Rommel de bommel

“Wat is er Kwaster? Hoofdpijn, ach… Ga even lekker op het bedje lig… o nee, dat ligt helemaal vol”. Moet ik nodig weer eens opruimen. Maar ja, ik kan ook niet alles tegelijk. Ik ben al bezig met de boekenkasten, boven én beneden, schiet nog niet erg op, en zo tobde ik wat in mijzelve. Intussen was ik een soortement van boodschappennetje aan het haken van een patroon dat ik van Hanscke toegstuurd had gekregen. En omdat ik het verkeerde garen had –moest heel erg dun zijn – én een haaknaald had die nóg dikker moest zijn dan ik al had, was ik dus helemaal fout bezig. En van het een kwam het ander. Opeens zag ik de waarheid onder ogen. Hier komt hij: OVERAL WAAR IK ZIT, KOMEN ER STAPELTJES SPULLEN TE LIGGEN. Je kunt het spoor zo volgen. Op de bank en op de middentafel bollen katoen in allerlei kleuren e.a.d. (en andere dingen), op dat bewuste bedje tekenspullen, krijtjes, schetsblokjes, etui’s, aquareldingen e.a.d. én alsof het nog niet erg genoeg is, zet zoon Martijn er vaak nog wat bij, met name 4 plastic flamingo’s (3 zijn heel en 1 kapot) en een grote doos VOL met gedichten. Voor beiden heb ik nog geen plaatsje gevonden. Wel heb ik al  twee bundels gelezen, hoewel ik dat normaal zelden doe. Het stukje bank dat over is, daar ligt Boeli op, ontzettend slordig, al zeg ik het zelf. Maar ja, zo’n beest past zich aan, je kunt het hém niet kwalijk nemen. Het is toch wat hè mensen? Op deze manier krijg ik nooit van zijn leven een opgeruimd huis, want ik zelf blijf stapeltjes produceren, ongemerkt en nog veel vlugger dan ik kan (of wil?) opruimen. Gelukkig heb ik wél van nature een opgeruimd karakter en dat is ook wat waard, hoor.

Advertenties

Een gênant ogenblik

Laatst maakte ik kennis met een nieuwe mevrouw op het Vollemaansfeest, Anna. Zij was daar voor het eerst. Wij raakten in een langdurig gesprek wat zij wel fijn vond, denk ik, omdat zij nog bijna niemand kende.  Zij vertelde en vertelde…af en toe knikte ik instemmend of maakte passende geluiden. Best leuk, hoor, want het was een aardige vrouw. Op een gegeven moment wilde ik op een onderwerp ingaan en begon ook wat te vertellen… “Ho Thérèse, wacht even, ik heb maar één oor…” riep zij. Ik verstomde verschrikt. Ik zat links van haar en ik keek, ja daar zat een oor. Dan moest aan de andere kant … ik staarde maar durfde niet op te staan om aan de andere kant te gaan kijken. Er viel een akelige stilte, tot bij Anna het kwartje viel. “Ach, ik bedoel natuurlijk dat in mijn andere oor geen gehoor zit, ik hoor daar niet mee” verduidelijkte zij, een tikkeltje bazig. Ja, wel een beetje dom van mij. Maar goed enfin, kan gebeuren.

agendakrabbel

Na een tijdje was ik weer eens mijn tas kwijt, waar ik mijn fototoestel in had gedaan. “Heeft iemand soms een zwarte tas gezien?” riep ik. “Deze? Of deze?  Nee, misschien deze??” Men stak een menigte zwarte tassen omhoog. Opeens zag ik de mijne. Hij stond gewoon midden op een grote tafel. Toch, wie zou nu gedacht hebben dat vrijwel alle vrouwen ook een zwarte tas bij zich hadden?  Midden in de zomer? Ach dom, ik had zelf ook een zwart geval. Hahaha, volgende keer kies ik een leuk kleurtje uit. Ik heb namelijk een zwak voor tassen, een donkergele, denk ik. Ik zal eens in de winkels gaan kijken…

De tweede zomergast

De tweede zomergast was Louis van Gaal. Hans verheugde zich er enorm op. Ik was wel benieuwd maar vreesde ook dat hij misschien de hele avond over voetbal zou praten. Dus vol verschillende verwachtingen zaten wij om kwart over acht klaar voor de buis. En? Wij hebben een héél boeiende avond beleefd. Misschien wel een van de meest boeiende in lange tijd. Beiden, zowel Jeanine als Louis, hadden zich goed voorbereid. Jeanine wist waarschijnlijk veel meer van voetbal dan zij ooit geweten heeft.

En Louis had zich in zijn hele leven verdiept, beginnend bij zijn jeugd tot aan de de dag van vandaag. Hij is een bedachtzaam spreker en hij laat zich niet onderbreken.  Hij zegt doodleuk maar beleefd dat hij iets niet kan uitleggen als zij hem niet laat uitpraten of hem telkens in de rede valt. Jeanine zegt dan dat zij op de klok moet letten. Waar is toch die tijd gebleven, dacht ik opeens, dat een mooi programma rustig kon uitlopen? Daarom ratelen ze allemaal zo, ging mij opeens een licht op, Eva en Mathijs en noem maar op.  Een verademing om naar deze man te luisteren. Hoe hij vertelde over zijn jeugd, de ziekte van zijn eerste vrouw, zijn kinderen, zijn voetballers, zijn tweede vrouw, Truus en het meest recent zijn stoppen met werken. Dit is heel kort samengevat. Enfin, als u het niet gezien heeft, het kan nog, dacht ik. Heeft u het wél gezien, dan ben ik benieuwd hoe u het ervaren heeft.

Het vollemaansfeest 2018

Zaterdag om 6 uur zou het beginnen, het Vollemaansfeest bij onze gastheer Gerrit dat we om niet nader genoemde reden uitbundig zouden gaan vieren. Kwaster had de dag tevoren al een gedeelte van zijn inmiddels vermaarde vissalade klaargemaakt en in de koeling gezet. De volgende ochtend begon met een regentje, gevolgd door een stortbui. Heerlijk natuurlijk, maar wel vroegen wij ons af onder het voltooien van de  salade hoe het weer die avond zou zijn.

onze gastheer in djellabah

Ik zal het u zeggen: het was een heerlijk temperatuurtje, de zon scheen en veel later een prachtige maan, maar… het waaide keihard. Onze gastheer heeft bij het IJsselmeer een grote boom staan én ratelpopulieren aan de voorkant en beiden deden hun best om elkaar te overstemmen. Daarbij voegde zich het IJsselmeer met echte golven in zijn normaal gladde water.  

New-Foundländer

De musici die er waren om Gerrit  en ons allen te plezieren, konden er maar nauwelijks boven uit komen. We hebben toen de hele boel verplaatst naar een meer geluidsarme plaats. Daar klonk de muziek veel beter. Wij kregen lekkere wijn van Gerrit en iedereen had wat klaargemaakt. Bij elkaar was dit een tafel vol. Wij zagen veel oude kennissen en vrienden, wij aten een hap en namen een slok, wij zongen en praatten volop, kortom het was een heerlijke feestavond. Ik heb ontzettend genoten en Hans op zijn manier ook. Dank je wel, lieve Gerrit.

Une petite avonture

Aangezien wij hier te midden van huizen en winkels wonen en ik gelezen had dat je de horizon moest kunnen zien, reden Kwaster en ik naar de dijk aan het IJsselmeer. Het is een smalle dijk waar twee auto’s elkaar op sommige plekken maar kunnen passeren. Nou, wij waren niet de enigen. Er stonden heel veel auto’s en fietsen en langs de dijk zaten en stonden veel mensen in het gras. Spannend, dacht ik. “Ik zie nog helemaal niks, Hans” zei ik  “en nu moet hij op z’n mooist zijn”. Dat had ik gelezen. “Hij moet eerst boven de dijk uitkomen” stelde Kwaster mij gerust. “O ja” dacht ik, “dat is de horizon niet, maar de dijk”.

Goed, wij nestelden ons ook in het gras en gingen wachten. Achter ons kwamen steeds meer auto’s aanrijden en eentje stopte pal achter ons, midden op de dijk. Alle inzittenden stapten uit, haalden verrekijkers, statieven en grote camera’s te voorschijn. Zij leken voorlopig niet meer in te stappen. Kwaster en ik speurden intussen naar die rode maan; we keken door ons cameraatje, allerlei lichtjes in de verte maar geen maan nog te zien. Ik ging maar eens kijken bij mensen met een verrekijker bij zich. “Kijk, daar staat hij” zei een man en wees omhoog. “En daaronder Mars met de Marsmannetjes”. Ik vond de maan helemaal niet zo rood, maar Kwaster wel. Het valt mij altijd tegen, die dingen, maar het was hier ook niet zo helder.  “Zullen we dadelijk naar huis gaan, Kwaster?” vroeg ik. Kwaster keek mij aan en zei: “Hoe wil je dat doen? Kijk eens om je heen”.

 opgeleukt

Nee maar, een stilstaande file op de dijk. Door die ene auto had er niemand meer door gekund, niet de auto’s van links en ook niet die van rechts. De eerst aangekomen auto’s stonden keurig geparkeerd aan de kant, maar de anderen stonden midden op de weg, met de neuzen richting dorp en met de neuzen richting dorp af. Niemand kon voor of achteruit. “Nou, we zien jullie tegen de ochtend wel kommen” riep een opgewekte West-Fries. Ja, daar was ik ook bang voor. “Hans, er moet een regelaar komen” zei ik met een piepstem.

Maar Hans wachtte kalm af. In de verte zagen we nog meer auto’s erbij komen. Een dik uur later scheen het rustiger te worden. Wij ook konden erdoor. Hoe het zich heeft opgelost, ik zou het niet weten. “Het was toch een avontuur, Kwast” zei ik opgelucht, “une petite avonture”. Als ik gelukkig ben , praat ik wel eens Frans, haha.

Mijn eerste bundel

Ik heb mijn eerste bundel uit:  Dolf Hartkamp  Vleugels van Satie. Ik moet toegeven dat ik bij mijn keuze uit die doos gevallen was voor de titel. Ik hou namelijk erg van de componist Eric Satie en heb hem zelf ook nog gespeeld op de piano. Maar er kwam maar één gedicht over Satie in voor. In het begin vond ik de poëzie nogal tegenvallen maar gaandeweg kwam ik er steeds meer in. En nu heb ik den bundel uit. Ik zal hier één gedicht van hem plaatsen, hoewel dat misschien niet mag. Uit het gedeelte Oost-Groningen:

Badend in gele koolzaadvelden
in echt warm zonnig
gedoe van echtparen
op trotse Gazelles
bij elke pedaalslag
groeiend tot eigen hereboer

Gemeten aan de petten
de overkant of de aarzelende
avondgroet die langzaam
in rechte sloten met plastic pijpen
wordt gezegd

Durf je hier niet goed
bloot in het gras te liggen

 

Een Gloxinia

Sinds kort ben ik in het gelukkige bezit van een Gloxinia , gekregen van Hans.  Nog nooit van mijn hele leven heb ik een dergelijke plant gehad. Vroeger –in mijn kringen dan- was dat een ordinaire plant. Ik moet zeggen dat hij, de plant er toen, lang geleden, heel anders uitzag, lang niet zo mooi als dit exemplaar. Het waren toen planten die je alleen in ouderwetse huiskamers zag, voor ieder raam met gordijntjes eentje, zo in die geest. Kijk ik heb een foto van hem gemaakt én ik heb hem vandaag verpot, zodat ik hem gemakkelijker water kan geven. (Zou ik eigenlijk ZIJ moeten zeggen?  Namen die eindigen op een A zijn vrouwelijk. Ja echt waar!  Maar ja, toch zie ik hem als een HIJ.)

Met deze warmte wil hij best veel water en wat bloeit hij prachtig, niet waar? Gek is dat eigenlijk, die mode zelfs in de plantenwereld. Vroeger hadden veel vrienden altijd een parapluplant, die je heel nat moest houden. Op het moment zie ik die nergens meer. Ook waren Sanseveria’s gewoon belachelijk, maar sinds het tot zo’n leuke studentenplant is ge-upgraded, is die in de winkel ook meteen heel duur geworden.  Alles, ja alles is tegenwoordig aan mode en style enz. onderhevig, het is gewoon te gek, vind ik. Soms lees ik wel eens over iets, dat het weer MAG. Nou, dat bepalen we toch zelf, ja toch niet dan??