De kleine kantjil en de grote tijger

Jullie weten wel hè dat er grote oerwouden zijn in Indonesië?  Daar liep op een warme dag een grote tijger maar wat te sjokken. Zijn maag rommelde, want hij had óóóó zo’n honger. Hij liet zijn ogen alle kanten uitrrrollen, kijken of hij wat te eten zag. Hij keek links, hij keek rechts, hij drrraaide zijn kop naar boven en naar achteren, maar … hij keek niet naar de grond. Dat was dom, heel dom, want zo zag hij de val niet, waar hij opeens …BOEM… in kukelde. Het deurtje klapte dicht en zo zat de tijger gevangen. Oei, wat nu? dacht de tijger. Toevallig kwam er een man voorbij en de tijger vroeg hem met zijn vriendelijkste stem het deurtje voor hem open te doen. “Ja adoe seh, en jij mij zeker bijten…?” zei de man. Nee, de tijger beloofde hem geen kwaad te doen. De man bevrijdde hem dus en de tijger? Die sprong onmiddellijk op en wilde de man opeten. “Wacht” zei de man, “laten we het met iemand anders bespreken of dit wel eerlijk is”. De tijger stemde in, maar met tegenzin.  Zij vroegen het aan een boom. De boom zei: “Ik doe de mensen alleen maar goed, maar zij”…zij zagen mijn takken eraf en later hakken ze mij om. Ze vergelden goed met kwaad”.  “Zie je nou…” brulde de tijger en hij wilde de man al in zijn billen bijten. “Nee au!” zei de man, “laten we het nog één keer vragen. Daar komt de kleine kantjil; vraag het hem”. Dat deed de tijger. “Tja, daar moet ik eens goed over nadenken”, zei het kleine hertje. “Het moet ook duidelijk zijn voor mijn kleine meid, is ze niet mooi met haar ranke pootjes?”, vroeg de kantjil. “Ik weet het. Ga nog eens in de val, tijger, zodat wij kunnen zien hoe het gebeurd is”.  Dat deed de tijger.  BOEM zei het deurtje. De tijger keek op zijn gestreepte neus. Het was gedaan met het beest. O o wat een slimme kantjil hè? En zo zijn er nog veel meer verhalen over dat héél kleine beestje.

*Een kantjil is het kleinste hertje wat er bestaat. Ze wonen ook in Artis en er is onlangs een jong geboren.

Een fijn boek

Ik heb het uit, het boek van Jelle Brandt Corstiu : ‘As in tas’ . Hij beschrijft zijn fietstocht met een zakje as van zijn vader Hugo Brandt Corstius van Amsterdam naar de Middellandse zee. Het klinkt een beetje luguber misschien voor sommigen, maar dat is het helemaal niet. Het is een verre en zware tocht in zijn eentje en zo komen er geregeld herinneringen aan zijn vader naar boven. Een heel eigenaardige man maar een die hij steeds meer begon te waarderen, naarmate zij allebei ouder werden. Daarom valt er aardig wat te lachen en tegelijk ontroerde het mij ook sterk.

Ik las het boek zowat in één keer uit, als het ware mee fietsend met Jelle. Verder zal ik niet veel verklappen, dat zou zonde zijn. Het is zo subtiel geschreven, dat moet u zelf maar lezen. Ik durf u het boek van harte aan te bevelen, want ik kan mij niet voorstellen dat iemand het geen heel fijn boek zal vinden.

Nog een boek

Dat boekje over die brutale eekhoorn las ik zomaar tussendoor en dat ik het zo gruwelijk vond, beste lezers, dat was maar een grapje, maar dat hadden jullie wel begrepen natuurlijk. Ik las wel een heel interessant boek ‘Omweg naar Istanbul’ ,  de kusten van de Zwarte Zee. Een journalist Olaf Tempelman en een fotograaf Marco van Duyvendijk maakten samen een reis rondom de Zwarte Zee. Vervolgens werd er door het duo een interessant boek van gemaakt met schitterende foto’s.

De reis begint in Istanbul. Dan naar boven naar Varna en Balcic (Bulgarije), vervolgens komen we in Roemenië, Oekraïne, de Krim, Rusland, Abchazië, Georgië om uit te komen in Turkije en te eindigen weer in Istanbul. Olaf Tempelman, de schrijver weet van iedere plaats wat interessants te vertellen, van het heden maar ook van het verleden, want je kunt daar geen plaats tegen komen of er is daar heel veel gebeurd. Oorlogen, volksverhuizingen en moord en doodslag. Soms zijn de mensen wel eens ergens gelukkig geweest maar dan werd de hele boel weer omver gegooid door de Osmanen, de latere Turken, de Europeanen, de Russen en allerlei volkeren van wie wij pas hoorden toen de Sovjet Unie uit elkaar viel.

Om kort te gaan, er was daar meer kommer en kwel dan vrede en geluk. Ik zou het nu al bijna niet meer na kunnen vertellen, zoveel is daar gebeurd waar wij waarschijnlijk heel weinig van afweten. Mocht u het boek ooit tegenkomen, lees het, zou ik zeggen. Het is ook prettig geschreven, in 2013, dus zoveel zal er intussen niet veranderd zijn, alleen in de Krim waarschijnlijk.

Een kinderboekje

Nu kreeg ik laatst van zoon Martijn zo’n schattig Beatriix Potter boekje in het Engels. Ik begon dadelijk te lezen.  Het begon meteen al aardig, zo: ‘This is a Tale about a tail…’  (een verhaal over een staart) . Die staart behoorde aan een kleine rode eekhoorn en zijn naam was Nutkin. Hij had een broer genaamd Twinkleberry  en een héleboel neefjes.  Waarom geen nichtjes weet ik niet.  Maar goed,  zij woonden in een bos aan de rand van een meer. Middenin dat meer was een eiland waarop in een dikke holle boom een uil woonde; Old Brown heette hij.  Op een dag in de herfst maakten de eekhoorntjes een vlot van twijgjes en roeiden met een stok, hun staart als zeil gebruikend naar het eiland. Daar groeiden namelijk heel veel notenbomen, dat vergat ik nog te zeggen.

En allen maakten voor Uil een diepe buiging en vroegen heel beleefd om zijn toestemming om noten te verzamelen. Iedereen? Nee, de kleine Nutkin maakte een gek dansje en zong een mal zelfgemaakt versje en dat alles zag er heel brutaal uit. Old Brown zei er niks van en gaf zijn toestemming. De eekhoorns gaven hem als cadeautje drie vette muizen. De volgende dag kwamen zij terug en de derde en de vierde dag –zo gaat dat in Engelse verhaaltjes – en iedere keer brachten zij wat anders mee, een lekkere mol en smakelijke kevertjes en iedere keer werd Nutkin brutaler en brutaler tot … op een dag Old Brown hem pakte, hem in zijn huis bracht en *niet schrikken, beste lezers* hem bij zijn staart hield met de bedoeling hem te VILLEN, to skin him, ik heb het opgezocht in het woordenboek.

Maar Nutkin rukte en trok en ontsnapte, echter met maar een half staartje. En als je hem nu ontmoet, gaat hij roepen en schelden. Het is dus nooit meer helemaal goedgekomen met hem. Zo ongeveer ging het verhaal. Nu vraag ik u: is dit nu zo’n schattig boekje?  Doodeng vind ik het en dat nog wel voor kleine kindjes vroeger, die toch helemaal niets engs gewend waren, nog geen televisie, dus… Nou ja, ik ben er zelf nog wel van geschrokken. Goh hè hè… wat vindt u daar nu van?

Denken

Ik lees momenteel  (o.a.dan*)  ‘Voor een echt succesvol leven’ van Bas Haring, een filosoof. Ik kende hem niet, maar zoon M. raadde mij dit boek sterk aan toen wij in een Kringloopwinkel waren en dus kocht ik het, voor 50 cent mét handtekening en een persoonlijk schrijven.

blog-010‘Gewoon een handtekening?  GEWOON? DAT IS heel bijzonder’. Bas Haring’. 

Ik schrijf het er even bij omdat wij wat moeite hadden met de man zijn geleerde handschrift.  Service van de zaak, zeg maar. Het duurde een tijdje tot ik eraan toe kwam, maar ik ben er nu in bezig. Ik las en las en intussen dacht ik: “Jeeminee, wat een gezwam, ik word er helemaal gek van…”. Maar ik ben een doorzetster tegenwoordig en zette dus door. In een minder straf tempo en wel iedere dag vóór ‘Meneer Foppe gaat over de rooie’ één nieuw hoofdstuk. En nu zit ik er goed in, kan je wel zeggen. Het is zelfs zo dat ik dankzij  Bas tot het schrijven van dit stukje gekomen ben. Ik nam de tijd om te denken over het almaar niet-schrijven van mij. ‘Gaat er dan NIETS door mij heen? Ben ik een leeghoofd geworden?’. Zo ongeveer en meer ging er door mij heen. Ik voel mij niet schuldig, hoor. Ik verbaas mij alleen. Een paar jaar terug schudde ik iedere dag een stukje uit mijn mouw. Bij wijze van spreken dan. Maar goed, er staat nu wat en misschien word ik nog eens een filosofisch vrouwtje en komt het schrijven weer wat op gang.

*Ik las o.a. Oorlog en Terpentijn, een IsabelleAllendetje, van Hella de Jonge: ‘Los van de wereld’, van John Boyne ‘Het winterpaleis’ en een Wim de Bie’s meneer foppe (zei ik al). Allen aanraders, de een meer dan de ander, maar dat is logisch.

dsc09811P.S. De sneeuw smelt hier ook al aardig. Dag sneeuwman, dáááág!

De heldendaden

 

blog-010 ‘Een zachte zomerwind streek over de velden en mengde de zoete geuren van bloeiend gewas met de tabaksrook uit de pijp die heer Bommel had opgestoken, voordat hij was gaan wandelen om van de zuivere lucht te genieten’.  Zo begint een boek van Marten Toonder De Heldendaden genaamd. Het was lang geleden dat ik een boek van hem gelezen had en het was weer genieten. De tekeningen zijn leuk maar de taal, lieve mensen, o wat is daar een aandacht aan besteed. Er staan zinnen in die je met plezier nog eens overleest. Heer Bommel, een heer van stand, loopt niet gewoon door het bos of de velden, maar wandelt opgewekt door ‘het landschap’. Kijk, daar zou ik nu nooit opkomen. Tom Poes, zijn jonge vriend, is een slim ventje maar zoals vaker ligt de meeste sympathie bij heer Ollie, de underdog.  Als u tijdens de Kerstvakantie eens een leerzaam en spannend boek ‘ter hand wilt nemen’ *, dan kan ik u deze serie zeker aanraden.

Ik zal nog wat andere boeken aanraden  die ik onlangs gelezen heb. ‘Het duister dat ons scheidt’, van Renate Dorrestein, zo op de titel afgaand, geen vrolijk boek, maar het is een onderhoudende  en boeiende roman met veel humor. Ik las een boek van Karel v.h. Reve, het geleerde broertje van Gerard. Laat ik nu gedacht hebben dat hij saaie en geleerde boeken schreef, maar ‘Nacht op de kale berg’ leest gemakkelijk weg. En als laatste een zeer favoriet boek bij mij van Marion Bloem: ‘Haar goede hand’ over haar moeder. Er zijn de laatste tijd veel ‘moederboeken’ geschreven en deze is misschien minder bekend maar toch erg goed. Dat is mijn mening natuurlijk. U hoeft het er helemaal niet mee eens te zijn en mag na lezing best zeggen: “Nou Thé, als je nóg eens wat weet…” of iets in die trant, dan zal ik het u niet kwalijk nemen. Leuk is anders, maar vooruit…

*in de familie een bekende uitdrukking van wijlen mijn geliefde vader. “Neem eens een goed boek ter hand” zei hij feitelijk.

Onbenulligheden

blog 004  Ik zal weer eens proberen wat vaker te schrijven hier. Ook al zijn het maar onbenulligheden.  Gisteren zat ik innig tevreden op de bank  met drie boeken naast mij. Ach, dacht ik, als ik twee boeken tegelijk kan lezen, waarom dan geen drie? En zo ben ik nu begonnen in een boek van A.F.Th. van der Heijden: ‘De helleveeg’. Dat is een roman, dus daar moet regelmatig in dóór gelezen worden. De Sprooksels kunnen natuurlijk best los en door elkaar gelezen worden. In ‘Jofel  Jiddisj’  -van achenebbisj tot zwansen- behandelt de schrijfster steeds in een klein hoofdstukje één woord. De bedoeling is een aantal Jiddisje woorden op prettige wijze aan de lezer voor te stellen. Klinkt goed hè? Ook dat kan, zelfs beter, los gelezen worden. Waarom ik dit doe? Omdat ik geen keuze kon maken én omdat ik een aanloop neem naar een ernstig, droevig en akelig maar heel goed boek volgens zoon Martijn. Het is nog niet eens zo’n onbenullig stukje geworden, geloof ik. Nou ja, misschien ook wel.