Kokofobie

Ik zal jullie eens wat bekennen, in strikt vertrouwen dan hè? Ik heb schrik van koken. IK HEB SCHRIK VAN KOKEN. Daar staat het. Het kan er maar uit zijn, dacht ik opeens. En het gekke is: jaren heb ik dat wél gedaan, zelfs naar recepten gekookt –bijzondere dingen- en van alles gebakken zoals cakes en appeltaarten enzovoort ; ik was bijna een keukenprinses . Maar hoe stopte het dan? Echtgenoot begon mij  een handje te helpen en kookte vaak in het weekend, aanvankelijk en hij deed het graag. Zo graag dat hij later toen hij gepensioneerd was, het bijna alle dagen deed. En ik met mijn uitgeknipte recepten? Ik was opgelucht eerlijk gezegd. Ik kookte helemaal niet zo graag als ik altijd dacht. Wat raar! Ik had het kennelijk mijzelf maar wijs gemaakt. En geleidelijk… nog erger… als het eens een keertje nodig was, had ik er schrik van en maakte ik een supergemakkelijke maaltijd.

En zo is het er langzaam in gesleten. Ik durf niet eens te denken hoe lang ik al niet meer kook laat staan het te bekennen. Maar ja, iets bijzonders maken kán leuk zijn voor sommige mensen maar de dagelijkse pot, dat is wat anders. En zo heeft Kwaster er niet meer zo’n plezier in als in het begin. Dus denk ik vaak heel beschaamd:  “Ik moet het toch weer eens gaan proberen.  Het is gewoon doen en je moet je niet zo aanstellen, Thé”. Dus kijk ik eens naar een recept in de krant en op de computer.  Als ik bij de supermarkt op het winkelcentrum bij de planten kijk, steek ik steevast dat gratis boekje met recepten voor het seizoen in mijn tas. Thuis kijk ik als het meezit naar de gemakkelijkste recepten om mee te beginnen en als het niet meezit, leg ik het ergens neer en vergeet het. “Binnenkort doe ik het wel eens…” denk ik nog vaag. Dat ben ik nu ook heel echt van plan, het is toch te gek. Maar wat ik nu zo graag zou willen weten, is of u ook zo iets hebt? Het hoeft niet speciaal met koken te zijn, hoor. Het mag van alles zijn, als u er maar echt een soort van fobie voor hebt. Laat u het mij even weten?

blog-024

Beetje bijpraten

Ik zal u een beetje bijpraten, want ik had een soort van kerstreces. Ik was dat helemaal niet van plan, maar het overkwam mij. Ik doe reuze mijn best om Kerstmis een leuk feest te vinden en ik kan die sfeer ook erg goed toneelspelen, maar echt diep van binnen voelen, nee!  Ik heb wat jaartjes geleden een hele kerststal gebreid en bijpassende verhalen geschreven –de oude garde weet dat- en daarna breide ik kerstballen, kerstpegels, engelen, sneeuwmannen en sterren om de boom leuk mee vol te hangen. Nu was ik al een tijdje in een breiverslaving geschoten, dus al die dingen vlógen bijna mijn handen uit. Maar dat ik nu zo van Kerstmis hou, nou neuh… ik doe alsof, begrijpt u wel? Maar goed,   -bon- het is achter de rug.  Jezuuke zij dank. Eén januari was kleinzoon Rein jarig en we hebben hem verwend, want hij verheugde er zich ontieglijk op, het arme ventje. Hij weet al wel dat sommige mensen dat een lastige datum vinden maar als echte optimist verheugt hij er zich mateloos op. Op tweede kerstdag en derde was hij hier en toen gingen wij samen al aan het rekenen hoeveel nachtjes er nog te slapen viel, hoewel ook rekenen lang geen sterke kant van mij is, die ik ook zo veel mogelijk vermijd, al sinds mijn schooltijd en het is er sindsdien niet veel beter op geworden. En toen kwam mijn verjaardag, o lieve hemel. De laatste paar jaar ga ik altijd met Kwaster gezellig ergens heen (op 4 januari). Niemand heeft meer zin in visite –daar komt het op neer- en ik zelf ook niet. Het is dus maar het beste niet thuis te zijn. MAAR… ik had een wondje aan mijn voet en ik mocht niet zo veel lopen. Wel verd…  dat moet niet zo doorgaan, want af en toe moet ik er op uit, vooral naar Amsterdam, want anders word ik knettergek. Heb ik dan een lekkere uitdag achter de rug, dan houd ik het weer wel een tijdje uit binnenshuis en in het dorp. Ik heb mij (alweer) zo goed mogelijk gedragen, ben verwend geworden (alweer) met een grote doos met heel veel kleuren krijtjes van zoon M. en van Kwaster een pracht van een tekening van de koe Bartje, gemaakt door de kunstenaar Ruud Spil, een ware specialist op dit gebied. Ik ben er enorm blij mee. Dat wel.

blog-007

Opa en Oma Hobbelpaard

blog-028Zo, het eerste deel van de drukte hebben we gehad. Er komt nóg een deel:  Nieuwjaar én drie verjaardagen, maar intussen is er wat rust geweest.  Rein wordt op 1 januari acht jaar en Mare op 10 januari tien jaar. Dat is toch al heel wat. En nu zou je denken dat ze inmiddels te groot zijn voor een hobbelpaard. Vorige keer dat ze hier waren, hadden we het er al over. Ik opperde dat hij naar de Kringloop zou gaan of… naar het nieuwe kleine neefje. Er werd over opgebeld, maar nee, hij neemt te veel plaats in. Mocht Rein hem dan zelf hebben?  “Waar moeten we hem laten?” vroeg zijn moeder. “Op mijn kamer” zei Rein al bij voorbaat blij. Maar nee, ook dat feest ging niet door.  Deze keer was het eerst wat hij deed: het hobbelpaard te voorschijn halen. “Je doet hem toch niet echt weg, hè Oma?” vroeg Rein. “Ja, maar joh, ik kan toch niet ALLES bewaren” zei ik. Daar moest zijn vader erg om lachen en hij wees naar de kast die vol staat met een heel stel Keulse potten. “En jullie heten nog wel Opa en Oma Hobbelpaard” zei Mare. “Ja, je zou hem gewoon kunnen bewaren, er is nog plaats zat, Oma”, zei Rein en trok een smekend gezicht. Het was hem menens, merkte  ik wel.  “Nou, vooruit, nog een tijdje dan, Rein”, gaf ik toe. “ja, voor altijd en altijd, hij moet blijven, hiep hoi!”  Zo’n stoere knul en af en toe zo’n gevoelig zieltje. En het paard?  Opeens hinnikte hij en maakte galoppeergeluiden. dat had hij al lang niet meer gedaan. Nou ja, het paard ook al blij, het lijkt wel een echt kerstverhaal, zeg!

blog-002

Wijsheid

blog-021Ik heb een piepklein boekenkastje, dat Kwaster voor mij gemaakt heeft. Dat kwam omdat mijn verzameling kleine boekjes groeide en groeide… Eentje bijvoorbeeld heb ik in Frankrijk gekocht en die is echt ook helemaal in het Frans. Onlangs kocht ik een klein Kerstboekje: kinderen over Kerstmis. Het is vast uit het Amerikaans want bijna alles gaat over cadeautjes. Maar ik heb een leuke voor u uitgezocht.

025blog-022

De heldendaden

 

blog-010 ‘Een zachte zomerwind streek over de velden en mengde de zoete geuren van bloeiend gewas met de tabaksrook uit de pijp die heer Bommel had opgestoken, voordat hij was gaan wandelen om van de zuivere lucht te genieten’.  Zo begint een boek van Marten Toonder De Heldendaden genaamd. Het was lang geleden dat ik een boek van hem gelezen had en het was weer genieten. De tekeningen zijn leuk maar de taal, lieve mensen, o wat is daar een aandacht aan besteed. Er staan zinnen in die je met plezier nog eens overleest. Heer Bommel, een heer van stand, loopt niet gewoon door het bos of de velden, maar wandelt opgewekt door ‘het landschap’. Kijk, daar zou ik nu nooit opkomen. Tom Poes, zijn jonge vriend, is een slim ventje maar zoals vaker ligt de meeste sympathie bij heer Ollie, de underdog.  Als u tijdens de Kerstvakantie eens een leerzaam en spannend boek ‘ter hand wilt nemen’ *, dan kan ik u deze serie zeker aanraden.

Ik zal nog wat andere boeken aanraden  die ik onlangs gelezen heb. ‘Het duister dat ons scheidt’, van Renate Dorrestein, zo op de titel afgaand, geen vrolijk boek, maar het is een onderhoudende  en boeiende roman met veel humor. Ik las een boek van Karel v.h. Reve, het geleerde broertje van Gerard. Laat ik nu gedacht hebben dat hij saaie en geleerde boeken schreef, maar ‘Nacht op de kale berg’ leest gemakkelijk weg. En als laatste een zeer favoriet boek bij mij van Marion Bloem: ‘Haar goede hand’ over haar moeder. Er zijn de laatste tijd veel ‘moederboeken’ geschreven en deze is misschien minder bekend maar toch erg goed. Dat is mijn mening natuurlijk. U hoeft het er helemaal niet mee eens te zijn en mag na lezing best zeggen: “Nou Thé, als je nóg eens wat weet…” of iets in die trant, dan zal ik het u niet kwalijk nemen. Leuk is anders, maar vooruit…

*in de familie een bekende uitdrukking van wijlen mijn geliefde vader. “Neem eens een goed boek ter hand” zei hij feitelijk.

Het nieuwe girafje

blog-020

Ik had gisteren een heerlijke dag in Artis. Het was niet zo koud, licht bewolkt maar ook af en toe wat zon en géén regen. Ik had van te voren dan ook het weer in Amsterdam goed bestudeerd en de meteorologen zeiden als het ware: “Doen!”  Onze nieuwe camera wilde ook al zo graag, want er valt daar veel moois te fotograferen.  Na de treinreis een lekker kopje koffie genomen en een broodje en daarna heb ik niet meer gezeten eigenlijk. Want ik verbaasde mij constant over wat ik allemaal zag door de nieuwe camera. Zo stond of zat een beestje in de verte, zo stond ik zowat oog in oog. Geweldig. Ik ben er zo blij mee.

blog-026blog-048blog-092blog-143

Ik heb het nieuwe girafje gezien, die af en toe een gek sprongetje maakte en ik heb dit keer het jonge mandrilletje gezien, die al aardig op kleur was gekomen. Natuurlijk ben ik naar het olifantje gaan kijken; het blijft vertederend dat kleintje en die knots van een moeder. Zus stond er een beetje onverschillig bij. Zij speelde niet met haar bal; zij staarde maar zo’n beetje voor zich heen. Een winterdipje misschien? “Binnenkort krijgen jullie een prachtig nieuw verblijf met een zwembad nog wel” zei ik om haar op te monteren. Ook nam ik haar maar eens alleen op de foto, want alle aandacht gaat uit naar moe en haar dochtertje. Het is niet leuk hoor als je er maar zo’n beetje bijbungelt.

blog-107blog-155blog-165blog-192

Maar goed, ik liep en ik liep, tot het een beetje donker werd en wat kouder. Het werd tijd weer eens op huis aan te gaan. O ja, er was veel mooie kerstversiering in Amsterdam en ook in het Centraal Station. Dat had ik nog nooit gezien. Misschien was het ook wel nieuw, want er wordt nog steeds verbouwd daar en nu werkt men vooral aan ‘het mooi’. Leuk hoor!

blog-203blog-236