Grrr…gordelroos

We hebben nog veel meer meegemaakt in Leuven en we hebben het ontzettend gezellig gehad samen. Maar om daar nu nog over te schrijven, ja dát is er niet van gekomen.  Het is ook de schuld van die ellendige gordelroos, wat een rotkwaal is dat. Eigenlijk is die nog steeds niet over, eerst alsmaar pijn en dan weer verschrikkelijke jeuk… maar binnenkort zal het toch wel over zijn, mag ik hopen.

  

Dan maar iets anders, beste lezers. Ik heb veel  gelezen tijdens de weken van ‘het lijden aan…’, zoals ik het voor mijzelf noem.  Ik ga niet al die boeken opsommen, maar van één boek heb ik heel intens genoten. Een krankzinnig, hilarisch, geestig en spannend boek “De Spaanse kat” van Hans Dorrestijn. Het zijn ooit stukjes in het Parool geweest, toen kwam het in losse boekjes uit en mijn uitgave is een dik boek met alle avonturen erin. Alleen ik weet niet of het nog te koop is ergens, want het is al uit 1992. Maar dan moet u er maar een beetje moeite voor doen, -als u het wilt lezen- zou ik zeggen. Je kunt nu eenmaal niet alles zomaar kopen. Het is een aanrader, absoluut ! U zult er een gelukkiger mens door worden, zeker als u een griepje onder de leden hebt of een andere nare kwaal, maar ook als u kerngezond bent, dan helemaal natuurlijk. Nou, veel plezier ermee.

Advertenties

Een pracht van een hond (Leuven 2)

Het wonderlijkste wat ik in Leuven heb meegemaakt is dat ik B IJ N A de trotse beztster van een fraaie hond was geworden. Bijna dus hè? Als ik niet zo sterk van karakter was geweest, dan was ik zeker  teruggekomen met een zeer fraai exemplaar, nog tamelijk groot ook. Ik zal het u uitleggen. Ik heb namelijk de merkwaardige hobby om in ons dorp de honden die ik op mijn wandeling tegenkom te fotograferen. Vervolgens ga ik thuis wat tekeningen van ze maken. Het plan is om in de toekomst een expo te maken met als titel: ‘De honden van Bovenkarspel’. Ik vertelde dat aan mijn (reis)vriendin Martine en zij lette mee op en wees mij enthousiast op diverse honden.  Zo had ik al een aardige verzameling op mijn camera staan, toen wij op de Oude Markt kwamen en daar een prachtige hond zagen liggen. Met toestemming van baas en hond maakte ik een mooie foto en daar het een vriendelijk beest was, kwam hij blij kwispelend op mij af.

“Hij is mooi, hè?” zei zijn baas. “Och kijk, hij mag u graag. Wilt u er een van mij kopen?” Ik dacht dat hij een gezellig praatje wilde maken en zei: “Was dat maar waar…”  “Ik meen het” zei de man, “maar dan zijn zusje, ietsje kleiner maar zeker zo lief. Echt, daar zulde veel plezier van hebben…”  Ik lachte een beetje en zei: “Mijn man zal mij zien aankomen. O nee…” . “Uw man is toch zeker niet de baas, gij beslist, maar zijn zusje dan, hè? We kunnen een leuke prijs afspreken…”  Hij keek mij vragend aan. Hij meende het echt. Zouden ze dat in België echt doen, zo maar een hond verkopen? Of zag hij mijn verlangende blik? Mijn vriendin en ik hebben er in de auto nog lang over gepraat, hoe leuk het zou zijn geweest als je eens één keer iets onbezonnens deed, zomaar met een Leuvense   hond thuiskwam en hoe gezellig zijmet mij zou wandelen, hoe goed zij zou luisteren en in het algemeen hoe BRAAF zij zou zijn en dat echtgenoot zou zeggen hoe goed ik er wel niet aan gedaan had om die lieverd mee naar huis te nemenen zo was het eind goed, al goed. Maar nee, ik moest zo nodig weer gehoorzaam en verstandig zijn.

De paarden er vandoor

Weet u nog dat ik vaak op mijn wandelingen langs een weitje kom waarin een paartje paarden staat?  Ik heb er wel eens over geschreven. Ze stonden gezellig met z’n tweetjes.  Ik heb ze al vaker eens gefotografeerd en was ook al begonnen tekeningen van ze te maken. Nu stak ik een paar dagen geleden de Hoofdstraat over om even naar de brievenbus te gaan en ik was al aan de overkant toen ik twee paarden aan zag komen, een witte en een bruine. Jawel, dat waren ze. In een drafje gingen ze over het fietspad, de grote voorop en het bruine dikkerdje er achteraan. Misschien ontsnapt over het ijs? Overal werden auto’s aan de kant gezet, want het is natuurlijk reuze gevaarlijk. En ik? Ik wist hun weitje wel, maar geen telefoonnummer van de eigenaar. Bovendien zou ik niet weten hoe ze te vangen. Lasso werpen, nee, dat heb ik nooit geleerd. Intussen draafden zij genoeglijk verder, eens een dagje erop uit saampjes, ja gezellig!

.

Nou ja, niemand wist wat te doen eigenlijk en zij verdwenen uit zicht. De volgende dag speurde ik in de krant, maar ik zag niks staan over een ongeluk of over paarden ver van huis. Maar het hield mij toch bezig en ik besloot eens langs hun weitje te wandelen om te kijken of ze al weer thuis waren. Maar tot mijn schrik waren ze er niet, geen van beiden. Weg, mijn leuke paardenmodellen!  Gelukkig heb ik de foto’s nog. Ik kan nog wel even vooruit dus, maar toch vraag ik mij ongerust af waar ze nu zijn. Zouden ze al in België zijn aangeland of misschien al in Frankrijk?? Of zouden ze naar het Noorden zijn gegaan, naar de Noorse fjorden misschien?  Ik ben benieuwd of ik nog wat hoor …

Bergen aan Zee

Wij hadden de vorige week de kleinkinderen te logeren vanwege de voorjaarsvakantie. Dan is het altijd een aanleiding om ‘iets leuks te gaan doen’  in Rein zijn woorden en dan bedoelt hij ook echt iets bijzonders, niet zomaar naar een kinderboerderij of naar een bos nee naar Artis of naar het Wassenbeeldenmuseum  (“heb ik van gedroomd, Oma”) of naar Indonesië of naar Australië…

Ons leek het leuk om nog even te wachten met Artis, tot de bollen in bloei staan en nu naar het Zeeaquarium in Bergen te gaan. Wij zelf waren daar ook nooit geweest trouwens. Ze vonden het prachtig en de grootste attractie was de vijver met roggen, die je mocht aaien.

Het is ook een prachtig gezicht: ze liggen plat in het zand, dan zwemmen ze een rondje en dan gaan ze bijna rechtop staan en laten zich aanraken.  Ik heb het geprobeerd te fotograferen. (De eerste is liggend, de tweede staat hij rechtop en zie je de onderkant). Ik had er nog best een tijdje willen blijven, maar zij hadden alles ‘al wel vijf keer’ gezien.

 

Naar buiten dus, het strand op. Het was wel berekoud, maar je moet toch bij de zee geweest zijn, nietwaar? Rein holde achter zijn zus aan, zo het koude water in, tot aan zijn knieën was hij kletsnat. Mare was nog droog, hoor. Rein had in zijn enthousiasme gewoon niet goed uitgekeken. Enfin, we kregen trek en gingen een tosti  eten en er wat bij drinken. Ondanks de ijzige kou was het een feestelijke dag, waar we allemaal op onze eigen manier van genoten hebben.

Een bijzondere dag

Gisteren was ik naar Artis. Het was prachtig weer en afgezien van alle dieren en mensen daar, maakte ik drie bijzondere gebeurtenissen mee, die ik nog nooit in het echt gezien had. Het eerste was dat ik de olifanten nu zag zwemmen. Moe stond vredig aan de kant van de takken te eten, maar haar beide dochters vermaakten zich in het water. Ik had het wel op een filmpje van Artis gezien, maar nu in het echt en dat is toch heel wat spannender. Grote zus zwom blij heen en weer en de kleine durft nog niet zo diep. Zij vermaakt zich aan de rand van het water. Een feest om te zien: zij gaat er bij liggen, zij zit op haar achterste –een koddig gezicht- zij pakt water met haar slurf en sproeit dat in het rond. Ik heb een hele tijd staan kijken.

Het tweede was op het eerste gezicht een standbeeld, maar nee, het bewoog. Zo iets had ik ook nog nooit gezien. Het was een reiger die de binnenkant van zijn vleugels liet drogen. Reigers zullen dat toch wel eens vaker doen, maar dit was nieuw voor mij.

Ik zag leuke kinderen en vrolijk geklede moeders en oma’s en daar dacht ik aan, toen ik het volgende meemaakte. Er kwam iets wapperend donkers aan, die ook de tuin wilde bezoeken.  Zwart van boven naar beneden, alleen twee piepkleine gaatjes  ter hoogte van de ogen. Ik vond het ronduit griezelig.

Ik durfde ook geen foto te maken hoewel ik dat graag gedaan had. Ik had zo’n figuur nog nooit in het echt gezien. Brrrr…echt eng, als je helemaal NIETS van iemand ziet. Toen ik in de tram zat, dacht ik nog even aan al die vrouwen in vrolijk gekleurde kleding, die ik in Artis had gezien. Ik vind Allah en zijn profeet wel erge zwartkijkers, hoor.

Een ezel is geen paard (1)

 “Nee allicht niet, wat een domme opmerking”, zult u zeggen.   “Ho ho”, zeg ik dan op mijn beurt. “Het is mijn gevoel dat hier spreekt.  Ik heb namelijk ervaring met ezels én met één paard. Ik zal het u proberen te vertellen. De allereerste keer –ik was nog heel klein, misschien drie jaar of zo- , logeerde ik bij mijn twee geleerde ongetrouwde tantes, die het altijd verschrikkelijk leuk vonden, als ik kwam. Zij beijverden zich elkaar te overtreffen in mij te verwennen wat ik mij vanzelfsprekend lekker liet aanleunen. Nou ja, toen besefte ik dat nog niet zo, maar ik vond het er heerlijk. Zij woonden in Den Haag en geregeld namen zij mij mee uit, bijvoorbeeld naar de eendjes in de Hofvijver en …naar Scheveningen.

Dáár mocht ik op een goede dag op een ezel plaatsnemen en ik mocht op hem rijden. Natuurlijk had een man de ezel vast maar goed, ik zat en reed een heel eind langs het water. Ik was totaal niet bang, en nam ook maar node afscheid van die lieverd, werd mij later verteld. Ik heb er ook een foto van, maar daar ga ik nu niet naar zoeken.  Toen kwam de geschiedenis met het paard, maar daarover in het vervolg, namelijk deel 2.

Nu eerst de tweede keer op een ezel. Dat was járen later. Ik was op vakantie met mijn ‘reisvriendin’ en dit keer zaten wij gezellig op Rhodos. Wij wisselden de dagen wat af, een halve dag luieren, zwemmen en zonnen en de andere helft –ná de siësta – ondernamen wij wat. Zo gingen wij op een dag naar Lindos, een heel hooggelegen stadje. Je kon gewoon naar boven klimmen of je kon een ezel huren, de taxi van Lindos genoemd. Aangezien mijn vriendin niet zo goed ter been was, besloten wij een ezel te nemen. Het kán zijn dat zij gezegd heeft dat ze het een beetje eng vond, maar dat heb ik niet gehoord. Wij waren toen nog superslank allebei, een geluk voor onze ezels. En hopla, daar begonnen wij aan de reis. Even voor de duidelijkheid: één man moest beide ezels en dames begeleiden. Mijn ezel begon rustig te klimmen, maar achter mij hoorde ik zachte gilletjes. Ik keek om en onze begeleider snelde naar de andere kant, omdat mijn vriendin nogal scheef aan het zakken was. Hij duwde haar weer rechtop, zij gilde harder en gleed de andere kant uit. Enfin, gelukkig had hij aan mij geen kind, want ik vertrouwde er op dat de ezel zelf niet in de afgrond wilde storten. Ik vond het wel zielig voor mijn vriendin, maar er was toen niets meer aan te doen. Later vertelde zij hoe bang zij was geweest en nog veel later hebben wij enorm de slappe lach gehad, ook van opluchting waarschijnlijk”.  

Tip: ga nooit op een ezel als u geen goede zit heeft of een beetje bang uitgevallen bent.

 Droge naald ets, Ezel van Artis. Bovenaan een iets donkerder afdruk.