maar het is niet anders. Ik doe maar braaf wat mij gezegd wordt. Verder ben ik eindelijk weer aan het schilderen geslagen, dieren, mensen en kinderen* voor mijn dierentuinexpositie-plan, eventueel dan. Nou en dan ruim ik dan hier, dan daar wat op en maak schoon. Daar gaat ook al gauw flink tijd in zitten en zo zijn mijn dagen snel gevuld en gauw om. Ik kom dus eigenlijk tijd te kort, maar dat zullen veel mensen wel hebben. En dan nog iets geks en dat is het volgende. Aan de overkant is een mooie modezaak, zoals u misschien wel weet en die zijn de laatste dagen van oktober al begonnen met de kerstverlichting op te hangen. Dat komt er eigenlijk op neer, dat wij met onze grote ramen twee maanden in de kerstsfeer zitten én ’s nachts liggen dan, in ons bed. Wij hebben er niet echt last van, maar een beetje raar vinden wij het wel. Zeker nu in de tijd van HET MILIEU, vindt u niet? Voor ons vangen dus de donkere dagen vóór kerst  pas erna aan. Ik heb er wat foto’s van gemaakt zodat u een indruk krijgt. Nou beste lezers, dit was het dan weer. Houdt u taai en … nou ja, wat u verder leuk vindt, gewoon doen!

Rommel de bommel

“Wat is er Kwaster? Hoofdpijn, ach… Ga even lekker op het bedje lig… o nee, dat ligt helemaal vol”. Moet ik nodig weer eens opruimen. Maar ja, ik kan ook niet alles tegelijk. Ik ben al bezig met de boekenkasten, boven én beneden, schiet nog niet erg op, en zo tobde ik wat in mijzelve. Intussen was ik een soortement van boodschappennetje aan het haken van een patroon dat ik van Hanscke toegstuurd had gekregen. En omdat ik het verkeerde garen had –moest heel erg dun zijn – én een haaknaald had die nóg dikker moest zijn dan ik al had, was ik dus helemaal fout bezig. En van het een kwam het ander. Opeens zag ik de waarheid onder ogen. Hier komt hij: OVERAL WAAR IK ZIT, KOMEN ER STAPELTJES SPULLEN TE LIGGEN. Je kunt het spoor zo volgen. Op de bank en op de middentafel bollen katoen in allerlei kleuren e.a.d. (en andere dingen), op dat bewuste bedje tekenspullen, krijtjes, schetsblokjes, etui’s, aquareldingen e.a.d. én alsof het nog niet erg genoeg is, zet zoon Martijn er vaak nog wat bij, met name 4 plastic flamingo’s (3 zijn heel en 1 kapot) en een grote doos VOL met gedichten. Voor beiden heb ik nog geen plaatsje gevonden. Wel heb ik al  twee bundels gelezen, hoewel ik dat normaal zelden doe. Het stukje bank dat over is, daar ligt Boeli op, ontzettend slordig, al zeg ik het zelf. Maar ja, zo’n beest past zich aan, je kunt het hém niet kwalijk nemen. Het is toch wat hè mensen? Op deze manier krijg ik nooit van zijn leven een opgeruimd huis, want ik zelf blijf stapeltjes produceren, ongemerkt en nog veel vlugger dan ik kan (of wil?) opruimen. Gelukkig heb ik wél van nature een opgeruimd karakter en dat is ook wat waard, hoor.

Waar blijft de tijd?

Er is een klimaatverandering op komst –dat weet iedereen- maar de laatste tijd vraag ik mij af of het mogelijk is dat er ook een tijdverandering  bezig is. Zo heb ik een logje geschreven over een fijn weekend, zo is het al bijna een week verder en nú, donderdag, is het al weer bijna zo ver. En in die tussentijd heb ik niks geschreven. Wát heb ik eigenlijk wél gedaan? Wat huishoudelijke dingessen, maar dat mag geen naam hebben. Gelezen, het boek Job van Josef Roth, heel mooi, een aanrader. Ik was met KwasterHans in Amsterdam om wat verfbenodigdheden te kopen. Ik heb wat getekend, maar ook al niet veel. Ik heb vaak gewandeld en foto’s gemaakt, dat neemt tijd,  bij mij dan.En verder? Ik zou het niet meer weten. Het komt erop neer, dat ik steeds minder doe op een dag en daarom denk ik zo maar dat de tijd harder gaat. O ja, een collega/vriendin Floor M. kwam een ets bij mij kopen voor haar zoon en natuurlijk hebben we meer etsen bekeken en nog gezellig gekletst. Maar…die middag was ook al zo voorbij. Zie je nu wel dat de tijd sneller gaat dan vroeger? Neem nu onze schilder die ons beloofd had de buitenboel af te komen schilderen in maart en volgens mij is het nu mei en nog steeds geen schilder.  Daarom belde ik hem maar eens. “Ja, er kwam wat tussen, weet u wat, even kijken m… mmm…, ja, ik kom de eerste of tweede week van juni”. “Echt waar?” vroeg ik ongelovig. “Dan ziet u mij verschijnen, mevrouw” beloofde hij. Dat kan dan wel wezen en ik moet hem wel geloven, hoewel… maar toen ik het gesprek beëindigd had, dacht ik: waar zijn dan die maanden gebleven???  Te weten maart, april én mei, die al bijna om is. Zien jullie nu dat de tijd vliegt? Die schilder weet ook vast niet meer wat hij allemaal uitgespookt heeft en zo zal het met de timmerman ook gegaan zijn, vermoed ik. Dat jullie nog aan bloggen toekomen en sommigen nog wel iedere dag, dat mag wel een wonder heten… Maar misschien gaat de tijd in Zeeland (Ria), Friesland (Wieneke) en Groningen (ReneSmurf) wel langzamer. Het is daar tenslotte ook rustiger en kalmer en minder stress enzo. Maar ja, ik blijf toch lekker in Noord Holland wonen, hoor. Tenslotte is het overal wát, nietwaar?

Een lekker soepje

29386261_982299391921504_4525857052148153349_n

Bij het zien van een afbeelding van een lid van ons 12-uurfoto-clubje, zag ik vandaag een foto die mij plotseling aan iets geheel anders deed denken. Het is een herinnering van lang geleden maar het is een begrip geworden in ons gezin, zoals je dat soms hebt. Wij hadden een gezin met 5 kinderen, twee meisjes en drie jongens. Onze ouders gingen met vakantie en ik denk dat zij ons oud genoeg vonden om wat dagen voor onszelf te zorgen. Mijn tweede broer, Joop, was pas terug van een vaart met een tanker. Hij had gehoopt een wereldreis te gaan maken maar aangezien die boot alsmaar in een kringetje voer tussen Frankrijk, Engeland en Zweden , heeft hij de boot verlaten, is hij gedrost, heet dat geloof ik. Het gaf nog een heel gedoe, maar het is goed afgelopen omdat hij nog minderjarig was, denk ik. Er was één ding dat hij daar geleerd heeft en dat was chinees koken van een heuse Chinese kok. En gelooft u mij, dat was heel anders dan wij bij de Hollandse Chinees eten. Hij, mijn broer dus, was reuze trots en hij beloofde uitgebreid voor ons een diner te bereiden.  Wat hij allemaal klaar maakte, weet ik niet meer zo goed, maar de eerste gang was een soep, DE SOEP DER GODEN genaamd. U begrijpt wel dat wij allemaal smulden. Enfin, het leven ging door; we gingen naar onze diverse opleidingen, scholen  of werk  tot onze ouders weer terugkwamen. Wij gingen hen met z’n allen verwelkomen en waren blij dat zij gezond en wel weer thuis waren.  “Nou”, vatte mijn moeder alle verhalen samen, “ik ben blij dat het zo goed gegaan is en nu ga ik gauw wat te eten maken.” en zij ging de kelder in. Even later kwam zij met een nogal wit gezicht weer de kamer in en zei: “Er staat daar een pan met iets heel smerigs erin, wat is dat nou, getverjesses?”  Mijn broer Joop sloeg zijn hand voor zijn gezicht en zei: “Tja…helemaal vergeten, Mam. Ik kookte chinees en dat wás DE SOEP DER GODEN, ja nu niet meer natuurlijk. Zonde evengoed, het was een heerlijk soepje, Mam!”  Mijn moeder kon er op dat moment niet om lachen.

Modern koken

Nu de timmerlui klaar zijn met alle grote en kleine klussen, krijgen we weer wat regelmaat, hoop ik. Tijd om met mijn nieuwe plan door te gaan, want daar was ook al de klad in gekomen. “Al weer een plan, nee hè?” zult u misschien zeggen. “ Zeker nog meer artisticiteiten?”  Nee, het is iets wat de meeste mensen elke dag doen en dan nog met het grootste gemak, namelijk … koken. Ja, koken. En bakken en braden en stoven en fruiten enzovoort. Ik zal u later wel eens uitleggen, waarom dat ik al járen niet meer doe. Wél doe ik trouw de afwas –nee, wij hebben geen vaatwasser- maar het koken, eten bereiden, zeg maar,  dát doet Kwaster (Hans). En lekker dat hij dat kan, ja zeker én gezond én gevarieerd, echt waar. Toch vind ik dat ik het zelf weer eens moet gaan doen, al is het maar af en toe. Ik heb her en der wat recepten bestudeerd en vandaag heb ik een curryschotel gemaakt: bieten met garnalen. Het lijkt u misschien maar raar, maar het was toch erg lekker. Ik som de ingrediënten even op, dan krijft u een idee. Rijst (basmati), zonnebloemolie, 1 ui, 3 tenen knoflook, verse gember (geraspt), tomatenpuree, 3 grote bieten in blokjes, 1 blik kokosmelk, 1 eetlepel garam masala, diepvriesgarnalen, ontdooid, koriander en i limoen, in partjes. Alleen die namen al; ik had nog nooit van basmatirijst gehoord, laat staan van ‘garam masala’. Dat ga ik dus vaker doen, leuke moderne recepten uitproberen, in de hoop dat ik het plezierig  ga vinden.