Een abuis

Ik had al een tijdje zin om weer eens wat te haken en dan vooral iets waarmee je allerlei kleuren kunt gebruiken, die ik nog volop heb van mijn vorige handwerkperiode’s. Ik ben weliswaar nog steeds volijverig aan het schilderen, tekenen en etsen, maar iets erbij voor een saaie avond zou wel lekker zijn, dacht ik zo. Nu zag ik bij Hanscke op haar weblog een gehaakt fruitnet. Als je er met dun garen een paar maakt, kun je ze gebruiken in plaats van plastic zakken, dat stond er bij. Is nog goed voor het milieu ook. Ik kreeg van Hanscke het patroon toegestuurd.

“Ik neem gewoon katoen, dat zal ook niet zo dik zijn” dacht ik. Nodig was ook een dikke haaknaald, las ik. Mijn dikste pen was nummertje 10 en ik vond hem behoorlijk dik. Ik zocht wat leuke kleuren uit en begon opgewekt te haken. Toen ik zo een eindje  gedaan had, zag ik bij mij een heel ander net ontstaan dan die op de foto van Hanscke. Veel dikker én kleinere openingen. Maar dat net was te klein, schreef zij, want er kon maar krap een of twee appels in. “Veel meer steken meerderen” had zij er bij geschreven. Nou, dan maar een ander soort net, dacht ik en maakte er een hoop steken bij. Toen ik het wel genoeg vond, stopte ik met meerderen en haakte vrolijk verder aan mijn kleurige net. Maar … wat was dat? Het net bleef klein en werd zwaarder en zwaarder. Mismoedig bekeek ik het ding en begreep: er was dus veel dunner garen voor nodig geweest en dat had ik niet. Ik kon er natuurlijk wel een ander soort tasje van maken … of … nee, meer kon ik niet bedenken. Teleurgesteld zette ik het ding maar op mijn kop om Kwaster zijn aandacht te trekken. Kwaster keek en zei bewonderend: “Niks meer aan doen, is een fantastisch leuke muts!”  Ik ging in de spiegel kijken en ja, helemaal niet zo gek, hee. Ik denk dat ik dat maar doe, met een koordje erdoor of een elastiek en alle kleuren jassen staan er prima bij. Hoe vind u dat? Het is helemaal geen abuis maar een complete creatie, zeg maar. Toch is het een gek idee, hoor. Je begint aan een net en het wordt zomaar een muts, haha!

(Sorry Hanscke)

Advertenties

Rommel de bommel

“Wat is er Kwaster? Hoofdpijn, ach… Ga even lekker op het bedje lig… o nee, dat ligt helemaal vol”. Moet ik nodig weer eens opruimen. Maar ja, ik kan ook niet alles tegelijk. Ik ben al bezig met de boekenkasten, boven én beneden, schiet nog niet erg op, en zo tobde ik wat in mijzelve. Intussen was ik een soortement van boodschappennetje aan het haken van een patroon dat ik van Hanscke toegstuurd had gekregen. En omdat ik het verkeerde garen had –moest heel erg dun zijn – én een haaknaald had die nóg dikker moest zijn dan ik al had, was ik dus helemaal fout bezig. En van het een kwam het ander. Opeens zag ik de waarheid onder ogen. Hier komt hij: OVERAL WAAR IK ZIT, KOMEN ER STAPELTJES SPULLEN TE LIGGEN. Je kunt het spoor zo volgen. Op de bank en op de middentafel bollen katoen in allerlei kleuren e.a.d. (en andere dingen), op dat bewuste bedje tekenspullen, krijtjes, schetsblokjes, etui’s, aquareldingen e.a.d. én alsof het nog niet erg genoeg is, zet zoon Martijn er vaak nog wat bij, met name 4 plastic flamingo’s (3 zijn heel en 1 kapot) en een grote doos VOL met gedichten. Voor beiden heb ik nog geen plaatsje gevonden. Wel heb ik al  twee bundels gelezen, hoewel ik dat normaal zelden doe. Het stukje bank dat over is, daar ligt Boeli op, ontzettend slordig, al zeg ik het zelf. Maar ja, zo’n beest past zich aan, je kunt het hém niet kwalijk nemen. Het is toch wat hè mensen? Op deze manier krijg ik nooit van zijn leven een opgeruimd huis, want ik zelf blijf stapeltjes produceren, ongemerkt en nog veel vlugger dan ik kan (of wil?) opruimen. Gelukkig heb ik wél van nature een opgeruimd karakter en dat is ook wat waard, hoor.

Een gênant ogenblik

Laatst maakte ik kennis met een nieuwe mevrouw op het Vollemaansfeest, Anna. Zij was daar voor het eerst. Wij raakten in een langdurig gesprek wat zij wel fijn vond, denk ik, omdat zij nog bijna niemand kende.  Zij vertelde en vertelde…af en toe knikte ik instemmend of maakte passende geluiden. Best leuk, hoor, want het was een aardige vrouw. Op een gegeven moment wilde ik op een onderwerp ingaan en begon ook wat te vertellen… “Ho Thérèse, wacht even, ik heb maar één oor…” riep zij. Ik verstomde verschrikt. Ik zat links van haar en ik keek, ja daar zat een oor. Dan moest aan de andere kant … ik staarde maar durfde niet op te staan om aan de andere kant te gaan kijken. Er viel een akelige stilte, tot bij Anna het kwartje viel. “Ach, ik bedoel natuurlijk dat in mijn andere oor geen gehoor zit, ik hoor daar niet mee” verduidelijkte zij, een tikkeltje bazig. Ja, wel een beetje dom van mij. Maar goed enfin, kan gebeuren.

agendakrabbel

Na een tijdje was ik weer eens mijn tas kwijt, waar ik mijn fototoestel in had gedaan. “Heeft iemand soms een zwarte tas gezien?” riep ik. “Deze? Of deze?  Nee, misschien deze??” Men stak een menigte zwarte tassen omhoog. Opeens zag ik de mijne. Hij stond gewoon midden op een grote tafel. Toch, wie zou nu gedacht hebben dat vrijwel alle vrouwen ook een zwarte tas bij zich hadden?  Midden in de zomer? Ach dom, ik had zelf ook een zwart geval. Hahaha, volgende keer kies ik een leuk kleurtje uit. Ik heb namelijk een zwak voor tassen, een donkergele, denk ik. Ik zal eens in de winkels gaan kijken…

De wonderlijke plantenwereld

Laatst was ik zo trots dat de gekregen Stephanotis weer ging bloeien en in zijn enthousiasme maakte hij nóg meer bloemen, maar… ik vergat hem ’s middags even uit de felle zon te zetten. Wij hebben door de hoge ramen in de school geen zonweingen en dan is het best moeilijk om goed voor je planten te zorgen. In ieder geval zag ik toen heel wat verkleurde gevlekte bladeren door de zon, denk ik.

Ook heb ik een heel aparte Kalanchoë. Hij leek vol met witte druiven te zitten, maar opeens zag ik een heleboel gaatjes zitten en zwarte puntjes op de vensterbank. “Zal ik hem maar weggooien, Kwaster?” vroeg ik. “Nee, zet hem maar buiten, even aankijken maar…”. Dus dat deed ik. En wonder boven wonder REEDS de volgende dag zag hij er prachtig uit, zijn zielige druifjes waren in één nacht allemaal mooi roze geworden. Hoe dat kan? Buiten krijgt hij net zoveel zon als binnen, want de tuin ligt op het zuiden. Maar ik was er blij mee.

Ik had stekken gekregen van een zgn. Bladcactus. Mij was beloofd dat hij over een tijd –niet al snel- prachtig zou gaan bloeien met bloemen die nog heerlijk ruiken ook. Maar zag ik tot mijn verbazing: hij heeft nu al een grote knop. Leuke verrassing, niet? Over de tuin zullen we het nu maar niet hebben. Ik doe mijn best en gieter ’s avonds behoorlijk wat. Het ene doet het goed, het andere minder. Goede tijden, slechte tijden, GTST zeg maar.

Update:

‘k Ben zelf een dom gansje…’

Ik heb lang zitten twijfelen of ik u dit wel zou gaan vertellen of niet. U zou misschien kunnen denken dat ik hier zou willen klagen, maar dat is het niet, hoor. Het IS wel zielig voor mij, maar u MAG er ook een beetje om lachen. Ja, niet te hartelijk natuurlijk, want zo lollig  is het nu ook weer niet.

Ik ga het u dus WEL vertellen. Ik was aan het wandelen, eergisteren; het was prachtig weer, de tulpen bloeiden dat het een aard had; de Keukenhof was er niks bij. Ik maakte flink wat foto’s en kwam al wandelend en genietend bij een bruggetje, dat leidt naar een tunneltje onder het spoor. Op dat bruggetje hebben ze links en rechts dunne latjes gemaakt om niet uit te glijden tijdens de afdaling bij nat weer. Maar ik moest juist naar boven, keek of er nog wat moois te fotograferen was en opeens voelde ik mij struikelen  en BOEM au au, daar lag ik. Niet op zo’n latje gelet. Daar zat ik op dat bruggetje en voelde al dat het moeilijk zou worden om omhoog te komen. Ik bleef maar even zitten dan en bekeek mijn knieën, jawel geschaafd, met bloed, net als onze jongens vroeger zo vaak. Ik deed weer een poging om omhoog te komen, maar het lukte niet. Maar toen –het leek wel een sprookje, mensen- kwam er een lieve mevrouw aan in een auto. Zij stopte en kwam naar mij toe rennen. Zij vroeg waar ik pijn had, hielp mij omhoog en bood aan mij naar de dokter te brengen. Het leek mij niet nodig, want ik voelde mij goed. Toen zei ze: “Ik breng u wél even naar huis, hoor. Is een kleine moeite”. Kordaat hees zij mij omhoog, keek bezorgd of ik goed kon lopen en bracht mij thuis. Wat ontzettend lief hè?

Maar waar ik nu meezit, is de vraag of ik op mijn leeftijd (73) het tijdperk der kwalen inga, dan weer hier over struikel dan daar weer dáár afdonder en dat ik dan heel voorzichtig moet worden, waar ik tot nu toe bijna nooit aan dacht. Dat zal nog een heel leerproces worden. Of is het nu voorlopig dan afgelopen met die pechvogelarij??  Tja…

Dé Plek

Dé  Plek    Boem, dáár stonden wij stil, midden in de Achterhoek, om precies te zijn ergens tussen Aalten en Varsseveld, op een small weggetje. Was het nu de Veenweg of de Entinkweg? Dat wilde de Wegenwacht graag weten om ons te kunnen vinden in dat weidse land. Nergens een naamplaatje te zien. Maar goed, ze kwamen eraan maar het kon wel een uurtje duren. Over een uurtje hadden wij in het crematorium moeten zijn bj de uitvaart van een lieve (bijna) 95 jarige zwager. Maar ja, overmacht hè? Het was ons ook gebeurd toen wij onlangs op een 80-jarige verjaardag van een schoonzusje uitgenodigd waren. Stonden wij ook al met autopech. Het is het Noodlot, denk ik.

Het verschil is dat we nu daar nog aangekomen zijn, de verjaardag hebben wij destijds helemaal niet bereikt. Behalve de dienst dan hebben wij alles nog meegemaakt. Men was blij ons alsnog te zien opdagen. Wij waren ook blij natuurlijk om de weduwe te kunnen condoleren en onze daar aanwezige andere familieleden. Dit keer hadden wij alles zo goed voorbereid: de auto had pas een grote beurt gehad, ik had mijn mobieltje opgeladen, we vertrokken vroeg en waren in feite een uur te vroeg daar en toch, lieve mensen…  Enfin, het was een mooie dienst, wij hebben alsnog de teksten en voordrachten gekregen per mail  (lief Aart en Astrid, dank jullie wel) En onze zwager zal heel tevreden zijn, denk ik wel.

‘Een HOEFTNIXDAG’

Een  ‘HOEFTNIXDAG  Weet u wat dat is? Nee? Aan het eind van dit verhaaltje snapt u het helemaal. Ik had er zomaar gisteren zo één. Ik was een beetje laat opgestaan, ik nam een klein ontbijtje en ik begon alvast in een spiksplinternieuw boek. Een heerlijk begin van de dag. En dat voelde zo lekker, dat ik dacht: zou ik dat niet de hele dag mogen van mijzelf? Lezen, lezen, nu eens in het ene boek dan weer in het andere. De laatste tijd krijg ik wel eens zomaar slaap, beste lezers.  Dat zal de leeftijd zijn, denk ik dan en ga ik er tegen vechten. Maar nu –gisteren dus-  gaf ik er gewoon aan toe. Dat was ook al zo lekker. Dan werd ik wakker zonder enig schuldgevoel en las weer verder. En de afwas? Nou, laat die maar lekker staan!! Voor de frisse neus maakte ik wel even een wandelingetje en zakte bij terugkomst met dubbel plezier in mijn hoekje op de bank.  *gesnurk*

 

Kwaster vond het er zo aantrekkelijk uitzien dat hij hetzelfde kwam ‘doen’, een beetje nix, een puzzeltje maken, een muziekje lezen, een tijdschriftje doorbladeren, een hoofdstukje boek lezen en … een tukkie doen.  *snurk snurk*

 

Wilt u het ook graag eens proberen? Ik zal u wat tips geven. a. Je moet zo iets niet vooruit plannen, het overkomt je. b. Je zoekt je eigen lievelingsluiïgheden uit, niet die van mij dus. c. Degenen die nog moeten werken, kunnen het op een vakantiedag doen natuurlijk. Heerlijk midden op de camping gaan zitten, zodat je in alle rust (haha)  alle bedrijvigheid vanuit je stoel ongegeneerd kunt bekijken. Men komt dan geheid een praatje met je maken, tenminste ik had het er maar druk mee. Wordt het je te veel, ga dan lekker in je tent op je bedje liggen en doe de rits dicht van de slaapcabine. Roept men je toch (ja, heel onbeleefd) geen antwoord geven, desnoods alleen een snurkje.