Hoofdstuk 5 Daar komt de bruid

januari 2013 140

Verteller: “Over die merkwaardige bruid zou ik u nog wat vertellen. Een typerend rooms katholiek verhaal, vind ik.  Alleen zo’n soort bruid al.  Een Brabants meisje van wie je zo kon zien, dat zij waarschijnlijk nooit zou trouwen, veel te preuts en te weinig sexappeal en ook nog eens overdreven godsdienstig. Een béétje vroom en braaf, goed, dat is nog niet zo gek, maar zo als onze Toos… nee br… Maar goed op een dag kwam er toch een man voor haar opdagen,Kees geheten,  zelf ook zo’n soort uh… sulletje, zullen we maar zeggen. Nou ja, voor hen beiden was het leuk natuurlijk. De man kocht een donker pak en Toos wilde een klassieke witte bruidsjurk. Tot zover kunnen de niet-katholieken het nog goed volgen. Maar wat gebeurde er nu? Op de dag, die de mooiste dag van hun leven zou worden, zei de bruid op de bekende vraag:  “Neeje…dâ willik nie meer!” Iedereen was verbijsterd, het werd doodstil in de kerk en de a.s. bruidegom vroeg verontwaardigd: “En waorom dan nie, Toos?”  “Omdattik liever ‘een bruid van Jezus’* wil worden, nu het zukke mooie Kerstdaogen zijn, Kees! “, antwoordde de bruid al even verontwaardigd. En zo geschiedde… Wat de Here Jezus ervan dacht, zullen we nooit te weten komen, want die was nog maar een kindje. Zo, dan begrijpt u tenminste waarom er een bruid in het Kerstverhaal meedoet.

januari 2013 141En dan ja… zullen we nog wachten op de drie Koningen of denkt u ook een beetje als ik: “Ach, dat duurt zo lang en ze zullen wel weer met mirre, goud en rabarber komen. Voor ons hoeft dat niet”. Trouwens misschien duurt het extra lang dit jaar, want gisteren kwam plotseling de (nieuwe) jonge kameel al aandraven, zonder de Koningen. Je kunt het zo’n dier niet eens kwalijk nemen, want voor hem was het de allereerste keer. “Hee, de kameel”, zei Jozef verbaasd. Even dacht hij ook aan  het goud, want de huur van de stal moest nog betaald worden.

januari 2013 136En dan nog iets, het allerlaatste dan. Op 1 januari, toevallig de verjaardag van kleinzoon Rein, werd men ook nog opgeschrikt door een groot blauw ding boven in de stal. Iedereen schrok verschrikkelijk, behalve het Kindje Jezus, die zijn armen uitstrekte en meteen begreep, dat het een BALLON was voor Hem en ook om een gezellig EINDE aan het Kerstverhaal te maken. Slim Kindje, nietwaar? Dat zou nog wel eens heel wat kunnen worden.

EINDE   

*De nonnetjes oftewel zusters, die in een klooster wonen, noemen zich de bruiden van Jezus of Christus. Toos werd dus een nonnetje en ging in een klooster wonen, werken en bidden.

 

Advertenties

Hoofdstuk 4 Het Kerstcircus

december 2012b 097Verteller:  “Geacht publiek,  zojuist heeft een kleine groep artiesten voor een grandioos optreden gezorgd , een reizend circusje dat pas in Bethlehem is aangekomen. Hoe zij nu precies hier gekomen zijn, dat weet eigenlijk niemand. Misschien zagen zij ook die grote ster of was het puur toeval?  In ieder geval waren zij meer dan welkom. En luid gejuich steeg op en Maria was nog het meest enthousiast. Een onderbreking van het alsmaar wachten op die drie trage Driekoningen. Helaas mocht de fotograaf er geen film van maken, want zo’n heilig gebeuren met Jezuske erbij, dat kan niet, dat zult u wel begrijpen. U zult dus te zijner tijd gewoon kaartjes moeten kopen, mocht men in uw woonplaats optreden. MAAR… surprise, er zijn wel foto’s van gemaakt en die mag ik u laten zien.  

december 2012b 089december 2012b 087december 2012b 088december 2012b 090december 2012b 091december 2012b 095december 2012b 096

Daar had je de clown Popovski, de vermaarde ballerina Zwaan uit de Jordaan, een Baskische vogelverschrikker, de Kok als artiest én voor het koken. En er hadden zich ook twee vrouwen bij het gezelschap gevoegd: een Brabantse boerin, die de Kleine een mandje met eieren kwam brengen. Zij werd hartelijk verwelkomd door de Kok, die al een schaapje onder de arm had, maar net over eieren stond te piekeren. En ook –het zal u verbazen- een bruid, eentje helemaal in het wit met een tule sluier, maar die zal ik nog wel voor u interviewen. Dat is echt een mooi katholiek verhaal. Maar eerst blijven we bij het circus. Natuurlijk was het eerst de beurt aan Zwaan. Jaja, er was een kleine woordenwisseling aan voorafgegaan, want de clown vond dat hij de belangrijkste ster was, maar een ballerina uit de Jordaan laat zich niet zomaar opzij schuiven. Maar pal daarna was hij aan de beurt met een ontzettend grappig babbeltje en daarna speelde hij een gevoelig wijsje op zijn geleende viool en daarna kwam Zwaan weer opgedanst. De Baskische vogelverschrikker jongleerde met stro, echt reuze knap. Hij deed dat thuis ook zo, in Baskenland om de vogels te verdrijven, maar nu was het zijn act geworden. Bijna allen gebruikten de oude stoel, die in de stal stond, zodat de kleine Jezus het goed kon zien. En die genoot, hoor. Het werd een wervelende show, zo aanstekelijk dat de boerin mee ging doen en de bruid, maar ook de dieren, de ezel en de os.

december 2012b 103december 2012b 101Zelfs de schaapjes gingen hun oude spelletje doen: schapenkontje duwen*. Het was zo gezellig dat zelfs Jezus het niet meer hield en ezeltje ging rijden. De clown speelde en danswijsje, nou ja, kijkt u maar op de foto’s. Kortom, iedereen was reuze blij en nog lang werd er doorgefeest en ook werd er een echte Kerstdis door de Kok opgediend. Morgen meer, beste lezers!”  

Even terzijde: sommige figuren had ik al in Mei geïnterviewd; misschien wilt u dit nogmaals lezen. Zie de links.

* schapenkontje duwen: een oud Heilige Land gebruik. Wie het hardste duwt, alleen met de kont, is de winnaar.

 Ballerina:  https://thereseaarts.wordpress.com/2012/05/04/hela/  of https://thereseaarts.wordpress.com/2012/05/05/hola/  of  https://thereseaarts.wordpress.com/2012/05/05/voorwoord/  of  https://thereseaarts.wordpress.com/2012/05/06/een-gesprek-met-zwaantje/  

Clowntje: https://thereseaarts.wordpress.com/2012/05/15/een-zeer-bewogen-geschiedenis/  of https://thereseaarts.wordpress.com/2012/05/13/waar-is-de-viool/

Vogelverschrikker: https://thereseaarts.wordpress.com/2012/05/23/goeie-genade/

Hoofdstuk 3 Een verrassing, echt waar? Ja.

Verteller: “Nou, het bleef daar dus ook alsmaar Kerstmis, zo ongeveer net als hier. Het is nu al de 5e dag. Maria en het kindje maakten het goed, alleen uh … net als vorige keer begon vooral Maria zich een beetje te vervelen. Het is ieder jaar zo hetzelfde, nietwaar? De herders waren al 3x op bezoek geweest om samen met Jozef een fikse borrel te drinken en het wachten was nu weer op de drie Koninginnen, pardon Koningen.  Het is ál man wat de klok daar slaat; ik zelf ben ook enorm blij met het herderinnetje, eindelijk een vrouwpersoon erbij. Maar goed, het is nu eenmaal zo.

december 2012a 129

Maar toen… wat hoorde Maria opeens? Een luid geroezemoes, een heleboel stemmen, onverstaanbare talen, maar ze zag niks bijzonders. Daar kwam Jozef aanlopen en riep opgewonden: “Mariaatje, daar is een circus, geloof ik, of een show of… ik weet het niet. Ik zie allemaal vreemde figuren. Er zal vast wat gebeuren, oh een verrassing in deze saaie dagen, hieperdepiep ja … ze komen hierheen, joepie!” Maria had Jozef nog nooit zo opgewonden gezien en zijzelf werd ook helemaal blij. En ook leuk voor het  kleine Jezuske, dacht zij. Hij zal er vast om kunnen lachen. En aangezien Maria reeds toen een heilige was, wachtte zij rustig af, totdat het onbekende gezelschap zich zou aandienen. En dat zult u ook moeten doen, want nu is het al te laat voor een echte voorstelling in een primitieve stal. Geen schijnwerpers zijn daar, niet eens gewoon licht. Dus misschien morgen? Nou ja, ik kan zelf ook niet anders doen dan afwachten.

 

Hoofdstuk 2 Daar is het Kindje Jezus dan

december 2012a 086

Verteller Th.:” …en het gebeurde midden in de nacht, dat het Kindje ter wereld kwam. (Nog net vóór twaalven gelukkig, want anders zouden al onze kalenders niet meer kloppen.)  Wij wachtten en wij wachtten en ik moet intussen eventjes in slaap gesukkeld zijn, want opeens was er een licht, een groot hemels licht. Boven de stal zweefde namelijk een engel en die zong helemaal in zijn eentje* : “Glo ho ho ho ho hóo (5x) …ria, in excelsis De ee o enz.”  En ja hoor, ik zag een opgeluchte Maria en een blije Jozef en dáár in de kribbe, ja hoor, daar lag het Kindeke, helemaal tevreden en nu al keek het pienter om zich heen.december 2012a 125

De tijd ging kennelijk snel, want opeens waren daar de herders ook al. Zij waren de kleine Johannes achterna gehold, want die rende als een  speer naar de stal, ontzettend nieuwsgierig naar zijn cadeautje. Gehaast groette hij een glimlachende Jezus en zocht met zijn ogen de stal af. En ja, oooooooooooooooo  wat was dat?

december 2012a 089Een schoonheid van een Oosters meisje* met lange vlechten en ogen zo helder, dat de eenvoudige herdersjongen bijna van zijn stokje ging. Kortom: liefde op het eerste gezicht.  En het was wederkerig ook nog, want zij zei gauw: “Dag kleine Johannes, mag ik jouw vriendinnetje zijn?”. De jongen wist niet wat hij hoorde en hij begon te stotteren, aldus: “J jjj jaaj ja, ikik w wil wwwel”. Nou ja, laten we die twee maar even met rust, nietwaar? Voor het grote gebeuren doen zij er niks toe natuurlijk. Maar… wat liefde ertussen, jawel, dat is altijd romantisch, vooral voor de vrouwen, die dit lezen.  Verder ging alles gewoon zoals ieder jaar. Maria stond te stralen en trots te zijn, Jozef idem dito, de os blies maar door en het werd dan ook lekker warm in de stal, de ezel blakte uh balkte, de schaapjes mekkerden en de herders waren heel beleefd en vriendelijk en gaven dingen cadeau, die zij konden missen, arm als zij waren. Iedereen was gelukkig en blij. Het was toch allemaal weer goed gegaan

……….  Zo vast wat aanwijzingen voor de spelers, die morgen hun rol moeten vervullen. “Hee, jullie daar tussen de  coulissen, nog even geduld, hè? Ja, we zijn wat verlaat vanwege alle toeristen in de stad hier. Maken jullie je  maar zo vast klaar, trek je sluier recht, zet je pinopet op, al naar gelang en repeteren, oefenen zo dat alles morgen leuk en gezellig kan worden”.  december 2012a 133

En tot het publiek sprak de vertelster: Verder mag ik nog niks verklappen. Let op, want dit wordt een zeer bijzonder feest, heel anders dan vorig jaar”.

  • De andere engelen zijn helaas nog niet gebreid, wegens oponthoud door KerstBALLEN.
  • Een nieuw figuur, is wel afgebreid. Een lief vriendinnetje, omdat voor een kleine herdersjongen het saai is alleen met oude mannen op te trekken.

Hoofdstuk 1. Onze bewondering gaat uit naar Jozef

Verteller (Thé):  “En wederom was het Kerstmis.  Alles gebeurde zoals ieder jaar. De engel kwam met de blijde boodschap, Maria trouwde snel met Jozef, die zich alwéér moest melden in Bethlehem voor een volkstelling, men ging per ezel, dit keer met een eigen dier omdat Jozef daarvoor flink gespaard had, het was opnieuw  een zeer zware tocht, langs bergen en langs dalen – weet u nog?- , tot men in Bethlehem arriveerde en Jozef nergens meer vroeg of er misschien nog plaats was, maar regelrecht en doelbewust de ezel ergens heen stuurde.  “Jozef, we hebben geluk, het is toch dezelfde stal als vorig jaar? Wat een bof…” riep Maria enthousiast. “Nee Maria, het is geen geluk, daarvoor deed ik nu die cursus; ik kan mailen en heb zo tijdig ‘onze’ stal besproken”, en hij keek supertrots naar zijn vrouw. Maria wilde net vragen hoe dat dan ging, toen zij weer een forse wee kreeg. Arme Maria hè?

december 2012a 091

Enfin, Jozef ging aan de gang, maakte een lekker bedje van stro met het dekentje erop voor Maria klaar, zuchtte ook maar een beetje mee, zette de (ook al besproken)  os in de goede blaasrichting, fluisterde het dier bemoedigend toe, bekwaam ossenfluisteraar als hij nu ook was, en meer kon hij niet doen als man, zeg maar. Jozef gaat vooruit, hè? Hij is lang niet zo’n onhandige sukkelaar meer als vorig jaar, nietwaar? Hij bond de ezel vast aan de andere kant en toen was het grote wachten begonnen. ………………………………………………………………………………………december 2012a 093……………………………………………………  Zovast enige regieaanwijzingen voor het volgende hoofdstuk waarin de herders komen.  “Staat iedereen klaar? De schapen? Ook het zwar…   waaristie?  O daar. Jij klaarstaan hee!  En alle herders, doen jullie zovast je nette kleren aan? Baarden borstelen en snorren, de doek netjes vastmaken, nee kleine Johannes, jij hebt nog geen baard, dat weet ik, ik heb trouwens een verrassing voor je, lieverd, nee, ik zeg niks, je zult het straks wel zien, als het kindje Jezus er is. Dat zal nu niet zo lang meer duren…  Nee Johannes, het is géén hond, ja het hád gekund. Nou, allemaal jullie best doen. Ik kom straks.”  En daar ging de regisseuse, tevens vertelster, fotografe en costumière. “Dat heb je met die low-budgetproducties , nietwaar? Maar ja, men moet zo nodig weer op kunst bezuinigen … Wie Johannes is? Die lieve herdersjongen, dat is toch duidelijk…”  *gaat heen, al mopperend* december 2012a 095

Goeie genade

Ik begin het nu toch een beetje knap zat te worden al die mensen die zo graag Jezus willen ontmoeten en zich daarvoor bij mij aanmelden. Ja, alsof ik niets beters te doen heb. Gaat men niet altijd weg met de feestdagen, nou ja de rijken dan? En bovendien kan ik helemaal niet zovast een Kerstverhaal schrijven, zeker niet met dit mooie weer. Voor mij is nu = nu en Kerst is nog heel ver weg. Ach, ik kies zo af en toe wel iemand uit, die mij wel leuk lijkt en die past in het geheel. Ik bedoel maar, dat één ballerina genoeg is en één clown ook. Ik heb er weer twee figuren bij en die stel ik in het kort even aan u voor en verder geen flauwekul. De eerste is een bruid. Geen gewone, maar ‘de bruid die NEE zei’… haha is weer eens iets anders dan “ja, ik wil wel”. Verstandige meid, zeg! Ja, om nu heel je leven aan één iemand vast te zitten, brrr…  Hoe zij heet? Ik weet het niet, ik ben het glad vergeten te vragen.  Heeft u een suggestie misschien? Ja, zou toch kunnen? En de tweede is  – houdt u vast – een Baskische vogelverschrikker. Eigenlijk ziet hij er te mooi uit voor z’n vak. Maar ja, de boer en de boerin vooral wilden zich niet voor hem hoeven schamen en dus kreeg hij nog gauw een nieuwe deken, waarin de boerin zelf altijd mee naar de kerk ging en een fatsoenlijke alpinopet, nu de boer toch een nieuwe had. Ook al geen idee hoe hij heet. Ik versta geen Baskisch. Nou ja, verzint u ook maar wat. Ja, ik maak mij er misschien een beetje gemakkelijk van af, maar wist ik veel wat ik mij op de hals haalde. Ze telefoneren mij, mailen, staan zomaar aan mijn deur te bellen, stappen brutaalweg mijn atelier binnen – ja, ik ben weer hard aan het werk – en pakken brieven liggen dagelijks in de bus. Lezers,  het is te veel. Af en toe zal ik u wat nieuwe mensen voorstellen maar meer doe ik voorlopig niet. Het kan ook té gek worden. We zullen wel zien, hoor. De zon schijnt, de lucht is blauw en ik ga gauw naar buiten. Joepie de …  poepie !

Een zeer bewogen geschiedenis

Hier dan het interview met de heer Popovski, van beroep:  muzikale clown. Hij is er klaar voor, zei hij. En hij zag er ook al beter uit, vond ik. Ja, de tranen biggelden nog wel zo af en toe over zijn wangen als hij aan het verlies van zijn dierbare viool dacht, maar hij wilde het toch proberen. Ik ga nu zijn verhaal hier vertellen. In Rusland, lieve lezers, is het communisme dan wel afgelopen, maar het is daar nog lang niet allemaal koek en ei, zei hij. Het is eigenlijk een soort losgeslagen bende geworden, met straatroof, zakkenrollers, mensen met pistolen en zelfs de grote misdaad tiert welig. Daarom besloot Pjotr – ik mag hem Pjotr noemen – alsnog dissident te worden en weg te gaan van moedertje Rusland, hoe zwaar hem dat ook viel. Toevallig zag hij mijn oproep om mee te doen aan mijn Kerstspel en aldus besloot hij dat de kleine Jezus er wel voor kon zorgen misschien dat zijn viool terecht zou komen. Bij ons is dat de H. Antonius, maar dáár misschien wel het Kerstkind. Ze zijn daar n.l. Grieks Orthodox katholiek, dat is anders dan Rooms, heb ik mij laten vertellen.  Bovendien, vertelde Popovski dat het niet goed ging met de circussen in Rusland, zelfs niet met het Staatscircus. Men gaat daar ’s avonds óf uit stelen of inbreken of op tasjesroof óf men blijft liever thuis om dezelfde reden, maar dan om geen gevaar te lopen bestolen te WORDEN etcetera. Ja, een bezoek aan het circus is er dan niet bij. Bovendien is daar de popmuziek doorgedrongen – men smult ervan – en ja, als je als muzikant heel je leven uh… Tsjaikowski e.d. gespeeld hebt, verander je niet zo snel. Hij heeft ’t wel geprobeerd; hij noemde zich zelfs clown Pop, maar nee, het swingde niet genoeg, ja, wist men daar veel. Tja … en wat blijkt nu? Pjotr weet het nog niet, maar hij komt eigenlijk van de regen in de drup, van de ene crisis in de andere. Hier wil men ook alleen populaire dingen, zoals musicals, Franz Bauer, Gerard Joling en Jantje Smit. Voor de Kunsten wordt de kraan dichtgedraaid, want dat is maar flauwekul en interessantdoenerij. Enfin, u weet dat allemaal, maar onze Popovski nog niet. Hij komt er nog wel achter. Voorlopig houden wij het maar even zo. De waterlanders stromen zonder dat al overvloedig genoeg. Best een bewogen verhaal, niet?  Van zo’n oude man?