Weer in Artis

Eindelijk was ik weer eens in Artis, afgelopen vrijdag. Ik was die ochtend naar de trein gesneld toen ik zag hoe het zonnetje scheen. Het was prachtig mooi weer, niet té warm en het blééf de hele dag zeer aangenaam.  Het was er dan ook best druk, maar dat kan mij niet schelen. Ik heb immers de hele dag de tijd, nietwaar?

Ik heb de lepelaarskuikens gezien, hoog in het nest. Er was iets aan het gebeuren bij de olifanten, want die stonden in hun oude behuizing zeer tegen de zin van Ma, die boos stond te stampen bij het hek. Vandaag zag ik dat het was voor de olifantenbul die inmiddels is aangekomen. Voorlopig blijft hij nog apart staan, las ik in de Nieuwsbrief van Artis. Ik had het geluk de twee jonge zeeleeuwen te zien. Zo leuk dat onbeholpen gedoe. Ze kunnen namelijk niet meteen zwemmen, maar waren wel bezig samen aan de kant wat te proberen. Pa zwom luid blaffend rond en echt: het klonk zo trots. De kleine gibbon kan al geweldig slingeren door de bomen en heeft nog maar af en toe hulp van zijn moeder nodig. De tuin staat weer vol met eetbare gewassen, die aan de plantenetende dieren gevoerd worden, dus verser kan het niet. Ik zag het zwarte rammetje in de kinderboerderij. Het is een beetje mijn lievelingsbeestje. Hij loopt er zo bescheiden rond in tegenstelling tot die brutale geiten. Nou ja, die zijn ook wel leuk, hoor, maar ze moeten niet aan mijn tas knagen. Kortom, ik heb genoten en massa’s foto’s gemaakt.

Het filmpje van de zeeleeuwen zet ik op Facebook, want ik krijg het niet op mijn weblog geplaatst. (Ik zal het later nog wel eens proberen, voorlopig kunnen de meesten dáár kijken)  Tevreden en wel met vermoeide voeten ging ik weer naar het station. Bijna stapte ik dit keer in de trein naar Den Helder, maar zag het gelukkig op tijd. Verwarrend is dat als hij aan een andere kant stopt dan je gewend bent, maar… er was wederom een behulpzaam persoon met een smartphone, die mij vertelde aan welke kant mijn volgende trein kwam. De vorige had ik al gemist omdat die ook weer aan de ‘verkeerde kant’ stond. Gek word je ervan en onzeker ook. Er rijden daar met weinig tussentijd zo veel treinen. Nou ja, ik leer het nog wel eens. Zelfs een eenvoudig reisje naar huis is een spannende aangelegenheid geworden, maar daar was ik weer, met de goede trein en op het eigen station zowaar.

Advertenties

And now …

…     something completely different.  Wel maak ik nog geregeld wat etsen (maar niet meer boven de honderd in één jaar) en wat tekeningetjes voor ‘10 minuten schetsen’, maar niet zo héél erg veel . Ik had al lang druk aan het schilderen moeten zijn, maar het houdt niet over, beste lezers. Wat doe ik de laatste tijd dan wel? LEZEN, ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds en soms ook nog ’s nachts. Het ene boek na het andere.

Ik begon met het allerlaatste boek van de onlangs overleden Renate Dorrestein, getiteld: Dagelijks werk. Een schrijversleven. Een prachtig boek en zo dapper dat zij dit geschreven heeft in de wetenschap dat zij niet lang meer te leven had. Toch is het helemaal geen droevig boek en de dood komt nauwelijks ter sprake. Zorgvuldig heeft zij columns uitgezocht, toespraken die zij hield bij het een of ander,colleges die zij gaf aan verre universiteiten en gedachten en herinneringen uit haar dagelijks leven. Zij vertelt hoe zij tot een verhaal of roman komt en dat alles is heel boeiend, vooral als je zoals ik toch al van haar boeken houd. Ik ben heel blij dat ik dit boek niet gemist heb, zeg maar. En door dit lezen vervlogen vervolgens alle strakke voornemens om nu snel een aantal schilderijen te maken, die samen met de etsen en tekeningen een impressie van Artis zouden vormen. Artis Natura Magistra, waar ik nu al ongeveer drie of vier jaar regelmatig helemaal gelukkig rond loop te keutelen.

Goed, dat boek was uit en ik had het nu met lezen veel rustiger aan kunnen doen, ware het niet dat ik in een Kringloopwinkel een flink voorraadje boeken voor 0.50 cent per stuk had ingeslagen. Voornamelijk luchtige en leuke lectuur. Ha, ik gunde mij nog wat tijd en zocht het volgende boek uit. Van een Deense schrijver, ‘De kunst om in koor te huilen’ een droevig maar tevens zeer geestig boek. Daar zijn die Scandinaviërs ontstellend goed in, ook in dergelijke films. Ach, lees lees lees – uit en toen las ik ‘Krijg nou tieten’  van Claudia de Breij. Lees lees lees –uit en het was leuker dan ik gedacht had. Steeds had ik die boeken in minder dan twee dagen uit. Het leek wel een leesmarathon, vrienden. En nog was ik niet uitgelezen. Ik pakte van Aaf Brandt Corstius: ‘Het jaar dat ik 30 werd’. Een groot succes was dat. Schaterend zat ik op de bank. Ik werd weer vrolijk en blij en dacht het dus maar even aan jullie te vertellen. En… ik heb nog een stapeltje liggen, hoor. Of zal ik … nou we zullen wel zien.

Goed plan

Gisteravond dacht ik opeens: ”Weet je wat, Thé? Je gaat gewoon ALLES leuk vinden. Dat feestje in een deftig hotel, je gaat erheen, bangerd die je bent, je gaat erheen én je vindt het LEUK!  Geen zin? Dan maak je maar zin!  Dat andere grote feest, waar heel veel mensen komen:  je mooi aankleden en GAAN. Je zult zien dat je ECHT geniet, je doet je vrienden er een plezier mee (hoop je dan) en je bent later trots op jezelf dat je toch maar mee bent gaan feesten, zoals normale mensen dat doen.

En als iemand je vraagt: “Heb je daar wel zin in, Thé?’ dan heel dapper zeggen: “Nou en of. Zeker wel. Een feest is toch zeker altijd leuk?”  Ja, zo ga ik dat doen en wie weet, ga ik er zelf ook nog wel in geloven, hahaha. Kijk, zo ben ik gelijk mijn eigen zielenknijper, is dat niet mooi? Hebben jullie nog tips wellicht?

Wat een weertje, koekepeertje

Dat was het gisteren én eergisteren. Ideaal weer, zonnig, niet te warm en een klein briesje ter verkoeling. Onze zoon Martijn was er, heeft aardig wat in de tuin gedaan en later zaten wij heerlijk te luieren onder de parasol met een koele witte wijn onder handbereik. Ook Boeli kwam ons gezelschap houden.

Tuinieren is niet zijn sterkste zijde, maar hij laat wel merken dat hij donders goed ziet wat ‘wij’ gedaan hebben, zie foto van B. in de grijze vaas, kijkend naar de bladeren die daar gesnoeid en wel liggen, alsof hij zeggen wel:  “Nu dit nog even opruimen en dan is het wel weer genoeg voor vandaag”.

Wij staan allemaal op de foto –niet helemaal op zijn voordeligst – alleen Martijn zelf ontbreekt. Zijn voeten zijn nog wel te zien en ik zelf (de maakster) vind het een aardige sfeerfoto. Ik wens u en ons nog veel van zulke dagen deze zomer.

Waar blijft de tijd?

Er is een klimaatverandering op komst –dat weet iedereen- maar de laatste tijd vraag ik mij af of het mogelijk is dat er ook een tijdverandering  bezig is. Zo heb ik een logje geschreven over een fijn weekend, zo is het al bijna een week verder en nú, donderdag, is het al weer bijna zo ver. En in die tussentijd heb ik niks geschreven. Wát heb ik eigenlijk wél gedaan? Wat huishoudelijke dingessen, maar dat mag geen naam hebben. Gelezen, het boek Job van Josef Roth, heel mooi, een aanrader. Ik was met KwasterHans in Amsterdam om wat verfbenodigdheden te kopen. Ik heb wat getekend, maar ook al niet veel. Ik heb vaak gewandeld en foto’s gemaakt, dat neemt tijd,  bij mij dan.En verder? Ik zou het niet meer weten. Het komt erop neer, dat ik steeds minder doe op een dag en daarom denk ik zo maar dat de tijd harder gaat. O ja, een collega/vriendin Floor M. kwam een ets bij mij kopen voor haar zoon en natuurlijk hebben we meer etsen bekeken en nog gezellig gekletst. Maar…die middag was ook al zo voorbij. Zie je nu wel dat de tijd sneller gaat dan vroeger? Neem nu onze schilder die ons beloofd had de buitenboel af te komen schilderen in maart en volgens mij is het nu mei en nog steeds geen schilder.  Daarom belde ik hem maar eens. “Ja, er kwam wat tussen, weet u wat, even kijken m… mmm…, ja, ik kom de eerste of tweede week van juni”. “Echt waar?” vroeg ik ongelovig. “Dan ziet u mij verschijnen, mevrouw” beloofde hij. Dat kan dan wel wezen en ik moet hem wel geloven, hoewel… maar toen ik het gesprek beëindigd had, dacht ik: waar zijn dan die maanden gebleven???  Te weten maart, april én mei, die al bijna om is. Zien jullie nu dat de tijd vliegt? Die schilder weet ook vast niet meer wat hij allemaal uitgespookt heeft en zo zal het met de timmerman ook gegaan zijn, vermoed ik. Dat jullie nog aan bloggen toekomen en sommigen nog wel iedere dag, dat mag wel een wonder heten… Maar misschien gaat de tijd in Zeeland (Ria), Friesland (Wieneke) en Groningen (ReneSmurf) wel langzamer. Het is daar tenslotte ook rustiger en kalmer en minder stress enzo. Maar ja, ik blijf toch lekker in Noord Holland wonen, hoor. Tenslotte is het overal wát, nietwaar?

Een bijzonder weekend

Toevallig – nee, niet speciaal voor Moederdag- was dit weekend iedereen thuisgekomen. De kleinkinderen kwamen pas aan het eind van de zaterdagmiddag want er moest eerst nog gevoetbald worden en hun moeder moest ook nog tajsji lesgeven, maar rond half vijf waren ze er dan toch. “Oma” riepen zij in koor, “wij willen knutselen…” Dat was leuk, want ik had die week met opruimen juist een heleboel knutselspullen in een grote doos gedaan, dan konden ze maar kiezen, dacht ik. En dat was goed gedacht. “Oma, mama mag niet in de gang komen, hoor! Voor Moederdag, snap je wel?” Wij  knikten allemaal heel geheimzinnig en ze gingen meteen met iets aan de slag. En ik moet zeggen, dat ze allebei iets ontzettends leuks gemaakt hebben. Mare een varkentje in een hokje met stro  (getekend en met kralen geplakt) en Rein een afbeelding van zijn moeder met goudkleurig haar, een tasje en een bad met badschuim. Kijk, hier zijn de foto’s.

Ze hebben alles zelf verzonnen en binnen een uurtje gemaakt. Ik ben trots op ze en hun moeder natuurlijk ook de volgende dag. ’s Avonds kletsten wij wat en iemand zette even het songfestival op.  “Hè nee toch, niet dat stomme gedoe” en dat vond eigenlijk iedereen ook. Maar na een tijdje kijken, gebeurde er zo iets als een wonder. Onze beide zoons zagen de humor er van in en kregen de slappe lach. En bij ieder nieuw nummer moesten zij nog harder lachen en riepen: “Wij zijn helemaal omgeturnd….hahahahaha…wat een stom gedoe !”  Zij leverden samen commentaar wat wij niet verstonden maar het was zo’n aanstekelijk gelach, dat wij net zo moesten meelachen en bij iedereen liepen de tranen over de wangen. Ik denk niet dat dát de bedoeling was maar wij hadden ondanks dat songfestival een geweldige avond.

De zomer nadert…

Gisteravond zat ik heerlijk wat te lezen.  Een boek van Tommy Wieringa: ‘Ga niet naar zee’.  Een prettig boek.  Ik had eerst wat in de krant gekeken maar dat is beter van niet, denk ik. Je wordt maar bang van de toestand in de wereld en ik wil nu juist genieten van de lente en de zomer. Het was nog een heerlijk temperatuurtje en er stonden nog twee ramen open.

Opeens vliegt er iets geels langs mij: een mot of een vlinder? Ik denk een verdwaalde vlinder. Is iemand hier onder de lezers een kenner? En zo ja, wat voor eentje is het, denkt u?  Ik werd er helemaal blij van: zo’n mooi geel fladderend beessie die zich door ons liet bewonderen. Ja, het is toch een stukje natuur in je huiskamer. Daarna kwamen er nog andere kleine vliegjes, van klein tot héél klein. Ik liet de ramen mooi openstaan, want ik was benieuwd wat er nog meer zou komen.

En ja… er kwam iets groters aan, iets vliesvleugeligs, zeg maar. Ik kon hem niet fotograferen, want hij (of zij) zoefde zo snel in het rond. Vanochtend vond ik hem, liggend op de grond, met zijn lange poten helemaal in de war. Het arme dier. Al die haast is nooit goed, dat heb ik laatst zelf ook ondervonden. Op dat bruggetje, weet u nog wel? Misschien heeft hij ook wel geschaafde knietjes… ik kan het niet zien. Maar hij bewoog niet meer, dus een pleister plakken zal niet meer nodig zijn.  Maar misschien heeft hij toch nog een jolig leven gehad, laten we het hopen.