De wonderlijke plantenwereld

Laatst was ik zo trots dat de gekregen Stephanotis weer ging bloeien en in zijn enthousiasme maakte hij nóg meer bloemen, maar… ik vergat hem ’s middags even uit de felle zon te zetten. Wij hebben door de hoge ramen in de school geen zonweingen en dan is het best moeilijk om goed voor je planten te zorgen. In ieder geval zag ik toen heel wat verkleurde gevlekte bladeren door de zon, denk ik.

Ook heb ik een heel aparte Kalanchoë. Hij leek vol met witte druiven te zitten, maar opeens zag ik een heleboel gaatjes zitten en zwarte puntjes op de vensterbank. “Zal ik hem maar weggooien, Kwaster?” vroeg ik. “Nee, zet hem maar buiten, even aankijken maar…”. Dus dat deed ik. En wonder boven wonder REEDS de volgende dag zag hij er prachtig uit, zijn zielige druifjes waren in één nacht allemaal mooi roze geworden. Hoe dat kan? Buiten krijgt hij net zoveel zon als binnen, want de tuin ligt op het zuiden. Maar ik was er blij mee.

Ik had stekken gekregen van een zgn. Bladcactus. Mij was beloofd dat hij over een tijd –niet al snel- prachtig zou gaan bloeien met bloemen die nog heerlijk ruiken ook. Maar zag ik tot mijn verbazing: hij heeft nu al een grote knop. Leuke verrassing, niet? Over de tuin zullen we het nu maar niet hebben. Ik doe mijn best en gieter ’s avonds behoorlijk wat. Het ene doet het goed, het andere minder. Goede tijden, slechte tijden, GTST zeg maar.

Update:

Advertenties

‘k Ben zelf een dom gansje…’

Ik heb lang zitten twijfelen of ik u dit wel zou gaan vertellen of niet. U zou misschien kunnen denken dat ik hier zou willen klagen, maar dat is het niet, hoor. Het IS wel zielig voor mij, maar u MAG er ook een beetje om lachen. Ja, niet te hartelijk natuurlijk, want zo lollig  is het nu ook weer niet.

Ik ga het u dus WEL vertellen. Ik was aan het wandelen, eergisteren; het was prachtig weer, de tulpen bloeiden dat het een aard had; de Keukenhof was er niks bij. Ik maakte flink wat foto’s en kwam al wandelend en genietend bij een bruggetje, dat leidt naar een tunneltje onder het spoor. Op dat bruggetje hebben ze links en rechts dunne latjes gemaakt om niet uit te glijden tijdens de afdaling bij nat weer. Maar ik moest juist naar boven, keek of er nog wat moois te fotograferen was en opeens voelde ik mij struikelen  en BOEM au au, daar lag ik. Niet op zo’n latje gelet. Daar zat ik op dat bruggetje en voelde al dat het moeilijk zou worden om omhoog te komen. Ik bleef maar even zitten dan en bekeek mijn knieën, jawel geschaafd, met bloed, net als onze jongens vroeger zo vaak. Ik deed weer een poging om omhoog te komen, maar het lukte niet. Maar toen –het leek wel een sprookje, mensen- kwam er een lieve mevrouw aan in een auto. Zij stopte en kwam naar mij toe rennen. Zij vroeg waar ik pijn had, hielp mij omhoog en bood aan mij naar de dokter te brengen. Het leek mij niet nodig, want ik voelde mij goed. Toen zei ze: “Ik breng u wél even naar huis, hoor. Is een kleine moeite”. Kordaat hees zij mij omhoog, keek bezorgd of ik goed kon lopen en bracht mij thuis. Wat ontzettend lief hè?

Maar waar ik nu meezit, is de vraag of ik op mijn leeftijd (73) het tijdperk der kwalen inga, dan weer hier over struikel dan daar weer dáár afdonder en dat ik dan heel voorzichtig moet worden, waar ik tot nu toe bijna nooit aan dacht. Dat zal nog een heel leerproces worden. Of is het nu voorlopig dan afgelopen met die pechvogelarij??  Tja…

Dé Plek

Dé  Plek    Boem, dáár stonden wij stil, midden in de Achterhoek, om precies te zijn ergens tussen Aalten en Varsseveld, op een small weggetje. Was het nu de Veenweg of de Entinkweg? Dat wilde de Wegenwacht graag weten om ons te kunnen vinden in dat weidse land. Nergens een naamplaatje te zien. Maar goed, ze kwamen eraan maar het kon wel een uurtje duren. Over een uurtje hadden wij in het crematorium moeten zijn bj de uitvaart van een lieve (bijna) 95 jarige zwager. Maar ja, overmacht hè? Het was ons ook gebeurd toen wij onlangs op een 80-jarige verjaardag van een schoonzusje uitgenodigd waren. Stonden wij ook al met autopech. Het is het Noodlot, denk ik.

Het verschil is dat we nu daar nog aangekomen zijn, de verjaardag hebben wij destijds helemaal niet bereikt. Behalve de dienst dan hebben wij alles nog meegemaakt. Men was blij ons alsnog te zien opdagen. Wij waren ook blij natuurlijk om de weduwe te kunnen condoleren en onze daar aanwezige andere familieleden. Dit keer hadden wij alles zo goed voorbereid: de auto had pas een grote beurt gehad, ik had mijn mobieltje opgeladen, we vertrokken vroeg en waren in feite een uur te vroeg daar en toch, lieve mensen…  Enfin, het was een mooie dienst, wij hebben alsnog de teksten en voordrachten gekregen per mail  (lief Aart en Astrid, dank jullie wel) En onze zwager zal heel tevreden zijn, denk ik wel.

‘Een HOEFTNIXDAG’

Een  ‘HOEFTNIXDAG  Weet u wat dat is? Nee? Aan het eind van dit verhaaltje snapt u het helemaal. Ik had er zomaar gisteren zo één. Ik was een beetje laat opgestaan, ik nam een klein ontbijtje en ik begon alvast in een spiksplinternieuw boek. Een heerlijk begin van de dag. En dat voelde zo lekker, dat ik dacht: zou ik dat niet de hele dag mogen van mijzelf? Lezen, lezen, nu eens in het ene boek dan weer in het andere. De laatste tijd krijg ik wel eens zomaar slaap, beste lezers.  Dat zal de leeftijd zijn, denk ik dan en ga ik er tegen vechten. Maar nu –gisteren dus-  gaf ik er gewoon aan toe. Dat was ook al zo lekker. Dan werd ik wakker zonder enig schuldgevoel en las weer verder. En de afwas? Nou, laat die maar lekker staan!! Voor de frisse neus maakte ik wel even een wandelingetje en zakte bij terugkomst met dubbel plezier in mijn hoekje op de bank.  *gesnurk*

 

Kwaster vond het er zo aantrekkelijk uitzien dat hij hetzelfde kwam ‘doen’, een beetje nix, een puzzeltje maken, een muziekje lezen, een tijdschriftje doorbladeren, een hoofdstukje boek lezen en … een tukkie doen.  *snurk snurk*

 

Wilt u het ook graag eens proberen? Ik zal u wat tips geven. a. Je moet zo iets niet vooruit plannen, het overkomt je. b. Je zoekt je eigen lievelingsluiïgheden uit, niet die van mij dus. c. Degenen die nog moeten werken, kunnen het op een vakantiedag doen natuurlijk. Heerlijk midden op de camping gaan zitten, zodat je in alle rust (haha)  alle bedrijvigheid vanuit je stoel ongegeneerd kunt bekijken. Men komt dan geheid een praatje met je maken, tenminste ik had het er maar druk mee. Wordt het je te veel, ga dan lekker in je tent op je bedje liggen en doe de rits dicht van de slaapcabine. Roept men je toch (ja, heel onbeleefd) geen antwoord geven, desnoods alleen een snurkje.

Dolce far niente

“Kwaster”, zeg ik, na een enorm waterballet veroorzaakt te hebben, door een vaas te vullen, die al heel vol wás, “dit wordt echt zo’n dag waarop ik beter helemaal niets kan doen”.  “Ja, dat lijkt mij ook beter” beaamt hij. Een heerlijk geluksgevoel stroomt door mij heen. Ik ben daar niet zo rouwig om. Dolce far niente, daar ben ik eigenlijk heel goed in.

Het been

Soms denk ik wel eens ’s avonds laat wat het leukste of het mooiste of het droevigst is, wat ik die dag meegemaakt heb. Ik moet dat trouwens eens gaan opschrijven, want het zou de moeite waard kunnen zijn en vergeten doe je dat snel. Het heeft iets filosofisch, vind ik, wat ik niet van mijzelf verwacht had. Het was gisteren wel iets concreets, hoor. Je kon het gewoon zien en  je verbazen. Op zich zelf had het niets filosofisch. Maar het was wél iets geheel onverwachts. Een heuse verrassing. Nou, hier komt-ie dan: een bijzonder been. Ik mocht er een foto van maken. Kunt u ook mee genieten. Een koninklijk been en ik heb de primeur. O zo. Wat zegt u ervan?

Ter geruststelling

Omdat vrijwel  iedereen zich ongerust maakte over ons mogelijke slaaptekort door die enorme feestverlichting aan de overkant, zal ik even wat nadere toelichting geven. Wij hebben in onze slaapkamer een soort luxaflex en tot onze opluchting houdt die genoeg licht tegen om te kunnen slapen. Wel zitten wij –en daar moest ik toch zo om lachen en nóg eigenlijk – tot het einde van het jaar in een huiskamer, die overdadig geïllumineerd is, terwijl Sinterklaas nog niet eens gearriveerd is. Ik heb speciaal een foto gemaakt om u een indruk te geven.
Is er hier verder nog wat gebeurd? O ja, volop. Men is dagen aan het graven geweest; niemand wist waarom of waarnaar maar nu onlangs bleek dat het iets met de waterleiding was. Dat concludeerde Kwaster (Hans) toen hij een kraan opendraaide en er behalve wat stoterig water ook “plof plof plofplof” uitkwam. Vreemd hè dat niemand je daarvan op de hoogte houdt? De boel is nu weer dicht: de mensen en apparaten zijn verdwenen. Er staan alleen nog wat paaltjes e.d. Dus er zal nog iets op het programma staan.
Verder, vandaag met name, stond de timmerman, weer tot onze stomme verbazing maar ook blijde verrassing voor de deur. Hij heeft wat platen neergelegd en komt morgen het een en ander echt doen. U begrijpt misschien niet waarom wij zo verbaasd zijn, maar dat komt omdat hij eigenlijk vorig jaar zomer zou komen, gelijk mét of direct na de schilder. Dus ja, wat zal ik u zeggen?  Na maanden van wanhoop komt er’ licht’ (hihihi) in  timmermans duisternis.  O wat zijn wij heden blij, trala la lala…*Th. neuriet verheugd verder*