Het Zuiden roept … 3.

Aan ons ontbijt vroeg ik aan Hans:  “Wat zullen we gaan doen op onze laatste dag? Zullen we de rest van het van Abbe museum gaan bekijken? Zo vaak komen we niet in Eindhoven. Of eerst nog wat wandelen in een ander stuk bos?”  Hans hoefde al niet meer na te denken. Hij lachte geheimzinnig. “Nee Hans, we gaan nog niet naar huis. We hebben nog een hele dag! “ Hij lachte nog ondeugender en zei: “Je zult het misschien gek vinden, maar ik zou het liefst naar Jip en Janneke gaan kijken”. Nou, dat had ik inderdaad niet gedacht. “Heel leuk Hans, wil ik ook. Weer naar Zaltbommel!”

We waren snel ingepakt en gingen op weg. En al gauw waren wij ter plekke. Wij parkeerden de auto aan de Waal en bewonderden de allernieuwste brug. Daarna liepen wij het stadje in. Het begon met een beetje pech, want het Stadskasteel (museum) ging pas om 1 uur open, onze IJsmeneer was ook nog dicht, maar “de kerk is open” zei Hans opgetogen. Hij heeft iets met kerken vooral sinds hij een boek geschreven heeft over zijn overgrootpa, een kunstschilder,  die veel voor neogotische kerken geschilderd heeft. Wij gingen dus naar binnen en daar was iets aan de gang met groente en fruit, alles bio en gezond, dat soort dingen. Overal lagen pakken stro om het landelijk te maken. Hans kon toch de kerk nog wel bekijken, al vond hij dat gedoe wel raar en ik ging daar maar eens een rondje maken. Ook die markt of wat het ook voorstelde, was eigenlijk nog niet open.

Men was nog druk aan het inrichten, maar goed, toen wij alles gezien hadden gingen wij naar het grote Stadskasteel, vooral voor Fiep moet ik zeggen. En Fiep wás leuk. Het was niet zo’n grote expo, maar wel reuze gezellig.

Wij zagen ook Fiep haar tekenbureau, krijtjes en pennen. Ik begon mijn eigen Fiepverzameling weer meer te waarderen. Daarna liepen wij de tuin nog rond en dronken wat fris. En toen was het afgelopen; we gingen naar huis. We hadden prachtige dagen gehad, Hans evengoed, hoor.  Een romantische mini-huwelijksreis, zo voelde ik het. Dag dag.

Advertenties

Het Zuiden roept … 2.

Enfin, daar waren wij nog in Zaltbommel, terwijl wij naar Eindhoven moesten. “Misschien dat wij dat alles op de terugweg komen bekijken” zeiden wij. Goed, op naar Eindhoven dus en wel naar het van Abbemuseum. Dat was wel even zoeken maar we kwamen er.

Door een passage, langs een kerk en ja hoor. Wij zagen daar een tentoonstelling van mensen die in de loop van 30 jaar een prijs van Heineken hadden gekregen. Ik heb maar  wat uitgekozen wat op mij de meeste indruk maakte.

Schilderijen van Matthijs Röling en hele grote kleurige ceramiek bakken van …de naam weet ik niet meer.Er waren veel prachtige dingen bij, maar ik kan natuurlijk niet alles laten zien. ’s Avonds stond er een diner voor ons klaar en de volgende dag ook al. Het is een zaligheid daar niet over na  te hoeven denken, een luxe ook. De volgende dag gingen wij een grote wandeling maken. Vanuit ons hotel konden wij zo het bos in.

En laat het nu precies zo’n heerlijk Brabants bos zijn, waarover ik al schreef in het vorige stuk. Ik heb een heleboel foto’s gemaakt, maar ik moet een keus maken. Hier zijn ze dan. Morgen beschrijf ik de laatste dag. Wat gaat de tijd toch snel voorbij, als je het fijn hebt.

Het zuiden roept… 1.

Aangezien  het afgelopen donderdag onze trouwdag was, de bruid (ik dus) volop zin had om dat te vieren maar…  de bruidegom niet los te wrikken is  van zijn computer en het schrijven daarop van een boek en derhalve nergens anders aan denkt, zeker niet aan een trouwdag, nam ik het heft zelf maar in handen. Ik zocht en vond. Het zuiden, vlakbij een stad i.v.m. musea en dergelijke en bossen en alles wat daar bij hoort, zandverstuivingen, heidevelden, naaldbomen en ook bladerbomen, tekenen van de naderende herfst zoals daar zijn eikels, dennenappels, paddenstoelen, hazel- en beukennoten, bruine, gele en rode bladeren, kastanjes… Ziet u het voor u? Dat soort bossen.

IMG_9637  IMG_9640

Ik legde dat alles vast met een hotel en toen dat eenmaal gebeurd was, nodigde ik mijn wederhelft uit om mee naar het zuiden af te reizen. En hij ging waarachtig mee, ja hij moest wel eigenlijk. Het was een heel eind rijden donderdag, onze broodjes waren al op en we kregen zin in koffie. “Zou je het leuk vinden om eens in Zaltbommel te gaan kijken?” hoorde ik tot mijn stomme verbazing de chauffeur zeggen. “Ja, zeker wel”, zei ik meteen. “Ik wil nu eindelijk die toren wel eens van dichtbij zien” legde mijn echtgenoot Hans uit, “maar ja ja eerst koffie natuurlijk” zei hij gauw. Enfin, wij liepen door het stadje –een mooi stadje overigens- maar nergens iets wat op een kopje koffie wees. Ten einde raad vroegen wij het maar aan een mevrouw en ja hoor, die wist van wanten. Daar om de hoek, wees zij, en aan de andere kant  is ook een ijssalon, die ook koffie schenkt, dacht zij. En jawel hoor, wij kregen een heerlijk kopje koffie mét een ijsje erbij. O, wat smaakte dat heerlijk, na dat lange zoeken. Intussen vertelde de ijsmeneer wat er allemaal te zien was in Zaltbommel, een stadskasteel, ingericht als een museum met o.a. een tentoonstelling van Fiep Westendorp (die in dit stadje geboren is), een waterpoort, dé kerk met de beroemde toren (…en temidden van die rommel, rommel, ligt de toren van Zaltbommel,,,u kentdat wel, hè?)

Nou, ik ga straks weer verder… geduld dus.

Dat was best lang …

Dat was best lang geleden …  …dat ik in Artis was. Eerst zaten we in de hittegolf –en die duurde en duurde – waardoor ik geen zin had in een nóg warmer Amsterdam te vertoeven. Maar goed, gisteren was ik er dan toch weer. Het was een prachtige dag, met ideaal weer.

Eerst ging ik maar naar de leeuwen om de dames daar te condoleren met het verlies van Caesar. Het naarste kan je maar zo gauw mogelijk achter de rug hebben. En ja hoor, het zag er triest uit. De twee leeuwinnen lagen bijna onzichtbaar achter de struiken, waardoor het terras een lege indruk maakte. Er was een prikbord neergezet, waarop de kinderen tekeningen en briefjes konden plaatsen. Ja, die zijn ook gewend dat geweldige beest daar altijd te zien. Caesar is 20 jaar geworden, wat oud is voor een leeuw, zegt men.

Daarna ging ik naar de olifanten en daar ging alles goed. Olifant Dindee is zwaar verliefd op Nikolai en hij op haar, zo te zien. Ze draaien steeds met hun slurven om elkaar heen. Zij hebben in dat puntje van hun slurven meer gevoel dan wij in onze vingertoppen, las ik. Eigenlijk zijn wij maar onbeholpen snuiters, lijkt mij, maar dat terzijde. Ma Olifant houdt zich wat terzijde, een beetje van ‘aan mijn lijf geen polonaise, makker’.  Dat maakt de kleine Sanoek wat onzeker, want zij vindt die kanjer Nikolai ook erg leuk. Zij draaft dan ook van de een naar de ander en stoort iedere keer het verliefde paar. Maar olifanten zijn heel geduldig met kleintjes want de veiligheid van de kudde staat altijd voorop. Mooi, hè? Ze hebben mijn sympathie, die goeie lobbesen.

En…ik heb het kleine gorillaatje gezien, die door zijn moeder in Duitsland verstoten was, weet u wel? Nou, het gaat goed. Zij speelt en dolt volop met twee jonge mannelijke gorilla’s, die haar tevens ook wat bescherming bieden. Voor ‘de grote baas’ heeft zij het nodige respect en als zij het even vergeet, gaat één van de jongens beschermend vóór haar staan.

(Voor Bertie)

Wordt vervolgd…

Uitje met zoon Martijn

Uitje met zoon Martijn     En waarheen gingen wij? Naar de dierentuin, naar Artis. Dat hadden wij al een tijdje geleden afgesproken, maar het was er tot dusver niet van gekomen. Gisteren was het zover. En ik moet u zeggen, dat wij allebei zeer genoten hebben. Martijn was er al 6 jaar niet meer geweest en hij had dus allerlei veranderingen nog niet gezien, zoals het verblijf van de jaguars en de grote vlakte mét water voor de olifanten.

 

Bovendien is een volwassen bul (mannetje)erbij gekomen, Nikolai. Die had ik zelf ook nog niet gezien, alleen op filmpjes. Ze waren nu met zijn allen bij elkaar, ma, Yindee, de kleine Sanoek en Nikolai. Het schijnt ontzettend goed te gaan, Yindee loopt voortdurend verliefd te doen, hun beider slurven kronkelen zich om elkaar heen. Sanoek vind hem aardig, zo te zien en hij is ook heel lief voor haar. Het is wat, hoor, zo’n groot dier en nog zo’n klein olifantje. Ma vindt het best, maar houdt afstand. Zij wil even haar rust. Ik interpreteer maar een end weg natuurlijk op wat ik zie, want echt verstand van olifanten heb ik niet.

We hebben ook lang staan kijken naar de drie jonge zeeleeuwen (de pups noemen ze die). Dat is ook zo leuk om te zien, hoe ze met z’n drieën spelen en proberen te zwemmen. De jongste is duidelijk nog wat kleiner, voorzchtiger en eerder moe.  Het mannetje zwemt in het rond, geregeld luid blaffend. Het lijkt op waaks zijn voor zijn jongen en/of trots op zijn vaderschap. Tenslotte kwam hij nog niet zo lang geleden naar Artis en zorgde bij zijn drie dames voor nageslacht.

Verder zagen wij nog heel veel dieren, exotische bloemen en planten en Martijn roemde de hele aanplant van Artis. Martijn is een bioloog en zijn roem telt dus echt mee. Leuk is het om samen met je zoon op stap te gaan, dat komt er niet vaak van. Dat is toch heel anders dan in een grote groep te zijn. Ik hoop dat het er weer eens van komt. We vonden het allebei een heel fijne dag.

Expo van vrienden

Zondag gingen wij naar een expositie in Berkhout (plaatsje bij Hoorn) van vrienden- kunstenaars. We hadden een uitnodiging gekregen en ik nam mij voor er nu coûte que coûte heen te gaan, want ik had onze vrienden al een hele tijd niet gezien en hun werk dus ook niet. De expo vond plaats in een heel grote bollenschuur, geen gebruikelijke ruimte voor kunst, maar toch had het wel iets bijzonders. We gingen vooral voor het werk van Menno Bauer, Jaap Beets en Juul Bögemann. Menno schildert groot en kleurrijk, Jaap tekent voornamelijk  ‘klein maar fijn’, Juul is een duizendpoot: zij maakt litho’s en etsen, zij tekent, zij maakt objecten en zij maakt ook heel bijzondere sieraden. Er deden nog meer mensen mee, maar ik heb geen foto’s van hun werk. Ik was namelijk van alles vergeten, o.a. mijn camera. Maar goed, dankzij Menno heb ik nu toch wat foto’s.

 

Foto 1 leidt ons via de was aan de lijn rechtstreeks naar de schuur waarin de tentoonstelling plaats vond. Op handige wijze was er gebruik gemaakt van de kuubkisten, die een achterwand vormden. (foto 2 en 3) .

 

Het kamerscherm met veel roze is nieuw werk van Menno. (Foto is niet scherp, ligt aan mij, sorry).  Ook heb ik een werk van Jaap gefotografeerd, ook niet duidelijk helaas, maar het is prachtig getekend met een potlood. Van Juul hing divers werk en er stond een vitrine met sieraden van haar hand,  armbanden, halssieraden en diverse ringen.

En opeens viel mijn oog op een ring, die precies bij mij paste, al zeg ik het zelf, met de kleur van mijn haar erin. Om een lang verhaal kort te maken, ik kreeg hem van mijn lieve Kwaster. Een mooie feestring, echt een artistieke jongen, zeg maar. Ik ben er reuze blij mee. We kletsten nog wat gezellig en gingen toen naar huis om de race te zien –Kwaster en zoon M. dan-  en wat gebeurde tot blijdschap van de heren? Max werd nummer één. Hè hè, het was een mooie dag.

Wat een dag

Het begon dus zo mooi, zoals ik al schreef. Ik stond op het station te wachten op de trein naar Amsterdam en keek naar die velden waar zo’n sprookjesachtige nevel boven hing. Ik maakte een foto en voelde mij helemaal happy. Ik zou naar Artis gaan en had er zin ‘an’. Maar waar bleef die trein nou toch? En dat zei ik ook hardop. “Hij gaat om 13 over” zei iemand. Hee, dat was dus veranderd. Dan had ik toch nog een trein eerder kunnen halen, nou ja, dat was ook niet zo belangrijk. Daar was hij al en wij stapten in. Ik las wat en keek naar buiten en zo was ik snel in Amsterdam. Ik vergat NIET uit te checken en liep naar tramlijn 9. Er kwam een man aan, die ieder van ons een vervangende route ging wijzen. “En u?” vroeg hij. “Naar Artis” zei ik. “De metro, twee haltes” zei hij. Ik moest onder de grond, terwijl ik dat in Amsterdam nog nooit gedaan had. Ik liep een heleboel trappen af, zag geen aanwijzingen staan, iedereen liep allerlei kanten op en daar stond ik. Toch –op de een of andere manier- heb ik het gevonden. Vól die metro, ajakkes wat ongezellig.

 

Ik stapte uit op het Waterlooplein (want 2e halte) en moest dus nog een aardig eind lopen. Gewoon de tramlijn volgen, dacht ik, maar de weg kwam mij steeds minder bekend voor. Bovendien zag ik ook geen tramlijn daar. Nou ja, daar stond een groepje mensen te pauzeren (want roken) en die zouden het wel weten. En ja, ik zat helemaal fout. Maar er was een man bij, die het mij haarfijn uit kon leggen. “Recht naar die slagbomen, tegen die huizen aanlopen en dan naar rechts en meteen naar links. Komt u zo bij de ingang van Artis”. En ja, dat deed ik goed, daar was die mooie poort met die gouden adelaars, hiep hoi.

Ja, een eendenpuzzel a.h.w.

Ik ging naar binnen en daar begon dan eindelijk het grote genieten. Hoewel…ik toch een beetje zat te tobben hoe het nu zou moeten op de terugweg. Zou ik een metrostation kunnen vinden of het hele stuk moeten lopen naar het Centraal? Nou ja, het was er mooi. Er stonden volop krokussen, vooral witte en narcissen, ook vooral witte met een oranje toetertje en sneeuwklokjes en hier en daar al tulpjes, nee geen witte, maar rode. Ik genoot van de dieren, van de kinderen en maakte foto’s.  Afijn, het leek mij verstandig om niet te laat op de terugweg te gaan, vanwege die geheimzinnige lijn 9. Maar BOF BOF hij reed weer gewoon. (wordt dadelijk vervolgd)

Verder   “ Nou hee, is dat nu alles?” zult u zeggen.  Nee, beste lezers, het ergste moet nog komen. Ik reed dus met lijn 9 naar Centraal en stapte uit. Ik liep naar de betreffende gang en dacht: Zo, mij kan niks meer gebeuren. Even wachten en daar kwam mijn trein. Het was druk in de trein maar ik had nog fijn een zitplaats. Enfin ik lees weer wat, ik kijk wat rond en daar wordt wat omgeroepen. “De volgende stopplaats is Heilo”. Wat? Heilo?  “HEILO??”   riep ik. “Gaat deze trein niet naar Enkhuizen???”  Mijn coupé begon zich er meteen mee bezig te houden, “in Alkmaar dadelijk uitstappen, ik zoek het perron even op, ja spoor 3, 13 over 6 en dan naar Enkhuizen”. Beteuterd zat ik daar. O wat erg en o wat vreselijk stom. Nee hoor, kan iedereen overkomen, zei mijn coupé. En “hier moet u eruit en goede reis” zeiden ze met z’n allen. Daar stond ik dan, op een bijna leeg perron. Er was daar wel een lekker warm hokje en daar ging ik dan maar zitten. Ik belde Hans om mij te melden en Ik raakte nog in gesprek met een meisje, omdat ik nu zo onzeker raakte of ik wel de goede trein zou pakken. En ja, bijna gebeurde het…. toen ik in Hoorn uit de trein stapte, stond daar een trein klaar, maar ik stapte er NIET in en gelukkig maar, want hij ging naar Heerlen nota bene. Ik zag het al voor mij en hoorde mij zeggen: “Hans, ik ben nu op weg naar Heerlen… “  Straks mag ik niet meer alleen reizen.  Nou, dat was het dan. Zo iets overkomt alleen mij, jullie gebeurt dat niet zeker, hè??