verzoek

003a

Hoewel Thérèse mij daar meermaals om gevraagd heeft, kon ik, wankelend tussen hoop en vrees, niet eerder woorden vinden om aan haar verzoek tegemoet te komen. Zoals zij eerder daarover zelf schreef lag het hier al langer stil.
Vorige week vrijdag bemerkte ik tot mijn schrik dat ze problemen kreeg met spreken. Ik nam haar mee naar de huisarts, die haar naar de eerstehulppost liet brengen. Daar werden snel foto’s gemaakt. Er bleek geen sprake te zijn van een hersenbloeding, maar er waren wel diverse verontrustende afwijkingen te zien. Daarom werd zij opgenomen voor nader onderzoek. Omdat het Pinksteren was werd dat wat uitgesteld en gisteren was de MRI-scan, waarvan we nog geen uitslag hebben. Wel gaf een van de artsen te kennen dat de situatie meer dat zorgelijk is. Vanmiddag is er nog een “punctie”?? en zullen we meer weten over de aard van de aandoeningen.
Thérèse laat u allen hartelijk groeten en hoopt snel weer online te zijn.
Hans

Advertenties

Even wat uitleg

 Ik zal het proberen wat kort te houden. Een poos geleden ging alles goed met tekenen en schilderen, alleen moest ik oefenen voor mijn zgn. etalagebeen en dat ging beduidend minder. Soms leek het wat te vorderen, dan weer was het of ik opnieuw moest beginnen. En langzamerhand raakte ik nogal in de put: tekenen en schilderen lukte niet meer, schrijven en reageren op weblog, totaal geen zin meer in en zelfs 10 minuten tekenen deed ik nog maar af en toe. En zo sukkelde ik door. Ik kwam bij de vaatchirurg en die had zjn apparaten bekeken en werd helemaal enthousiast. “Veel beter dan de vorige keer. U hoeft niet terug te komen, hoor”. Dat was wel het laatste wat ik verwacht had. “Maar dokter”, zei ik, “ik loop nog net zo slecht…”  “Ja, bij mij  te zien, is alles prima. Door blijven lopen en bij de fysiotherapeut voorlopig blijven. Het beste mevrouw.”  Ik besloot nog eens een dappere poging te wagen en iedere dag een aardig stuk te lopen. Maar toen kwam er iets heel vervelends. Ik gleed akelig uit in de douche –ik had net zoals altijd heel voorzichtig gedaan- en vooral mijn hoofd moest het ontgelden. Er gingen de nodige hechtingen in, die er inmiddels weer uit zijn. Wat ben ik geschrokken, echt heel erg. Nu weten jullie in ieder geval waarom jullie zo weinig van mij hoorden. Ik hoop gauw weer op te knappen en het werk waaraan ik bezig was, weer op te vatten en met plezier, hoop ik.

Speeltje met poes

U kent dat wel hè als de zon op je horloge schijnt, dat dat dan op de vloer schijnt en beweegt, snel of langzaam net zoals jijzelf wilt dat het beweegt. En wie vindt dat nu leuk? De poes. Boeli kan er geen genoeg van krijgen. Hij probeert allerlei slimmigheden om dat ding toch maar te pakken te krijgen. Hij loert, doodstil zittend en springt er dan met een snelle sprong erheen. Net mis. Jammer. Dan anders. Ja, daar komt-ie; nu een sprong uit de hoogte, er bovenop. Weg is dat ding weer. Ik moet lachen en Boeli wordt steeds feller. Tot hij in de waterbak stapt. Dat is schrikken. Nou, even uitrusten dan maar. Laat het vrouwtje de boel maar opdweilen… Kijk, daar ligt Boeli dan. Wat een prachtige schaduwen geeft dat. Jammer dat hij het zelf niet kan zien. Of toch?

Het varkentje Sorry

Er was eens een varkentje,  maar geen gewoon varkentje, hoor. Hij was het mooiste beessie van heel het dorp.  Hij had al heel wat prijzen gewonnen en er kwamen er vast nog veel meer, bij zo’n knapperd als hij is.

Boer Piet en zijn vrouw Martha zijn dan ook heel trots op hem.  Nu zullen jullie misschien denken, dat de andere dorpelingen wel jaloers zouden zijn, want hun honden, poezen, en kippen mochten er toch ook wel zijn? Natuurlijk mochten die er zijn, maar ja, tegen dit varkentje konden zij nu eenmaal niet op.

Het beessie vond dit zelf ook nogal vervelend en zei steeds maar: “Sorry, sorry hoor”. Op een dag zette de boerin haar passpiegel  buiten om die eens goed schoon te maken. Varkentje Sorry ging er eens naar kijken en plots zag hij zichzelf van boven naar beneden.

“Tjonge”zei hij, deze kant is wel mooi, ja. Maar de andere kant zal niet veel soeps zijn…” en hij draaide zich om. Hij zuchtte ervan: “Deze kant ook al, verdorie”. En alle kanten waren zo prachtig, tot zijn stomme verbazing, vooral zijn bipsje met een lieftallig krulstaartje. Intussen zette boerin Martha, die nogal eens verstrooid was, de kraan wijd open; het stroomde en stroomde tot de grond van Sorry één grote modderpoel was geworden en varkentje Sorry ging daar eens heerlijk in liggen rollen. Dat had hij nooit meegemaakt en wat was dat lekker. De dieren die er dichtbij woonden, hoorden het water en het gespetter en al gauw kwamen alle dieren kijken wat er aan de hand was. Wat zagen zij? Iets ronds en zwarts, iets heel lelijks en vies ook nog. “Knorr, knorr, sorry… maar het is toch lekker. Nu zijn jullie de allermooisten! Allemaal samen”.

Dat vonden de deren heel leuk natuurlijk. Maar daar kwam de boer al aangelopen: zijn trots onherkenbaar vies en vuil! “Dat varkentje zullen we eens gauw wassen”zei hij en watsj, hij gooide er flink wat emmers water overheen, net to lang tot er weer een vrolijk schoon varkentje te voorschijn kwam. “Sorry sorry boer Piet”knorde hij. “Welnee, zei de boer, voortaan krijg jij iedere week een lekker modderbad en dan maar geen prijzen meer. Nou, eind goed, al goed, dat kan je rustig stellen, me dunkt.

foto’s: Martijn de V.

Prachtig einde boekenweek    

 

Na lang denken waar wij met de trein allemaal heen konden én wat wij alle drie leuk vonden –pa, ma en zoon Martijn- gingen wij gewoon naar Artis. Het zou heel mooi weer worden en dát gaf de doorslag. Ik gooide thuis nog mijn vest uit en deed mijn zomerjack aan, veel te optimistisch natuurlijk weer. We waren heel vroeg weggegaan en heel de ochtend was het nogal fris en stond er een koud windje. Pas ’s middags werd het wat warmer en zonniger. Maar toen werden wij al een beetje moe. Ja, wie gaat er ook zo vroeg op pad? Het was niet mijn idee, dat snapt u wel.

Maar goed, er zijn verblijven daar waar het lekker warm is, het reptielenhuis en de vlindertuin bijvoorbeeld. Het was voor het eerst dat ik die warmte echt waardeerde.

We bekeken veel dingen waar ik normaal niet zo vaak kom, maar die zoon M. waardeert, het Insectuarium en het Aquarium. Zo was het een mooi maar ander bezoek dan ik gewend ben en dat is natuurlijk ook wel eens goed. Die beesten zitten er per slot ook niet voor Jan Joker. En als je die verhalen bij de insecten gaat lezen, is dat een vreselijk gevaarlijke wereld. Men vecht en knokt, men spuugt gif naar elkaar, maden vreten een ander dier van binnen leeg om zelf groot te worden en dat doen ze zo slim dat ze de belangrijkste organen zo lang mogelijk in tact laten…akelig hè? Ik ben helemaal verbaasd dat er nog insecten over zijn gebleven. Enfin, het was een mooie dag, leerzaam ook en het is gezellig zo met z’n drieën op stap te zijn.

 

De boekenweek

Weet u wat ik het leukste vind aan de boekenweek? Dat je bij aankoop van … helemaal gratis met de trein door het héle land mag reizen. Andere mensen vinden dit kennelijk ook, want je ziet er veel ook daadwerkelijk zitten lezen in het boekenweekgeschenk. Eerst deed ik het alleen, dat treinen; nu krijg ik wel eens een man of een zoon mee. Dat maakt het extra feestelijk. Maar dit jaar heb ik mij vreselijk vergist. Ik zag in mijn agenda START BOEKENWEEK staan zaterdag 23.

Ik ging vrijdag naar de boekhandel en kocht zowaar TWEE boeken: a. omdat ik ze allebei graag wilde hebben en geen keus kon maken  b. voor mijn eventuele medereiziger. Zo, dacht ik, ons kan niks gebeuren;  we gaan morgen gezellig met de trein ergens heen. “Het liefst ga ik naar Den Bosch, naar de tentoonstelling van Jan Sluiters” zei zoon Martijn. Ja, daar had ik ook wel zin in en Hans ook al.  Wij keken wat televisie en verheugden ons op onze reis morgen. . Om ongeveer half 12 keek ik toevallig op de kaartjes in het boekenweekgeschenk en wat zie ik? Pas volgende week zondag is het feestelijk gebeuren. Zouden wij een hoge boete gekregen hebben als wij op de verkeerde dag ingestapt waren? Ik vrees van wel. Maar goed, wij ontdekten het op tijd en omdat wij er zo’n zin in hadden, gingen wij tóch, maar dan met de auto. Wij hadden een heerlijke dag daar in dat mooie Den Bosch en wat zo leuk is? Wij hebben nu nóg een boekenweek te goed met treinreis!   Hahaha, dat zouden we ieder jaar moeten doen, vind ik. Het begin van een mooie traditie is nooit weg. En men moet het ijzer smeden als het heet is, toch?

Een impressie van Artis

Zo, dan zullen we weer eens een stukje schrijven, voordat meer mensen zich ongerust gaan maken. Er is namelijk met mij niets aan de hand; ik heb het alleen druk. Ik moet al iedere dag een klein uur lopen, om mijn etalagebeen te genezen. Nou reken maar uit: stel dat ik dat iedere week haal, is dat al bijna een werkdag per week. En behalve de gewone huishoudelijke dingen, ben ik aan een tentoonstelling aan het werken die over de dierentuin gaat. Ik weet nog niet hoe het geheel gaat worden, maar ik bekijk de tuin in ruime zin, niet alleen de dieren, maar ook de bezoekers zijn de moeite waard. Bovendien is de beplanting prachtig in Artis: voor het voorjaar zijn enkele duizenden bollen de grond ingegaan, er zijn veel eetbare planten, dus versere hapjes kunnen de dieren, die er van houden niet krijgen.  Maar kijk, dit alles heb ik nog niet op papier of doek gezet. Omdat ik vroeger juist min of meer abstract werkte, is dit wel een grote overgang naar een realistischer stijl en gaat het veel langzamer. Bovendien is daar de twijfel: kan dat wel tekeningen met kleurpotloden? Je ziet dat niet zo vaak op een expositie.  Maar daartegenover staat dat ik heel veel etsen heb gemaakt; dus te weinig zal het niet snel zijn. En zodoende vliegen de dagen voorbij en is het tot mijn verbazing al maart geworden. Veel etsen heb ik al eens laten zien, maar één zo’n grote potloodtekening zal ik u laten zien.