Nog wat Piepjes?

blog 027028

Weet u nog, dat piepkleine tekenboekje van mij? Dat staat nu vol –nee, aardig vol, maar nog niet helemaal –  met tekeningetjes van Piepje en zijn nichtje en  het hondje en zijn vriendjes en vriendinnetjes.  Sommigen zijn niet zo passend voor de kerst maar ik heb er een paar uitgezocht.  Twee zijn nog van het Sinterklaasfeest, dat mag toch nog wel? En u mag er zelf wat bij verzinnen… en anders spreken de meesten voor zich, denk.

blog 021blog 022023blog 024025blog 026

deel 2 Een avontuur

Ik was eigenlijk klaar met die 5 of 6 tekeningetjes over Piepje, dat vogeltje, weet u nog? Maar er waren zoveel vragen nog, zoals hoe lang Piepje bleef logeren, misschien wel tot Kerstmis, dus of er een nieuw Kerstverhaal zou komen en ook vooral of Piepje nog een avontuur ging beleven. Dus ik pakte mijn tekenpotlood, prakkezeerde diep en verzon en tekende een avontuur. Voilà:

een Avontuur 1een Avontuur 2een Avontuur 3een Avontuur 4een Avontuur 5een Avontuur 6

Het eerste boek van Piepje

Het kleine zwarte boekje van mij begint al aardig gevuld te raken, beste lezers. Het tekenen heeft mij zwaar in zijn greep. En nu is er zowaar een stripfiguurtje ontstaan: de kleine Piep oftewel Piepje. Ik heb al een hele serie losse tekeningetjes gemaakt -groot kan niet, want het boekje is nu eenmaal klein- maar dit is een eerste verhaaltje. Kijkt u maar, voor groot en klein is het bedoeld. Het heet: Piepje uit logeren.

Piepje gaat logeren b5Piepje gaat logeren b4Piepje gaat logeren b3Piepje gaat logeren b2Piepje gaat logeren b1

Het is …

Het is … pardon, het zijn … houdt u vast: de winterviolen, hahaha, dat had u niet gedacht, hè? Ik was de hele dag in Artis en toen ik weer terugkwam, zag ik ze staan en dacht: “O jee, ik moet nog een foto maken”. Dit was het dus, lieve mensen. Een raadseltje. Ik dacht niet dat het zo moeilijk was, maar kennelijk wel. blog 253

Het is maar dat u het weet

006blog…stormt collega J.  onze huiskamer in met een bakje pruimen en zegt: “Hier voor jullie; ik heb geen tijd om ze op te eten”.   Nou moe, wat is dat nu, minister staatssecretaris van kunst en cultuur? Iemand zo achter zijn kont aanzitten dat hij/zij niet eens TIJD meer heeft om te eten??!!

p.s. Het gaat een beetje beter met mij en mijn Ischias. Bedankt voor al jullie goede wensen. Lief!

Verschil moet er zijn (3)

En inderdaad, de adelijke poes keek en zag een heel lieve grijze katerkop verlangend naar haar kijken. Bijna –zij kon zich nog net inhouden- had zij enthousiast JA geroepen, maar toen herinnerde zij zich wat haar moeder ooit eens gezegd had. “Lieve kind, het belangrijkste in een huwelijk, is NIET of een man goed muizen vangen kan, ook NIET of hij gezellig kan spinnen, maar … onthoud het goed, mark my words, is…  of je met hem kan lachen!” En hoewel onze streepjespoes dat maar onzinnig leek, had zij het toch onthouden. Zij keek nog eens goed naar de grijze met het groene strikje en vroeg: “Kan je ook grappig zijn, ik bedoel kan je mij aan het lachen maken?”

weblog 016weblog 017weblog 018weblog 024

De kater begreep meteen dat het er nu op aankwam. Razend snel deed hij wat hij altijd deed als hij blij was, hij maakte een koprol, hij sprong een gat in de lucht, en nog één, hij sprong omhoog en omlaag en de deftige poes? Die schoot toch in de lach en zij kon er maar niet mee ophouden. Maar de grijze kater keek ernstig en vroeg: “Ja?”  En wat denken jullie, dat ons poezemeisje antwoordde? Ik zal het maar zeggen. “Hahahaha, haha, is dát lachen, ja met jou wil ik (hahahaha) wel trouwen. Dat wordt een feest”. En dat werd het ook, dames en heren. Jongens en meisjes, neem ook maar de wijze les van mama poes ter harte. Een vergissing is snel gemaakt en nu zijn jullie gewaarschuwd. O ja en natuurlijk leefden zij nog lang en gelukkig en kregen veel leuke kittens,met stippeltjes, met streepjes en  eentje zelfs met één roze oor en één blauwe, heb ik mij laten vertellen. Heel apart.

webl010g

Verschil moet er zijn (2)

weblog 022Maar zou dat niet erg onbeleefd zijn om dat zomaar plompverloren te vragen, dacht de grijze kater met het groene strikje. Hij besloot dat het wel kon. “Mag ik u iets vragen, mevrouw?” zei hij heel beleefd. “Dat ligt er aan wát, monsieur” antwoordde de deftige poes uit de hoogte. “Maar probeert u het maar”.  “Nou, ik zie dat u blauwe ogen heeft, maar ook nog blauwe oren én een blauwe neus, zo mooi *zucht* , dat heb ik nog nooit gezien. Hoe kan dat, bent u geverfd misschien of een spoelinkie gehad?” vroeg de grijze. “GEVERFD, geverfd, gespoeld, u dúrft, zeg!” Zij stak haar blauwe neusje in de lucht. “Als u het persé weten wilt, meneer, ik ben van ADEL, ik heb blauw bloed en dat hebben ze allemaal in mijn familie, wij zijn van zeer oude adel. O zo!”

web026ogDe grijze keek haar verbijsterd aan. “Ou- oud? U?” stotterde hij. “En ikw w- wilde nog wel met u trouwen…” .  Nu was het de beurt aan de streepjespoes  om ontzettend ontsteld te kijken. “U met mij? Trouwen?? Hebt u nooit gehoord van hogere en lagere standen? Ik ben veel hoger dat spreekt…”   De grijze keek haar eens goed aan en zei: “Pardon dame, maar ik ben toevallig wel een stukje hoger gegroeid en ik ben sterker en flinker, ik kan geweldig goed muizen vangen, ik kan heel hard én heel zachtjes spinnen, ik kan miauwen zonder geluid –dat vinden mensen altijd zo ontroerend- en ik kan… ja, wat kan ik niet? En de grijze vatte plotseling moed en zei: “Wilt u met mij trouwen? Toe lieve  … kijk mij eens smekend kijken…”

weblog 027

En net nu het zo spannend is geworden, loopt de schrijfster dezes weg, mompelend dat zij hoog nodig iets in de tuin moet gaan doen … wordt vervolgd dan maar, sorry hoor!

Verschil moet er zijn (1)

weblog 012De grijze kater met het groene strikje lag eens te denken of het onderhand geen tijd voor hem werd om zich te gaan verloven en dan als alles goed ging  te gaan trouwen en misschien –hier bloosde hij een beetje- nóg wat later kleine, wollige, lieve zachte kittens te hebben… en net lag hij zo te peinzen of er kwam een beeldschoon poesje aan gelopen. “Plop” zei het hart van de grijze en nog eens “Plop plopperdeplop…”  De grijze kater voelde zich heel raar, een beetje alsof hij zweefde. Gelukkig kon hij met enige moeite nog wel wat zeggen en dat was: “Goededag schone dame”.

weblog 013De dame keek verwaand een beetje over hem heen en zei alleen: “Pardon monsieur?” “Ik zei u goededag, schone dame. Ik vind u zo mooi…” zei de grijze nederig. “Oui, ik bén ook mooi, très belle, bellebellebel  ja” sprak de streepjes poes, want zij was ook grijs maar met zwarte strepen. En… wat echt  bijzonder was, zij had niet alleen blauwe ogen –dat komt meer voor bij katten- maar zij had ook blauwe oren en een bijpassende blauwe neus. Zo iets zie je niet vaak. De grijze kater zag het ook en wilde haar juist ernaar vragen.

Helaas moet dit verhaal nu even onderbroken worden, want de schrijfster dezes heeft méér te doen, zegt zij…  wordt vervolgd  (misschien morgen al?)

Een verhaaltje voor het slapen gaan.

026

Er waren eens twee leuke vogeltjes. Ze waren allebei precies hetzelfde. Nou ja, bijna dan, zal ik maar voor de zekerheid zeggen. Want ik zie het verschil namelijk niet. Jullie wel? Maar goed, ze zaten laatst weer eens dicht tegen elkaar  te bibberen en te rillen, want het regende, het was kil en het woei ook nog eens heel hard. Het stormde eigenlijk al dagen en ook nachten.  Af en toe als er een harde windvlaag kwam, werden ze zomaar een eind weggeblazen, als een veertje. Het was nog goed dat ze steeds gauw de pootjes ineen geslagen hadden, want anders waren ze elkaar al lang kwijt geraakt. “Pietje”, zei het vrouwtje, “ik kán niet meer. Ik word er zo moe van… en ik heb me al overal gestoten, aan bomen en takken en …  “Ach Mientje meisje, ik ook, zelfs aan een grote lantaarnpaal. En niets gaat voor ons opzij. Straks waaien we nog tegen een kat aan, dan zijn we er geweest, zeg maar”.

Mientje keek zorgelijk en ging als ze weer even stil zaten, zwaar zitten denken. Na een tijdje  kreeg zij plotseling een idee. Zij stootte met haar vleugel tegen die van Pietje aan en zei: “Pietje, kunnen wij ook geen trekvogels worden? Met wind mee hard vliegen en maar zien waar we uitkomen. Erger dan hier kan het niet worden. En hoog in de lucht komen we ook geen katten tegen”. Tjonge, daar zat Pietje van te kijken. Hij wist niet dat hij zo’n slim Mientje had. “Ja ja-ha, daar zeg je wat. Dat is helemaal zo’n slecht idee nog niet. Weet je wat, dat doen we!”  Zo gezegd, zo gedaan. Eerst probeerden ze nog gauw wat te eten en daarna bij de eerste windstoot vlogen ze op en lieten zich meevoeren. “Oe-hoe-hoeps” deed de wind. En daar gingen ze, hoger en nóg hoger en toen zo hoog dat niemand ze meer kon zien.  Maar welke kant gingen ze nu toch uit? Ze hadden geen flauw idee. Ze lieten zich gewoon maar gaan. “Zoals de wind waait, waait mijn rokje” zei Mientje geruststellend. Pietje lachte om haar grapje.

Verder en verder vlogen en woeien zij, tot … de wind wat warmer werd, ja hoor, ze voelden het allebei. Ze keken naar beneden en wat zagen zij daar? Palmbomen in alle soorten en geel zand en kleurige bloemen en … heel veel andere vogels.  “Kijk Mientje, dáár moeten we zijn”, zei Pietje die nu gerust de leiding weer durfde te nemen. “Doe je landingsgestel uit, we strijken neer, recht naar die gele handdoek daar…”  Zij buitelden samen naar beneden, dolblij maar ook erg moe. En wat was dat nou? Er lag niet alleen een handdoekje voor ze klaar maar er stond ook een fleurig parasolletje. Zij namen er blij plaats en keken om zich heen. Allemaal tevreden vogels waar je ook keek. Flamingo’s, ooievaars, toekans, pelikranen, maar ook zwaluwen, merels en heel veel mussen.  Maar er was voor iedereen plaats genoeg omdat er grote tuinen waren, echte niet met stenen en volop eten, namelijk wormpjes en zaadjes en besjes. Overal kon je met gemak een nestje maken en eitjes leggen en dan gaan broeden en broeden… maar eerst gaan wij lekker slapen want wij zijn … zo… zo moe.