Een vondst

Ik was weer eens boekenkasten aan het opruimen, want alles past er niet meer in. Her en der staan ze al dubbel en dat is natuurlijk helemáál niks. Kan je ze net zo goed wegdoen, vindt echtgenoot H. en ja, hij heeft wel een beetje gelijk. Het is een rotwerk, maar zo af en toe vind je wel weer eens zoekgeraakte dingen terug. Maar wat ik daarnet vond, u raadt het nooit. Ik zal het u maar meteen vertellen. Ik vond in een boekenkast tussen heel veel andere boeken: … DE RECHTEN VAN DE MENS. De universele verklaring ervan dan, hè?  Nou, nou, heeft ú dat in uw boekenkast liggen? Ik wel; ik wist het niet meer, maar ze lagen er wel, de Rechten. Ik heb ze natuurlijk goed afgestoft en ze eerbiedig een echt eigen plaatsje gegeven.  Ze zijn een beetje verfomfaaid, maar nog heel duidelijk leesbaar. Ze zullen nog jaren meegaan en wie weet hoe ze van pas komen. Wat een vondst!

klikklik

Advertenties

De loopband

Intussen ben ik begonnen met de officiele ‘looptherapie”. Dat doe ik nu twee keer per week  onder leiding van een fysiotherapeute op een loopband of hoe dat ook heet. Vandaag maandag is het al de tweede week . Niet dat ik al vooruitgang merk als ik buiten loop,want op andere dagen doe ik  ‘mijn huiswerk’  maar ‘er is een groot verschil tuseen hier op de band en buiten” legt mijn therapeute uit.  Bovendien hoorde ik haar zeggen: “Het valt mij helemaal niet tegen, integendeel…” dus laat ik de zaak maar optimistisch proberen te bekijken. Want het is wel een beetje saai, hoor, dat geloop. Er zijn daar ook andere mensen bezig, op andere apparaten. Dus zo af en toe kijk ik eens voorzichtig om mij heen. Wat er toch allemaal aan mensen gesleuteld kan worden vandaag de dag. Dat was er vroeger niet bij!  Ik had het graag eens aan (wijlen) mijn oma laten zien. Zij zat gewoon in haar stoel en liep alleen als dat ergens voor nodig was, om in de keuken theewater op te zetten  bijvoorbeeld. “Ach kindje toch” zou zij vast gezegd hebben, “je loopt toch al prima. Waar is dat nu weer voor nodig?” Ja, dat waren andere tijden, hè?

Etalagebenen

Slecht nieuws, mensen. Mijn benen doen niet meer wat ze zouden moeten doen en tot nog toe ook altijd deden. Dat heet in de volksmond ‘etalagebenen’. Er is ook een Latijnse naam voor, maar die ben ik vergeten.

Ik was op de 3-maandelijkse controle bij mijn diabetesverpleegkundige Bernadette en toen wij het over beweging kregen, zei ik wat nonchalant: “Ja, de laatste tijd loop ik wat moeizamer, ik moet af en toe even stoppen maar dan gaat het weer, hoor. Zal wel de leeftijd zijn, denk je niet?” Nee, dat dacht zij helemaal niet. Zij dacht aan etalagebenen. Ik moest dan en dan terugkomen en dan zou zij het onderzoeken. En het was zo.

Voor verdere controle moest ik naar de vaatschirurg. Ach dat zal wel een tijd duren, dacht ik optimistisch. Maar nee, de volgende dag werd er gebeld en een afspraak gemaakt. Ik kreeg extra medicijnen en werd vervolgens naar fysiotherapie verwezen om daar ‘looptherapie’ te gaan doen. Ook daar werd ik al meteen opgebeld en er werd een afspraak gemaakt voor een intakegesprek.

Dat heb ik inmiddels gehad en maandag (morgen dus) sta ik in alle vroegte op de loopband  (half 10 al). Er is mij veel uitgelegd, waarvan ik ook al veel vergeten ben van de schrik, maar het schijnt zo te zijn dat ik dóór moet lopen, als ik pijn krijg en dat dan mijn lijf nieuwe aders gaat aanmaken én dat gaat niet snel; het hele traject kan wel een jaar duren. Tjonge, ik ben er niet blij mee. Ik heb behoorlijk de pest in. Doe je vier of vijf jaar trouw je wandelingen en dan krijg je dát.

Het Zuiden roept … 3.

Aan ons ontbijt vroeg ik aan Hans:  “Wat zullen we gaan doen op onze laatste dag? Zullen we de rest van het van Abbe museum gaan bekijken? Zo vaak komen we niet in Eindhoven. Of eerst nog wat wandelen in een ander stuk bos?”  Hans hoefde al niet meer na te denken. Hij lachte geheimzinnig. “Nee Hans, we gaan nog niet naar huis. We hebben nog een hele dag! “ Hij lachte nog ondeugender en zei: “Je zult het misschien gek vinden, maar ik zou het liefst naar Jip en Janneke gaan kijken”. Nou, dat had ik inderdaad niet gedacht. “Heel leuk Hans, wil ik ook. Weer naar Zaltbommel!”

We waren snel ingepakt en gingen op weg. En al gauw waren wij ter plekke. Wij parkeerden de auto aan de Waal en bewonderden de allernieuwste brug. Daarna liepen wij het stadje in. Het begon met een beetje pech, want het Stadskasteel (museum) ging pas om 1 uur open, onze IJsmeneer was ook nog dicht, maar “de kerk is open” zei Hans opgetogen. Hij heeft iets met kerken vooral sinds hij een boek geschreven heeft over zijn overgrootpa, een kunstschilder,  die veel voor neogotische kerken geschilderd heeft. Wij gingen dus naar binnen en daar was iets aan de gang met groente en fruit, alles bio en gezond, dat soort dingen. Overal lagen pakken stro om het landelijk te maken. Hans kon toch de kerk nog wel bekijken, al vond hij dat gedoe wel raar en ik ging daar maar eens een rondje maken. Ook die markt of wat het ook voorstelde, was eigenlijk nog niet open.

Men was nog druk aan het inrichten, maar goed, toen wij alles gezien hadden gingen wij naar het grote Stadskasteel, vooral voor Fiep moet ik zeggen. En Fiep wás leuk. Het was niet zo’n grote expo, maar wel reuze gezellig.

Wij zagen ook Fiep haar tekenbureau, krijtjes en pennen. Ik begon mijn eigen Fiepverzameling weer meer te waarderen. Daarna liepen wij de tuin nog rond en dronken wat fris. En toen was het afgelopen; we gingen naar huis. We hadden prachtige dagen gehad, Hans evengoed, hoor.  Een romantische mini-huwelijksreis, zo voelde ik het. Dag dag.

Het Zuiden roept … 2.

Enfin, daar waren wij nog in Zaltbommel, terwijl wij naar Eindhoven moesten. “Misschien dat wij dat alles op de terugweg komen bekijken” zeiden wij. Goed, op naar Eindhoven dus en wel naar het van Abbemuseum. Dat was wel even zoeken maar we kwamen er.

Door een passage, langs een kerk en ja hoor. Wij zagen daar een tentoonstelling van mensen die in de loop van 30 jaar een prijs van Heineken hadden gekregen. Ik heb maar  wat uitgekozen wat op mij de meeste indruk maakte.

Schilderijen van Matthijs Röling en hele grote kleurige ceramiek bakken van …de naam weet ik niet meer.Er waren veel prachtige dingen bij, maar ik kan natuurlijk niet alles laten zien. ’s Avonds stond er een diner voor ons klaar en de volgende dag ook al. Het is een zaligheid daar niet over na  te hoeven denken, een luxe ook. De volgende dag gingen wij een grote wandeling maken. Vanuit ons hotel konden wij zo het bos in.

En laat het nu precies zo’n heerlijk Brabants bos zijn, waarover ik al schreef in het vorige stuk. Ik heb een heleboel foto’s gemaakt, maar ik moet een keus maken. Hier zijn ze dan. Morgen beschrijf ik de laatste dag. Wat gaat de tijd toch snel voorbij, als je het fijn hebt.

Het zuiden roept… 1.

Aangezien  het afgelopen donderdag onze trouwdag was, de bruid (ik dus) volop zin had om dat te vieren maar…  de bruidegom niet los te wrikken is  van zijn computer en het schrijven daarop van een boek en derhalve nergens anders aan denkt, zeker niet aan een trouwdag, nam ik het heft zelf maar in handen. Ik zocht en vond. Het zuiden, vlakbij een stad i.v.m. musea en dergelijke en bossen en alles wat daar bij hoort, zandverstuivingen, heidevelden, naaldbomen en ook bladerbomen, tekenen van de naderende herfst zoals daar zijn eikels, dennenappels, paddenstoelen, hazel- en beukennoten, bruine, gele en rode bladeren, kastanjes… Ziet u het voor u? Dat soort bossen.

IMG_9637  IMG_9640

Ik legde dat alles vast met een hotel en toen dat eenmaal gebeurd was, nodigde ik mijn wederhelft uit om mee naar het zuiden af te reizen. En hij ging waarachtig mee, ja hij moest wel eigenlijk. Het was een heel eind rijden donderdag, onze broodjes waren al op en we kregen zin in koffie. “Zou je het leuk vinden om eens in Zaltbommel te gaan kijken?” hoorde ik tot mijn stomme verbazing de chauffeur zeggen. “Ja, zeker wel”, zei ik meteen. “Ik wil nu eindelijk die toren wel eens van dichtbij zien” legde mijn echtgenoot Hans uit, “maar ja ja eerst koffie natuurlijk” zei hij gauw. Enfin, wij liepen door het stadje –een mooi stadje overigens- maar nergens iets wat op een kopje koffie wees. Ten einde raad vroegen wij het maar aan een mevrouw en ja hoor, die wist van wanten. Daar om de hoek, wees zij, en aan de andere kant  is ook een ijssalon, die ook koffie schenkt, dacht zij. En jawel hoor, wij kregen een heerlijk kopje koffie mét een ijsje erbij. O, wat smaakte dat heerlijk, na dat lange zoeken. Intussen vertelde de ijsmeneer wat er allemaal te zien was in Zaltbommel, een stadskasteel, ingericht als een museum met o.a. een tentoonstelling van Fiep Westendorp (die in dit stadje geboren is), een waterpoort, dé kerk met de beroemde toren (…en temidden van die rommel, rommel, ligt de toren van Zaltbommel,,,u kentdat wel, hè?)

Nou, ik ga straks weer verder… geduld dus.

Geen aan- of afrader dus

Even een beetje hardop denken… ‘ net heb ik met de grootste moeite ‘Dé Max Havelaar’ van Mutatuli gelezen –was er nooit van gekomen- of ik maak in mijn volgende boek  iets heel raars mee. Ik had expres nog wel een luchtig boek gekozen na dat ouderwetse geschrijf *, u begrijpt dat wel.

In het eerste hoofdstuk, dus meteen al goed raak, is een BOOT aan het woord. Ja, u leest het goed, een boot, een schip, dat praat…en niet een enkel keertje maar telkens. Zo om het hoofdstuk ongeveer, in een ander lettertype. Ik ben er nu dus op bedacht, dat scheelt. Maar het is een rare gewaarwording, hoor.

Wat wel grappig is, is dat Bovenkarspel erin voorkomt en Hoorn en Enkhuizen, een beetje alsof iemand de moeite heeft genomen het speciaal voor mij te schrijven. Onzin natuurlijk, hij of zij zal er zelf wel gewoond hebben. Maar genoeg hardop gedacht, ik ga het boek gewoon verder lezen. Maar een aanrader zal het niet zijn, denk ik zo maar. Ik ben blij dat ik dit fenomeen van die boot even met u hebt kunnen delen’.

* ietwat overdreven. Er zit best veel goeds in, maar lange moelijke zinnen en maar uitweiden over het hetzelfde onderwerp, tjonge…