Het moest van ons moeder

Wat moest er van ons moeder?  Eén keer per jaar een familiedag houden en nog wel op haar kosten. Zij had hiervoor een speciaal potje gereserveerd. Iedere keer is de beurt aan een ander om wat te organiseren. Het eerste jaar dat echtgenoot en ik het deden, liep het allemaal nogal soepel, als ik mij goed herinner. Dit keer waren wij opnieuw aan de beurt en wij dachten dan ook optimistisch: “Dat zal wel lukken, wel ja, zo moeilijk is dat niet!”  Het enige is dat we iets moeten vinden dat leuk is voor jong en oud. Daar dachten wij dus over en als vanzelf diende het zich aan. Ik las op Facebook dat iemand een wandeling had gemaakt samen met andere mensen onder leiding van een boswachter vlakbij ons geboortedorp. Dat het daar erg mooi is, wist ik nog en nu schijnt het nog mooier te zijn geworden. Ik kreeg van de betreffende persoon allerlei informatie en wij besloten daar zelf eerst  te gaan kijken. Of we daar in de buurt wat konden drinken en later een hapje eten –gewoon én vegetarisch- of we een beetje afgezonderd konden zitten en vooral of het sfeervol was.

En ja, dat was allemaal goed, mooi gelegen in het bos. Ideaal voor de kinderen om daar lekker te kunnen rotzooien, zeg maar, blubber, gras en bomen aanwezig, wat wil je nog meer als gezond kind?  Wij ouderen kunnen dan rustig wat kletsen, zo stelde ik mij voor. Dat kan ook allemaal en de meesten vonden het ook een heel goed plan, maar…  wanneer?  Het gebeuren zou plaats vinden rond 1 juni, de trouwdag van onze ouders. Dat hadden wij zelf destijds afgesproken. Dus stelden wij een datum voor, zaterdag 27 mei. Nee, dan was er toevallig de doop van het jongste kleinkind in Aken en de stam van broer J. viel dan uit. Toen kozen wij twee data, dat was misschien beter. Enfin, om een lang verhaal kort te maken, wij mailden en wij mailden en nu hebben wij een datum plus dat wij het nog konden veranderen bij dat leuke restaurant. Even was ik nog bang dat het een familiewinterdag zou worden, maar nee. Organiseren is niet mijn sterkste kant, dát heb ik nu wel gemerkt. Nu nog duimen voor mooi weer, dat is al wat we doen kunnen.

Eindelijk…

.. weer eens een logje. Ik was gisteren met Kwaster (Hans) gaan wandelen in ons Streekbos. Dat was best een tijdje geleden en het was ook nog prachtig lenteweer, dus dan moet je daar toch wel van profiteren.

Zo is het bos eigenlijk op z’n mooist. Er zijn nog kale bomen maar ook heel pril groene en dat vind ik altijd zo bijzonder. Ze vallen dan bijzonder op, die kleine jonge frisse boompjes.

Het was druk in het bos met ouders en kinderen en ook veel honden. Die kunnen toch genieten, geweldig. Zo, dat was toch weer wat. Ik zal wat foto’s uitzoeken, want in mijn enthousiasme heb ik natuurlijk een heleboel gemaakt, ook met het oog om wat te tekenen, te etsen of te schilderen.

Zo, allemaal de klokken een uur vooruitzetten en  minstens een uur langer slapen. Tenminste dat doe ik waarschijnlijk, hoor. Ze kunnen me wat. Ik wen er langzaam wel aan.

Zomaar een dinsdag

blog-004Omdat ik niet goed weet wat te schrijven, ga ik eens iets anders proberen. Ik ga vertellen hoe deze dag verloopt. Awel, daar komt-ie: ik stond voor mijn doen tamelijk op tijd op en ging douchen, aankleden, naar beneden en daar Boeli begroeten en brokjes geven. Ik zette koffie en at wat. Ik ben niet zo’n ontbijter maar moet iets eten bij mijn pillen voor de diabetes. Ik maakte een 10 minuten tekening, ik kijk niet meer op mijn horloge maar schat de tijd. En nu? Nu schrijf ik dit logje, ha ha.

bpg-021En nu is het al weer bijna 2 uur. Ik wandelde naar de Big Bazar om een elektrische vliegenmepper te kopen, want wij barsten ondanks al onze netheid van de fruitvliegjes. Helaas… waren ze op. Kennelijk was het hele dorp aan het meppen geweest. Ze hadden wel een mooi aquarelblok, dus dat komt altijd van pas. Dan maar naar de Blokker, ook op. “Maar het helpt bijna niks” troostte de verkoopster mij. “U kunt beter een stukje appel in een bakje doen of appelsap als u dat heeft, daarbij een scheutje azijn en water, plastic folie erop, gaatjes inprikken zo dat ze er wél in kunnen maar niet eruit”. Wat aardig hè zo’n gratis tip.

blog-022blog-020Toen ik daar toch eenmaal was, liep ik even bij de boekhandel naar binnen, even kijken alleen, dacht ik. Ik kocht daar een handwerkboek en een leesboek Billy de kat, niet zo duur allebei. En daar ik bij onze supermarkt was, ging ik even naar de planten kijken. Ik kocht er één, voor op mijn atelier, dat nu weer intensief gebruikt wordt en zo’n plant zo’n sierlijk gezelschap vormt.

Toen ging ik weer op huis aan, bepakt en bezakt. Ja, op zo’n winkelcentrum blijf ik altijd te lang snuffelen, gelukkig kom ik er niet vaak. Thuis gekomen, gingen wij lunchen. Hans maakte twee bakjes met appel enzo klaar, maar dat hielp niet. Wij kwamen toen op het idee een scheutje rode wijn erbij te doen; dat zou misschien beter werken, want ze vallen ook altijd ’s avonds spontaan in mijn glas, het liefst in rode wijn. Nu afwachten maar

blog-025Daarna maakte ik nog maar een tekening, lekker met kleur, dacht ik en véél langer dan in 10 minuten, maar het mislukte. Wel potver… heb ik nou al afgewassen? Nee, laten we dat dan maar eens gauw gaan doen. Toch heb ik de pest in als er iets mislukt, hoor en ik mag het niet eens stuk scheuren omdat het in mijn schetsblokje zit en wat erin zit, moet erin blijven, sprak ik in het begin met mijzelf af. Slim natuurlijk, je zou anders met een vrijwel leeg boekje komen te zitten. PAUZE. Wat ik vanavond doe? Dat weet ik nog niet. Misschien maak ik daar morgen een logje over of niet.

klik voor groter

Zielstevreden

blog 022Daar zit ik nu op een klein stoeltje zielstevreden alle plantjes tussen de steentjes van het terras uit te trekken. Ik doe het niet al te lang, want dat is misschien niet goed, maar ik ga gewoon iedere dag een stuk verder. Weet u wat het is, beste lezers? Ik ben gewoon blij dat ik weer dingen mag doen na al die weken van rust, nou ja, van tekenen en lezen dan. Meer mocht ik niet, geloof ik. Ons stoepje was namelijk hard bezig om helemaal onder te groeien en dat is niet de bedoeling. Als er hier en daar wat aardigs te voorschijn komt, vind ik dat wel leuk, hoor. Daarom vinden sommige mensen mij ook een tuinier van niks, maar ja, ieder doet het op zijn eigen manier, vind ik dan. En laatst nog, ik kan het zelf bijna niet geloven, heb ik met veel plezier de brede schoolgang boven gemopt en gesopt . Het gaf mij ook veel voldoening moet ik zeggen. Mooi is dat, hè? Ik ken mijzelf bijna niet terug want ik ben zo helemaal niet. Dus ja, ieder nadeel heb z’n voordeel, je hebt weer eens gelijk, Cruyffie. Nou ja, niet helemaal, denk ik. Want lang voordat mijn arm weer min of meer gewoon zal doen, zal mijn poets- en onkruidwoede al danig geslonken wezen. Dat weet ik wel zeker. Maar goed, laat ik maar zo lang het duurt, genieten van mijn onverwachte werklust.

blog 024Deze lieverdjes laat ik lekker staan, hoor. Of het moeten er te veel worden.

Een mooie vondst

blog 027Ik maakte onlangs een wandeling langs een brede sloot en wat zag ik daar? Een heel veld waterlelies en hun grote bladeren waren “rúcksichtloos” uit het water geschept en wreed op de oever gegooid.   “O wat vreselijk zonde” dacht ik, “wie doet dat nu met zoiets prachtigs?” Maar toen herinnerde ik mij dat de sloten regelmatig uitgediept moeten worden en de wallenkanten schoongemaakt. Anders zouden de sloten zomaar dichtgroeien. Ja, je woont op het platteland en dan weet je dat.

blog 031blog 034Evengoed stond ik met droeve ogen naar de ravage te kijken. Ik zag een paar bloemen liggen die er nog fris uitzagen. Weet je wat, dacht ik, ik probeer hier een nieuwe profielfoto te maken. En ja, gelukt, leuk, vind ik zelf dan.

blog 013blog 002Vervolgens nam ik wat mee naar huis om het in een schaal te leggen. En ja, één bloem deed het. Hij fleurde op en ging helemaal open. Voor wie een vijver heeft, zal dit bekend zijn, maar voor mij was dit heel bijzonder.  ’s Avonds ging hij weer dicht, tot mijn verbazing. “Wow Hans, zou hij morgen weer opengaan?” vroeg ik. Nee, dat dacht hij niet, “Ze bloeien misschien maar één dag”, veronderstelde hij, want ja, voor hem was dit ook nieuw. De volgende ochtend, JAWEL, hij ging weer open. Wat mooi, het leek wel de Efteling bij mij thuis, nee nog mooier, want deze was echt. Hij is nu al drie of vier keer open en dichtgegaan. Vanochtend had ik haast, vergat te kijken –ook schoonheid went kennelijk- en zag hem dicht daarstraks. Misschien gaat hij morgen nog een keertje open of zou hij ons ondankbaar vinden? Het lijkt mij wel een bloem met een zeer gevoelige ziel.. Ik heb hem al mijn spijt betuigd en morgen zal ik meteen kijken.

Een wonderlijke plant

blog 018Nu heb ik een plant, die het sinds september tot nu toe heel goed deed, maar laatst opeens hing zij slap. Water nodig? Nee, zij voelde nog nat aan. “Misschien te nat geweest…”veronderstelde Kwaster. Tja, zou kunnen en ik hoopte dat zij weer zou opknappen. Máánden had zij het goed gedaan, dus een makkelijke plant had ik al geconcludeerd. Maar nee, zij bleef hangen en indrogen ook al, hoewel er nog een paar frisse sprietjes stonden. Met  een kindje op schoot’ want zo heet zij, ‘kindje op moeders schoot’. Ik liet haar nog maar een tijdje staan en nu zag ik vandaag dat zij al veel meer verse sprietjes heeft gemaakt. Ik moest opeens denken aan een kamerplant die ik eens had, Slaapkamergeluk geheten en die deed het altijd heel goed, tot hij ook opeens verschrompelde. Ik trok dan het verdroogde spul eruit, gaf hem water en hup, er kwamen nieuwe takjes en blaadjes aan en na verloop van tijd, stond hij er opnieuw prachtig bij. Wonderlijk hè? Ik ga dat bij deze ook maar eens doen, wie weet?

Maar stiekem denk ik nu: waarom kunnen wij mensen niet hetzelfde doen?  Ik stel het mij zo voor: maanden leiden wij een heerlijk leventje en genieten van onze eigen schoonheid, tot … wij beginnen te verschrompelen. Als dat ons éénmaal gebeurd is, voelen wij het de volgende keer aankomen. Wij blijven dan rustig een paar weken binnen. Vraagt iemand naar ons, zegt de partner: “Zij is een paar weken op reis om op te knappen”. De vragensteller kijkt begrijpend, want één dezer dagen is hij of zij zelf ook zo ver. Het zijn dan een paar saaie weken maar het is de moeite waard. Wij komen geheel en al verjongd te voorschijn.

Als dat eens zou kunnen, als het nu bij ons ook eens mogelijk was, waarom is daar ‘in den beginne’ nooit aan gedacht?