Een logeerpartij

Dit keer kwamen onze kleinkinderen wat langer logeren. Zij hadden zelf al vakantie maar hun ouders nog niet.

We boften met het weer, dus we gingen allereerst naar Artis. Ze kenden daar al zo’n beetje de weg, tenminste dat dachten zij zelf. Enfin, we zijn Rein maar één keer kwijt geweest én hij ons. Ze hebben weer genoten, het nieuwe verblijf van de olifanten gezien, door de tuin gehold, hier gekeken daar gekeken, gekleurde veertjes uit hokken gepeuterd, limonade gedronken, wat lekkers gegeten. Kortom het was een enerverende maar prachtige dag.

Verder hebben ze een ets leren maken, Mare heeft 2 bloemen ‘gevilt’, we zijn naar de kinderboerderij geweest, waar ook een groot speelveld is, waar Rein kan voetballen. Mare heeft één keer fluit geoefend, want binnenkort had zij met haar orkest een uitvoering. O ja, we hebben kwartet gespeeld en ’s avonds probeerden wij –afgepeigerde grootouders – de kinderen op hun tijd naar bed te krijgen, wat ons niet zo best lukte. Nou ja, er was wel meer wat wij niet voor elkaar kregen, maar goed, wij deden ons best, meer kan je niet doen, toch? Wij zijn nu een beetje  bijgekomen; vandaar dit late logje.

Lijnplannen

A.s. maandag, zo nam ik mij voor, ga ik heel streng lijnen. Zaterdag was zoon Martijn van vakantie teruggekeerd, uit Frankrijk en hij had lekkere dingen voor ons meegenomen. Zondag zaten wij ook nog heerlijk te nasjen, dus was maandag dé goede dag om te beginnen. De hele week streng zijn, Theetje, zo zei ik tegen mijzelf.  Om 3 uur ’s  middags ging de telefoon en werd ons gevraagd of wij het gezellig vonden een glaasje wijn te komen drinken bij de jarige Gerrit (die van het IJsselmeer) . En bij een glaasje hoort een hapje en nog even dacht ik aan mijn wegvliegende lijnplannen, maar het was té gezellig, mensen. Ik gaf ze maar een zwaaitje na en zei “graag” tegen nog een feestelijk glas. Och wat kan het leven toch vurrukkeluk zijn, nietwaar?

Nog wat vergeten

Mijn verslagje over Artis was nog lang niet compleet, zag ik opeens. Zo’n wegwijzer met een net echte kraai erop, vind ik altijd zo leuk, maar ik heb hem nog nooit gefotografeerd. Voilà, daar is er eentje.

En na de tulpen komt de eetbare tuin, ook daarvan had ik niets laten zien. Wist u dat je dahlia’s kunt eten? Ja, het is zo. Overal staan bonenstaken, selderie, zoete aardappels en allerlei eetbare bloemen ertussen. MOOI.

En dan had ik nog een wonderlijke belevenis. U weet, dat ik vaak in Artis kom, maar opeens zag ik tussen de bomen achter dik gaas grote dieren zitten, die ik nog nooit gezien had.

Ik maakte een foto, drong tussen de bomen door om er dichter bij te komen en zag de dieren belangstellend naar mijn gestuntel kijken.

Ik stak mijn lens tussen de tralies door en hoorde a.h.w. de dieren mompelen: “Zou ze kwaad in de zin hebben? Toch maar gewoon blijven zitten?”  Een ander zei: “Goh hebben wij ook eens bezoek. Wonderlijk. Laten we d’r van genieten en mooi op de foto gaan”  U vindt mij misschien een dokter Doolittle, maar echt, ik kon het aan hun verbaasde koppen zien. En weet u, ze hadden ook niet eens een bordje, zoals de andere dieren, waarop staat wat voor dier je bent e.d. Dus ja, ik moet gaan zoeken. Toch wel sneu voor ze, net of ze niemand zijn en het zijn grote en mooie dieren. Ze kunnen niet door de oppassers over het hoofd gezien zijn. Misschien weet u het? Ze lijken nogal op herten, ook met die hoefjes, maar hun kop is nogal lang. Als u het weet, graag, ik hou mij aanbevolen.

Nieuw olifantenverblijf   

Ik ging gisteren naar Artis om het nieuwe olifantenverblijf te zien, ook in de hoop ze te zien zwemmen natuurlijk. Helaas gebeurde dat niet, maar het is wel prachtig geworden. De architect heeft zich helemaal verdiept in het leven van die geweldige dieren. Er staan allerlei stenen als schuilplaatsen, er is een groot zwemwater, ze kunnen desgewenst een lekker modderbad nemen en noem maar op. En wij mensen kunnen midden door het water lopen om oog in oog te staan met een zwemmende olifant of alleen een slurf, die als snorkel gebruikt wordt.

En verder, wat zag ik verder voor bijzonders?

Een leeuwin, die lui op een boom hangt. Dat is al de tweede keer, dat ik de leeuwen zo goed kon zien en fotograferen.

De mandrillen waren dit keer zeer actief. Ik zag Pa duidelijk, de grote baas en de moeder met haar arm om haar jonkie. Romantisch hè? Ook de andere mandrillen sprongen vrolijk in het rond.

En dan de kamelen, dat was heel raar. Ze leken wel geschoren. Daardoor leken ze ook een andere kleur te hebben, veel lichter en bloter?? Opeens begon er eentje te rollen en te rollen en daarna lag hij stil, het zag er vreemd uit. Misschien dat ze daardoor hun wintervacht verliezen? Ik zag geen oppasser aan wie ik het kon vragen. Maar het was wel boeiend om het te zien.

O ja, ik zag de twee gibbons dichter bij dan ik ze ooit gezien had. En zo is zo’n dierentuin toch steeds weer anders. Innig tevreden ging ik weer naar huis terug. Het was weer een prachtige dag.

Familiedag 17 juni 2017   

Beste mensen, ik kan het allemaal niet meerbijhouden. Het is vandaag al de 25e en de familiedag is dus al meer dan een week geleden. Toch ga ik er gewoon nog wat over vertellen.

Ik was dit jaar aan de beurt om de boel te organiseren. Heel toevallig las ik op Facebook dat een vriend (Simon Corson) in Rijen een mooie wandeling gemaakt had in de bossen aldaar.

Een gids ging mee en vertelde er reuze interessante dingen over. Ik vroeg aan Simon hoe ik die mensen kon bereiken, want juist daar hebben wij een heel leuk deel van onze jeugd doorgebracht. Wij zwommen in wat toen nog een zwembad was en wij visten er met onze neven en nichtjes; kortom nostalgie alom. Het is nu aan de natuur teruggegeven,zoals dat heet en er lopen Schotse Hooglanders en in de toenmalige leemputten groeien veel planten en broeden er vogels. Simon verstrekte ons alle informatie, wij reden er ook heen om een leuk restaurant te vinden.

 Dat lukte en wij spraken af daar te koffieën met taart, na de wandeling te borrelen en daarna tezamen een hapje te eten. En om het niet te lang te maken: het was een bijzonder geslaagde dag. 1. Het was reuze mooi weer. 2. Op onze zoon Martijn na, die met vakantie was, waren wij COMPLEET. 3. Wij zagen ons nieuwe nichtje Lieke, een vrolijke lachebek.

Haar nichtjes Lotte en Mare ontfermden zich over haar en genoten volop. Nou, dit was het dan, een beetje in het kort.

Een ezel is geen paard (2)

En dan nu over mijn ervaringen met een paard. Ik was, denk ik, een jaar of elf toen ik –op mijn eigen verzoek- les kreeg op het paard van mijn vader, Indra genaamd. Een mevrouw Toos Smeele, die paarden en paardrijdende mensen schilderde om aan de kost te komen, de paarden voor haar plezier ‘afreed’ als de eigenaren geen tijd hadden, gaf mij les. In het begin buiten op een open plek in het bos. Mijn vader was er ook bij. “Klim er maar op”, zei mijn lerares en lachte hartelijk toen het mij niet lukte. Ik was en ben trouwens nog steeds maar klein van stuk. Mijn vader hielp mij een handje en daar zat ik, jonge jonge wat hoog! Ik pakte de teugels en moest proberen ‘in lichte draf’ te gaan, op en neer wippend gelijk met het paard, zal ik maar zeggen. Tot mijn stomme verbazing ging het louter vanzelf  – en óp en neer en óp en neer -, zalig was dat. “Je hebt feeling” riep mijn lerares enthousiast. Wat dat betekende, wist ik niet. Wij kenden in die tijd nog geen woord Engels. Dat is nu wel anders, maar goed.

Was alles nu maar zo doorgegaan, dan was ik helemaal gelukkig gebleven maar de lessen gingen door. Ik moest leren galopperen. Dat was andere koek. Ik vloog alle kanten uit, klemde mij wanhopig aan zijn nek vast, vermoed ik en het paard werd plotseling tegengehouden. Mijn vader en Toos overlegden.  Ik zag ze in de verte wijzen en er werd een touw –een lounge? – aan het paard gebonden, zodat hij er niet met mij vandoor kon gaan, begreep ik later. Ik werd toen wel wat angstig, dat begrijpt u wel. Maar het zou nog véél erger worden.

Het paard werd elders gestald en ik kreeg les in een wei met een hek erom heen. Mijn vader reed daar ook als hij niet naar het bos ging. Met nieuwe moed klom ik op Indra’s rug en daar gingen wij opnieuw  in ‘lichte draf’. Het ging weer helemaal goed en ik voelde mij in de zevende hemel  -en óp en neer, en óp en neer – tot … opeens Indra steigerde en ik … gelijk Dikkertje Dap met een vaartje naar beneden gleed:  BOEM AU.  Niet bezeerd, dan er gelijk weer op, werd mij gezegd. Ik reed een rondje, het ging goed, hoewel steeds op een bepaalde plek het paard met mij op zijn rug door de stekelbosjes manoeuvreerde. “Laat zien wie er de baas is”, riep mijn vader, die het lesgeven nu zelf deed. Maar het feit was daar: het paard was mij duidelijk de baas. Hij voelde goed dat er maar een kind op zijn rug zat, denk ik. Zo sukkelden wij nog een tijdje door. Het paard steigerde op onvoorziene momenten en ik lag weer eens op de grond. “Hij is geplaagd door kinderen en is nu zenuwachtig geworden; daarom schrikt hij soms van een paaltje…”  legde mijn vader uit. Ik keek de wei eens rond en zag héél veel paaltjes … en zo kwam er een eind aan mijn paardrijlessen helaas. Ik werd té bang. Vele jaren later hoorde ik mijn vader vertellen over dat paard en echt waar, ik hoorde hem zeggen:  “Indra, o die rotknol”.  Ik kon mijn oren niet geloven.

Tekening van mij; lijkt niet op Indra, maar het IS een paard.

Een ezel is geen paard (1)

 “Nee allicht niet, wat een domme opmerking”, zult u zeggen.   “Ho ho”, zeg ik dan op mijn beurt. “Het is mijn gevoel dat hier spreekt.  Ik heb namelijk ervaring met ezels én met één paard. Ik zal het u proberen te vertellen. De allereerste keer –ik was nog heel klein, misschien drie jaar of zo- , logeerde ik bij mijn twee geleerde ongetrouwde tantes, die het altijd verschrikkelijk leuk vonden, als ik kwam. Zij beijverden zich elkaar te overtreffen in mij te verwennen wat ik mij vanzelfsprekend lekker liet aanleunen. Nou ja, toen besefte ik dat nog niet zo, maar ik vond het er heerlijk. Zij woonden in Den Haag en geregeld namen zij mij mee uit, bijvoorbeeld naar de eendjes in de Hofvijver en …naar Scheveningen.

Dáár mocht ik op een goede dag op een ezel plaatsnemen en ik mocht op hem rijden. Natuurlijk had een man de ezel vast maar goed, ik zat en reed een heel eind langs het water. Ik was totaal niet bang, en nam ook maar node afscheid van die lieverd, werd mij later verteld. Ik heb er ook een foto van, maar daar ga ik nu niet naar zoeken.  Toen kwam de geschiedenis met het paard, maar daarover in het vervolg, namelijk deel 2.

Nu eerst de tweede keer op een ezel. Dat was járen later. Ik was op vakantie met mijn ‘reisvriendin’ en dit keer zaten wij gezellig op Rhodos. Wij wisselden de dagen wat af, een halve dag luieren, zwemmen en zonnen en de andere helft –ná de siësta – ondernamen wij wat. Zo gingen wij op een dag naar Lindos, een heel hooggelegen stadje. Je kon gewoon naar boven klimmen of je kon een ezel huren, de taxi van Lindos genoemd. Aangezien mijn vriendin niet zo goed ter been was, besloten wij een ezel te nemen. Het kán zijn dat zij gezegd heeft dat ze het een beetje eng vond, maar dat heb ik niet gehoord. Wij waren toen nog superslank allebei, een geluk voor onze ezels. En hopla, daar begonnen wij aan de reis. Even voor de duidelijkheid: één man moest beide ezels en dames begeleiden. Mijn ezel begon rustig te klimmen, maar achter mij hoorde ik zachte gilletjes. Ik keek om en onze begeleider snelde naar de andere kant, omdat mijn vriendin nogal scheef aan het zakken was. Hij duwde haar weer rechtop, zij gilde harder en gleed de andere kant uit. Enfin, gelukkig had hij aan mij geen kind, want ik vertrouwde er op dat de ezel zelf niet in de afgrond wilde storten. Ik vond het wel zielig voor mijn vriendin, maar er was toen niets meer aan te doen. Later vertelde zij hoe bang zij was geweest en nog veel later hebben wij enorm de slappe lach gehad, ook van opluchting waarschijnlijk”.  

Tip: ga nooit op een ezel als u geen goede zit heeft of een beetje bang uitgevallen bent.

 Droge naald ets, Ezel van Artis. Bovenaan een iets donkerder afdruk.