Tweedehands boeken

Er is een leuk voordeel aan tweedehandsboeken. Behalve dat ze natuurlijk veel goedkoper zijn, zijn ze ook vaak veel ouder en daarom veelal niet meer te koop in de boekhandel. Neem nu dit boek van Eli Asser: “Aan mij zal het niet liggen”. Het is uit 1983. Het is een boek van van alles wat: korte verhalen, cursiefjes, zogenaamde fanmail, brieven uit een gehucht en nog meer. Het is geen hoogstaande literatuur, maar heerlijk ouderwets gezellig, met een lach en traan, zal ik maar zeggen. Kent u Eli Asser eigenlijk wel? Hij schreef o.a. Het schaap met de vijf poten en heel veel meer. Bij de zogenaamde fanmail hoor je als het ware de mensen vertellen in sappig Amsterdams, hoewel het niet zo geschreven staat. Ik heb het nu bijna uit en het heeft mij erg opgemonterd. Ik heb weer eens flink gelachen  en dat is gezond. Ja, het zal niet meer te koop zijn, maar misschien komt u het nog eens tegen in een Kringloopwinkel. Dan zou ik het wel een aanrader willen noemen.

En dan kreeg ik van zoon Martijn een kinderboek. Kinderboeken zijn ook goed voor grote mensen, vind ik. Ik ben benieuwd of de kleinkinderen, die morgen komen logeren,  het ook gaan lezen. Daarna hoef je namelijk NOOIT meer een boek te lezen, want het zal altijd minder zijn én de illustraties zijn ook geweldig, geweldiger kan ook al niet. Zal ik u nu laten raden of maar meteen de oplossing geven? Ach ja, dat laatste maar; dan hoeft u niet in spanning te zitten. Een aanrader dus vast en zeker. Kijkt u maar naar de titel: Het mooiste boek van de wereld. Nou?

 

Advertenties

Rommel de bommel

“Wat is er Kwaster? Hoofdpijn, ach… Ga even lekker op het bedje lig… o nee, dat ligt helemaal vol”. Moet ik nodig weer eens opruimen. Maar ja, ik kan ook niet alles tegelijk. Ik ben al bezig met de boekenkasten, boven én beneden, schiet nog niet erg op, en zo tobde ik wat in mijzelve. Intussen was ik een soortement van boodschappennetje aan het haken van een patroon dat ik van Hanscke toegstuurd had gekregen. En omdat ik het verkeerde garen had –moest heel erg dun zijn – én een haaknaald had die nóg dikker moest zijn dan ik al had, was ik dus helemaal fout bezig. En van het een kwam het ander. Opeens zag ik de waarheid onder ogen. Hier komt hij: OVERAL WAAR IK ZIT, KOMEN ER STAPELTJES SPULLEN TE LIGGEN. Je kunt het spoor zo volgen. Op de bank en op de middentafel bollen katoen in allerlei kleuren e.a.d. (en andere dingen), op dat bewuste bedje tekenspullen, krijtjes, schetsblokjes, etui’s, aquareldingen e.a.d. én alsof het nog niet erg genoeg is, zet zoon Martijn er vaak nog wat bij, met name 4 plastic flamingo’s (3 zijn heel en 1 kapot) en een grote doos VOL met gedichten. Voor beiden heb ik nog geen plaatsje gevonden. Wel heb ik al  twee bundels gelezen, hoewel ik dat normaal zelden doe. Het stukje bank dat over is, daar ligt Boeli op, ontzettend slordig, al zeg ik het zelf. Maar ja, zo’n beest past zich aan, je kunt het hém niet kwalijk nemen. Het is toch wat hè mensen? Op deze manier krijg ik nooit van zijn leven een opgeruimd huis, want ik zelf blijf stapeltjes produceren, ongemerkt en nog veel vlugger dan ik kan (of wil?) opruimen. Gelukkig heb ik wél van nature een opgeruimd karakter en dat is ook wat waard, hoor.

Mijn eerste bundel

Ik heb mijn eerste bundel uit:  Dolf Hartkamp  Vleugels van Satie. Ik moet toegeven dat ik bij mijn keuze uit die doos gevallen was voor de titel. Ik hou namelijk erg van de componist Eric Satie en heb hem zelf ook nog gespeeld op de piano. Maar er kwam maar één gedicht over Satie in voor. In het begin vond ik de poëzie nogal tegenvallen maar gaandeweg kwam ik er steeds meer in. En nu heb ik den bundel uit. Ik zal hier één gedicht van hem plaatsen, hoewel dat misschien niet mag. Uit het gedeelte Oost-Groningen:

Badend in gele koolzaadvelden
in echt warm zonnig
gedoe van echtparen
op trotse Gazelles
bij elke pedaalslag
groeiend tot eigen hereboer

Gemeten aan de petten
de overkant of de aarzelende
avondgroet die langzaam
in rechte sloten met plastic pijpen
wordt gezegd

Durf je hier niet goed
bloot in het gras te liggen

 

Poëzie…

…of gedichten. Er staat sinds gisteren een hele doos met dichtbundels in onze huiskamer. Wij zijn in onze familie allemaal zo af en toe aan het opruimen, vooral boeken. Anders groeien onze respectieve huizen dicht. En waar gaan die boeken dan heen, vraagt u zich misschien af. Altijd naar ons, beste lezers, omdat wij tot nog toe het grootste huis hebben. Men meldt welke bewaard moeten worden en welke wij zelf mogen kiezen om te lezen of naar de Kringloop mee te nemen of om in zo’n leuk kastje te zetten.  Nieuwsgierig keek ik daarnet in de doos. O jee, ik heb ze bekeken…állemaal gedichten, duizenden. Tja, poe, ik lees zelden gedichten… soms eentje, maar zeker niet een hele bundel tegelijk zoals M. Ik heb daar wel bewondering voor, hoor. Dus pal na mijn schrik én teleurstelling maakte ik meteen een goed voornemen. Ik zal ook eens te zijner tijd  én te hooi en te gras wat poëzie gaan beleven. Feitelijk heb ik er net al 4 gehad, omdat Kwaster graag eventjes voorgelezen wilde worden. Het waren korte, maar moeilijke verzen. Het zal nog een hele kluif worden, maar ik zet mijn tanden erin. Wat U?

Waar blijft de tijd?

Er is een klimaatverandering op komst –dat weet iedereen- maar de laatste tijd vraag ik mij af of het mogelijk is dat er ook een tijdverandering  bezig is. Zo heb ik een logje geschreven over een fijn weekend, zo is het al bijna een week verder en nú, donderdag, is het al weer bijna zo ver. En in die tussentijd heb ik niks geschreven. Wát heb ik eigenlijk wél gedaan? Wat huishoudelijke dingessen, maar dat mag geen naam hebben. Gelezen, het boek Job van Josef Roth, heel mooi, een aanrader. Ik was met KwasterHans in Amsterdam om wat verfbenodigdheden te kopen. Ik heb wat getekend, maar ook al niet veel. Ik heb vaak gewandeld en foto’s gemaakt, dat neemt tijd,  bij mij dan.En verder? Ik zou het niet meer weten. Het komt erop neer, dat ik steeds minder doe op een dag en daarom denk ik zo maar dat de tijd harder gaat. O ja, een collega/vriendin Floor M. kwam een ets bij mij kopen voor haar zoon en natuurlijk hebben we meer etsen bekeken en nog gezellig gekletst. Maar…die middag was ook al zo voorbij. Zie je nu wel dat de tijd sneller gaat dan vroeger? Neem nu onze schilder die ons beloofd had de buitenboel af te komen schilderen in maart en volgens mij is het nu mei en nog steeds geen schilder.  Daarom belde ik hem maar eens. “Ja, er kwam wat tussen, weet u wat, even kijken m… mmm…, ja, ik kom de eerste of tweede week van juni”. “Echt waar?” vroeg ik ongelovig. “Dan ziet u mij verschijnen, mevrouw” beloofde hij. Dat kan dan wel wezen en ik moet hem wel geloven, hoewel… maar toen ik het gesprek beëindigd had, dacht ik: waar zijn dan die maanden gebleven???  Te weten maart, april én mei, die al bijna om is. Zien jullie nu dat de tijd vliegt? Die schilder weet ook vast niet meer wat hij allemaal uitgespookt heeft en zo zal het met de timmerman ook gegaan zijn, vermoed ik. Dat jullie nog aan bloggen toekomen en sommigen nog wel iedere dag, dat mag wel een wonder heten… Maar misschien gaat de tijd in Zeeland (Ria), Friesland (Wieneke) en Groningen (ReneSmurf) wel langzamer. Het is daar tenslotte ook rustiger en kalmer en minder stress enzo. Maar ja, ik blijf toch lekker in Noord Holland wonen, hoor. Tenslotte is het overal wát, nietwaar?

Grrr…gordelroos

We hebben nog veel meer meegemaakt in Leuven en we hebben het ontzettend gezellig gehad samen. Maar om daar nu nog over te schrijven, ja dát is er niet van gekomen.  Het is ook de schuld van die ellendige gordelroos, wat een rotkwaal is dat. Eigenlijk is die nog steeds niet over, eerst alsmaar pijn en dan weer verschrikkelijke jeuk… maar binnenkort zal het toch wel over zijn, mag ik hopen.

  

Dan maar iets anders, beste lezers. Ik heb veel  gelezen tijdens de weken van ‘het lijden aan…’, zoals ik het voor mijzelf noem.  Ik ga niet al die boeken opsommen, maar van één boek heb ik heel intens genoten. Een krankzinnig, hilarisch, geestig en spannend boek “De Spaanse kat” van Hans Dorrestijn. Het zijn ooit stukjes in het Parool geweest, toen kwam het in losse boekjes uit en mijn uitgave is een dik boek met alle avonturen erin. Alleen ik weet niet of het nog te koop is ergens, want het is al uit 1992. Maar dan moet u er maar een beetje moeite voor doen, -als u het wilt lezen- zou ik zeggen. Je kunt nu eenmaal niet alles zomaar kopen. Het is een aanrader, absoluut ! U zult er een gelukkiger mens door worden, zeker als u een griepje onder de leden hebt of een andere nare kwaal, maar ook als u kerngezond bent, dan helemaal natuurlijk. Nou, veel plezier ermee.

‘Een HOEFTNIXDAG’

Een  ‘HOEFTNIXDAG  Weet u wat dat is? Nee? Aan het eind van dit verhaaltje snapt u het helemaal. Ik had er zomaar gisteren zo één. Ik was een beetje laat opgestaan, ik nam een klein ontbijtje en ik begon alvast in een spiksplinternieuw boek. Een heerlijk begin van de dag. En dat voelde zo lekker, dat ik dacht: zou ik dat niet de hele dag mogen van mijzelf? Lezen, lezen, nu eens in het ene boek dan weer in het andere. De laatste tijd krijg ik wel eens zomaar slaap, beste lezers.  Dat zal de leeftijd zijn, denk ik dan en ga ik er tegen vechten. Maar nu –gisteren dus-  gaf ik er gewoon aan toe. Dat was ook al zo lekker. Dan werd ik wakker zonder enig schuldgevoel en las weer verder. En de afwas? Nou, laat die maar lekker staan!! Voor de frisse neus maakte ik wel even een wandelingetje en zakte bij terugkomst met dubbel plezier in mijn hoekje op de bank.  *gesnurk*

 

Kwaster vond het er zo aantrekkelijk uitzien dat hij hetzelfde kwam ‘doen’, een beetje nix, een puzzeltje maken, een muziekje lezen, een tijdschriftje doorbladeren, een hoofdstukje boek lezen en … een tukkie doen.  *snurk snurk*

 

Wilt u het ook graag eens proberen? Ik zal u wat tips geven. a. Je moet zo iets niet vooruit plannen, het overkomt je. b. Je zoekt je eigen lievelingsluiïgheden uit, niet die van mij dus. c. Degenen die nog moeten werken, kunnen het op een vakantiedag doen natuurlijk. Heerlijk midden op de camping gaan zitten, zodat je in alle rust (haha)  alle bedrijvigheid vanuit je stoel ongegeneerd kunt bekijken. Men komt dan geheid een praatje met je maken, tenminste ik had het er maar druk mee. Wordt het je te veel, ga dan lekker in je tent op je bedje liggen en doe de rits dicht van de slaapcabine. Roept men je toch (ja, heel onbeleefd) geen antwoord geven, desnoods alleen een snurkje.