Een vondst

Ik was weer eens boekenkasten aan het opruimen, want alles past er niet meer in. Her en der staan ze al dubbel en dat is natuurlijk helemáál niks. Kan je ze net zo goed wegdoen, vindt echtgenoot H. en ja, hij heeft wel een beetje gelijk. Het is een rotwerk, maar zo af en toe vind je wel weer eens zoekgeraakte dingen terug. Maar wat ik daarnet vond, u raadt het nooit. Ik zal het u maar meteen vertellen. Ik vond in een boekenkast tussen heel veel andere boeken: … DE RECHTEN VAN DE MENS. De universele verklaring ervan dan, hè?  Nou, nou, heeft ú dat in uw boekenkast liggen? Ik wel; ik wist het niet meer, maar ze lagen er wel, de Rechten. Ik heb ze natuurlijk goed afgestoft en ze eerbiedig een echt eigen plaatsje gegeven.  Ze zijn een beetje verfomfaaid, maar nog heel duidelijk leesbaar. Ze zullen nog jaren meegaan en wie weet hoe ze van pas komen. Wat een vondst!

klikklik

Advertenties

Het zuiden roept… 1.

Aangezien  het afgelopen donderdag onze trouwdag was, de bruid (ik dus) volop zin had om dat te vieren maar…  de bruidegom niet los te wrikken is  van zijn computer en het schrijven daarop van een boek en derhalve nergens anders aan denkt, zeker niet aan een trouwdag, nam ik het heft zelf maar in handen. Ik zocht en vond. Het zuiden, vlakbij een stad i.v.m. musea en dergelijke en bossen en alles wat daar bij hoort, zandverstuivingen, heidevelden, naaldbomen en ook bladerbomen, tekenen van de naderende herfst zoals daar zijn eikels, dennenappels, paddenstoelen, hazel- en beukennoten, bruine, gele en rode bladeren, kastanjes… Ziet u het voor u? Dat soort bossen.

IMG_9637  IMG_9640

Ik legde dat alles vast met een hotel en toen dat eenmaal gebeurd was, nodigde ik mijn wederhelft uit om mee naar het zuiden af te reizen. En hij ging waarachtig mee, ja hij moest wel eigenlijk. Het was een heel eind rijden donderdag, onze broodjes waren al op en we kregen zin in koffie. “Zou je het leuk vinden om eens in Zaltbommel te gaan kijken?” hoorde ik tot mijn stomme verbazing de chauffeur zeggen. “Ja, zeker wel”, zei ik meteen. “Ik wil nu eindelijk die toren wel eens van dichtbij zien” legde mijn echtgenoot Hans uit, “maar ja ja eerst koffie natuurlijk” zei hij gauw. Enfin, wij liepen door het stadje –een mooi stadje overigens- maar nergens iets wat op een kopje koffie wees. Ten einde raad vroegen wij het maar aan een mevrouw en ja hoor, die wist van wanten. Daar om de hoek, wees zij, en aan de andere kant  is ook een ijssalon, die ook koffie schenkt, dacht zij. En jawel hoor, wij kregen een heerlijk kopje koffie mét een ijsje erbij. O, wat smaakte dat heerlijk, na dat lange zoeken. Intussen vertelde de ijsmeneer wat er allemaal te zien was in Zaltbommel, een stadskasteel, ingericht als een museum met o.a. een tentoonstelling van Fiep Westendorp (die in dit stadje geboren is), een waterpoort, dé kerk met de beroemde toren (…en temidden van die rommel, rommel, ligt de toren van Zaltbommel,,,u kentdat wel, hè?)

Nou, ik ga straks weer verder… geduld dus.

Geen aan- of afrader dus

Even een beetje hardop denken… ‘ net heb ik met de grootste moeite ‘Dé Max Havelaar’ van Mutatuli gelezen –was er nooit van gekomen- of ik maak in mijn volgende boek  iets heel raars mee. Ik had expres nog wel een luchtig boek gekozen na dat ouderwetse geschrijf *, u begrijpt dat wel.

In het eerste hoofdstuk, dus meteen al goed raak, is een BOOT aan het woord. Ja, u leest het goed, een boot, een schip, dat praat…en niet een enkel keertje maar telkens. Zo om het hoofdstuk ongeveer, in een ander lettertype. Ik ben er nu dus op bedacht, dat scheelt. Maar het is een rare gewaarwording, hoor.

Wat wel grappig is, is dat Bovenkarspel erin voorkomt en Hoorn en Enkhuizen, een beetje alsof iemand de moeite heeft genomen het speciaal voor mij te schrijven. Onzin natuurlijk, hij of zij zal er zelf wel gewoond hebben. Maar genoeg hardop gedacht, ik ga het boek gewoon verder lezen. Maar een aanrader zal het niet zijn, denk ik zo maar. Ik ben blij dat ik dit fenomeen van die boot even met u hebt kunnen delen’.

* ietwat overdreven. Er zit best veel goeds in, maar lange moelijke zinnen en maar uitweiden over het hetzelfde onderwerp, tjonge…

Sproeien

010

Alles leefde helemaal op, het Schaduwkruid, de Catalpaboompjes, nou ja, alles zeg maar. Misschien morgen nog een keer. Tenslotte is het IJsselmeer nog heel vol; ik heb het zelf gezien. Hoe staan jullie tuinen erbij, beste lezers?

 

And now …

…     something completely different.  Wel maak ik nog geregeld wat etsen (maar niet meer boven de honderd in één jaar) en wat tekeningetjes voor ‘10 minuten schetsen’, maar niet zo héél erg veel . Ik had al lang druk aan het schilderen moeten zijn, maar het houdt niet over, beste lezers. Wat doe ik de laatste tijd dan wel? LEZEN, ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds en soms ook nog ’s nachts. Het ene boek na het andere.

Ik begon met het allerlaatste boek van de onlangs overleden Renate Dorrestein, getiteld: Dagelijks werk. Een schrijversleven. Een prachtig boek en zo dapper dat zij dit geschreven heeft in de wetenschap dat zij niet lang meer te leven had. Toch is het helemaal geen droevig boek en de dood komt nauwelijks ter sprake. Zorgvuldig heeft zij columns uitgezocht, toespraken die zij hield bij het een of ander,colleges die zij gaf aan verre universiteiten en gedachten en herinneringen uit haar dagelijks leven. Zij vertelt hoe zij tot een verhaal of roman komt en dat alles is heel boeiend, vooral als je zoals ik toch al van haar boeken houd. Ik ben heel blij dat ik dit boek niet gemist heb, zeg maar. En door dit lezen vervlogen vervolgens alle strakke voornemens om nu snel een aantal schilderijen te maken, die samen met de etsen en tekeningen een impressie van Artis zouden vormen. Artis Natura Magistra, waar ik nu al ongeveer drie of vier jaar regelmatig helemaal gelukkig rond loop te keutelen.

Goed, dat boek was uit en ik had het nu met lezen veel rustiger aan kunnen doen, ware het niet dat ik in een Kringloopwinkel een flink voorraadje boeken voor 0.50 cent per stuk had ingeslagen. Voornamelijk luchtige en leuke lectuur. Ha, ik gunde mij nog wat tijd en zocht het volgende boek uit. Van een Deense schrijver, ‘De kunst om in koor te huilen’ een droevig maar tevens zeer geestig boek. Daar zijn die Scandinaviërs ontstellend goed in, ook in dergelijke films. Ach, lees lees lees – uit en toen las ik ‘Krijg nou tieten’  van Claudia de Breij. Lees lees lees –uit en het was leuker dan ik gedacht had. Steeds had ik die boeken in minder dan twee dagen uit. Het leek wel een leesmarathon, vrienden. En nog was ik niet uitgelezen. Ik pakte van Aaf Brandt Corstius: ‘Het jaar dat ik 30 werd’. Een groot succes was dat. Schaterend zat ik op de bank. Ik werd weer vrolijk en blij en dacht het dus maar even aan jullie te vertellen. En… ik heb nog een stapeltje liggen, hoor. Of zal ik … nou we zullen wel zien.

Een pracht van een hond (Leuven 2)

Het wonderlijkste wat ik in Leuven heb meegemaakt is dat ik B IJ N A de trotse beztster van een fraaie hond was geworden. Bijna dus hè? Als ik niet zo sterk van karakter was geweest, dan was ik zeker  teruggekomen met een zeer fraai exemplaar, nog tamelijk groot ook. Ik zal het u uitleggen. Ik heb namelijk de merkwaardige hobby om in ons dorp de honden die ik op mijn wandeling tegenkom te fotograferen. Vervolgens ga ik thuis wat tekeningen van ze maken. Het plan is om in de toekomst een expo te maken met als titel: ‘De honden van Bovenkarspel’. Ik vertelde dat aan mijn (reis)vriendin Martine en zij lette mee op en wees mij enthousiast op diverse honden.  Zo had ik al een aardige verzameling op mijn camera staan, toen wij op de Oude Markt kwamen en daar een prachtige hond zagen liggen. Met toestemming van baas en hond maakte ik een mooie foto en daar het een vriendelijk beest was, kwam hij blij kwispelend op mij af.

“Hij is mooi, hè?” zei zijn baas. “Och kijk, hij mag u graag. Wilt u er een van mij kopen?” Ik dacht dat hij een gezellig praatje wilde maken en zei: “Was dat maar waar…”  “Ik meen het” zei de man, “maar dan zijn zusje, ietsje kleiner maar zeker zo lief. Echt, daar zulde veel plezier van hebben…”  Ik lachte een beetje en zei: “Mijn man zal mij zien aankomen. O nee…” . “Uw man is toch zeker niet de baas, gij beslist, maar zijn zusje dan, hè? We kunnen een leuke prijs afspreken…”  Hij keek mij vragend aan. Hij meende het echt. Zouden ze dat in België echt doen, zo maar een hond verkopen? Of zag hij mijn verlangende blik? Mijn vriendin en ik hebben er in de auto nog lang over gepraat, hoe leuk het zou zijn geweest als je eens één keer iets onbezonnens deed, zomaar met een Leuvense   hond thuiskwam en hoe gezellig zijmet mij zou wandelen, hoe goed zij zou luisteren en in het algemeen hoe BRAAF zij zou zijn en dat echtgenoot zou zeggen hoe goed ik er wel niet aan gedaan had om die lieverd mee naar huis te nemenen zo was het eind goed, al goed. Maar nee, ik moest zo nodig weer gehoorzaam en verstandig zijn.

Avonturen in Leuven e.o.

Nu was het zo, dat ik niet alleen gordelroos had maar ook een afspraak met vriendin Martine –al lang geleden vastgelegd- om samen een paar dagen naar Leuven te gaan. Wij hadden er ons beiden ontzettend op verheugd en zou het nu wel of niet door kunnen gaan?? Ik voelde mij na een tijdje veel beter dan eerst; weliswaar nog niet helemaal je dat, maar goed genoeg om het er maar op te wagen, besliste ik. En zo deden wij.  En wat hebben we genoten. En veel moois gezien. En veel gelachen en lief en leed gedeeld. Dat alles heeft ons goed gedaan, dat denk ik zeker te weten. Ik ga nu niet alles in volgorde beschrijven maar gewoon allerlei door elkaar. Vinden jullie vast niet erg. Eerst dan maar over een pracht van een tentoonstelling in het Leuvens Museum over ene Gerhard Tytgat, een Brusselse schilder.*

Edgard Tytgat – Museum Leuven – Prezly

https://mleuven.prezly.com/edgard-tytgat

 De Brusselse kunstenaar Edgard Tytgat (1879-1957) schilderde bijna vijfhonderd doeken en maakte honderden aquarellen, houtsneden, etsen en tekeningen. Daarin trekt hij alle visuele registers open om een bitterzoete wereld neer te zetten. Typisch voor die Tytgatiaanse wereld zijn de onhandige …

Het is een heel bijzondere schilder, moet ik zeggen. Je kunt hem met niemand vergelijken. Aangezien wij beiden, Martine en ik, hevig in schilderkunst geïnteresseerd zijn, is het extra boeiend samen alles te bekijken, af en toe eens op een bankje te gaan zitten en alles op je te laten inwerken.

Later zijn wij nog naar het dakterras geklommen, om een mooi overzicht over de stad te krijgen. Een biertje konden wij daar nog niet nemen omdat het daarvoor nog te vroeg in het seizoen was.   Het was ook onverwacht zo prachtig weer; het leek al een beetje zomer zelfs. Daarom gebruikten wij wat op een van de vele terrassen, want ja, een mens leeft niet bij kunst alleen, nietwaar?