Steeds maar de deur uit

weblog 009

Net had ik nog geschreven, dat ik in zo’n prettige saaie tijd zat, waarin je veel voor jezelf kunt doen of de uitnodigingen en afspraken stroomden binnen. Een tweede vollemaansfeest bij Gerrit aan het IJsselmeer, met een ander gezelschap want het werden er te veel, geloof ik. Wij horen kennelijk bij beide categororieën en natuurlijk voelen wij ons gevleid. Hans gaat zijn visschotel maken waar iedereen zo dol op is. Ik hoop nu maar dat het mooi weer is, want dan ga ik misschien wel zwemmen. Dat heb ik nog niet gedaan sinds die kwestie met de gebroken arm.

Ik kreeg een uitnodiging van iemand die gaat promoveren in de filosofie. Zij heeft vele talenten, zij heeft al wat boeken geschreven, zij is kunstenaar en illustreert, zij maakt performances en theater  én zij studeerde ook nog en nu gaat zij promoveren zelfs. Knap hoor.

Verder heb en had ik afspraken voor de diabetescontrole. Binnenkort ontmoeten mijn jeugdvriendin en ik elkaar in Amsterdam; dat was al weer een tijd geleden. Afgelopen dinsdag was ik trouwens ook al in Amsterdam, in Artis. Het was er druk, heel veel toeristen en scholieren vanwege de vakantie.  Ik trek mij daar weinig van aan; ten slotte kom ik voor de dieren.

Nou ja, zo heb ik nog ’t een en ander, maar we zullen wel zien. Ik plaats hier gezellig een tekening bij en dat is dat.

Advertenties

Een ezel is geen paard (1)

 “Nee allicht niet, wat een domme opmerking”, zult u zeggen.   “Ho ho”, zeg ik dan op mijn beurt. “Het is mijn gevoel dat hier spreekt.  Ik heb namelijk ervaring met ezels én met één paard. Ik zal het u proberen te vertellen. De allereerste keer –ik was nog heel klein, misschien drie jaar of zo- , logeerde ik bij mijn twee geleerde ongetrouwde tantes, die het altijd verschrikkelijk leuk vonden, als ik kwam. Zij beijverden zich elkaar te overtreffen in mij te verwennen wat ik mij vanzelfsprekend lekker liet aanleunen. Nou ja, toen besefte ik dat nog niet zo, maar ik vond het er heerlijk. Zij woonden in Den Haag en geregeld namen zij mij mee uit, bijvoorbeeld naar de eendjes in de Hofvijver en …naar Scheveningen.

Dáár mocht ik op een goede dag op een ezel plaatsnemen en ik mocht op hem rijden. Natuurlijk had een man de ezel vast maar goed, ik zat en reed een heel eind langs het water. Ik was totaal niet bang, en nam ook maar node afscheid van die lieverd, werd mij later verteld. Ik heb er ook een foto van, maar daar ga ik nu niet naar zoeken.  Toen kwam de geschiedenis met het paard, maar daarover in het vervolg, namelijk deel 2.

Nu eerst de tweede keer op een ezel. Dat was járen later. Ik was op vakantie met mijn ‘reisvriendin’ en dit keer zaten wij gezellig op Rhodos. Wij wisselden de dagen wat af, een halve dag luieren, zwemmen en zonnen en de andere helft –ná de siësta – ondernamen wij wat. Zo gingen wij op een dag naar Lindos, een heel hooggelegen stadje. Je kon gewoon naar boven klimmen of je kon een ezel huren, de taxi van Lindos genoemd. Aangezien mijn vriendin niet zo goed ter been was, besloten wij een ezel te nemen. Het kán zijn dat zij gezegd heeft dat ze het een beetje eng vond, maar dat heb ik niet gehoord. Wij waren toen nog superslank allebei, een geluk voor onze ezels. En hopla, daar begonnen wij aan de reis. Even voor de duidelijkheid: één man moest beide ezels en dames begeleiden. Mijn ezel begon rustig te klimmen, maar achter mij hoorde ik zachte gilletjes. Ik keek om en onze begeleider snelde naar de andere kant, omdat mijn vriendin nogal scheef aan het zakken was. Hij duwde haar weer rechtop, zij gilde harder en gleed de andere kant uit. Enfin, gelukkig had hij aan mij geen kind, want ik vertrouwde er op dat de ezel zelf niet in de afgrond wilde storten. Ik vond het wel zielig voor mijn vriendin, maar er was toen niets meer aan te doen. Later vertelde zij hoe bang zij was geweest en nog veel later hebben wij enorm de slappe lach gehad, ook van opluchting waarschijnlijk”.  

Tip: ga nooit op een ezel als u geen goede zit heeft of een beetje bang uitgevallen bent.

 Droge naald ets, Ezel van Artis. Bovenaan een iets donkerder afdruk.

 

“Hermitage aan de Amstel…”

“Hermitage aan de Amstel…”  , dat roept de conducteur van de tram altijd om als ik naar Artis ga. Maar deze keer ging ik inderdaad naar dit museum, met een lieve buurvrouw. Het was de eerste keer dat wij samen op stap gingen en wat hebben wij een gezellige dag gehad! In de Hermitage was o.a. een tentoonstelling over Rusland, de oorlog en de revolutie, maar vooral over de Romanovs, hun leven, hun rijkdom en hun droevig einde. Het is natuurlijk geen leuk onderwerp, maar toch heel interessant. Ten eerste omdat er zo veel bewaard is gebleven en door het commentaar hierop wordt het leven van de heel rijken én van de heel armen zo verduidelijkt voor ons, honderd jaar later.

De tsaar en de tsarina met hun vier dochters én hun enige zoon leefden een teruggetrokken leven, voor zover dat mogelijk was. Bijna alles draaide om de kleine tsarevitch die aan hemofilie leed en met wie men heel voorzichtig moest zijn. Men hoopte zo dat hij toch de latere tsaar zou worden, hoewel dat erg onwaarschijnlijk zou zijn geweest, las ik. Er is heel veel moois te zien, veel uit de Art Nouveau- tijd, sieraden, vazen, kleding, meubelen en schilderijen. Typerend voor die tijd is ook, dat de bekende eieren en sieraden van Fabergé te zien zijn, de hofedelsmid maar ook de later door hem ontworpen voorwerpen voor het leger, samowars, potten en pannen, alles van koper. De eerste wereldoorlog was uitgebroken –de revolutie nog niet- en zelfs de tsarevitch vergezelde zijn vader eens, het arme kind in een klein uniformpje, ook te zien.

Er zijn veel filmpjes van allerlei gebeurtenissen, zoals van de ‘Bloedige Zondag’, de dag dat de tsaar trouwde en er feest zou zijn voor het volk, maar dat eindigde door de enorme opkomst in een bloedbad, mensen die vertrapt werden in het gedrang. Verder ga ik niet zo veel vertellen. U kunt de tentoonstelling nog zelf gaan zien tot 17 september, dus nog tijd genoeg.

Nog even dit: omdat ik dacht dat je geen foto’s mocht maken, had ik alleen mijn oud cameraatje meegenomen en zijn mijn foto’s niet al te best. Maar goed, beter iets dan niets, toch?

Het nieuwe girafje

blog-020

Ik had gisteren een heerlijke dag in Artis. Het was niet zo koud, licht bewolkt maar ook af en toe wat zon en géén regen. Ik had van te voren dan ook het weer in Amsterdam goed bestudeerd en de meteorologen zeiden als het ware: “Doen!”  Onze nieuwe camera wilde ook al zo graag, want er valt daar veel moois te fotograferen.  Na de treinreis een lekker kopje koffie genomen en een broodje en daarna heb ik niet meer gezeten eigenlijk. Want ik verbaasde mij constant over wat ik allemaal zag door de nieuwe camera. Zo stond of zat een beestje in de verte, zo stond ik zowat oog in oog. Geweldig. Ik ben er zo blij mee.

blog-026blog-048blog-092blog-143

Ik heb het nieuwe girafje gezien, die af en toe een gek sprongetje maakte en ik heb dit keer het jonge mandrilletje gezien, die al aardig op kleur was gekomen. Natuurlijk ben ik naar het olifantje gaan kijken; het blijft vertederend dat kleintje en die knots van een moeder. Zus stond er een beetje onverschillig bij. Zij speelde niet met haar bal; zij staarde maar zo’n beetje voor zich heen. Een winterdipje misschien? “Binnenkort krijgen jullie een prachtig nieuw verblijf met een zwembad nog wel” zei ik om haar op te monteren. Ook nam ik haar maar eens alleen op de foto, want alle aandacht gaat uit naar moe en haar dochtertje. Het is niet leuk hoor als je er maar zo’n beetje bijbungelt.

blog-107blog-155blog-165blog-192

Maar goed, ik liep en ik liep, tot het een beetje donker werd en wat kouder. Het werd tijd weer eens op huis aan te gaan. O ja, er was veel mooie kerstversiering in Amsterdam en ook in het Centraal Station. Dat had ik nog nooit gezien. Misschien was het ook wel nieuw, want er wordt nog steeds verbouwd daar en nu werkt men vooral aan ‘het mooi’. Leuk hoor!

blog-203blog-236

In een natuurhuisje

blog-022Wij waren een weekje in Noord Brabant in de Kempen, in de omgeving van de Acht Zaligheden. Daar verbleven wij in een natuurhuisje. Dat is een huisje dat NIET in een van de grote vakantieparken staat, maar geheel alleen of met een paar huisjes in de natuur staat. Ons huisje stond dan ook in het bos, van waaruit wij meteen konden gaan wandelen, als wij daar zin in hadden.

blog-017Wanneer wij dan weer terug in het huisje waren, hoorden wij geregeld een flinke klap. “Het zijn eikels die van de bomen vallen, Thérèse” zei Hans geruststellend. “Ach ja vanzelf, het is de natuur”, beaamde ik. Het had wel wat, hoor.

blog-036blog-065En wat deden wij zoal daar? Nou, wij wandelden door de bossen en over een uitgestrekte hei, zaten nogal eens op een terrasje voor een koffie met appelpunt, voor een lekker koud wit biertje, want het was heel warm en ook een keer voor een heerlijk diner, want het was toevallig onze trouwdag toen.

blog-089blog-208

We zijn ook nog in België geweest, want ook dat was vlakbij. We waren bij een beroemd oud klooster met een grote kruidentuin, een grot met Maria erin –een beeld dan- en zoemende bijtjes en bloemetjes. Het was een Norbertijnenklooster, maar of er nog Norbertijnen over zijn, weet ik niet, Ik heb er niet één gezien namelijk. Ook in de kerk was geen pater te zien.  Maar misschien zaten zij wel te bidden voor onze puur slechte wereld, wie zal het zeggen?

blog-109blog-115blog-221blog-223 blog-231

In ieder geval hebben wij genoten in en rond ons natuurhuisje. Wel zijn wij op de Postelse heide lichtelijk geschrokken van koeien die daar zomaar rondliepen te grazen. Niet van die bruine Hooglanders, maar witte en een paar bruine mét hoorns.

blog-070 Op de laatste dag zijn wij ook nog naar Den Bosch geweest, hebben daar wat gedwaald en hebben de twee musea daar bezocht. Er is daar altijd veel te zien, oud én nieuw en het zijn prachtige lichte ruimtes met een grote tuin erbij. Toen weer op huis aan, waar Boeli helemaal opgewonden was van blijdschap dat wij er weer waren.

blog-145blog-144

hop naar Zwolle

blog 003Toen ik laatst bij Wieneke las, dat zij naar Zwolle was, naar het museum de Fundatie, kreeg ik opeens zo’n vreselijke zin om daar ook heen te gaan. Maar toen zij naar het Groninger museum was, kreeg ik nog meer zin om dáár heen te gaan. Het komt ook wel omdat ik veel zin heb om er weer eens tussenuit te gaan, een dagje de wei in, als het ware. Kwaster (Hans)  had meer zin in de Fundatie, dus besloten wij daar eerst heen te gaan.

blog 28-6 039De belangrijkste tentoonstelling was die van schilders van Die Brücke en van Der Blaue Reiter, de Wilden genoemd, een enorm belangrijke stroming voor onze moderne schilderkunst.  Natuurlijk heb ik al aardig wat werk van deze kunstenaars gezien, in het echt of op reproducties. Maar het is heel interessant  om eindelijk veel van deze beroemde werken bij elkaar te zien én in het echt. Boeiend vond ik ook te merken dat wat voor tijdgenoten een ware schok moet zijn geweest, voor ons, moderne mensen die heel wat gewend zijn, deze werken in het geheel niet wild overkwamen, integendeel zou ik haast zeggen.

Verder ga ik er niet veel over vertellen. Uiteindelijk moet je schilderijen zelf bekijken, nietwaar? Dat raad ik u ook ten zeerste aan. Ik geef u twee afbeeldingen, alleen van wie wat is, dat haal ik een beetje door elkaar, sorry sorry.

Naar ‘De Woid’

blog 003   Omdat ik toch een beetje veel bang geworden was door al die akelige aanslagen, kreeg ik gewoon schrik om naar A’dam te gaan. Tenminste, ik denk dat het meespeelde. En ik wilde eigenlijk zo graag weer naar Artis om de jonge miereneter te zien en de tulpen zien bloeien. Dat was vorig jaar zo’n prachtig gezicht. Ze waren zo uitgekiend qua kleur door de tuin geplant. Zo iets kan je wel aan de mensen van Artis overlaten. Het is een pracht van een tuin, in ieder jaargetijde en er staan ook heel oude bomen. Het is echt een tuin met een geschiedenis. Maar enfin, het werd geen Amsterdam.

blog 020blog 022blog 056Maar vlakbij is een kinderboerderij en een volière in een tamelijk mooi park en wel in Lutjebroek. Ik was daar al heel lang niet meer geweest en ging daarom daar maar eens naar toe. In Lutjebroek zal toch nooit iets gebeuren, was mijn heimelijke gedachte. Sommige mensen denken zelfs dat het niet eens bestaat… En het was een goede keuze. Met het oog op mijn ‘tekendrift’ zoals iemand het zo mooi noemde, fotografeerde ik daar heel wat dieren: allerlei geiten, kippen en hanen, kalkoenen, vrouwtjes en pronkende mannetjes, zwarte zwanen op een nest, parelhoenders en pronkende pauwen –ja, het is lente- schapen, eenden, duiven en een volière vol met allerlei. Alles is daar puur op z’n west-fries, dus de vogelkooi heet ‘Het Vleugelpelois’ (paleis) en het park ‘De Woid’ wat de weide betekent. Dus eigenlijk ben ik naar een mini-dierentuin geweest als je het zo wilt ‘bekoiken’ zal ik maar zeggen. Ik heb voorlopig weer genoeg te tekenen en binnenkort ga ik echt naar Artis, hoor! Hier alvast wat foto’s van ‘De Woid’.

blog 070