Een pracht van een hond (Leuven 2)

Het wonderlijkste wat ik in Leuven heb meegemaakt is dat ik B IJ N A de trotse beztster van een fraaie hond was geworden. Bijna dus hè? Als ik niet zo sterk van karakter was geweest, dan was ik zeker  teruggekomen met een zeer fraai exemplaar, nog tamelijk groot ook. Ik zal het u uitleggen. Ik heb namelijk de merkwaardige hobby om in ons dorp de honden die ik op mijn wandeling tegenkom te fotograferen. Vervolgens ga ik thuis wat tekeningen van ze maken. Het plan is om in de toekomst een expo te maken met als titel: ‘De honden van Bovenkarspel’. Ik vertelde dat aan mijn (reis)vriendin Martine en zij lette mee op en wees mij enthousiast op diverse honden.  Zo had ik al een aardige verzameling op mijn camera staan, toen wij op de Oude Markt kwamen en daar een prachtige hond zagen liggen. Met toestemming van baas en hond maakte ik een mooie foto en daar het een vriendelijk beest was, kwam hij blij kwispelend op mij af.

“Hij is mooi, hè?” zei zijn baas. “Och kijk, hij mag u graag. Wilt u er een van mij kopen?” Ik dacht dat hij een gezellig praatje wilde maken en zei: “Was dat maar waar…”  “Ik meen het” zei de man, “maar dan zijn zusje, ietsje kleiner maar zeker zo lief. Echt, daar zulde veel plezier van hebben…”  Ik lachte een beetje en zei: “Mijn man zal mij zien aankomen. O nee…” . “Uw man is toch zeker niet de baas, gij beslist, maar zijn zusje dan, hè? We kunnen een leuke prijs afspreken…”  Hij keek mij vragend aan. Hij meende het echt. Zouden ze dat in België echt doen, zo maar een hond verkopen? Of zag hij mijn verlangende blik? Mijn vriendin en ik hebben er in de auto nog lang over gepraat, hoe leuk het zou zijn geweest als je eens één keer iets onbezonnens deed, zomaar met een Leuvense   hond thuiskwam en hoe gezellig zijmet mij zou wandelen, hoe goed zij zou luisteren en in het algemeen hoe BRAAF zij zou zijn en dat echtgenoot zou zeggen hoe goed ik er wel niet aan gedaan had om die lieverd mee naar huis te nemenen zo was het eind goed, al goed. Maar nee, ik moest zo nodig weer gehoorzaam en verstandig zijn.

Advertenties

Avonturen in Leuven e.o.

Nu was het zo, dat ik niet alleen gordelroos had maar ook een afspraak met vriendin Martine –al lang geleden vastgelegd- om samen een paar dagen naar Leuven te gaan. Wij hadden er ons beiden ontzettend op verheugd en zou het nu wel of niet door kunnen gaan?? Ik voelde mij na een tijdje veel beter dan eerst; weliswaar nog niet helemaal je dat, maar goed genoeg om het er maar op te wagen, besliste ik. En zo deden wij.  En wat hebben we genoten. En veel moois gezien. En veel gelachen en lief en leed gedeeld. Dat alles heeft ons goed gedaan, dat denk ik zeker te weten. Ik ga nu niet alles in volgorde beschrijven maar gewoon allerlei door elkaar. Vinden jullie vast niet erg. Eerst dan maar over een pracht van een tentoonstelling in het Leuvens Museum over ene Gerhard Tytgat, een Brusselse schilder.*

Edgard Tytgat – Museum Leuven – Prezly

https://mleuven.prezly.com/edgard-tytgat

 De Brusselse kunstenaar Edgard Tytgat (1879-1957) schilderde bijna vijfhonderd doeken en maakte honderden aquarellen, houtsneden, etsen en tekeningen. Daarin trekt hij alle visuele registers open om een bitterzoete wereld neer te zetten. Typisch voor die Tytgatiaanse wereld zijn de onhandige …

Het is een heel bijzondere schilder, moet ik zeggen. Je kunt hem met niemand vergelijken. Aangezien wij beiden, Martine en ik, hevig in schilderkunst geïnteresseerd zijn, is het extra boeiend samen alles te bekijken, af en toe eens op een bankje te gaan zitten en alles op je te laten inwerken.

Later zijn wij nog naar het dakterras geklommen, om een mooi overzicht over de stad te krijgen. Een biertje konden wij daar nog niet nemen omdat het daarvoor nog te vroeg in het seizoen was.   Het was ook onverwacht zo prachtig weer; het leek al een beetje zomer zelfs. Daarom gebruikten wij wat op een van de vele terrassen, want ja, een mens leeft niet bij kunst alleen, nietwaar?

Wat een dag

Het begon dus zo mooi, zoals ik al schreef. Ik stond op het station te wachten op de trein naar Amsterdam en keek naar die velden waar zo’n sprookjesachtige nevel boven hing. Ik maakte een foto en voelde mij helemaal happy. Ik zou naar Artis gaan en had er zin ‘an’. Maar waar bleef die trein nou toch? En dat zei ik ook hardop. “Hij gaat om 13 over” zei iemand. Hee, dat was dus veranderd. Dan had ik toch nog een trein eerder kunnen halen, nou ja, dat was ook niet zo belangrijk. Daar was hij al en wij stapten in. Ik las wat en keek naar buiten en zo was ik snel in Amsterdam. Ik vergat NIET uit te checken en liep naar tramlijn 9. Er kwam een man aan, die ieder van ons een vervangende route ging wijzen. “En u?” vroeg hij. “Naar Artis” zei ik. “De metro, twee haltes” zei hij. Ik moest onder de grond, terwijl ik dat in Amsterdam nog nooit gedaan had. Ik liep een heleboel trappen af, zag geen aanwijzingen staan, iedereen liep allerlei kanten op en daar stond ik. Toch –op de een of andere manier- heb ik het gevonden. Vól die metro, ajakkes wat ongezellig.

 

Ik stapte uit op het Waterlooplein (want 2e halte) en moest dus nog een aardig eind lopen. Gewoon de tramlijn volgen, dacht ik, maar de weg kwam mij steeds minder bekend voor. Bovendien zag ik ook geen tramlijn daar. Nou ja, daar stond een groepje mensen te pauzeren (want roken) en die zouden het wel weten. En ja, ik zat helemaal fout. Maar er was een man bij, die het mij haarfijn uit kon leggen. “Recht naar die slagbomen, tegen die huizen aanlopen en dan naar rechts en meteen naar links. Komt u zo bij de ingang van Artis”. En ja, dat deed ik goed, daar was die mooie poort met die gouden adelaars, hiep hoi.

Ja, een eendenpuzzel a.h.w.

Ik ging naar binnen en daar begon dan eindelijk het grote genieten. Hoewel…ik toch een beetje zat te tobben hoe het nu zou moeten op de terugweg. Zou ik een metrostation kunnen vinden of het hele stuk moeten lopen naar het Centraal? Nou ja, het was er mooi. Er stonden volop krokussen, vooral witte en narcissen, ook vooral witte met een oranje toetertje en sneeuwklokjes en hier en daar al tulpjes, nee geen witte, maar rode. Ik genoot van de dieren, van de kinderen en maakte foto’s.  Afijn, het leek mij verstandig om niet te laat op de terugweg te gaan, vanwege die geheimzinnige lijn 9. Maar BOF BOF hij reed weer gewoon. (wordt dadelijk vervolgd)

Verder   “ Nou hee, is dat nu alles?” zult u zeggen.  Nee, beste lezers, het ergste moet nog komen. Ik reed dus met lijn 9 naar Centraal en stapte uit. Ik liep naar de betreffende gang en dacht: Zo, mij kan niks meer gebeuren. Even wachten en daar kwam mijn trein. Het was druk in de trein maar ik had nog fijn een zitplaats. Enfin ik lees weer wat, ik kijk wat rond en daar wordt wat omgeroepen. “De volgende stopplaats is Heilo”. Wat? Heilo?  “HEILO??”   riep ik. “Gaat deze trein niet naar Enkhuizen???”  Mijn coupé begon zich er meteen mee bezig te houden, “in Alkmaar dadelijk uitstappen, ik zoek het perron even op, ja spoor 3, 13 over 6 en dan naar Enkhuizen”. Beteuterd zat ik daar. O wat erg en o wat vreselijk stom. Nee hoor, kan iedereen overkomen, zei mijn coupé. En “hier moet u eruit en goede reis” zeiden ze met z’n allen. Daar stond ik dan, op een bijna leeg perron. Er was daar wel een lekker warm hokje en daar ging ik dan maar zitten. Ik belde Hans om mij te melden en Ik raakte nog in gesprek met een meisje, omdat ik nu zo onzeker raakte of ik wel de goede trein zou pakken. En ja, bijna gebeurde het…. toen ik in Hoorn uit de trein stapte, stond daar een trein klaar, maar ik stapte er NIET in en gelukkig maar, want hij ging naar Heerlen nota bene. Ik zag het al voor mij en hoorde mij zeggen: “Hans, ik ben nu op weg naar Heerlen… “  Straks mag ik niet meer alleen reizen.  Nou, dat was het dan. Zo iets overkomt alleen mij, jullie gebeurt dat niet zeker, hè??

De Oude Kerk

Ik had deze week met een oude vriendin (Sophia)  én háár vriendin een heel leuke dag in Amsterdam. We zouden elkaar ontmoeten in de Oude Kerk, die ik nog nooit gezien had. Ik was wat eerder en keek alvast wat rond.  “HA THERESE…” schalde het door de kerk en ik werd innig omhelsd. Wat een warm onthaal. We hadden elkaar ook al heel lang niet gezien. Zij woont bij Maastricht, het laagste puntje van Nederland en ik in de kop van N. Holland. Ja kijk, dan loop je niet bij elkaar de deur plat.

weblog 015

Er was daar een tentoonstelling van een Indonesische kunstenaar, best wel de moeite maar die kerk, tjonge wat een pracht van een gebouw. Ik las dat het het oudste gebouw van Nederland is. Normaal ga ik echt niet elke kerk in, maar van deze heb ik erg genoten. Het heeft een donker houten gewelf, wat mooi afsteekt bij het wit van de muren. Als u er ooit in de buurt bent, zeker gaan kijken is mijn advies. Daarna gingen wij een wandeling maken in Sophia’s  oude buurtje, in de Pijp. Zij kan al wandelend boeiend vertellen. We hebben gezien waar ze woonde, haar oude school en de trap die ze afdaalde toen ze ging trouwen. Leuk hè? Daarna liepen wij het Sarphatipark in, waar zij als kind speelde. Het park is genoemd naar dokter Sarphati, een Joodse socialistische huisarts, een zeer geliefd persoon bij zijn patiënten. In de oorlog toen de dokter al gestorven was nota bene, moest het park van de Duitsers anders gaan heten, maar nu heet het al lang weer zo en er staat een groot monument voor hem. We liepen nog even over de Albert Cuyp en daarna gingen we gezellig wat eten bij ‘een Chinees’  op de Ceintuurbaan.  Het was oergezellig, vond ik.O ja, de tram naar Centraal zat bomvol, want ergens was lijn 17 uit de rails gelopen. Griezelig, maar gelukkig was het goed afgelopen, las ik later. We hebben nog voor een volgende keer Artis en de Hermitage op ons lijstje staan. Ik verheug mij er op!

Steeds maar de deur uit

weblog 009

Net had ik nog geschreven, dat ik in zo’n prettige saaie tijd zat, waarin je veel voor jezelf kunt doen of de uitnodigingen en afspraken stroomden binnen. Een tweede vollemaansfeest bij Gerrit aan het IJsselmeer, met een ander gezelschap want het werden er te veel, geloof ik. Wij horen kennelijk bij beide categororieën en natuurlijk voelen wij ons gevleid. Hans gaat zijn visschotel maken waar iedereen zo dol op is. Ik hoop nu maar dat het mooi weer is, want dan ga ik misschien wel zwemmen. Dat heb ik nog niet gedaan sinds die kwestie met de gebroken arm.

Ik kreeg een uitnodiging van iemand die gaat promoveren in de filosofie. Zij heeft vele talenten, zij heeft al wat boeken geschreven, zij is kunstenaar en illustreert, zij maakt performances en theater  én zij studeerde ook nog en nu gaat zij promoveren zelfs. Knap hoor.

Verder heb en had ik afspraken voor de diabetescontrole. Binnenkort ontmoeten mijn jeugdvriendin en ik elkaar in Amsterdam; dat was al weer een tijd geleden. Afgelopen dinsdag was ik trouwens ook al in Amsterdam, in Artis. Het was er druk, heel veel toeristen en scholieren vanwege de vakantie.  Ik trek mij daar weinig van aan; ten slotte kom ik voor de dieren.

Nou ja, zo heb ik nog ’t een en ander, maar we zullen wel zien. Ik plaats hier gezellig een tekening bij en dat is dat.

Een ezel is geen paard (1)

 “Nee allicht niet, wat een domme opmerking”, zult u zeggen.   “Ho ho”, zeg ik dan op mijn beurt. “Het is mijn gevoel dat hier spreekt.  Ik heb namelijk ervaring met ezels én met één paard. Ik zal het u proberen te vertellen. De allereerste keer –ik was nog heel klein, misschien drie jaar of zo- , logeerde ik bij mijn twee geleerde ongetrouwde tantes, die het altijd verschrikkelijk leuk vonden, als ik kwam. Zij beijverden zich elkaar te overtreffen in mij te verwennen wat ik mij vanzelfsprekend lekker liet aanleunen. Nou ja, toen besefte ik dat nog niet zo, maar ik vond het er heerlijk. Zij woonden in Den Haag en geregeld namen zij mij mee uit, bijvoorbeeld naar de eendjes in de Hofvijver en …naar Scheveningen.

Dáár mocht ik op een goede dag op een ezel plaatsnemen en ik mocht op hem rijden. Natuurlijk had een man de ezel vast maar goed, ik zat en reed een heel eind langs het water. Ik was totaal niet bang, en nam ook maar node afscheid van die lieverd, werd mij later verteld. Ik heb er ook een foto van, maar daar ga ik nu niet naar zoeken.  Toen kwam de geschiedenis met het paard, maar daarover in het vervolg, namelijk deel 2.

Nu eerst de tweede keer op een ezel. Dat was járen later. Ik was op vakantie met mijn ‘reisvriendin’ en dit keer zaten wij gezellig op Rhodos. Wij wisselden de dagen wat af, een halve dag luieren, zwemmen en zonnen en de andere helft –ná de siësta – ondernamen wij wat. Zo gingen wij op een dag naar Lindos, een heel hooggelegen stadje. Je kon gewoon naar boven klimmen of je kon een ezel huren, de taxi van Lindos genoemd. Aangezien mijn vriendin niet zo goed ter been was, besloten wij een ezel te nemen. Het kán zijn dat zij gezegd heeft dat ze het een beetje eng vond, maar dat heb ik niet gehoord. Wij waren toen nog superslank allebei, een geluk voor onze ezels. En hopla, daar begonnen wij aan de reis. Even voor de duidelijkheid: één man moest beide ezels en dames begeleiden. Mijn ezel begon rustig te klimmen, maar achter mij hoorde ik zachte gilletjes. Ik keek om en onze begeleider snelde naar de andere kant, omdat mijn vriendin nogal scheef aan het zakken was. Hij duwde haar weer rechtop, zij gilde harder en gleed de andere kant uit. Enfin, gelukkig had hij aan mij geen kind, want ik vertrouwde er op dat de ezel zelf niet in de afgrond wilde storten. Ik vond het wel zielig voor mijn vriendin, maar er was toen niets meer aan te doen. Later vertelde zij hoe bang zij was geweest en nog veel later hebben wij enorm de slappe lach gehad, ook van opluchting waarschijnlijk”.  

Tip: ga nooit op een ezel als u geen goede zit heeft of een beetje bang uitgevallen bent.

 Droge naald ets, Ezel van Artis. Bovenaan een iets donkerder afdruk.

 

“Hermitage aan de Amstel…”

“Hermitage aan de Amstel…”  , dat roept de conducteur van de tram altijd om als ik naar Artis ga. Maar deze keer ging ik inderdaad naar dit museum, met een lieve buurvrouw. Het was de eerste keer dat wij samen op stap gingen en wat hebben wij een gezellige dag gehad! In de Hermitage was o.a. een tentoonstelling over Rusland, de oorlog en de revolutie, maar vooral over de Romanovs, hun leven, hun rijkdom en hun droevig einde. Het is natuurlijk geen leuk onderwerp, maar toch heel interessant. Ten eerste omdat er zo veel bewaard is gebleven en door het commentaar hierop wordt het leven van de heel rijken én van de heel armen zo verduidelijkt voor ons, honderd jaar later.

De tsaar en de tsarina met hun vier dochters én hun enige zoon leefden een teruggetrokken leven, voor zover dat mogelijk was. Bijna alles draaide om de kleine tsarevitch die aan hemofilie leed en met wie men heel voorzichtig moest zijn. Men hoopte zo dat hij toch de latere tsaar zou worden, hoewel dat erg onwaarschijnlijk zou zijn geweest, las ik. Er is heel veel moois te zien, veel uit de Art Nouveau- tijd, sieraden, vazen, kleding, meubelen en schilderijen. Typerend voor die tijd is ook, dat de bekende eieren en sieraden van Fabergé te zien zijn, de hofedelsmid maar ook de later door hem ontworpen voorwerpen voor het leger, samowars, potten en pannen, alles van koper. De eerste wereldoorlog was uitgebroken –de revolutie nog niet- en zelfs de tsarevitch vergezelde zijn vader eens, het arme kind in een klein uniformpje, ook te zien.

Er zijn veel filmpjes van allerlei gebeurtenissen, zoals van de ‘Bloedige Zondag’, de dag dat de tsaar trouwde en er feest zou zijn voor het volk, maar dat eindigde door de enorme opkomst in een bloedbad, mensen die vertrapt werden in het gedrang. Verder ga ik niet zo veel vertellen. U kunt de tentoonstelling nog zelf gaan zien tot 17 september, dus nog tijd genoeg.

Nog even dit: omdat ik dacht dat je geen foto’s mocht maken, had ik alleen mijn oud cameraatje meegenomen en zijn mijn foto’s niet al te best. Maar goed, beter iets dan niets, toch?