Het Zuiden roept … 2.

Enfin, daar waren wij nog in Zaltbommel, terwijl wij naar Eindhoven moesten. “Misschien dat wij dat alles op de terugweg komen bekijken” zeiden wij. Goed, op naar Eindhoven dus en wel naar het van Abbemuseum. Dat was wel even zoeken maar we kwamen er.

Door een passage, langs een kerk en ja hoor. Wij zagen daar een tentoonstelling van mensen die in de loop van 30 jaar een prijs van Heineken hadden gekregen. Ik heb maar  wat uitgekozen wat op mij de meeste indruk maakte.

Schilderijen van Matthijs Röling en hele grote kleurige ceramiek bakken van …de naam weet ik niet meer.Er waren veel prachtige dingen bij, maar ik kan natuurlijk niet alles laten zien. ’s Avonds stond er een diner voor ons klaar en de volgende dag ook al. Het is een zaligheid daar niet over na  te hoeven denken, een luxe ook. De volgende dag gingen wij een grote wandeling maken. Vanuit ons hotel konden wij zo het bos in.

En laat het nu precies zo’n heerlijk Brabants bos zijn, waarover ik al schreef in het vorige stuk. Ik heb een heleboel foto’s gemaakt, maar ik moet een keus maken. Hier zijn ze dan. Morgen beschrijf ik de laatste dag. Wat gaat de tijd toch snel voorbij, als je het fijn hebt.

Advertenties

De zomer nadert…

Gisteravond zat ik heerlijk wat te lezen.  Een boek van Tommy Wieringa: ‘Ga niet naar zee’.  Een prettig boek.  Ik had eerst wat in de krant gekeken maar dat is beter van niet, denk ik. Je wordt maar bang van de toestand in de wereld en ik wil nu juist genieten van de lente en de zomer. Het was nog een heerlijk temperatuurtje en er stonden nog twee ramen open.

Opeens vliegt er iets geels langs mij: een mot of een vlinder? Ik denk een verdwaalde vlinder. Is iemand hier onder de lezers een kenner? En zo ja, wat voor eentje is het, denkt u?  Ik werd er helemaal blij van: zo’n mooi geel fladderend beessie die zich door ons liet bewonderen. Ja, het is toch een stukje natuur in je huiskamer. Daarna kwamen er nog andere kleine vliegjes, van klein tot héél klein. Ik liet de ramen mooi openstaan, want ik was benieuwd wat er nog meer zou komen.

En ja… er kwam iets groters aan, iets vliesvleugeligs, zeg maar. Ik kon hem niet fotograferen, want hij (of zij) zoefde zo snel in het rond. Vanochtend vond ik hem, liggend op de grond, met zijn lange poten helemaal in de war. Het arme dier. Al die haast is nooit goed, dat heb ik laatst zelf ook ondervonden. Op dat bruggetje, weet u nog wel? Misschien heeft hij ook wel geschaafde knietjes… ik kan het niet zien. Maar hij bewoog niet meer, dus een pleister plakken zal niet meer nodig zijn.  Maar misschien heeft hij toch nog een jolig leven gehad, laten we het hopen.