Echt waar?

Ja, ik  kan het zelf nauwelijks geloven, maar toch is het zo. Na tijden van stilstand, – nou ja, af en toe wat probeersels – ben ik weer bezig in mijn atelier.  En nu is het een kwestie van doorzetten, van regelmatig bezig zijn. Ik begon bij ‘Schets je dag’ met kleine tekeningetjes in de hoop er weer zin in te krijgen. En het heeft gewerkt. Langzaamaan begon ik te denken, dat ik het misschien best weer zou kunnen. Nu pas besef ik hoe ik er volkomen van overtuigd geraakt was, dat het OP was, finito, afgelopen UIT.  Ik dacht ook dat het mij niets uitmaakte, want ik had het druk genoeg met andere dingen. Ik fotografeerde dat het een lieve lust was, ik breide en haakte gekke en leuke knuffels, ik wandelde en ik ging zo af en toe eens uit. Mijn dagen waren evengoed te kort. Maar ja, toch voelde ik mij zo af en toe wat tobberig. “Moet ik mijn atelier dan maar aan een ander verhuren?” was een reële gedachte natuurlijk. “En wat moet ik eigenlijk met al die beestjes? Het  werden er zo veel, want ik breide en haakte alsof mijn leven ervan afhing…”  Nou ja, misschien had ik dat hele gedoe wel eens nodig na ruim 20 jaar schilderen, exposeren, netwerken (het aller-moeilijkste voor mij)  en dat steeds maar door en door. Want als je niet in het zicht blijft, is men je ook zo weer vergeten. Zo zit die wereld wel een beetje in elkaar. En dat allemaal was ik ook ontzettend beu, zeker na ‘de crisis’ waarin ik haast niks meer verkocht. Er heerste onder mijn kunstenaarsvrienden ook al zo’n sfeer van moedeloosheid. De kunstuitlenen stopten of betaalden nóg minder vergoeding. Nou ja, niet leuk natuurlijk.  Maar ik ga het gewoon weer proberen. Sterker nog, ik ben al twee weken bezig. Haha, ik ben zelf ook stomverbaasd.

weblog 017

Leef je nog?

weblog 013Ja, dat vroeg Ria in Zeeland mij -lief hoor!- , omdat ik veel te weinig op Het Net aanwezig was de laatste tijd. En hoe komt dat nu? Het is heel simpel. Als je weinig bijzonders meemaakt, heb je niet veel te schrijven. En als je veel meemaakt, heb je te weinig tijd. Bovendien heb ik eindelijk weer eens een beginnetje gemaakt met schilderen en tekenen, want het is toch te gek hoe weinig ik daar wat aan doe. Men kan eens in een dip zitten of het even zat zijn maar het begint nu toch werkelijk op luiigheid te wijzen.  En dat moeten we niet hebben, hè? Want dat is des duivels oorkussen, herinner ik mij.

weblog 021weblog 022weblog 023Maar om even bij te praten hier, ik ben weer naar Artis geweest, ditmaal met mijn dierbare jeugdvriendin. Dat is weer heel anders dan alleen. Wij hadden weer een superleuke dag met mooi weer en we hebben onszelf de oren van de kop gepraat.

weblog 011Afgelopen zondag zijn we, man en zoon Martijn en ik, naar Alkmaar geweest. Er is daar een prachtige tentoonstelling van de Bergense School. Misschien vertel ik er nog over. In ieder geval weet u dat ik nog leef.

En u hoort van mij … *neuriet voor zich uit* : “Papegaaitje leef je nog,  ia  dea, ja meneer ik ben er nog, ia dea, ik heb m’n eten opgegeten en mijn drinken laten staan, ia dea POEF!”

Valentijn

weblog valentijnHoewel ik mij nog zo had voorgenomen niks aan Valentijn te doen, omdat het grote onzin is en ik schijtziek wordt van al die harten overal, gebeurde mij toch het volgende. Ik kreeg een  prachtige kaart van een oud vriendje -eentje van vroeger, bedoel ik – met de boodschap dat hij mij nog altijd een leuke meid vindt en dat … Nee, dat niet, hoor.    Hans gaf mij een hart van koek, namens de bakker. Het was een klein beetje gebroken, maar wij hebben het eerlijk gedeeld en het smaakte heerlijk. Daarna zag ik een hart op FB van mijn bloedeigen Kwaster tot mijn stomme verbazing, maar goed, het was ironisch bedoeld. Daarna kwam er een hart van een schoolgenootje van onze jongens met wie wij nog altijd contact hebben. “Een fijne Valentijndag voor Hans, Thérèse en Boeli” stond erbij. Kijk, dat vond ik nu toch echt lief. Ja, zo iets kan ik wel waarderen. Intussen werd ik ál milder gestemd over die onzin. “In speciale gevallen kan het toch aardig zijn…” dacht ik.  Aan het einde van de dag klopte Siau Lee aan onze deur. Zij heeft bij ons een atelier voor wie het nog niet wist. En wat bracht zij om ons te verrassen en speciaal voor Valentijn? Een mooie bos irissen nog in de knop. Nou zeg en ik had dit jaar echt mijzelf verteld dat ik er niet aan deed (ook om teleurstelling(en) te voorkomen). Nu scheelde het toch niet veel of er kwam een gelukstraantje in mijn ogen. Soms kunnen mensen heel lief zijn, hoor …

PS dat hartjesgedoe heb ik zelf gedaan. Ik moet nog veel oefenen, dat ziet u wel?

Bomen

weblog 026Eigenlijk heb ik een hekel aan de winter of … zou ik dat mij maar wijs gemaakt hebben? Mijn moeder zei altijd dat het ’s winters zo akelig was, ja zelfs zo doods. “En de sneeuw dan, Mama?” vroegen wij als kinderen. “Nee, de sneeuw doet mij ook aan de dood denken, brrr…” Dus ja misschien heb ik het van mijn moeder. Nu ik zo mogelijk iedere dag wandel, zie ik nog genoeg mooie dingen om te fotograferen. Gisteren lette ik eens speciaal op de bomen. ’s Winters als ze kaal zijn, kun je de takken zo goed zien en de totaal verschillende vormen zijn ook duidelijker.  Dus nu heb ik een heleboel foto’s gemaakt, van allerlei bomen maar ook van de weerspiegelingen in de sloten hier. Dan maar eens een fotoverhaal, dacht ik. Hier komen ze.

weblog 006weblog 009weblog 015weblog 012weblog 013weblog 016weblog 017weblog 021weblog 025klik op foto’s

De gebreide mens

weblog 010De gebreide mens of ‘L’homme tricoté  of de Homo Naaldiëns?  Daar ging ons gesprekje vanochtend (zondag) over, met mijn jongste zoon Martijn. Hij is vaak het weekend bij ons en dan houden wij diepzinnige conversaties.  Hij zag mij worstelen met de in wording zijnde kat. Beiden, zowel Kwaster als zoon, vinden het zonde dat ik zo weinig schilder en dergelijke de laatste tijd en maar wat aan frut. “Zeg mam”, opperde hij, “zou je niet een mens kunnen breien?” Ik schrok en informeerde: “Een grote?” “Ja, een levensgrote, dan breek je in één klap door, word je wereldberoemd…” antwoordde hij. “Maar dat is moeilijk” zei ik, “een knie bijvoorbeeld …” “Ja zeker en een hand, nog veel moeilijker, maar dan heb je ook wat…” “Nou, ik weet het niet, hoor Martijn …” uitte ik mijn twijfel. “Tja, maar mam, stel je voor dat Michelangelo gezegd had, een hele David is mij veel te moeilijk, hoor. Ik doe liever een katje of … een Paashaasje…Bovendien is één mens veel beter dan 8 paashaasjes.” “Ach lieverd”, zei ik, “tegen de tijd dat ik zo’n mens af heb,  ben ik er misschien al niet meer”.  “Wel nee” sprak zoon opgewekt, “een maandje flink doorbreien en dan TATA … goed plan” Nou hee, een hele mens breien met vingers en tenen en een uh …  geslachtdeel … moet het trouwens een man of een vrouw worden, dat is een heel verschil. Persoonlijk, als het dan toch moet, doe ik liever een vrouw. Wat u? Ja, wat vind u er überhaupt van? Een goed plan?

Thérèse versus gebreide kattenkop

weblog 010Veel  mensen denken misschien dat ik met het grootste gemak van alles en nog wat kan haken en breien, maar nee, dat is echt niet zo. Hoewel ik heel veel van mijn moeder op dat gebied geleerd heb, zijn sommige dingen abracadabra voor mij. Heel geleidelijk heb ik mijzelf bijgeleerd. Steken oprapen bijvoorbeeld. Eindelijk kan ik dat nu. Met 4 of 5 naalden breien, na veel zuchten en doorzetten, kan ik het nu. Dus was mijn conclusie: nu kan ik alles of nou ja, bijna alles als het niet te moeilijk is. Ik kocht zonder mij zorgen te maken een boek: Poezen en katten breien. Ik bladerde het door en zag toch een leukerd, met kleertjes aan, heerlijk ouderwets. Ik breide eerst alle onderdelen van de poes, eerst het lijf met een dik buikje, toen de pootjes met klauwen, de staart met een wit puntje en toen de kop … die was het moeilijkst. En moeilijk bewaar ik altijd voor het laatst. Bij mijn derde poging moest ik toegeven dat ik het niet kon. Potjandorie. We hebben bij Google gekeken, maar nee. Je schijnt daar complete sokken te kunnen leren breien, maar een kattenkop, nee! Toen kwam de schoonmoeder van mijn zoon bij ons op bezoek en ik wist dat zij een handwerkakte gehaald had. Ja, niet bij de groenteboer maar er echt op gestudeerd had. Daar zaten wij samen op de bank, maar ook zij kwam er niet uit. Ja, wij meerderden averechts wel een steek, maar tevens ontstond er ook een gat. Op mijn eigen manier kwamen er pukkels, ook dat was niet de bedoeling. Ik liet het werkje maar een tijdje liggen … Maar ja, het vrat aan mij. Gisteren begon ik opnieuw en Kwaster (Hans)  keek mee. En… we hebben een steek verzonnen –om steeds averechts een steek te meerderen-  en het ziet er bijna goed uit. Misschien straks een beetje plat persen en dan wordt het nog goed. Wat knap hè van die Kwaster? Ik ben nu bezig het wit op de snuit te mazen (borduren) want tegelijk dat erin te breien, lukte al helemaal niet. Ik zal u zeggen: op breigebied ben ik heel wat bescheidener geworden.

 

Boeli versus dierenarts

016 “En Boeli” zei zoon Martijn, ” niet bang zijn, hoor voor de dierenarts. Het zal allemaal wel meevallen”.  “Nou Martijn”, zei ik, “De arts mag eerder oppassen voor Boeli. Straks bijt hij haar of geeft hij haar een flinke krab..” Ja, beste lezers, soms kan Boeli nogal eens kwaad of humeurig uit de hoek komen. Wij weten natuurlijk niets van zijn 1e levensjaar en hebben maar geduld met hem. Dat lijkt ons het beste. Maar allemaal hebben wij al eens letsel opgelopen door een kwaaie Boeli. Zo lief als onze vroegere katten waren, Fons en die reuze lieve Koos, zo is onze Boeli niet. Het kan nog komen, hopen wij.

“En … hoe ging het, Kwaster?” vroeg ik toen hij terugkwam. “Trok zij handschoenen aan?” “Nee, het is een kordate tante. Zij pakte hem in zijn nekvel, gaf hem een prikje en keek naar zijn pootje. Daar werd Boeli vreselijk kwaad om, maar zij hield hem onder bedwang. En weet je hoe zij hem terug in zijn kooi deed? Zij zette dat ding recht overeind, met de opening naar boven, greep hem weer in zijn nekvel en liet hem zo in zijn kooi zakken”. Die Boeli, wat zal hij beledigd zijn geweest. Hij heeft de hele ochtend nog wat rondgelopen, rook overal aan en waste zich zorgvuldig, dat alles om zich een houding te geven, denk ik zomaar. Een kat heeft ook zijn waardigheid.