‘k Ben zelf een dom gansje…’

Ik heb lang zitten twijfelen of ik u dit wel zou gaan vertellen of niet. U zou misschien kunnen denken dat ik hier zou willen klagen, maar dat is het niet, hoor. Het IS wel zielig voor mij, maar u MAG er ook een beetje om lachen. Ja, niet te hartelijk natuurlijk, want zo lollig  is het nu ook weer niet.

Ik ga het u dus WEL vertellen. Ik was aan het wandelen, eergisteren; het was prachtig weer, de tulpen bloeiden dat het een aard had; de Keukenhof was er niks bij. Ik maakte flink wat foto’s en kwam al wandelend en genietend bij een bruggetje, dat leidt naar een tunneltje onder het spoor. Op dat bruggetje hebben ze links en rechts dunne latjes gemaakt om niet uit te glijden tijdens de afdaling bij nat weer. Maar ik moest juist naar boven, keek of er nog wat moois te fotograferen was en opeens voelde ik mij struikelen  en BOEM au au, daar lag ik. Niet op zo’n latje gelet. Daar zat ik op dat bruggetje en voelde al dat het moeilijk zou worden om omhoog te komen. Ik bleef maar even zitten dan en bekeek mijn knieën, jawel geschaafd, met bloed, net als onze jongens vroeger zo vaak. Ik deed weer een poging om omhoog te komen, maar het lukte niet. Maar toen –het leek wel een sprookje, mensen- kwam er een lieve mevrouw aan in een auto. Zij stopte en kwam naar mij toe rennen. Zij vroeg waar ik pijn had, hielp mij omhoog en bood aan mij naar de dokter te brengen. Het leek mij niet nodig, want ik voelde mij goed. Toen zei ze: “Ik breng u wél even naar huis, hoor. Is een kleine moeite”. Kordaat hees zij mij omhoog, keek bezorgd of ik goed kon lopen en bracht mij thuis. Wat ontzettend lief hè?

Maar waar ik nu meezit, is de vraag of ik op mijn leeftijd (73) het tijdperk der kwalen inga, dan weer hier over struikel dan daar weer dáár afdonder en dat ik dan heel voorzichtig moet worden, waar ik tot nu toe bijna nooit aan dacht. Dat zal nog een heel leerproces worden. Of is het nu voorlopig dan afgelopen met die pechvogelarij??  Tja…

Advertenties

Een klein filosoofje

Ik heb altijd zo’n bewondering voor grote filosofen, echte denkers, weet u wel? Er zijn er van heel lang geleden, Socrates bijvoorbeeld, ook moderne, in mijn jeugd dan, Sartre, Jean Paul. Wij lazen hem stiekem omdat wij dachten dat hij verboden was door de kerk. Nu is hij, geloof  ik, al weer zowat vergeten. En pas, gister namelijk,  is een jonge vriendin, gepromoveerd, cum laude nog wel, in de filosofie.  Zij was al drs, maar nu is zij dr. Wat knap, nog zo jong en nu al doctor. En zij denkt én schrijft over de rechten van dieren.

En opeens dacht ik: zij heeft iets belangrijks gemeen met een schrijver die ik graag lees: Toon Tellegen. Pas las ik nog van hem: ‘Bijna iedereen kon omvallen’. Deze schrijver filosofeert er op zijn manier op los én het gaat over dieren. Over de eekhoorn en de mier, die dikke vrienden zijn, over de olifant, over de reiger, die NIET kon omvallen, over de walvis en over de leeuw. Ik noem maar wat voorbeelden. Ik vind het geweldig geschreven en al lezende voel ik mij een piepklein filosoofje, nee geen drs. En zeker geen dr. Maar toch… er staan heel wijze maar ook geestige waarheden in zijn boeken. Ik citeer hier een klein stukje:: …(gaat over de eekhoorn en de olifant, die aan de lamp van de eekhoorn zwaaide )…  ‘Daarna aten zij zoete boomschors en spraken over de oceaan of over dieren die vaak jarig waren en anderen die dat nooit waren…’. Voelt u een beetje de vergelijking.  Dus wilt u ook een mini-filosoofje worden én tegelijk glimlachend heel gelukkig zijn, lees dan zijn boeken, vooral de dieren verhalen is mijn advies. Het is ook heel leerzaam voor kinderen; men kan niet vroeg genoeg wat filosofie naar binnen krijgen.

Denken

Ik lees momenteel  (o.a.dan*)  ‘Voor een echt succesvol leven’ van Bas Haring, een filosoof. Ik kende hem niet, maar zoon M. raadde mij dit boek sterk aan toen wij in een Kringloopwinkel waren en dus kocht ik het, voor 50 cent mét handtekening en een persoonlijk schrijven.

blog-010‘Gewoon een handtekening?  GEWOON? DAT IS heel bijzonder’. Bas Haring’. 

Ik schrijf het er even bij omdat wij wat moeite hadden met de man zijn geleerde handschrift.  Service van de zaak, zeg maar. Het duurde een tijdje tot ik eraan toe kwam, maar ik ben er nu in bezig. Ik las en las en intussen dacht ik: “Jeeminee, wat een gezwam, ik word er helemaal gek van…”. Maar ik ben een doorzetster tegenwoordig en zette dus door. In een minder straf tempo en wel iedere dag vóór ‘Meneer Foppe gaat over de rooie’ één nieuw hoofdstuk. En nu zit ik er goed in, kan je wel zeggen. Het is zelfs zo dat ik dankzij  Bas tot het schrijven van dit stukje gekomen ben. Ik nam de tijd om te denken over het almaar niet-schrijven van mij. ‘Gaat er dan NIETS door mij heen? Ben ik een leeghoofd geworden?’. Zo ongeveer en meer ging er door mij heen. Ik voel mij niet schuldig, hoor. Ik verbaas mij alleen. Een paar jaar terug schudde ik iedere dag een stukje uit mijn mouw. Bij wijze van spreken dan. Maar goed, er staat nu wat en misschien word ik nog eens een filosofisch vrouwtje en komt het schrijven weer wat op gang.

*Ik las o.a. Oorlog en Terpentijn, een IsabelleAllendetje, van Hella de Jonge: ‘Los van de wereld’, van John Boyne ‘Het winterpaleis’ en een Wim de Bie’s meneer foppe (zei ik al). Allen aanraders, de een meer dan de ander, maar dat is logisch.

dsc09811P.S. De sneeuw smelt hier ook al aardig. Dag sneeuwman, dáááág!

Wijsheid

blog-021Ik heb een piepklein boekenkastje, dat Kwaster voor mij gemaakt heeft. Dat kwam omdat mijn verzameling kleine boekjes groeide en groeide… Eentje bijvoorbeeld heb ik in Frankrijk gekocht en die is echt ook helemaal in het Frans. Onlangs kocht ik een klein Kerstboekje: kinderen over Kerstmis. Het is vast uit het Amerikaans want bijna alles gaat over cadeautjes. Maar ik heb een leuke voor u uitgezocht.

025blog-022

‘Ik mag niet klagen…’

Laatst sprak ik door de telefoon met mijn liefste nicht P. en al pratend vroeg zij mij: “Wanneer had jij mij gebeld?”, waarop ik zei: “O, dat weet ik niet meer, kan 3 dagen geleden zijn of korter of langer, geen idee, alle dagen zijn zo hetzelfde, weet je…”  Opeens realiseerde ik mij dat dat niet gewoon voor mij was. Vóór mijn val trok ik er regelmatig op uit, naar Enkhuizen of naar Hoorn en ook nogal eens naar Amsterdam, naar een museum of héél graag naar Artis. Niet dat ik mij zielig  voel , het gaat best goed met mij en mijn arm, ik mag niet klagen dus, maar in de tram stappen, dát durf ik nog niet zo goed. Ik ben namelijk als de dood nóg een keertje te vallen. En omdat ik niet naar Amsterdam kan, vind ik iets anders ook minder leuk. Eigenlijk gaat het verder wel goed, geloof ik en ik amuseer mij prima, hoor. Ik teken volop en misschien kom ik met gemak de 21e september aan 365 + 1 tekeningen, iets wat ik met mijzelf afgesproken heb en in geval van nood voeg ik er wat dagen bij, want tenslotte is een gebroken arm niet voorzien, toch?  Nee, wie had dat nou gedacht? Ik zelf in ieder geval niet. Nou ja, moed houden maar, er zit niks anders op. En zwengelen met die arm, goed opletten buiten op eventuele oneffenheden, niet mopperen enzovoort, het is toch wat!!

blog 043o ja, ik ga een leuk boekje maken, een Boeli-boekje, allemaal wapenfeiten van hem in zijn plaats noteren, dat wordt vast leuk. één tekening staat er al in.

Weer zo’n dag

Wat een droevige dag was het gisteren. Ik wilde net een blij en opgewekt stukje gaan schrijven toen ik van de aanslagen hoorde. En een vriend plaatste een foto van een televisiebeeld op internet en hij schreef erbij: “Weer zo’n dag”. Ja Sjoerd, om moedeloos van te worden.

blog 003Net maakte ik een wandeling. De zon scheen en er was zo veel moois te zien. “Waarom dan zó de wereld verzieken? Mensen doden, die jou niets gedaan hebben? Wanneer is dat begonnen? En vooral wanneer houdt dit op?” Vragen, gedachtes en angst. En terwijl ik wandelde, maakte ik de ene foto na de andere. Wat is er toch veel moois, dacht ik. Daarom plaats ik maar een aantal foto’s, lieve lezers. Om de zinnen te verzetten. Dat is dan mijn manier van positief denken, want eerlijk gezegd, het maakt mij behoorlijk angstig.

Hier serie 1 van ons dorpje. (Morgen het tweede deel)

blog 001blog 002blog 004blog 005blog 006blog 007blog 009blog 011010blog 012blog 013blog 014blog 015blog 016blog 017blog 018blog 019

klik op foto’s

D’ouderdom

009Het is wat, hoor als je zoals dat heet wat op leeftijd komt. Neem mij bijvoorbeeld. Ik doe er niet geheimzinnig over, het is geen schande en iedereen mag het weten: ik ben onlangs 71 geworden! Nu heb ik gelukkig weinig klachten, maar de laatste tijd moet je zo veel onthouden, heb ik gemerkt. Wanneer de groene bak en wanneer de grijze bak, om de week één, maar onlangs is de dag opgeschoven, van dinsdag naar woensdag. Toch zijn wij maandagavond al aan het denken: “Moet een bak niet… o nee, het is nu woensdag pas”.  Heb ik het niet, dan heeft Kwaster het wel. Wat moeten wij op dat gebied nog meer onthouden? Eens in de 4 weken het verzamelde plastic. Om de week het oud papier. En dan de gewone dingen nog zoals daar zijn: medicijnen innemen en  afspraken in de gaten (ont)houden en er zal wel meer zijn, wat ik nu eventjes vergeten ben, zie je wel? Daar komt nog bij de verstrooidheid: geregeld moet ik zoeken waar ik nu mijn koffiebeker weer gezet heb, waar ik mijn sleutels gelegd heb en nog veel meer. Er gaat veel tijd verloren met zoeken en dat is zonde. Maar komt dat echt allemaal door de ouderdom of was ik altijd al tamelijk verstrooid en vergeetachtig? Dat zou best eens kunnen maar echt weten doe ik het niet natuurlijk. “Aron”, zei mijn moeder –Arons Oma- eens tegen hem: “we worden nu toch écht oud, hoor!” Aron dacht dat mijn ouders toen ongeveer 65 en 67 waren, dus nog helemaal niet zo oud, denk ik nu. Soms moet ik er wel om lachen, hoor, hoe stom verstrooid je kunt zijn. Maar toch… sinds twee dierbaren in de familie te jong zijn overleden, denk ik vaker, als ik plannen maak, hoe lang ik nog zal hebben eigenlijk.  En ik hèb nog zoveel plannen en de dagen gaan zo snel, zeker als je zo veel tijd verliest met zoeken (haha) en plotseling indutten (doe ik ook vaak ’s avonds) . Enfin, we zien wel. Je hebt  toch geen inspraak, nietwaar?  Niemand zal mij vragen of ik wel zo ver ben, laat staan of ik er wel zin in heb en of ik wel gemist kan worden. Het is geen leuk onderwerp, beste lezers, maar het ‘mos mij effe van ’t hart’.

p.s. Maar een bloempje erbij geplaatst om de boel wat op te vrolijken.