Het been

Soms denk ik wel eens ’s avonds laat wat het leukste of het mooiste of het droevigst is, wat ik die dag meegemaakt heb. Ik moet dat trouwens eens gaan opschrijven, want het zou de moeite waard kunnen zijn en vergeten doe je dat snel. Het heeft iets filosofisch, vind ik, wat ik niet van mijzelf verwacht had. Het was gisteren wel iets concreets, hoor. Je kon het gewoon zien en  je verbazen. Op zich zelf had het niets filosofisch. Maar het was wél iets geheel onverwachts. Een heuse verrassing. Nou, hier komt-ie dan: een bijzonder been. Ik mocht er een foto van maken. Kunt u ook mee genieten. Een koninklijk been en ik heb de primeur. O zo. Wat zegt u ervan?

Advertenties

Heerlijk lawaai

Daar zijn ze dan, de timmerlui. Boem boem, zaag zaag, BRRRRRRRR gaat de boor, raam eruit, kou erin, stof overal, kortom er wordt hard gewerkt. Na anderhalf jaar wachten kregen wij er een hard hoofd in. Wij informeerden geregeld en dan kwamen er beloftes, maar die gingen weer niet door, omdat er iets tussenkwam. Maar nu eindelijk: hiep hiep hiep! Boeli schrikt wel iedere ochtend op en vlucht naar een ander lokaal, totdat hij ook daar gestoord wordt. Maar tegen vieren keert de rust weer. Totdat de volgende ochtend al om half acht het lawaai weer met volle kracht losbarst. Wij kunnen ons niet goed ergens op concentreren en verheugen ons op volgende week. Dan gaan ze in de werkplaats de nieuwe ramen maken en hebben wij een weekje rust. Maar wij blijven blij, túúúúrlijk!  Wij kennen nu de tijden waarop zij graag koffie hebben, zowel ’s ochtends als ’s middags. Zij hoeven maar te kikken en wij doen het verlangde. Er zijn namelijk te weinig timmermannen, hebben wij van welingelichte bronnen vernomen. En wij hebben er nu zelfs twee en daar moet je zuinig op zijn en dat zijn we.

Ze hebben mij zelfs een plezier gedaan door gewillig op de foto te gaan. U kunt wel zien wie de rust zelve is en wie de geinponem van de twee, denk ik.  We houden goede moed en hopen dat de boel nog klaarkomt voor de winter invalt, want de schilder moet de nieuw getimmerde stukken en de verse ramen nog schilderen.

Ter geruststelling

Omdat vrijwel  iedereen zich ongerust maakte over ons mogelijke slaaptekort door die enorme feestverlichting aan de overkant, zal ik even wat nadere toelichting geven. Wij hebben in onze slaapkamer een soort luxaflex en tot onze opluchting houdt die genoeg licht tegen om te kunnen slapen. Wel zitten wij –en daar moest ik toch zo om lachen en nóg eigenlijk – tot het einde van het jaar in een huiskamer, die overdadig geïllumineerd is, terwijl Sinterklaas nog niet eens gearriveerd is. Ik heb speciaal een foto gemaakt om u een indruk te geven.
Is er hier verder nog wat gebeurd? O ja, volop. Men is dagen aan het graven geweest; niemand wist waarom of waarnaar maar nu onlangs bleek dat het iets met de waterleiding was. Dat concludeerde Kwaster (Hans) toen hij een kraan opendraaide en er behalve wat stoterig water ook “plof plof plofplof” uitkwam. Vreemd hè dat niemand je daarvan op de hoogte houdt? De boel is nu weer dicht: de mensen en apparaten zijn verdwenen. Er staan alleen nog wat paaltjes e.d. Dus er zal nog iets op het programma staan.
Verder, vandaag met name, stond de timmerman, weer tot onze stomme verbazing maar ook blijde verrassing voor de deur. Hij heeft wat platen neergelegd en komt morgen het een en ander echt doen. U begrijpt misschien niet waarom wij zo verbaasd zijn, maar dat komt omdat hij eigenlijk vorig jaar zomer zou komen, gelijk mét of direct na de schilder. Dus ja, wat zal ik u zeggen?  Na maanden van wanhoop komt er’ licht’ (hihihi) in  timmermans duisternis.  O wat zijn wij heden blij, trala la lala…*Th. neuriet verheugd verder*

 

Goeie hemel…

Gisterochtend werden we al vroeg wakker van een geheimzinnig gepiep.  “Hans” zei ik, altijd in de veronderstelling dat echtgenoot het wel zal weten, “wat piept daar toch zo akelig?” En… hij wist het inderdaad, want hij was al gaan kijken buiten. “Dat is zo’n ding wat omhoog en omlaag gaat en ze brengen een kerstverlichting aan…”  Ik zuchtte eens en sliep weer door. “Wat vroeg” mompelde ik nog, het in het midden latend of het vroeg in het jaar was of vroeg voor deze ochtend. Nu hebben we ieder jaar kerstverlichting in de etalage aan de overkant, dus ik verbaasde mij nergens over.

Wat later stond ik op en keek naar buiten. “Huh, wat krijgen we nu??” vroeg ik mij vol verbazing af. Ze waren bezig de hele gevel vol te hangen met lichtjes; het begon zelfs een beetje op de Bijenkorf te lijken, hier in ons eigen dorp. Vol verbazing ging ik naar beneden en daar kon ik het nog beter zien. Het begon zelfs al een beetje op die film te lijken, de Christmas Vacation van de Griswolds, die kent u wel hè? Wij keken vroeger altijd.  “Hans, ik moet toch wel een beetje lachen, hoor. Wat een feestverlichting! Geweldig! Daar mogen wij twee maanden van genieten.  Wat leuk! We hoeven zelf niks meer aan versiering te doen,uh … alleen de Kerststal plaatsen, datheb ik aan Rie beloofd, dus dat doe ik.”.  Ik maakte een foto en verder wachtten wij het donker af voor een betere .

“O o wat een verlichting, “prachtig, schitterend, wat een uitzicht. Hoe vind je dat, Hans?”  zei ik. “Nou lieverd, als die lampjes vanavond niet uitgaan, kunnen wij onze lol wel op, met die bovenramen van ons” antwoordde Hans.  “Nee, tegen twaalven gaan ze uit natuurlijk” zei ik opgewekt en ik lachte nog maar eens in mij zelf. “O wat mooi, zo iets heb ik nog nooit meegemaakt”.  Het werd avond en later en later. “Dadelijk gaan ze heus wel uit, hoor; ze kunnen toch zeker niet de hele nacht branden…” mompelde ik, al een beetje minder zeker van mijzelf. Het werd twaalf uur, iets over twaalf, half één  –Hans was inmiddels naar bed gegaan- en de duizenden lampjes bleven branden. Hans had natuurlijk helemaal gelijk. Zouden de verlichte rendieren met slee,  de sneeuwmannen, de Kerstbomen en sterren en wat ‘dies meer zij’ dan állemaal ALTIJD maar blijven branden? Als wij naar bed zijn dus ook?  Ik wist het niet. Ik had nooit tegenover een buitenslee met rendieren gewoond. Ik dacht dat men de boel netjes uitdeed voor het naar bed gaan. Ik ben er helemaal confuus van, mensen. Wat zou dat wel niet kosten en hoe moet het met het milieu?? Als heel veel mensen dat zomaar doen dan, hè? Goeie hemel…”

De Oude Kerk

Ik had deze week met een oude vriendin (Sophia)  én háár vriendin een heel leuke dag in Amsterdam. We zouden elkaar ontmoeten in de Oude Kerk, die ik nog nooit gezien had. Ik was wat eerder en keek alvast wat rond.  “HA THERESE…” schalde het door de kerk en ik werd innig omhelsd. Wat een warm onthaal. We hadden elkaar ook al heel lang niet gezien. Zij woont bij Maastricht, het laagste puntje van Nederland en ik in de kop van N. Holland. Ja kijk, dan loop je niet bij elkaar de deur plat.

weblog 015

Er was daar een tentoonstelling van een Indonesische kunstenaar, best wel de moeite maar die kerk, tjonge wat een pracht van een gebouw. Ik las dat het het oudste gebouw van Nederland is. Normaal ga ik echt niet elke kerk in, maar van deze heb ik erg genoten. Het heeft een donker houten gewelf, wat mooi afsteekt bij het wit van de muren. Als u er ooit in de buurt bent, zeker gaan kijken is mijn advies. Daarna gingen wij een wandeling maken in Sophia’s  oude buurtje, in de Pijp. Zij kan al wandelend boeiend vertellen. We hebben gezien waar ze woonde, haar oude school en de trap die ze afdaalde toen ze ging trouwen. Leuk hè? Daarna liepen wij het Sarphatipark in, waar zij als kind speelde. Het park is genoemd naar dokter Sarphati, een Joodse socialistische huisarts, een zeer geliefd persoon bij zijn patiënten. In de oorlog toen de dokter al gestorven was nota bene, moest het park van de Duitsers anders gaan heten, maar nu heet het al lang weer zo en er staat een groot monument voor hem. We liepen nog even over de Albert Cuyp en daarna gingen we gezellig wat eten bij ‘een Chinees’  op de Ceintuurbaan.  Het was oergezellig, vond ik.O ja, de tram naar Centraal zat bomvol, want ergens was lijn 17 uit de rails gelopen. Griezelig, maar gelukkig was het goed afgelopen, las ik later. We hebben nog voor een volgende keer Artis en de Hermitage op ons lijstje staan. Ik verheug mij er op!

Foto’s in de herfst

Dit wordt een logje met weinig tekst, maar een keertje met veel foto’s. Het is nog mooi en daar moeten we nog even van profiteren. Begin van een wandeling: bruggetje over, bijenkorven.
 
Oud schuurtje…

Nog meer staat nog te bloeien en te nazomeren.
En dan nog wat anderszins mooi of leuk. Met mij gaat het goed; ik heb het alleen druk en zodoende kom ik niet veel tot schrijven. Maar ja, een mens kan niet alles tegelijk en een dag is zo voorbij.
een herfstig versierd paaltje bij wijze van uitroepteken.

 

 

Jaarplan 3

Het werkt fantastisch zo’n jaarplan, voor mij dan. Het afgelopen jaar –want ik was in half oktober begonnen – zou ik minstens 2 etsen per week maken en ook dat is weer gelukt. De meeste mensen hier vinden ze nog mooi ook, want ik heb er toch al aardig wat verkocht. Dus nu ga ik aan jaarplan drie beginnen. Dat wordt voornamelijk schilderen, met acryl en met olieverf op doek. Wat groot en wat klein, we zullen zien hoe het bevalt. Ik dacht dan één schildering per week te maken. Verder ga ik ook door met etsen, want dat is toch een techniek die mij erg bevalt. Misschien breid  ik het wat uit, met zuurbijten en aquatint; ik leg u dat t.z.t. wel uit, hoe dat gaat.  Eén ets per week moet ook lukken. Dat zijn zo ongeveer de plannen. Als het net zo goed gaat als de vorige twee, ben ik dik tevreden. Het geeft veel voldoening als je tot de conclusie kan komen dat je hard aan het werk bent.  Misschien ook wat grotere tekeningen… ho ho Thé, niet té veel, hè!

een wat ouder schilderij.